CONTENT
Terug naar community
Magazine
Proceedings
Blogs
Master thesis
Zoeken
THEMES
The CIO speaks
The architect answers
The business decides
Effect of architecture
SOA
BPM
Methods
Principles
Financial services
Public sector
Health sector
Most popular items
 
 
Via Nova Architectura forum
Welcome, Guest
Please Login or Register.    Lost Password?
Go to bottom Post Reply Favoured: 0
TOPIC: Re:NORA 2.0
#36
NORA 2.0 4 Years, 5 Months ago  
NORA 2.0, uitgekomen op 25 april 2007 (te downloaden vanaf http://www.e-overheid.nl/data/files/architectuur/ NORAv2_0.pdf), is een indrukwekkend document. Het lijkt een waardevolle eerste stap om te komen tot een echte geintegreerde overheidsarchitectuur. Na een eerste vluchtige blik heb ik echter een aantal vragen en kanttekeningen. Mijn opmerkingen zijn niet zo zeer bedoeld als kritiek op het onderhavige werk, maar zijn meer bedoeld om de volgende versie van de NORA meer waarde te geven. Wellicht dat jullie als lezers van Via Nova Architectura met mij daarover kunnen discussieren.

NORA 2.0 geeft al enig inzicht hoe de e-overheid eruit kan gaan zien. Maar NORA 2.0 is vooral een verdienstelijke opsomming van infrastructurele elementen/voorzieningen, 'bouwstenen' genoemd. Vraag is echter hoe de inventarisatie van deze bouwstenen is gedaan? Welke systeemtheoretische overweging ligt aan deze opsomming ten grondslag? Is deze opsomming limitatief?

NORA is de afkorting voor Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Ik heb echter mijn twijfels of we hier wel te maken hebben met een zuivere referentiearchitectuur. Volgens mij spreek je over een referentiearchitectuur als je een soort sjabloon maakt voor de architecturen van artefacten die een grote mate van gemeenschappelijkheid hebben. Dus bijvoorbeeld een referentiearchitectuur voor ziekenhuizen, voor onderwijsinstellingen of voor gemeenten. Er is slechts een Nederlandse overheid, dus waarom daarvoor een referentiearchitectuur opstellen. Voorts blijkt dat een groot aantal zaken nader dienen te worden gedetailleerd. Ik zou daarom liever spreken van een overkoepelende/kaderzettende architectuur. Een architectuur waarin de focus ligt op de onderlinge gegevenscommunicatie en de uniforme communicatie tussen burger/bedrijf en een overheidsorganisatie. Dat hoeft geenszins te leiden tot een 'megalomane directieven blauwdruk', zoals op pagina 67 wordt gesteld.
Wellicht is wat op pagina 21 bedoeld wordt met modelarchitectuur wel een referentiearchitectuur!
Het is de vraag of er voor dat een overheidsarchitectuur wordt opgesteld eerst niet een architectuur voor de digitale samenleving hoort te worden geschetst, waarin de NORA past, en die tevens infrastructurele voorzieningen schetst voor een e-samenleving die door de overheid wordt gefaciliteerd.

De subtitel voor en door architecten komt op mij enigszins vreemd over. Dat geldt wel voor een zuivere referentiearchitectuur, maar niet voor een kaderzettende architectuur.
Trouwens als NORA 2.0 slechts bedoeld is voor vakgenoten, dan begrijp ik niet dat het onderhavige document niet wat compacter is geformuleerd. Het document dat bestaat uit 178 pagina's met een groot aantal bijlagen is veel te omvangrijk voor een overzichtelijke architectuurbeschouwing. Ik hoop dat een volgende versie veel toegankelijker wordt gestructureerd. Uitdunnen van het hoofdverhaal lijkt niet zo moeilijk. Ik zou alle geschiedenis over de totstandkoming, historische overwegingen en theorieen naar bijlagen verplaatsen. Het overgebleven hoofdverhaal dient vervolgens veel consistenter en systematischer te worden geformuleerd. Veel teksten worden nu herhaald door een 'verkeerde' opbouw van het document. Ook zie ik een te verhalende stijl in plaats van zakelijk formulerend. Een concreter verhaal is zeer gewenst omdat op pagina 18 staat dat de NORA als 'inkoopvoorwaarde' wordt gehanteerd bij aanbesteding van diensten en werken.
In bijlage I staan de definities. Deze opsomming is veel te summier. Belangrijke begrippen als architectuur, principe, stakeholder, concern, component, bouwsteen, overzichtskaart en subsidiariteitsprincipe ontbreken. Terwijl triviale begrippen als attribuut, begrip, bericht, data, eigenschap wel worden gedefinieerd. Hopelijk wordt in een volgende versie van de NORA deze bijlage wat beter ingevuld.

