Evaluatie Nederlandse overheid referentie architectuur - Uitvoering van de Globale fase
David Campbell, Robin van 't Wout, Paul van Vlaanderen
Tuesday, 10 April 2007
Dit rapport beschrijft de belangrijkste bevindingen van de evaluatie met de voorbereidende scan van de ADEM op onderzoeksobject de NORA versie 1.0. De algemene indruk bij het document is positief. De NORA bevat die onderdelen welke nodig zijn voor haar doel. Hieronder volgt een beschrijving van de voornaamste bevindingen. De ingevulde evaluatietabellen zijn gesorteerd naar vereiste, gewenste en aanbevolen elementen, bijgevoegd.
De beschrijving van de missie, visie en de strategie van de overheid is onduidelijk. Dit heeft geleid tot de bevinding dat de documentatie van dit element incompleet is. De elementen zijn wel terug te vinden in de tekst, maar ze worden niet expliciet beschreven. Door de positie van de overheid als integraal onderdeel van de maatschappij zou een visie van de overheid over hoe zij zich zien en willen zien binnen die samenleving wenselijk zijn. Hierdoor wordt inzicht verkregen in hoe de samenleving, door gebruik te maken van de concepten uit de NORA, kan samenwerken. Een dergelijke omschrijving ontbreekt in de huidige versie van de NORA.
Architectuurprincipes zijn beschreven in de NORA, maar de principe-uitspraken ontbreken. De beschrijving van de principes zou aanzienlijk verbeteren wanneer de principes kort, helder en bondig worden geformuleerd. De beschrijvingen die er nu staan zijn niet slecht, maar zouden moeten dienen als verheldering van de principeuitspraken. Daarnaast is ook de beschrijving van de implicaties van de principes niet expliciet aanwezig.
Er komen vormen van views en viewpoints terug in de NORA. Er is een hoofdstuk gericht op beheer en op beveiliging. Ook worden verschillende aspecten belicht, zoals de informatiearchitectuur en de bedrijfsarchitectuur. Er wordt echter niet expliciet van views gesproken, nog wordt uitgewerkt hoe de NORA er uit ziet vanuit een bepaald viewpoint.
Een beschrijving van kansen en bedreigingen die invloed kunnen hebben op de NORA is afwezig. Er wordt slechts beperkt vermeld dat de omgeving van de NORA 4 volatiel is. Een duidelijke omschrijving van de kansen en bedreigingen voor de NORA draagt bij aan het ontstaan van bewustzijn, met als gevolg dat binnen de NORA en de uitvoering daarvan maatregelen genomen worden om het risico te beperken en kansen optimaal te benutten.
Geen enkel van de vereiste elementen is afwezig in de NORA. Wel is het opvallend te noemen dat de vereiste elementen relatief slechter scoren dan de gewenste en optionele elementen. Hierdoor is het aanbevolen de NORA verder te evalueren op de kwaliteit en de samenhang van de documentatie met behulp van de holistische scan.
Zaakgericht werken is een principe dat een belangrijke rol speelt bij lokale overheden, maar zeker ook breder toepasbaar is. Het heeft veel overeenkomsten met service-oriëntatie. Het basisidee is dat je de diensten die je aanbiedt goed definieert en dat je de bijbehorende service levels bewaakt. Er zijn allerlei architectuurbouwblokken die een rol spelen bij zaakgericht werken zoals zaaksystemen, zaakmagazijnen en Persoonlijke Internet Pagina's. De vraag is echter wanneer de verschillende bouwblokken relevant zijn en hoe ze met elkaar samenhangen. Is bijvoorbeeld een zaakmagazijn noodzakelijk voor het publiceren van de status van vergunningen op Internet? In dit item zet ik alle belangrijke architectuurbouwblokken op een rij en laat hun samenhang zien.
Uitvoerende overheidsorganisaties scoren onder de maat in de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling. Dat knelt vooral nu ons kabinet anno 2008 meer dan zijn voorgangers inzet op interventiebeleid. Zonder een goed beheerd stelsel van uitvoeringsafspraken over informatie-uitwisseling komt de haalbaarheid van dit beleid in gevaar.
