|
Architectuur en de belevingswereld |
|
Chris Nellen
|
|
donderdag, 21 juni 2007 |
De menselijke maat in deze scriptie vraagt aandacht voor de mens in IT. Het gaat hierbij om het bedenken van IT oplossingen die menswaardig zijn en niet mensonterend. De technologie moet de mens ondersteunen, niet andersom. Menselijke maat is een breed begrip dat onderzoeksgebieden bevat zoals virtuele werelden en ethiek maar ook de digitale kloof en de belevingswereld.
Deze scriptie beschrijft een onderzoek naar het evalueren van beleving in architectuur. In de digitale architectuur is de de menselijke maat, en zo ook de belevingswereld, nog een onderbelicht onderwerp. Juist de architect, die het ontwerp van complexe systemen regisseert, zou explicieter de menselijke maat in beschouwing moeten nemen. Voor het evalueren van een architectuur –de visie, principes, regels en richtlijnen die een architect voor een organisatie opstelt en vastlegt– is een structurele aanpak nodig. Er moet dus eerst vastgesteld worden wat beleving in architectuur omvat. Daarnaast moet duidelijk worden wat momenteel goede menselijke maat is; wat is volgens de mens een prettige beleving?
Beleving vindt plaats in hoofden van mensen, maar uit zich in emoties en gedrag. Het meten van de beleving kan door het onderzoeken van hersenprikkels, het observeren van gedrag en het enquêteren naar emoties. Een architectuur beschrijft echter op abstract niveau een toekomstige situatie. De beleving zelf heeft nog niet plaatsgevonden. Deze moet dus voorspeld worden. Een goede voorspelling van de beleving is dan een indicatie voor een goede beleving bij mensen op het moment dat deze
plaatsvindt.
Een dergelijke voorspelling maken is mogelijk door het vaststellen van de doelgroepen die in de toekomst met de oplossingen van de organisatie in aanraking komen. Door hun karakteriserende kenmerken, normen, waarden en verwachtingen ten aan zien van de toekomstige situatie te bepalen, kunnen de oplossingen, die de architectuur voorstelt, op deze groepen worden toegespitst.
De oplossingen die de organisatie voorstelt kunnen op verschillende vlakken worden beïnvloed, om zo gerichter op een bepaalde beleving aan te sturen. Er zijn een zestal van deze gebieden gedefinieerd: fysiek product, applicatie, werknemer, proces, informatie en werkplek. Door het veranderen van deze artefacten kan de organisatie een prettiger beleving bewerkstelligen. Elk artefact dient geconcretiseerd te worden in belevingsattributen, eigenschappen van het artefact die de beleving van mensen beïnvloeden. Deze artefacten en attributen vormen samen het Belevingsraamwerk voor architectuur. Dit raamwerk dienst als basis voor een evaluatiemethode van beleving. Deze evalueert de architectuur door de verwachtingen van de doelgroepen te vergelijken met een ideaalnorm. Daarnaast worden
de in architectuur gepresenteerde oplossingen vergeleken met de ideaalnorm. De mate waarin de doelgroepen en oplossingen aansluiten op de ideaalnorm, zegt iets over de menselijke maat van de architectuur.
Uit een toetsing van de ontworpen evaluatiemethode blijkt dat aanwezige interpretatiestappen verfijnd moeten worden om de methode betrouwbaarder te maken. Daarnaast is de methode beperkt doordat het slechts het deel van de belevingswereld behandelt dat direct afhankelijk is van de artefacten binnen de organisatie. Het aanvullen en uitbreiden van deze aanzet tot een methode zijn dan ook aanbevelingen voor toekomstig werk.
[PDF]
|