De opdrachtformulering door de Directeur innovatie en informatiebeleid openbare sector van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op pagina 2 luidt: 'verbetering van overheidsdienstverlening en administratieve lastenverlichting met steun van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur en doorontwikkeling van de electronische overheid'. Dit k_link_t niet echt als een opdrachtformulering voor een architectuuropdracht. De zinsnede op pagina 28 een (architectuur)schets voor een e-overheid die diensten verleent aan burgers, bedrijven en instellingen, onafhankelijk van tijd, plaats en kanaal met zo min mogelijk administratieve lasten voor betrokkenen k_link_t al iets concreter.
In de tekst onder die opdrachtformulering staat dat de NORA een groot aantal 'inrichtingsprincipes' bevat die overheidsorganen kunnen toepassen bij projecten en programma's die gericht zijn op het ontwikkelen van de hoogwaardige dienstbare overheid. Ik heb grote problemen met het woordje kunnen. Bovengenoemde directeur onderstreept daardoor jammer genoeg de vrijblijvendheid van dit architectuurdocument. Op de pagina's 21 en 22 staan trouwens zeven gebruiksdoelen van de NORA waarbij zes van de zeven het woord kunnen bevat. Dat k_link_t allemaal erg vrijblijvend. Ook bij DigiD op pagina 28 staat weer kunnen gebruik maken. Het lijkt alsof de opstellers van dit document bij alles een slag om de pols willen houden.
In diezelfde alinea van pagina 2 lees ik dat door de principes van de NORA te hanteren samenhang in de bouw en inrichting van de (elektronische) overheid ontstaat. Is dit hoop of is dit gevalideerd?
Als laatste opmerking over deze tweede pagina heb ik moeite met de uitspraak dat vanuit het bedrijfsleven, vertegenwoordigd door ICT~Office (zie ook de tweede inzet op pagina 20), ook wordt gepleit voor de voortgang op de met de NORA ingeslagen weg. Ik heb altijd begrepen dat het ICT~Office de belangenvereniging is van IT-leveranciers. Dus de bouwers die de architectuur moeten gaan gebruiken. Zij hebben alleen belang als bouwer/leverancier, niet als bedrijf in de rol van klant. Ik zou hen niet willen vereenzelvigen met het bedrijfsleven, dat de artefacten dient te gebruiken die onder die architectuur worden gebouwd. Op pagina 12 vind ik de opmerking dat commentaren en suggesties verwerkt zijn die aangedragen zijn door (private) ICT bedrijven en adviesbureaus. Ik mis echter de inbreng van onafhankelijke architecten uit het echte bedrijfsleven, zie ook de auteursopsomming van NORA versie 2.0 op pagina 178. Ik ben zeer benieuwd wat de toegevoegde waarde is geweest van IBM en Microsoft in de door ICT~Office ingestelde reviewgroep (zie pagina 179). Ik dacht dat dergelijke technische competenties niet tot het niveau van de NORA dienden te horen zoals eerder in het NORA-document is gesteld.

Bij de totstandkoming van de NORA, zie figuur 3 op pagina 19, zie ik nergens de inbreng van de belangrijkste stakeholders: burger en bedrijf. Gebruikmaking van de BurgerServiceCode lijkt mij niet voldoende om dat te compenseren. Erger nog, bij het reviewproces, figuur 4 op pagina 19, zijn deze stakeholders ook niet betrokken. Het lijkt wel alsof de architecten hebben gedacht: wij weten wel wat goed is voor die burgers, dat gaan wij hen niet zelf vragen. Bij figuur 5 op pagina 20, bestuurlijke borging NORA, komt bij mij spontaan de afgezaagde grap naar boven: een kameel is een paard ontworpen door een commissie. Er is echt een digitale Rijksbouwmeester nodig om de e-overheid op slagvaardige wijze te realiseren.

De NORA gebruikt, zie pagina 62, de architectuurdefinitie van IEEE, een vreemde mix van een de_script_ieve en pre_script_ieve benadering. Modellen zijn de_script_ief; principes zijn pre_script_ief. Maak dat onderscheid dan ook duidelijk in het NORA-document. Persoonlijk heb ik altijd wat moeite met het woord fundamenteel in deze definitie. Wat wordt er wetenschappelijk gezien bedoeld met fundamenteel. En waar vind ik in de NORA die fundamentele opbouw?
Verder op deze pagina wordt architectuur wat vlotter gedefinieerd als bestaande uit ontwerpprincipes, modellen en gezichtspunten. Ik kan echter nergens de verschillende gezichtspunten vinden die in de NORA worden gebruikt.
Vervolgens wordt gesteld dat deze definitie ook toepasbaar is op de applicatiearchitectuur. Dit is een begrip dat nog niet eerder voorkwam. Ik neem aan dat dit niet hetzelfde is als projectarchitectuur of projectstartarchitectuur. Overigens zijn geen van deze drie begrippen terug te vinden in de definitielijst.
De hierarchie van (referentie)architecturen in figuur 29 op pagina 63 is voor mij onduidelijk, wellicht door het gemis van een legenda. Ik meen hieruit wel te mogen concluderen dat de eerder door mij voorgestelde architectuur voor de digitale samenleving jammer genoeg geen rol speelt.

Kortom het zou goed zijn bij de volgende versie van de NORA de puntjes wat meer op de 'i' te zetten. In een volgende aflevering van deze forumdiscussie zal ik proberen wat meer inhoudelijk in te gaan op de NORA.

Post edited by: architectuur, at: 2007/08/19 01:03
 
Logged Logged  
  The administrator has disabled public write access.
#37
Re:NORA 2.0 4 Years, 5 Months ago  
Architectuurprincipes

Dit tweede commentaar op NORA 2.0 gaat nader in op de architectuurprincipes. Deze beschouwing is noodgedwongen steekproefsgewijze en zeker geen limitatief commentaar op alle architectuurprincipes. Wellicht zijn een aantal van mijn uitlatingen onjuist omdat ik uit het document van NORA 2.0 nog onvoldoende de achterliggende denkwijze kan destilleren. Uit jullie commentaar, beste lezers, hoop ik die onjuistheden (onderbouwd) te vernemen.

