Gemeenten, ministeries, provincies, waterschappen en uitvoeringsinstellingen hebben enthousiast gereageerd op het verschijnen van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Inmiddels is een nieuw document verschenen: het Strategiekatern. Hierin wordt een drastische koerswijziging aangekondigd, waarover dan ook een heftige discussie is ontstaan. Velen maken zich daardoor zorgen over het draagvlak onder de NORA. Een analyse.
NORA-standaard
Na een eerste, wat magere versie, verscheen NORA 2.0. In april 2007 werd deze versie NORA 2.0 aan de Staatssecretaris van BZK overhandigd. In deze versie is een architectuur met een heldere opdeling, de negen vlakken, tal van ontwerprichtlijnen (140?), een zestal fundamentele doelstellingen, 20 principes en nog vele andere zaken vastgelegd. NORA 2.0 vormt een stevige basis en houvast voor alle architecten werkzaam bij de Overheid, leveranciers en dienstverleners. En niet onbelangrijk: voor het eerst in de historie lag een groot aantal zaken betreffende de architectuur binnen de Overheid vast. Geen wonder dat vele betrokkenen blij waren met dit document.
Essentie
NORA zorgt ervoor dat overheidsinstellingen diverse uitgangspunten voor het inrichten van de informatiehuishouding delen. Er ontstond een uniformering van de vraag. Dit heeft enorme impact. Leveranciers kunnen zich voor de ontwikkeling van de producten hierachter scharen en kunnen hierdoor leveren wat er door hun klanten wordt gevraagd. De overheidsinstellingen zien op hun beurt weer dat wat zij vragen ook werkelijk te koop is.
Er is ook een groot aantal ‘artist impressions’ van de architectuur beschikbaar. Dit zijn schetsen met een informatiekundige bril van de Overheid. Deze schetsen worden veelvuldig gebruikt. Bijna in iedere presentatie over dit onderwerp komen deze ogenschijnlijk simpele tekeningen, met een weergave van de frontoffice, bedrijfsprocessen en gegevensopslag voor.
De NORA-standaard werd belangrijk omdat zij de essentie van de architectuur van de Overheid verwoordt en omdat alle overheidsinstanties bereid waren met NORA te werken. Alle overheidslagen schaarden zich achter het document en de vertegenwoordigers van vele overheidsorganisaties beschouwden NORA als DE standaard. De staatssecretaris nam de laatste versie van deze standaard in ontvangst en ook de Tweede Kamer was op de hoogte. Naar aanleiding van een onderzoek van de Algemene Rekenkamer heeft de Ministerraad in juni 2008 besloten en in een MR-brief (d.d. 26 juni 2008) aan de Tweede Kamer bekend gemaakt dat ter versterking van de ICT-governance voor alle grote ICT-projecten in de Rijksdienst het opstellen van een Project Start Architectuur (PSA) in lijn met de referentiearchitecturen NORA en MARIJ verplicht wordt. Een breder draagvlak kun je bijna niet krijgen.
Begrip
Lang niet alle managers en bestuurders begrepen het verhaal. Misschien logisch omdat het NORA-document vóór en dóór architecten is gemaakt. Er werd niet massaal overgegaan naar het werken onder architectuur. De voordelen hiervan waren blijkbaar nog onvoldoende voor het voetlicht gekomen. Voordat overheidsorganisaties daadwerkelijk onder architectuur gaan werken, moeten de beslissers begrijpen wat dit fenomeen hen oplevert. De inspanning van vele consultants, architecten, informatiemanagers en het maken en verspreiden van documenten als 'NORA, toelichting voor bestuurders’ zorgden al voor meer begrip bij beslissers en dus een aantal stappen in de goede richting. Op dit terrein is echter nog veel te winnen.
Commentaar op Strategiekatern NORA 3.0
De nieuwe versie van het Strategiekatern van NORA deed mij en vele andere deskundigen schrikken. De algemene kritiek richt zich op het centraal plaatsen van het begrip interoperabiliteit. NORA 3.0 schetst een beeld alsof het kunnen samenwerken van systemen (interoperabiliteit) het na te streven doel is. Het begrip wordt 50 keer genoemd in 33 pagina’s. NORA is naar mijn mening niet gemaakt om de interoperabiliteit te bewerkstelligen maar heeft als doel de dienstverlening te verbeteren en eventueel lastenverlichting te brengen. Daarbovenop levert het een aantal andere zaken zoals verbetering van de transparantie en de betrouwbare overheid. Beslissers binnen de Overheid maar ook burgers en bedrijven staan voor 100% achter deze doelstellingen. Dit is precies een van de redenen waarom NORA 2.0 wordt geaccepteerd.