De noodzaak van digitale architectuur binnen de overheid wordt steeds nadrukkelijker onderkend. ICT Uitvoeringsorganisatie (ICTU) is druk bezig met de derde versie van NORA, een referentiearchitectuur voor de gehele publieke sector. Daarnaast wordt op specifiekere niveaus binnen de overheid druk gewerkt aan afgeleide referentiearchitecturen zoals MARIJ (voor de Rijksoverheid), PETRA (voor de provincies), GEMMA (voor de gemeentes) en de WILMA (voor de waterschappen). Dit zijn allemaal referentiearchitecturen, oftewel een soort sjablonen waaruit de individuele architecturen voor de verschillende overheidsorganisaties kunnen worden afgeleid.
Daan Rijsenbrij, Marlies van Steenbergen en Paul Laagland
Thursday, 31 December 2009
Hoe zou jij architectuur willen omschrijven?
Fred: “Ik vind het wel handig om de vergelijking te maken met de bouw van een huis. IT-architectuur in een bedrijf is voor mij een conceptuele plaat van een samenhangend stelsel van zaken die in zijn geheel een werkend construct moet zijn. Net als een architectuurplaat een heel huis beschrijft en dan op een manier dat de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het huis zichtbaar is. Je probeert op een zo strak mogelijke manier de gebruikswensen voor het huis te vertalen in een helder conceptueel beeld. Je moet er in kunnen wonen, kunnen slapen, je wilt ook kunnen douchen. Als je dat allemaal een beetje netjes, overzichtelijk ingeregeld wilt hebben, dan ziet dat er zo uit.
Op dit moment zijn van de referentie architecturen voor Nederlandse overheidsorganisaties zowel de NORA als de GEMMA volop in ontwikkeling. Bovendien wordt er gewerkt aan de PETRA, voor provincies en wordt de informatie architectuur voor waterschappen WIA verder uitgewerkt in de WILMA. Samen met de MARIJ voor de rijksoverheid vormen deze referentie architecturen de kaders waarbinnen overheidsorganisaties hun architectuur zouden moeten vormgeven. De vraag is wat een specifieke organisatie, laten we zeggen een doorsnee grote gemeente, hieraan heeft. Wat voegen deze referentie architecturen toe, en vooral ook: wat niet?
Voor u ligt het verslag van het onderzoek naar de vraag “in hoeverre het ontwerp van een ICToplossing kan bijdragen aan een ICT-oplossing die recht doet aan de ambitie en de eisen van de business”. Dit afstudeeronderzoek is verricht in het kader van de Masteropleiding “Business Process Management & IT” van de Open Universiteit Nederland, faculteit Informatica.
Gemeenten worden geconfronteerd met allerlei ontwikkelingen die van invloed zijn op hun informatievoorziening. Belangrijke ontwikkeling in dat kader is de verplichting om bepaalde gegevens nog maar eenmalig uit te vragen en meervoudig te gebruiken. Dit roept allerlei vragen op rondom de noodzakelijke gegevensuitwisseling tussen applicaties en de wijze waarop deze wordt ondersteund door generieke voorzieningen. Kan zoiets als een Gemeentelijke Service Bus hierin ondersteunen en hoe zou een dergelijke voorziening er uit zien? Dit artikel beschrijft het resultaat van een onderzoek in de gemeente Gouda naar een dergelijke voorziening.
Gemeenten, ministeries, provincies, waterschappen en uitvoeringsinstellingen hebben enthousiast gereageerd op het verschijnen van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Inmiddels is een nieuw document verschenen: het Strategiekatern. Hierin wordt een drastische koerswijziging aangekondigd, waarover dan ook een heftige discussie is ontstaan. Velen maken zich daardoor zorgen over het draagvlak onder de NORA. Een analyse.
NORA, de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur, is vooral bedoeld om de samenhang tussen de relatief onafhankelijke overheidsorganisaties te optimaliseren en de organisatieoverschrijdende ketens te borgen. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke architectuur dient te worden gecoördineerd en beheerd. Meestal benoemen we voor deze functie een Chief Architect, maar in dit geval geef ik de voorkeur aan de titel ‘Digitale Rijksbouwmeester’.
Met al die ANDEZ aanbestedingen ligt de term midoffice bij velen op de lippen. Maar wat is dat eigenlijk,
zo'n midoffice? Sommigen denken (terecht) dat het een technische voorziening is om berichten uit te
wisselen tussen front- en backoffice. Anderen beweren (terecht) dat het primair om het multi-channel
frontoffice gaat (met de kanalen web, telefoon, balie en post). Weer anderen denken (ook terecht) dat een
midoffice iets is om een klantcontactcentrum (KCC) te ondersteunen bij de afhandeling van lichte
bouwvergunningen etc. Wat is het nou?