Eerste vraag: wat verstaat NORA 2.0 eigenlijk onder een principe? Dit staat jammer genoeg niet in de definitielijst. Maar op pagina 16 onderaan en pagina 17 bovenaan kunnen wij het volgende lezen: 'Architectuur zorgt voor deze samenhang door in overleg met betrokkenen te werken aan het opstellen van gemeenschappelijke ontwikkel- en bouwafspraken. We noemen deze afspraken 'architectuurprincipes' of kortweg principes. De NORA geeft de actuele stand van deze gemeenschappelijke bouwafspraken weer. Een deel van de architectuurprincipes wordt verder geconcretiseerd door standaarden'.
Ik vind deze formulering iets te vaag. Ik zou in de onderhavige context een duidelijk onderscheid willen maken tussen business principes, architectuurprincipes, bouwprincipes en transformatieprincipes. Het gescheiden lijsten van deze verschillende soorten principes en het aangeven van hun eventuele onderlinge relaties schenkt veel duidelijkheid en inzicht.
Op pagina 21 wordt gesteld: 'De NORA bevat inrichtingsprincipes voor de electronische overheid. Waar nodig worden deze met modellen nader toegelicht en wordt verwezen naar (inter)nationale standaarden'. Ook het begrip 'inrichtingsprincipe' staat niet in de definitielijst. Zou dit hetzelfde zijn als architectuurprincipe? Overigens neem ik aan dat met 'modellen' wordt bedoeld '_meta_modellen'. Even verder op deze pagina staat een nadere toelichting: 'De inrichtingsprincipes hebben betrekking op diensten, werkprocessen, berichtformaat, gegevensdefinities, infrastructuur, privacy- en beveiligingsaspecten'.

Bij mijn volgende opmerkingen houd ik mijn definitie van architectuur in het achterhoofd; architectuur is een coherente, consistente verzameling van principes die de ontwerpruimte inperkt, geconcretiseerd in regels, standaarden en richtlijnen, zie: http://www.digital-architecture.net.

De NORA heeft twee niveaus van principes: 20 fundamentele principes (hoofdstuk 3) en daarvan afgeleid 136 concrete, inhoudelijke principes (de hoofdstukken 5 tot en met 9). Hoofdstuk 4 is bedoeld om de afbeelding van de fundamentele principes naar de afgeleide principes te verklaren.

De 20 fundamentele principes staan opgesomd op de pagina's 59, 60 en 61. Zij schijnen het antwoord te zijn op de vele, deels impliciet geformuleerde concerns en de eisen die uit de vele documenten uit Europa, over (de gewenste governance van de) NL overheid, van bedrijven en over burgers. Het zou de overzichtelijkheid ten goede komen om deze concerns meer concreet te formuleren. Een eerste commentaar op de fundamentele principes geeft mij de volgende indruk:
- Het lijkt mij verstandig om P1 en P2 samen te trekken en krachtiger te formuleren.
- P3 zou veel specifieker moeten worden geformuleerd. Als de essentie is no wrong door, dan lijkt er een overlap te zijn met P1 + P2.
- One stop shopping in P4 gaat veel verder dan logische bundels en heeft veel te maken met de een-loket-gedachte die reeds bij P3 stond vermeld. Voorts k_link_t P4 nogal vrijblijvend.
- In P5 zit een nuttig principe.
- P6 is een nuttig principe, maar mag wel wat daadkrachtiger worden geformuleerd.
- P7 lijkt meer op een functionele eis dan op een architectuurprincipe.
- P8 is een belangrijk, klantvriendelijk, duidelijk principe.
- P9 lijkt een functionele eis, die nogal triviaal k_link_t.
- P10 lijkt meer een business principe dan een architectuurprincipe.
- P11 tot en met P16 zijn functionele eisen.
- P17 kan een architectuurprincipe zijn.
- P18 is een functionele eis, lijkt mij.
- P19 is geen architectuurprincipe, maar een bouwprincipe.
- P20 lijkt mij een business principe.
Kortom, de lijst van 20 fundamentele principes bevat vogels van nogal verschillende pluimage. Ik vraag mij tevens af hoe de verdeling in de 6 groepen is ontstaan? Ligt hier een systeemtheoretische beschouwing aan ten grondslag? Is deze indeling wel orthogonaal? En zijn de fundamentele principes per groep wel limitatief opgesomd?

In hoofdstuk 4 staat het architectuurraam werk, figuur 30 op pagina 64, centraal. Langs de verticale as is een indeling in drieen gemaakt. Onder het kopje 'informatiearchitectuur' is zowel het informatieverkeer als het applicatielandschap begrepen. Een minder gelukkige keuze in dit geval. Bij de uitwerkingen in hoofdstuk 6 worden deze twee sublagen ook steeds separaat behandeld. De horizontale as geeft de mogelijkheden 'wie', 'wat' en 'hoe'. Ik begrijp niet waarom deze indeling hier gebruikt wordt. Is dit een poging om de artefacttypen op te sommen per architectuurlaag? Zit hier een soort 'white box' 'black box' gedachte achter? Ik zou graag de relatie willen zien met de architectuurdefinitie van IEEE 1471 in figuur 28, in het bijzonder het begrip fundamenteel in deze definitie. Zijn er verticale/diagonale relaties tussen de cellen van deze matrix? Ik begrijp niet waarom in de aspectrichting 'service gerichte architectuur' staat vermeld (eigenlijk is het correcter om te spreken over services gerichtheid, service gerichtheid is verkoophouding en geen ontwerpparadigma). Maar hoort daar eigenlijk niet zoiets te staan als 'constructie' of 'adaptiviteit' waarbij services-gerichtheid een van de mogelijke invullingen kan zijn (zie immers tweede zin op pagina 68). Ik zou trouwens de aspectrichting liever uitbereiden naar mijn Vitruvius++-indeling die ik heb gegeven in de update op mijn oratie: http://www.digital-architecture.net.
Er zijn twee doeleinden voor raamwerken: inventariserend en controlerend op coherentie en consistentie. Voorts zou er nog een derde soort raamwerk kunnen worden onderscheiden waarmee de transformatie van architectuur, via ontwerp naar de bouw wordt begeleid, bijvoorbeeld het IAF van Capgemini. Het is duidelijk dat de NORA het raamwerk gebruikt om te inventariseren. Het zou daarom raadzaam zijn om een gebruikshandleiding toe te voegen hoe dit raamwerk verder dient te worden ingevuld. Ik kan daar niet goed hoogte van krijgen als ik blader door de hoofdstukken 5, 6 en 7.

