Daan Rijsenbrij heeft in zijn forumartikel een kritische beschouwing gegeven over NORA, een referentie informatiearchitectuur over de samenhang en samenwerking tussen en binnen de Nederlandse elektronische overheid.
Op een aantal van de door hem genoemde kritiekpunten wil ik graag ingaan aan de hand van een van NORA afgeleide informatiearchitectuur.
In het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), zijn kortweg gezegd, de gemeenten verantwoordelijk geworden voor het organiseren van een deel van de thuiszorg. Mede t.b.v. de hiermee gepaard gaande nieuwe administratieve- financiele en bedrijfsprocessen is op basis van NORA hiervoor een startinformatiearchitectuur ontwikkeld.
In dit ontwerp is een startarchitectuur als volgt gedefinieerd:
"De startarchitectuur is een denkkader. Het is een eerste aanzet om inzichtelijk te maken hoe de Wmo op verschillende niveaus samenhangt.
Tevens
"Een startarchitectuur: beschrijft op pragmatische en realistische wijze de (keten) processen, de wenselijkheden / mogelijkheden tot (landelijke) standaardisatie van gegevens, gegevensmodellen en berichtenverkeer."
En dient primair drie doelen:
Gemeenschappelijke taal, inzicht in functionele (on)mogelijkheden, aanreiken van technische " bouwblokken"
(uit nota startarchitectuur, CapGemini 2005)
Bovenstaande definities legt de focus op drie aspecten: communicatie met de omgeving en het centraal stellen van het proces en een "gemeenschappelijke taal"
In essentie is hier in mijn opinie de kern van een architectuur neergezet. Het is daarom vooral de_script_ief bedoeld. Een goede i-architectuur maakt allereerst duidelijk: "hoe de vork in de steel zit", hoe informatiestromen, processen en verantwoordelijkheden zich verhouden tot elkaar. Toch zijn er wel degelijk pre_script_ieve elementen te benoemen. Ik zal daar later nader op ingaan.
Laten we eerst eens schematisch weergeven hoe de processen en communicatielijnen er in de Wmo uitzien:
http://www.pyrrho.info/contextwmo.mht Dit schema maakt direct duidelijk hoe complex de informatiestromen zijn, die in het kader van de Wmo moeten worden gestandaardiseerd en geautomatiseerd. Een dergelijk schema schetst is eerste instantie de samenhang tussen de verschillende actoren en is een onmisbaar gegeven voor de daarop ge_base_erde architectuur.
De Wmo geprojecteerd op de NORA levert onderstaande schematische voorstelling van de architectuur op:
http://www.pyrrho.info/norawmo.mhtDeze startarchitectuur focust dus op de maatregelen die de gemeente moet treffen om de dienstverlening aan de burger mogelijk te maken. Bijvoorbeeld het maken van prestatieafspraken met ketenpartners over de kwaliteit van dienstverlening of het inrichten van procesbewaking, zodat ook binnen een acceptabele termijn een voorziening wordt verstrekt aan de hulpvrager. Een gemeenschappelijk denkkader (zoals deze startarchitectuur wordt getypeerd) helpt de gemeenten, naar mening van de auteurs, om adequate en in eerste instantie pragmatische, technisch werkbare oplossingen te realiseren. Deze oplossingen zijn per gemeente verschillend, omdat ook de uitgangssituatie per gemeente verschilt. Een startarchitectuur hoort daarom generiek, maar, waar mogelijk, zo flexibel mogelijk te worden opgezet.
Anders gezegd een startarchitectuur vertrekt paradoxaal genoeg niet vanuit een start-, zeg maar beginsituatie, maar biedt een theoretisch en flexibel kader binnen een staande infrastructuur. De feitelijke situatie is immers, dat er allerlei functionele informatiesystemen operationeel zijn binnen de bij de uitvoering van de Wmo betrokken sectoren (gemeenten, zorgaanbieders, belastingsdienst etc.).
Er is dus sprake van zeer aanzienlijke "sunk costs" en softwareleveranciers die die systemen leveren zijn daarmee effectief actoren in de communicatieketen te noemen. Zij dienen er immers voor te zorgen, dat de systeemsoftware tijdig wordt ge-update, aangepast aan de nieuwe functionele eisen en uitgerold en dat personeel dat met de implementatie van de nieuwe systemen belast is, wordt geschoold en begeleid.
Daan Rijsenbrij vindt dat het bedrijfsleven niet vertegenwoordigd is, met het betrekken van de softwareleveranciers, dat moge op zich juist zijn, maar met bovenstaande heb ik trachten aan te geven dat het betrekken van de softwareleveranciers wel degelijk zeer belangrijk is in het ontwerp van een architectuur vanuit van overheidswege opgelegde en te implementeren wet- en regelgeving.
Waar de overheid wel pre_script_ief zou moeten zijn is in het opleggen van standaarden en daarmee het creeren van een gemeenschappelijke taal. Niet voor niets is "eenheid van taal" een hoofddoelstelling van de startarchitectuur Wmo. Een simpel gegeven als het hanteren van dezelfde berichtstandaarden, definities en coderingen is al moeizaam genoeg tot stand te brengen.