Er dreigt een groot misverstand rondom de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Van een brede benadering van de architectuur van de Nederlandse overheid, lijken we terecht te komen in een enkel op interoperabiliteit gerichte ontwikkeling. In het “NORA katern Strategie” wordt een enorme versmalling van de intentie en werking van de NORA voorgesteld. De opstellers van dit katern hebben een oproep gedaan om dit document te reviewen. In dit artikel wordt in dat kader gezocht naar de oorzaak van het dreigende misverstand. Ook worden voorstellen gedaan om een drastische inperking van de werking van NORA te voorkomen.
Op 12 januari is op het NORA-Forum de openbare review van het NORA-katern Strategie van start gegaan. In versie 3.0 van NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur) is dit het centrale, verbindende katern. Je kunt nu participeren in de review van dit strategisch katern.
Toen de meeste mensen nog gewoon in een
fabriek werkten, waren er twee soorten medewerkers –
fabrieksarbeiders en kantoorpersoneel. Je droeg al naar gelang je
positie of een ranzige overall, of een schoon overhemd – bij
voorkeur met een hagelwit boordje. Dat was duidelijk.
Toen de dienstensector opkwam, kwam er
behoefte aan een nieuwe tweedeling. De mensen die in de vuurlinie
stonden – de medewerkers met klantcontacten, bijvoorbeeld achter
het loket van een bankfiliaal – werden ingedeeld bij de
frontoffice, en de mensen die op de achtergrond hun werk deden –
medewerkers van de administratieve organisatie en de stafdiensten –
hoorden even vanzelfsprekend bij de backoffice. In de wandelgangen
werd het vaak zo samengevat: de frontoffice verdient het geld, en de
backoffice maakt het op.
Wat zou de midoffice hieraan nog kunnen
toevoegen?
In de discussie over de modernisering van gemeentelijke dienstverlening speelt het
woord ‘Midoffice’ een dominante rol. De term wordt gebruikt als onderdeel van de
gemeentelijke bedrijfsarchitectuur waarbij klantcontacten op een slimme manier gekoppeld
worden aan de verschillende gemeentelijke organisatie-onderdelen, de
‘backoffice’. De ervaring leert dat er niettemin ook nog veel vragen zijn over de midoffice.
Onderstaande analyse van het fenomeen midoffice kan helderheid verschaffen.
Op woensdag 27 februari heeft Jan Kees de Jager - staatssecretaris van Financiën, verantwoordelijk voor de Belastingdienst - de Tweede Kamer ingelicht over het meest recente probleem bij de Belastingdienst: 730.000 digitale belastingaangiftes inmiddels ingediend, zijn door een fout in het computersysteem onbruikbaar geworden. Als IT-deskundige vraag ik mij dan af hoe dat kan.
Werken met integrale architectuurconcepten is een effectieve manier van beschouwen, analyseren en beschrijven van de totale organisatie. Architectuurdenken helpt je te vergelijken, te meten, routes uit te zetten, te modelleren, te ontwerpen en uiteindelijk om toekomstvast en kosteneffectief een efficiëntere overheid in te richten en onderhouden.
Daan Rijsenbrij draagt drie oplossingen aan voor de problemen bij de Belastingdienst: Een moderne toekomstvaste geïntegreerde architectuur, een rationalisatie van de bedrijfsprocessen en een realistisch transformatiepad. Maar eerst moet er een volwassen IT-Governance komen en dienen de bestaande architectuurschetsen te worden afgestoft.
De rijksoverheid heeft ambitieuze herstructurerings-plannen. Er circuleren ‘managementagenda’s’ waarin topambtenaren zich uitspreken voor verdere samen-werking tussen overheidsinstellingen waarbij het verbeteren van de dienstverlening aan burgers, bedrijfsleven en andere organisaties meer centraal komt te staan. Voor deze doelgroepen moet de interne structuur van de rijksoverheid meer een black box zijn, reden voor een pleidooi om de diverse departementen niet langer eigen logo’s e.d. te laten voeren. Dus op weg naar één overheid? ...
This article offers an overview of steps that have been taken in order to develop e-government in The Netherlands under architectural guiding principles.