In hoofdstuk 5 wordt nader ingezoomed op de bedrijfsarchitectuur. Dit levert 41 principes op. Hiervan zijn velen geen zuivere principes, maar functionele eisen of enigszins vage statements. Bijvoorbeeld principe 5.1.1: Overheidsorganisaties zijn soevereine deelnemers binnen de e-overheid. Dit is een belangrijk business principe dat nader dient te worden geconcretiseerd om voor die betreffende overheidsorganisatie bruikbaar te zijn. Ik zou graag wat regels, standaarden en richtlijnen zien die dit principe SMART maakt, zodat validatie mogelijk wordt.
Ook had ik aan het einde van dit hoofdstuk graag een X-ref gezien tussen de afgeleide principes en de 20 fundamentele principes, met een verklaring waarom slechts 12 van de fundamentele principes van invloed zijn op de business architectuur. De business architectuur hoort immers leidend te zijn voor de architectuur van de onderliggende architectuurlagen.

In hoofdstuk 6 worden de principes behandeld die de ontwerpruimte van de informatiehuishouding bepalen. Als ik de fundamentele principes die worden gebruikt voor de bedrijfsarchitectuur samenneem met degene die voor de informatiearchitectuur worden gebruikt, blijven er nog steeds ongebruikte fundamentele principes over. Dat is toch vreemd? Ook hier geldt weer dat velen geen zuivere principes zijn. Bijvoorbeeld principe 6.1.1.1: De uitvoering van processen gebeurt door een maximale inzet van ICT, lijkt mij in het digitale tijdperk toch wel vanzelfsprekend. Dit kan toch niet echt worden aangeduid met een principe. Voorts vraag ik mij af hoe maximaal maximaal is. En waarom staat principe 6.1.1.5 over workflowmanagement niet bij de bedrijfsarchitectuur.
Ik zou liever zien dat de principes van deze architectuurlaag worden gerelateerd aan de principes in de bedrijfslaag, in plaats van aan de fundamentele principes.

Hoofdstuk 7 geeft een opsomming van de principes in de technische architectuur.
Principe 7.1.1: Met in achtneming van het belang van beschikbaarheid, interoperabiliteit en beveiliging, zijn overheidsorganisatie relatief vrij in het kiezen van technische componenten. Dit heeft nog niet helemaal de klank van een principe. Hoe 'vrij' is trouwens 'relatief vrij'.

Het is merkwaardig dat in hoofdstuk 8 (beheer) geen principes staan geformuleerd die de ontwerpruimte inperken ten behoeve van een effectieve en efficiente governance. Tenzij er van wordt uitgegaan dat de principes voor deze aspectdimensie al staan bij de artefacten die in de hoofdstukken 5, 6 en 7 zijn behandeld. Alleen zou dat dan ook moeten gelden voor die andere aspectdimensie 'Beveiliging en Privacy', daar tel ik echter nog 30 principes.

Na de hoofdstukken 5 tot en met 9 door te hebben gescand zijn er, als ik mij niet vergis, nog 4 fundamentele principes die geen aanleiding hebben gegeven tot afgeleide principes, teweten P6, P7, P10 en P11. Hoe kan dat?

Recapitulerend:
De systematiek achter het opstellen van de architectuurprincipes is mij niet geheel duidelijk. Welke (kwaliteits)aspecten worden door de architectuurprincipes geadresseerd? Wat zijn de bronnen van de architectuurprincipes? Ik bedoel, waar ligt hun bestaansreden. Op welke artefacten hebben de principes impact. Ik mis een expliciete X-ref tussen de principes en de overzichtskaarten. Ik zou graag een visualisatie willen zien van de principes. Ik bedoel plaatjes waarin de werking van principes is te zien of waarin de werking is aan te duiden. Ik mis een overzicht van de principes die met elkaar op gespannen voet kunnen staan. Ten slotte mis ik een concretisering van de principes in regels, standaarden en richtlijnen.

PS: In bijlage F, principes NORA, staan enkele essentiele opmerkingen die eigenlijk in hoofdstuk 3 behoren te worden geplaatst. De paragraaf F5.1, overzicht principes, is nuttig, maar ik zou liever ook een echte X-ref willen zien tussen fundamentele principes en afgeleide principes. Een X-ref tussen onderliggende eisen en fundamentele principes zou gedeeltelijk het gebrek aan een expliciete opsomming van concerns kunnen compenseren, hoewel ik dan nog de expliciete relaties met stakeholders mis. Hopelijk dat in een volgende versie een betere balans tussen de hoofdstukken 3 tot en met 9 en de bijlage F kan worden gevonden.
 
Logged Logged  
  The administrator has disabled public write access.
#39
Re:NORA 2.0 4 Years, 5 Months ago  
Allereerst wil ik even reageren op een aantal opmerkingen van Daan Rijsenbrij, waarna ik zal ingaan op een aantal persoonlijke constateringen.

