Hieronder een eerste poging om commentaar te leveren op het rapport van de Algemene Rekenkamer 'Lessen uit ICT-projecten bij de overheid; deel A'De taalzetting van de Algemene Rekenkamer is nogal diplomatiek. Daarmee bedoel ik: correct, maar alle partijen sparend. Dit heeft als nadeel dat men nog te veel kanten op kan met de observaties en aanbevelingen. Ik bespeur ook in de reactie van de minister dat zij nog niet de echte sense-of-urgency lijkt te voelen. Voorts blijkt uit de lange literatuuropgave bij het rapport dat de Algemene Rekenkamer al vele malen heeft gewaarschuwd voor misstanden die zich hebben voorgedaan bij grote IT-projecten in de overheid. Het effect daarvan is tot nog toe 0,0.
Mijn advies aan de Algemene Rekenkamer: houd op met lief zijn! Leg duidelijker de schuld neer. Hoe vaak is al niet gesteld dat de Tweede Kamer moet ophouden als een verwend kind allerlei zaken te wensen. Wens niet meer dan je eigen portemonnee groot is. Goed nieuws is dat CDA en SP een parlementair onderzoek willen naar IT-projecten bij de overheid. Ik ben razend benieuwd of dat er werkelijk komt en of dan de onderste steen boven zal komen.
Hoe kan een groot project dat aan het mislukken is weer op de rails worden gezet?
De volgende stappen:
1. De hoogste opdrachtgever geeft onomwonden, en plein publique, toe dat het project daadwerkelijk is mislukt.
2. Een extern bureau (niet zijnde een bouwer/provider) neemt voor een periode van ongeveer zes maanden het roer over met volledige bevoegdheid, carte blanche dus.
3. Dat bureau zet een zeer ervaren projectleider neer met duidelijk mandaat en installeert een eigen, extern projectbureau.
4. Na dat halfjaar wordt het project weer teruggegeven aan de organisatie met duidelijke richtlijnen om het op de rails te houden.
Het moeilijkste hierbij is punt 1. Ik heb zelden een politicus/hoge ambtenaar schuld zien bekennen. Er wordt altijd een beetje om de hete brij heen gedanst.
De Algemene Rekenkamer onderscheidt drie soorten actoren (zeg maar key p_layer_s): de minister, de Tweede Kamer en de ICT-leveranciers. Ik mis daarbij de
(digitale) architecten. Belangrijker dan een goede relatie tussen opdrachtgever (i.c. de minister) en de ICT-leverancier(s), vind ik de relatie tussen de opdrachtgever en de architect. Ik zie bij de overheid nauwelijks digitale architecten die worden vertrouwd door de opdrachtgever. Er worden dealtjes afgesloten tussen opdrachtgever en ICT-leveranciers. Die laatsten, zoals de Algemene Rekenkamer ook in haar rapport weergeeft, houden er soms hun eigen agenda op na. Dit wordt mede gestimuleerd omdat de overheid op een te vrijblijvende manier werk uitbesteed (zwak opdrachtgeverschap).
De Algemene Rekenkamer stelt expliciet dat boven genoemde drie partijen elkaar gevangen houden in soms te hoge ambities, daar ben ik het roerend mee eens. Zet daarom die
digitale architect er tussen. Een opdrachtgever wenst vaak een droomkasteel, een bouwer/ICT-leverancier heeft soms de neiging een kaartenhuis te leveren. De architect zit daar tussen in en zorgt voor een bruikbaar, maakbaar product met een gezonde dosis beleving (lees Menselijke Maat).
De Algemene Rekenkamer stelt voorts dat je de spiraal van steeds hogere ambities zou kunnen doorbreken door de minister daar nadrukkelijker op aan te spreken. Bij een juridisch conflict staat de rechter echter meestal aan de kant van de zwakste partij, de sterkste partij had de ander moeten voorlichten/adviseren/helpen op het rechte pad te blijven. Daarom zou ik zeggen dat je de spiraal doorbreekt door de ICT-leverancier explicieter verantwoordelijk te maken voor het resultaat. Zo concreet zelfs dat zij in de toekomst weigeren om al te complexe dan wel overambitieuze zaken aan te nemen. Trouwens als je het _object_ief bekijkt zijn de grote IT-leveranciers toch op z'n minst medeschuldig aan de ontstane situatie bij de overheid, of niet soms?
