|
IV-architectuur en de polder |
|
Frank Boterenbrood
|
|
woensdag, 23 november 2005 |
Als er iets is dat het denken over de architectuur van de informatievoorziening
(iv-architectuur) in Nederland karakteriseert dan is het wel de onbedwingbare
dwang van de Nederlander om over alles mee te moeten beslissen. “Ben ik niet
betrokken geweest? Dan is het niet op mij van toepassing”. Heel anders gaat
het er in de Angelsaksische cultuur aan toe. Dáár wordt een iv-architectuur
gewoonweg opgelegd. Wie de IEEE standaard 1471 bestudeert kan zich niet
aan de indruk onttrekken dat het aan gene zijde van de grote plas volstaat om
de materie zó te beschrijven dat zelfs de janitor het begrijpt. Immers, als het
opgeschreven is, dan is het zo. It’s the law.
Zo niet in Nederland. ‘The law’ is bij voorbaat verdacht – I’ll be the judge of
that, thank you very much! Menig informatiearchitect verslikt zich in de polder
en komt tot de ontdekking dat al het moois dat hij uit de ivoren toren
verkondigt door de nuchtere collega slechts met schouderophalen wordt
ontvangen. De gedesillusioneerde informatiearchitect kan bijna niet anders dan
de harp in de wilgen te hangen. Laat dat hele architectuurdenken maar zitten –
niemand zit er kennelijk op te wachten.
En dat is nou weer jammer. Want het kan ook anders. De geur van de polder
kan bij tijden wat zwaar zijn, maar het meenemen van de collega’s bij het
bewerken van het land kan zeker een gouden oogst opleveren. DESC1 is het
antwoord.
[PDF]
Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven. Log in of registreer. |