Op een aantal plaatsen in zijn commentaar spreekt Daan Rijsenbrij over het onderscheid tussen functionele eisen en principes. Ik vraag mij sterk af in hoeverre zo'n onderscheid wel gemaakt kan worden. Mijns inziens hebben zij meer met elkaar gemeen hebben dan dat zij verschillen. Principes kun je decomponeren tot lager gelegen principes, die je op een bepaald niveau richtlijnen zou kunnen noemen. Deze richtlijnen zijn zo specifiek geworden dat ze direct in een programma van eisen kunnen worden opgenomen. De decompositie van principes leidt tot een hele keten van principes die in feite een doel-middel hierarchie vormen. Het hoger gelegen principe is daarmee een eis en het onderliggende principe de oplossing. Deze doel-middel hierarchie van principes lijkt wel verdacht veel op de doel-middel hierarchie die je ook in eisen kunt onderkennen. Het belangrijkste verschil tussen principes en eisen zijn dan ook mijns inziens dat eisen gelden voor een specifiek systeem en principes gelden voor dan een systeem (een klasse van systemen).

Daan Rijsenbrij geeft aan graag een onderscheid te willen zien in business principes, architectuurprincipes, bouwprincipes en transformatieprincipes. Mijns inziens is deze classificatie net zo vaag als het onderscheid tussen fundamentele principes en architectuurprincipes. Aansluitend bij mijn vorige opmerking zou ik liever het onderscheid zien in decompositieniveau's. Het hoogste niveau is dan wat NORA de fundamentele principes noemt. De onderliggende niveau's worden steeds gedetailleerder en gaan op een zeker moment over een specifiek aspectgebied: business, applicatie, infrastructuur. Dit aspectgebied zou je als voorvoegsel voor het principe kunnen hanteren. Overigens zie je hierin ook het onderscheid tussen verschillende stakeholders terugkomen; lager gelegen principes worden steeds specialistischer.

Ik sluit mij aan bij de opmerkingen van Daan Rijsenbrij rondom het SMART formuleren van principes. Gegeven de gelijkenis met eisen is dit ook niet verwonderlijk; daar is dit reeds een welbekende best-practice. Overigens gaat daar mijns inziens ook het belangrijkste werk inzitten bij het formuleren van princpes. Uiteindelijk gaat het erom dat principes kernachtig maar toch specifiek genoeg zijn om uitdrukking te geven aan de intentie achter het principe. Dit is een proces van verfijning waar vaak meerdere iteraties en feedback van anderen voor nodig zijn om tot het uiteindelijke resultaat te komen.

Dit brengt mij tot de opmerkingen op de NORA principes, waarbij ik met name heb gegeken naar hoofdstuk 6 aangezien dat mijn eigen expertisegebied is. Wat mij met name opvalt is de mate waarin motivatie en implicaties van principes zijn gedefinieerd. Zij worden niet expliciet onderscheiden, maar zijn simpelweg samengevat in een toelichting bij het principe. Hierdoor is het lastig te begrijpen waar het principe op ge_base_erd is (zie ook opmerking van Daan Rijsenbrij omtrent ontbreken van X-ref matrix). Daarnaast is het lastig om in te zien wat de precieze impact van principes is, terwijl het doel van architectuurprincipes nu juist is om veranderingen in kaart te brengen of te stroomlijnen.

Een ander punt wat mij opvalt is dat veel principes op algemene best-practices lijken (bijv. "Elk gegeven kent een eigenaar en een beheerder"). Enerzijds verbaast me dat niet; veel organisaties worstelen met generieke problemen. Anderzijds vraag ik me af dit soort algemeenheden nog voldoende toegevoegde waarde hebben; vrijwel iedereen zal het met je eens zijn. Ik zou ervoor willen pleiten om te komen tot een algemene catalogus van principes waarin deze principes verwoord zijn en waar anderen aan kunnen refereren. Specifieke architecturen kunnen zich dan richten op organisatie-specifieke problemen en specifieke keuzes die organisaties maken. Dit zorgt er ook voor dat architecturen beter toegankelijk worden: algemeenheden kunnen worden weggelaten.

Een andere constatering is dat een aantal principes meer op een definitie of een uitleg lijken dan op een principe. Een principe als "Complexe services mogen gebruikmaken van eenvoudige services" lijkt uiteindelijk niet meer te zijn dan de definitie van een complexe service: dat is er een die is samengesteld uit andere services. Een andere is: "Services zorgen voor een losse koppeling tussen gebruiker en leverancier"; dit is nu eenmaal een inherente eigenschap van services. Overigens vallen deze principes ook grotendeels onder mijn vorige opmerking: ze zijn algemene best-practices en definities van een service-architectuur.
 
Logged Logged  
  The administrator has disabled public write access.
#40
Re:NORA 2.0 4 Years, 5 Months ago  
Ik zie in de inleidende opmerkingen van Danny een aantal zaken waar ik het niet geheel en al mee eens ben, maar die niet alleen gelden voor de NORA:
1. In tegenstelling tot Danny vind ik het essentieel een onderscheid te maken tussen functionele eisen en principes.
Hoewel hij wel terecht opmerkt: Het belangrijkste verschil tussen principes en eisen zijn dan ook mijns inziens dat eisen gelden voor een specifiek systeem en principes gelden voor meer dan een systeem (een klasse van systemen).
2. De classificatie in business principes, architectuurprincipes, bouwprincipes en transformatieprincipes is absoluut niet vaag en erg essentieel voor een goed architectuurdocument.
3. Zijn opmerking over decompositieniveaus is uitermate essentieel, maar als hij spreekt over de specifieke aspectgebieden 'business, applicatie en infrastructuur', hebben wij toch een verschil van benadering. Dit zijn geen aspecten, maar subsystemen.