Ik vind het heel goed dat de Algemene Rekenkamer in paragraaf 1.2 het lawaai in Trouw aan de kaak stelt. Je kunt toch niet op grond van gedateerde gegevens, uit een andere cultuur een metriekencircus optuigen aangaande software engineering en daaruit conclusies trekken over opdracht-/projectmanagementachtige zaken. De beide hoogleraren waarop Trouw zich _base_ert hebben wellicht hun sporen verdiend in software engineering en _embed_ded systems, maar bij mij weten nog nooit wat gedaan op het gebied van projectmanagement. Hun conclusies zijn ge_base_erd op drijfzand. Trouw had dat moeten natrekken!
Overigens denk ik dat de omvang van de mislukte overheidsprojecten ergens ligt tussen de calculatie in Trouw en de schatting van de Algemeen Rekenkamer. Ik vermoed dat de
Trouw-hoogleraren nogal onnauwkeurig en weinig wetenschappelijke bezig zijn geweest. Aan de andere kant denk ik dat de Algemene Rekenkamer niet ver genoeg heeft gekeken. In zijn column, getiteld '
Hulp gevraagd bij inventarisatie' van 16 november vraagt Chris Verhoef niet voor niets of een ieder hem informatie wil sturen over de grote mislukte IT-projecten bij de overheid. De lijst is nog lang niet compleet en er is een groot interpretatieverschil in wat
gelukt en wat
mislukt is. De overheid doet het wellicht rooskleuriger voorkomen dan het in werkelijkheid is.
Ik vind bijlage 1 '
Overzicht van conclusies, aanbevelingen' te summier verwoord. Het rapport is beter dan deze bijlage. Dit is jammer. Te meer daar veel beleidsmakers wellicht dit belangrijke rapport niet echt lezen, maar alleen de samenvatting en bijlage 1.
De opmerking van de minister dat zij het vervolgonderzoek afwacht, vind ik onbegrijpelijk. Gaan wij nog zes maanden zitten wachten met het aanpakken van de grote problemen bij de overheidsautomatisering?
Als ik de vijf belangrijkste
succesfactoren mag noemen die ik in de praktijk ben tegen gekomen bij grootschalige automatisering:
1. Heldere, eenvoudige, zakelijke IT-Governance.
2. Digitale Architectuur.
3. Zakelijk opdrachtgeverschap.
4. Opdeling van programma's en projecten. Sturing op basis van een zakelijke business case en benefit tracking.
5. Duidelijk auditschema; 5 soorten auditinstrumenten: voor, tijdens en na het project.
Ik vind het jammer dat er geen maatregelen zijn opgesomd voor de korte termijn (lees: direct ingaand!). Of komt dat pas in rapport B over een half jaar?
Mijn persoonlijke filosofie luidt dat je eerst de kraan dicht draait alvorens te beginnen met dweilen. Wat betekent dit:
1. Zakelijke audits wellicht onder de supervisie van de Algemene Rekenkamer, waarvan de resultaten worden gepubliceerd op de externe website van de Algemene Rekenkamer.
2. Verbetering opdrachtgeverschap, door een aantal personal IT-coaches neer te zetten bij de belangrijkste opdrachtgevers binnen de overheid.
Voor de middellange termijn (lees: binnen een halfjaar!) zou ik de volgende maatregelen nemen:
1. Opzetten/afstoffen van de IT-Governance, inclusief een CIO gepositioneerd in het ministerie van Algemene Zaken.
2. Opzetten van een volwassen architectuurfunctie, inclusief een
Digitale Rijksbouwmeester (zie
http://www.via-nova-architectura.org/forum/view-
5.html) ook gepositioneerd in het ministerie van Algemene Zaken.
3. Inrichten van Shared Services Centra voor de overheid (evt. joint ventures met providers). De overheid is groot genoeg om niet te hoeven outsourcen
Ik begrijp trouwens niet dat er zo weinig aandacht in het rapport wordt geschonken aan
de noodzaak van digitale architectuur. Zonder digitale architectuur zal de overheid nooit als een geheel kunnen gaan functioneren.