De interoperabiliteit is een belangrijk middel om bovengenoemde doelstellingen te behalen. Daarnaast zijn echter veel meer zaken nodig om deze doelstellingen te realiseren. De overheidsorganisaties moeten klanten belangrijk vinden en processen en diensten hierop afstemmen, gegevens moeten betrouwbaar zijn of worden, componenten moeten 7X24 uur beschikbaar zijn, etc. Al deze zaken moet de overheid oppakken om de dienstverlening op een gewenst niveau te krijgen. Kortom er is veel meer nodig dan interoperabiliteit om de Overheid haar doelstellingen te laten behalen.
Instanties als het VIAG en tal van andere individuele en in groepen georganiseerde reviewers meldden bovengenoemde kritiek al eerder. De reactie van de Expertgroep Strategie is teleurstellend. Zij herkent zich niet in de belangrijkste commentaren en onderneemt daarom verder geen actie. Naast de zo belangrijke inhoudelijke fundamenten van NORA 2.0 zet de Expertgroep Strategie hiermee ook het draagvlak van NORA op het spel. Architecten, managers en beslissers zullen hun belangen minder in NORA 3.0 herkennen. De eerste geruchten om “dan maar NORA 2.0 te blijven gebruiken” doen de ronde.
Draagvlak NORA
Het lijkt mij verstandiger het Strategiekatern van NORA 3.0 te herschrijven zodat dit aansluit bij NORA 2.0. Daarbij is het belangrijk te realiseren dat de afgeleide producten zoals Marij en GEMMA ook op deze NORA 2.0 zijn gebaseerd. Er is inmiddels ook een concept PETRA (voor provincies) en een voornemen voor een WILMA (waterschappen). Het fundament onder al deze ontwikkelingen dreigt te verdwijnen bij de voorgenomen veranderingen in structuur (katernen) en inhoud (beperking scope tot interoperabiliteit) van de NORA. Hierdoor raken de 'dochters' los van moeder NORA; op termijn verdwijnt daarmee de samenhang in de overheidsarchitectuur, waarvoor nu net de NORA is gemaakt.
Leveranciers ontwikkelen daarnaast hun applicaties ook op deze basis en de daaraan gerelateerde documenten. Een nieuwe versie van NORA 3.0 moet er komen voor verdieping, verduidelijking en aanscherping, maar ook voor aanvulling en actualisering, want ondertussen zijn er tal van nieuw normen en standaarden op ons vakgebied en begint NORA dus ernstige sporen van veroudering te vertonen. Vergeet niet dat het de bedoeling van de opstellers van versie 2.0 was om de NORA voorlopig met een jaarlijkse frequentie te updaten! In het fundamenteel muteren van NORA 2.0 moeten ‘wij’ zeer terughoudend zijn.
Het draagvlak van NORA staat op het spel!!
Mijn advies aan de Expertgroep Strategie en aan de nieuwe organisatie KING, de huidige beheerder van NORA, is dan ook: “Zet niet in op veranderen van NORA maar op verbeteren van NORA!”. Graag zie ik reacties op deze stelling van collega-architecten, managers, bestuurders en andere NORA-gebruikers tegemoet.
Be the first to write a comment
Only registered users can write comments. Please login or register.
Zaakgericht werken is een principe dat een belangrijke rol speelt bij lokale overheden, maar zeker ook breder toepasbaar is. Het heeft veel overeenkomsten met service-oriëntatie. Het basisidee is dat je de diensten die je aanbiedt goed definieert en dat je de bijbehorende service levels bewaakt. Er zijn allerlei architectuurbouwblokken die een rol spelen bij zaakgericht werken zoals zaaksystemen, zaakmagazijnen en Persoonlijke Internet Pagina's. De vraag is echter wanneer de verschillende bouwblokken relevant zijn en hoe ze met elkaar samenhangen. Is bijvoorbeeld een zaakmagazijn noodzakelijk voor het publiceren van de status van vergunningen op Internet? In dit item zet ik alle belangrijke architectuurbouwblokken op een rij en laat hun samenhang zien.
Uitvoerende overheidsorganisaties scoren onder de maat in de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling. Dat knelt vooral nu ons kabinet anno 2008 meer dan zijn voorgangers inzet op interventiebeleid. Zonder een goed beheerd stelsel van uitvoeringsafspraken over informatie-uitwisseling komt de haalbaarheid van dit beleid in gevaar.