Ad 1: Net zoals Vitruvius ben ik van mening dat architectuur dient om artefacten professioneler te ontwerpen. Vitruvius onderscheidde daarbij de kwaliteitskenmerken: schoonheid, bruikbaarheid en duurzaamheid (de verschillende vertalingen van de Latijnse termen die in de tekstboeken staan hebben zo af en toe wat andere bewoordingen, maar komen toch ongeveer hiermee overeen). Voor de digitale wereld (sommigen van jullie noemen dat de IT-wereld, anderen weer de e-wereld), zouden dat de kwaliteitskenmerken zijn: beleving, structurering en constructie. Zoals ik in de update van mijn oratie (http://www.digital-architecture.net/oratie/ update.doc) reeds aangaf, zou ik dit drieluik willen uitbreiden met twee extra kwaliteitskenmerken: het duo security & privacy en het duo governance & compliancy. Omdat de wereld van Vitruvius nog niet zo onveilig en hectisch was als de onze heeft Vitruvius deze kwaliteitskenmerken niet onderkend, naar ik aanneem. Deze vijf superkwaliteitskenmerken duid ik vaak aan met Vitruvius++.
Wat opvalt in mijn tekst hierboven is dat ik principes zie als de bron van veel kwaliteitskenmerken, daarom noem ik de Vitruvius++ kenmerken soms superkwaliteitskenmerken.
In een functioneel ontwerp onderscheidden wij vroeger functionele eisen en kwaliteitseisen (ik meen mij te herinneren dat Theo Bemelmans die laatste categorie in het begin prestatie-indicatoren noemde). Functionele eisen gaan over 'wat' het systeem moet gaan doen, bijvoorbeeld het afhandelen van hypotheekaanvragen. De kwaliteitseisen geven aan met welke snelheid (afhankelijk van het communicatiekanaal), welke gebruiksvriendelijkheid en welke betrouwbaarheid om maar een paar kwaliteitskenmerken te noemen. Dat onderscheid tussen functionele eisen en kwaliteitseisen is zeer essentieel op het niveau van de functionele specificatie, maar is ook op de hogere niveaus te onderkennen. Zo is het mogelijk twee systemen die totaal verschillende zaken afhandelen, bijvoorbeeld een factureersysteem en een betaling van zorgtoeslag, onder dezelfde architectuur te ontwerpen en bouwen. Dat is ook wat Danny bedoelt in zijn toelichtende zin over een klasse van systemen.

Ad 2: Principes zijn richtinggevende uitspraken die de vormgeving of het functioneren van een systeem voorschrijven (pre_script_ieve architectuur).
Het businessgebeuren heeft dergelijke principes. Bijvoorbeeld het business principe op de Radboud Universiteit dat als slechts een van de studenten van een Mastervak aangeeft geen Nederlands te spreken, de docent verplicht is in het Engels te doceren. Dat is een belangrijk en verstrekkend business principe. Doch dit business principe is absoluut geen architectuurprincipe, het beperkt de ontwerpruimte van de digitale artefacten op geen enkele wijze. Een business principe als de een loketgedachte, dat onderdeel is van het derde fundamentele principe in NORA 2.0, leidt wel tot een architectuurprincipe, namelijk de splitsing in front office en back offices, met mogelijke mid offices. In mijn architectuurwerk kom ik vaak deze twee soorten business principes tegen: zij die leiden tot architectuurprincipes en zij die dat niet doen. Vele van de business principes die ik zie bij NORA 2.0 leiden absoluut niet tot architectuurprincipes.

Ad 3: Met decompositieniveaus bedoelt Danny dat principes, subprincipes, subsubprincipes, etc, etc worden geordend als boomstructuren. De wortels van die bomen zijn mijn Vitruvius++ aspecten en de bladeren van die bomen zijn regels, standaarden en richtlijnen waaraan de ontwerper zich dient te houden. Deze boomstructuren werken op de digitale artefacten waaruit het systeem bestaat. Zeg maar de componenten en hun onderlinge relaties die worden genoemd in de architectuurdefinitie 1471 van IEEE, waarvan de NORA uitgaat. Deze artefacten kunnen worden geordend naar hun scope (enterprise, domein, informatiesysteem en digitale werkruimte, zie de bovengenoemde update op mijn oratie) en de subsystemen (business, informatie, applicatie en technische infrastructuur).
Omdat de uiteindelijke regels die voortkomen uit verschillende wortels met elkaar in conflict kunnen zijn (bijvoorbeeld regels aangaande gebruiksvriendelijkheid die voortkomen uit de beleving en regels aangaande passwoorden die voortkomen uit de security), dienen deze conflicten op het juiste niveau in de boomstructuren te worden onderkend. Dit kan alleen met goede decompositieniveaus.

Nu de zaken waar Danny en ik volledig op de zelfde golflengte zitten.

a. Danny's persoonlijke constateringen, toegespitst op hoofdstuk 6, dat de principes veel gedetailleerder dienen te worden geformuleerd om de bruikbaarheid van de NORA te vergroten.
Het zou goed zijn dat als huiswerk te zien voor het team dat NORA 3.0 gaat formuleren. Dit geldt ook voor het SMART maken van de principes waar Danny mij in bijvalt.

b. Zijn pleidooi om te komen tot een algemene catalogus van zaken die te maken hebben met het professioneel formuleren van een architectuur en het daarop volgend ontwerp. Dit zou een mooie uitdaging zijn voor het onderhavige E-Magazine 'Via Nova Architectura'.

c. Ook zijn opmerkingen over de constructie, het gebruik en het beheer van services zijn mij uit het hart gegrepen. Een beschouwing over services-management hoort in de NORA beslist niet thuis, maar in een notitie over hoe je zakelijk en professioneel met het hele bouwwerk van services hoort om te gaan. Hier geldt hetzelfde als bij punt b: een uitdaging voor dit E-Magazine.
 