Ook vind ik dat er te weinig concrete opmerkingen over de te zwakke IT-Governance in het rapport worden geplaatst. In sommige situaties zie je bij de overheid een zeer groot aantal stuurgroepen over elkaar heen en is het niet meer duidelijk waar de echte besluitvorming plaats vindt. Ook zie ik soms een te grote macht bij zogenaamde stafafdelingen, waardoor de voortgang van een project wordt belemmerd/gefrustreerd.
Als ik de verschillende IT-producten en documenten van de overheid analyseer, krijg ik het gevoel dat er zeer capabele (IT-)professionals werkzaam zijn bij de overheid maar dat het mist aan regie. Die zou moeten worden hersteld met externe hulp. Ik vind het daarom weinig realistisch dat Jan Kees de Jager in een interview met Computable (16 november 2007, pagina 17) stelt geen externe regieorganisatie te willen opzetten om de Belastingdienst uit de problemen te halen. Ongetwijfeld heeft de Belastingdienst vele, uiterst competente professionals. Zij zijn echter zo ondergesneeuwd door de bestaande gang van zaken en gevangen in het politieke spel van het moment, dat het nauwelijks doenbaar is om het roer resoluut om te gooien. Daar is echt externe assistentie voor nodig. De Belastingdienst, in het bijzonder haar IT-functie, moet weer terug van horizontale, collegiale besluitvorming naar verticale, hierarchische aansturing. Anders is geen deugdelijke IT-Governance te implementeren.
Het zou overigens een zeer interessante exercitie zijn de observaties en aanbevelingen van het rapport van de Algemene Rekenkamer eens toe te passen op het Toeslagensysteem dat bij de Belastingdienst op 1 januari 2009 operationeel dient te zijn. Dit is een uiterst politiekkritisch systeem.
--------------------------------------------------
--------------------------------------------------
----
Bijlage: kleine inhoudelijke opmerkingen in het rapportIn plaats van de opmerking op pagina 4 '
ICT is geen quick fix voor een probleem', had ik neergezet '
ICT is geen oplossing voor een business probleem, op z'n hoogst een meer efficiente invulling'.
Op pagina 6 had ik expliciet neergezet dat de gevolgschade van mislukte projecten ook aanzienlijk is. Om te transformeren naar een slankere, meer flexibele overheid is een weloverwogen applicatielandschap nodig. Het uitstellen daarvan kost heel veel geld.
Op pagina 12 wordt een ICT-project duidelijk gedefinieerd. Gezien de opdracht van de Tweede Kamer had ik wel verwacht dat de Algemene Rekenkamer ook grote outsourcingsdeals in haar beschouwing zou hebben meegenomen. Ik heb de indruk dat de Algemene Rekenkamer dat niet heeft gedaan. Ik vraag mij af wat daar de reden voor is?
De opmerking op pagina 20 dat ICT-systemen relatief rigide zijn, vind ik onbegrijpelijk. Software is flexibeler dan beton. Dus, mits goed en
onder architectuur geconcipieerd, kan een informatiesysteem uiterst adaptief zijn.
De opmerking op pagina 21 dat men last heeft van de snelle ontwikkelingen in het vakgebied, in het bijzonder de technologische mogelijkheden, is geen enkel argument voor mislukte IT-projecten.
Een goede digitale architectuur borgt immers toekomstvastheid. Dus er zou hier moeten staan dat bij de overheid de architectuur nog onvoldoende op toekomstvastheid wordt gevalideerd.
Onderaan diezelfde pagina staat dat standaard software een oplossing is om complexiteit te reduceren. Dit hoeft niet waar te zijn. Juiste modularisatie of componentisering kan complexiteit reduceren. Standaard software zorgt dat de software sneller en vaak tegen betere kwaliteit kan worden geimplementeerd.
Op pagina 22 wordt gewag gemaakt dat sommige zaken voor alle burgers tegelijkertijd moeten worden uitgevoerd. Dit is niet complex, maar massaal. Daar zijn andere oplossingsmogelijkheden voor, die veel simpeler zijn dan het reduceren van complexiteit.