De noodzaak van digitale architectuur binnen de overheid wordt steeds nadrukkelijker onderkend. ICT Uitvoeringsorganisatie (ICTU) is druk bezig met de derde versie van NORA, een referentiearchitectuur voor de gehele publieke sector. Daarnaast wordt op specifiekere niveaus binnen de overheid druk gewerkt aan afgeleide referentiearchitecturen zoals MARIJ (voor de Rijksoverheid), PETRA (voor de provincies), GEMMA (voor de gemeentes) en de WILMA (voor de waterschappen). Dit zijn allemaal referentiearchitecturen, oftewel een soort sjablonen waaruit de individuele architecturen voor de verschillende overheidsorganisaties kunnen worden afgeleid.
Daan Rijsenbrij, Marlies van Steenbergen en Paul Laagland
Thursday, 31 December 2009
Hoe zou jij architectuur willen omschrijven?
Fred: “Ik vind het wel handig om de vergelijking te maken met de bouw van een huis. IT-architectuur in een bedrijf is voor mij een conceptuele plaat van een samenhangend stelsel van zaken die in zijn geheel een werkend construct moet zijn. Net als een architectuurplaat een heel huis beschrijft en dan op een manier dat de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het huis zichtbaar is. Je probeert op een zo strak mogelijke manier de gebruikswensen voor het huis te vertalen in een helder conceptueel beeld. Je moet er in kunnen wonen, kunnen slapen, je wilt ook kunnen douchen. Als je dat allemaal een beetje netjes, overzichtelijk ingeregeld wilt hebben, dan ziet dat er zo uit.
Op dit moment zijn van de referentie architecturen voor Nederlandse overheidsorganisaties zowel de NORA als de GEMMA volop in ontwikkeling. Bovendien wordt er gewerkt aan de PETRA, voor provincies en wordt de informatie architectuur voor waterschappen WIA verder uitgewerkt in de WILMA. Samen met de MARIJ voor de rijksoverheid vormen deze referentie architecturen de kaders waarbinnen overheidsorganisaties hun architectuur zouden moeten vormgeven. De vraag is wat een specifieke organisatie, laten we zeggen een doorsnee grote gemeente, hieraan heeft. Wat voegen deze referentie architecturen toe, en vooral ook: wat niet?
Voor u ligt het verslag van het onderzoek naar de vraag “in hoeverre het ontwerp van een ICToplossing kan bijdragen aan een ICT-oplossing die recht doet aan de ambitie en de eisen van de business”. Dit afstudeeronderzoek is verricht in het kader van de Masteropleiding “Business Process Management & IT” van de Open Universiteit Nederland, faculteit Informatica.
Gemeenten worden geconfronteerd met allerlei ontwikkelingen die van invloed zijn op hun informatievoorziening. Belangrijke ontwikkeling in dat kader is de verplichting om bepaalde gegevens nog maar eenmalig uit te vragen en meervoudig te gebruiken. Dit roept allerlei vragen op rondom de noodzakelijke gegevensuitwisseling tussen applicaties en de wijze waarop deze wordt ondersteund door generieke voorzieningen. Kan zoiets als een Gemeentelijke Service Bus hierin ondersteunen en hoe zou een dergelijke voorziening er uit zien? Dit artikel beschrijft het resultaat van een onderzoek in de gemeente Gouda naar een dergelijke voorziening.
NORA, de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur, is vooral bedoeld om de samenhang tussen de relatief onafhankelijke overheidsorganisaties te optimaliseren en de organisatieoverschrijdende ketens te borgen. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke architectuur dient te worden gecoördineerd en beheerd. Meestal benoemen we voor deze functie een Chief Architect, maar in dit geval geef ik de voorkeur aan de titel ‘Digitale Rijksbouwmeester’.
Met al die ANDEZ aanbestedingen ligt de term midoffice bij velen op de lippen. Maar wat is dat eigenlijk,
zo'n midoffice? Sommigen denken (terecht) dat het een technische voorziening is om berichten uit te
wisselen tussen front- en backoffice. Anderen beweren (terecht) dat het primair om het multi-channel
frontoffice gaat (met de kanalen web, telefoon, balie en post). Weer anderen denken (ook terecht) dat een
midoffice iets is om een klantcontactcentrum (KCC) te ondersteunen bij de afhandeling van lichte
bouwvergunningen etc. Wat is het nou?