Logged Logged  
  The administrator has disabled public write access.
#43
Beschouwing van NORA principes 4 Years, 5 Months ago  
Mark Paauwe " This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it

Inleiding
Bij deze mijn beschouwing over de geformuleerde principes in NORA.

Ik heb met veel interesse het NORA-document en de bijdragen op dit forum van Daan Rijsenbrij en Danny Greefhorst gelezen. Ik wil met deze inbreng van mijn hand een constructieve bijdrage leveren aan de verbetering van principes in NORA. Dit naar aanleiding van het feit dat ik van vele kanten hoor dat men het lastig vindt om de principes van NORA te begrijpen, te gebruiken of de impact ervan in te zien.

Het beschouwen van NORA-principes leverde bij mij een beeld op van globale wensen en eisen en functionele specificaties die als principe zijn opgeschreven. Daarmee mist het NORA-document de nodige harde principes van een juist abstractieniveau.
Ook ontbreekt het in mijn ogen aan diverse categorieen voor principes. Waarmee voor deze ontbrekende categorieen geen principes zijn onderkend in NORA.

Ik geef in deze bijdrage hier allereerst mijn eigen zienswijze op principes, daarna geef ik aan wat ik in NORA over principes ben tegengekomen, ik sluit af met verbetervoorstellen voor enkele NORA-principes. Want NORA is hard nodig.

Een zienswijze op principes
In het Enterprise Architectuur-promotieonderzoek dat ik uitvoer op de Radboud Universiteit hanteer ik momenteel de volgende, in de praktijk ontwikkelde en getoetste, definitie voor principe:

Een principe is een wetmatigheid in een (mogelijk) systeem. Een principe is een constructieve waarheid of een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid (P probability > 0.8) die altijd waar is binnen een bepaalde context, periode, situatie en abstractieniveau van beschouwing. Een principe duidt de fundamentele werking aan of een werkend beginsel van een (mogelijk) systeem. Een principe is altijd onderdeel van een concept of een stijl. Een principe is een kenmerk van een systeem.

Een principe zelf is geen functionele specificatie, uitgangspunt, requirement, eis, wens of doelstelling. Het rekening houden met een principe of het willen implementeren van een principe binnen een bepaalde context kan wel een uitgangspunt, requirement, eis, wens of doelstelling zijn.

Waarom houden we ons eigenlijk bezig met principes? Met het waarnemen, achterhalen, onderkennen of herkennen van een principe is het mogelijk om er voldoende rekening mee te houden als we iets willen veranderen binnen een bepaalde context.

In de onderstaande tabel staan de mogelijke attributen (niet limitatief) van een principe weergegeven:


Principe attributen

(Nr, Label, Value)

1. Een unieke id -
Vanwege de miljoenen principes in een enterprise architectuur dienen principes een unieke identificatie te hebben.

2. Naam -
Een kort statement van een tot tien woorden die duidelijk maken wat de context en werking van het principe is. Bijvoorbeeld: zwaartekracht of gedigitaliseerde werkprocessen

3. Concept of stijl verwijzing -
Een principe is altijd onderdeel van een concept of stijl. Een concept is een gestructureerde, planmatige of systematische werkwijze. We maken onderscheid in concepten en stijlen voor constructie, ontwikkeling en verandering. Voorbeelden van gangbare stijlen zijn Service Orientatie, Component orientatie, Proces Orientatie, Project Orientatie, Data Orientatie, Event Orientatie, Engine Orientatie en Taakgericht werken.

4. Omschrijving of literatuur verwijzing -
De formulering van de naam en de omschrijving van een principe komen nogal nauw. De context waarbinnen het principe geldt en de periode en abstractieniveau waarin het principe geldig is, dient duidelijk te worden afgebakend.

Omdat een principe een waarheid betreft, zijn woorden zoals mogen, willen, kunnen, zouden en moeten niet gewenst in de naam of omschrijving. De formulering van een principe dient stellend te zijn. De formulering dient ultimo een oorzaak-gevolg relatie te beschrijven maar dient minimaal een volledige entiteiten-relatie te beschrijven.

De omschrijving van een principe gaat in op het mechanisme of de werking van het principe.

De omschrijving van een principe is S.M.A.R.T.

5. Situatie-type -
We maken onderscheid in vier situatie-typen principes: AS-IS principles, Plateau1-principles, TO-BE principles en Envision-principles.

Een AS-IS-principle is een principe dat zich in de huidige situatie (heden - 1 jaar) daadwerkelijk voordoet, waarmee men er verstandig aan doet er rekening mee te houden.

Een plateau 1-principle is een principe dat zich tijdelijk voordoet (1 -2 jaar).

Een TO-BE-principle is een principe dat zich in de toekomstige situatie (3-5 jaar) zal gaan voordoen, realistisch en haalbaar is, waarmee men er verstandig aan doet er in de toekomst rekening mee te houden.

Een Envision-principle is een principe dat zich in de verre toekomst zal gaan voordoen, maar voor de AS-IS, Plateau1 en TO-BE situatie onrealistisch is.

6. Effect-type -
We maken onderscheid in twee effect-type principes: true-principles en false-principles.

Een true-principle is een principe waarvan het handhavingmechanisme effectief is, en zorgt voor de handhaving van het principe.

Een false-principle is een principe waarvan het handhavingmechanisme faalt, en daarmee het principe niet wordt gehandhaafd.

7. First-principle [Ja/Nee] -
Iedere stijl en ieder concept heeft een kern (van waarheid, of waar het om draait) die door middel van een principe kan worden geformuleerd. Dit principle is het first principle. Van alle concepten en stijlen die in een architectuur worden gebruikt dient het first principle te worden geformuleerd.