Er dreigt een groot misverstand rondom de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Van een brede benadering van de architectuur van de Nederlandse overheid, lijken we terecht te komen in een enkel op interoperabiliteit gerichte ontwikkeling. In het “NORA katern Strategie” wordt een enorme versmalling van de intentie en werking van de NORA voorgesteld. De opstellers van dit katern hebben een oproep gedaan om dit document te reviewen. In dit artikel wordt in dat kader gezocht naar de oorzaak van het dreigende misverstand. Ook worden voorstellen gedaan om een drastische inperking van de werking van NORA te voorkomen.
Op 12 januari is op het NORA-Forum de openbare review van het NORA-katern Strategie van start gegaan. In versie 3.0 van NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur) is dit het centrale, verbindende katern. Je kunt nu participeren in de review van dit strategisch katern.
Toen de meeste mensen nog gewoon in een
fabriek werkten, waren er twee soorten medewerkers –
fabrieksarbeiders en kantoorpersoneel. Je droeg al naar gelang je
positie of een ranzige overall, of een schoon overhemd – bij
voorkeur met een hagelwit boordje. Dat was duidelijk.
Toen de dienstensector opkwam, kwam er
behoefte aan een nieuwe tweedeling. De mensen die in de vuurlinie
stonden – de medewerkers met klantcontacten, bijvoorbeeld achter
het loket van een bankfiliaal – werden ingedeeld bij de
frontoffice, en de mensen die op de achtergrond hun werk deden –
medewerkers van de administratieve organisatie en de stafdiensten –
hoorden even vanzelfsprekend bij de backoffice. In de wandelgangen
werd het vaak zo samengevat: de frontoffice verdient het geld, en de
backoffice maakt het op.
Wat zou de midoffice hieraan nog kunnen
toevoegen?
In de discussie over de modernisering van gemeentelijke dienstverlening speelt het
woord ‘Midoffice’ een dominante rol. De term wordt gebruikt als onderdeel van de
gemeentelijke bedrijfsarchitectuur waarbij klantcontacten op een slimme manier gekoppeld
worden aan de verschillende gemeentelijke organisatie-onderdelen, de
‘backoffice’. De ervaring leert dat er niettemin ook nog veel vragen zijn over de midoffice.
Onderstaande analyse van het fenomeen midoffice kan helderheid verschaffen.
Op woensdag 27 februari heeft Jan Kees de Jager - staatssecretaris van Financiën, verantwoordelijk voor de Belastingdienst - de Tweede Kamer ingelicht over het meest recente probleem bij de Belastingdienst: 730.000 digitale belastingaangiftes inmiddels ingediend, zijn door een fout in het computersysteem onbruikbaar geworden. Als IT-deskundige vraag ik mij dan af hoe dat kan.
David Campbell, Robin van 't Wout, Paul van Vlaanderen
Tuesday, 10 April 2007
Dit rapport beschrijft de belangrijkste bevindingen van de evaluatie met de voorbereidende scan van de ADEM op onderzoeksobject de NORA versie 1.0. De algemene indruk bij het document is positief. De NORA bevat die onderdelen welke nodig zijn voor haar doel. Hieronder volgt een beschrijving van de voornaamste bevindingen. De ingevulde evaluatietabellen zijn gesorteerd naar vereiste, gewenste en aanbevolen elementen, bijgevoegd.
Werken met integrale architectuurconcepten is een effectieve manier van beschouwen, analyseren en beschrijven van de totale organisatie. Architectuurdenken helpt je te vergelijken, te meten, routes uit te zetten, te modelleren, te ontwerpen en uiteindelijk om toekomstvast en kosteneffectief een efficiëntere overheid in te richten en onderhouden.
Daan Rijsenbrij draagt drie oplossingen aan voor de problemen bij de Belastingdienst: Een moderne toekomstvaste geďntegreerde architectuur, een rationalisatie van de bedrijfsprocessen en een realistisch transformatiepad. Maar eerst moet er een volwassen IT-Governance komen en dienen de bestaande architectuurschetsen te worden afgestoft.
De rijksoverheid heeft ambitieuze herstructurerings-plannen. Er circuleren ‘managementagenda’s’ waarin topambtenaren zich uitspreken voor verdere samen-werking tussen overheidsinstellingen waarbij het verbeteren van de dienstverlening aan burgers, bedrijfsleven en andere organisaties meer centraal komt te staan. Voor deze doelgroepen moet de interne structuur van de rijksoverheid meer een black box zijn, reden voor een pleidooi om de diverse departementen niet langer eigen logo’s e.d. te laten voeren. Dus op weg naar één overheid? ...
This article offers an overview of steps that have been taken in order to develop e-government in The Netherlands under architectural guiding principles.