8. Status -
We maken onderscheid in de volgende status-overgangen met bijbehorende status van een principe: voorstellen, kandideren, in overweging nemen, onderkennen.

9. Bron -
Voorbeelden van bronnen van principes zijn: de natuur, ervaring, een door de industrie ontwikkelde technologie, een best practice, een bewezen concept.

De bron voor een principe is nooit een wens, eis, requirement of doelstelling. Het eisen van een bepaalde kwaliteit is wel een aanleiding om een bepaalde principe te willen of te moeten implementeren.

10. Rationale -

11. Kwaliteiteisen -
De kwaliteiteisen (zie ISO 9126, Quint II) die worden gesteld door belanghebbenden van een systeem vormen de reden dat met een principe rekening gehouden moet worden of dat een principe geimplementeerd dient te worden.

12. Voordelen /nadelen -
Het voordeel of nadeel van een principe maakt dat men kan onderbouwen waarom dit principe nodig is of bijdraagt aan het realiseren van de gestelde kwaliteitseisen.

13. Handhaving-mechanisme -
Dit is nodig om het principe binnen een bepaalde context altijd te kunnen af te dwingen. Voorbeelden van handhavingmechanismen voor principes zijn: toezicht, controle, sociale druk, beloning en bestraffing en dwingende structuren.

14. Implementatie impact -
Wat dient er te worden aangepast om een principe waar te laten zijn in een context.

15. Context -
Voorbeelden van contexten waar een principe voor kan gelden zijn: systeem, systeemonderdeel, organisatie, onderneming, instelling, organisatiedomein, project, proces, product


Een voorbeeld van goed geformuleerde omschrijving op basis van de zienswijze van een principe is:
Het digitaliseren van een werkproces bij een gemeente zorgt voor een hogere kwaliteit/beschikbaarheid van dienstverlening, indien de dienstverlening van het werkproces afhankelijk is.
Dit principe noemen we een: true AS-IS principle. Dit principe is namelijk waar gebleken voor deze context bij zeer veel gemeenten en zal de komende jaren ook waar blijven zijn.

Een voorbeeld een ander goed geformuleerde omschrijving van een principe is:
Alle werkprocessen bij de gemeente X zijn gedigitaliseerd in 2010.
Dit principe noemen we een false TO-BE principle, als het niet daadwerkelijk zo is in 2010. Het is dan nodig om een handhavingmechanisme in te stellen. Een principe kan dus false zijn terwijl het goed geformuleerd is. Het is dus nodig ook de andere attributen van principes, dan de omschrijving, te weten.

Een voorbeeld van een doelstelling of eis dat ten onrechte als principe wordt geformuleerd is:
Diensten moeten SMART beschreven worden.
Het probleem met dit principe is dat de formulering ervan niet stellend is. Het betreft hier geen principe maar een eis. Iemand heeft hier een keuze mogelijkheid en dat is niet goed. Beter zou zijn om het principe als volgt te formuleren:
Het SMART beschrijven van diensten geeft voordelen zoals... of Overheidinstanties beschrijven hun diensten altijd SMART.

Een ander voorbeeld van een doelstelling of eis dat ten onrechte als principe wordt geformuleerd is: De klant wordt op een persoonlijke manier benaderd.
Het probleem met dit principe is dat het niet duidelijk is wie de klant op een persoonlijke manier benaderd en wat dat als gevolg heeft, of waarom dat dit een gevolg is van iets anders (zie het attribuut omschrijving van een principe). Beter zou zijn om het principe als volgt te formuleren: Een persoonlijke benadering van de klant vergroot het adequaat en efficient vervullen van de behoefte van de klant.

NB: Het verdient aanbeveling in geval van architectuurontwikkeling eerst de constructiestijlen, ontwikkelstijlen en veranderstijlen in beeld te brengen, daarna de bijbehorende constructieconcepten, ontwikkelconcepten en veranderconcepten, en pas daarna de bijbehorende constructieprincipes, ontwikkelprincipes en veranderprincipes te achterhalen.

Het is weinig zinvol de principes los van elkaar te achterhalen (zonder ze te groeperen in concepten en stijlen), omdat er dan te weinig zicht is op volledigheid van principes.

Het is op deze wijze dan ook veel eenvoudiger om visualisaties van modellen te maken die uiting geven aan de geformuleerde principes.

Over NORA
De NORA referentie architectuur bevat volgens de auteurs (inrichtings)principes en daarbij behorende modellen die kunnen worden toegepast in projecten en programma's die gericht zijn op het ontwikkelen van de hoogwaardige dienstbare overheid.

Het NORA document maakt melding van 140 'principes'. Maar wat zijn dan 'principes' volgens NORA? Men geeft helaas geen definitie.

In het document worden verschillende typen principes geintroduceerd: architectuurprincipes, inrichtingsprincipes, fundamentele principes, (detail) principes, interne principes, etc...

Het blijft echter onduidelijk wat met 'inrichting' wordt bedoeld als voorvoegsel van principe. Het lijkt erop dat men met 'inrichting' indeling of organisatie bedoelt (Van Dale, red.). En waar komende de modellen vandaan? Zijn de modellen afgeleid van de principes? Of zijn het populaire ontwerp- en bouwstijlen of "concepten die men wil toepassen?

In het document staat ook een 'status'-indeling voor principes: De jure-principe, E-overheids-principe en Intern principe.

Het wordt niet duidelijk waarom en hoe men voor de indeling heeft gekozen. Als we naar deze drie deling kijken, dan zou je in mijn ogen logischerwijs deze indeling volledig kunnen maken met:

***************************

1. Extern (Overheidsinstantie) Principe
  • Overheid-principe of De jure-principe

  • Burger-principe

  • Bedrijven-principe

  • E-overheid-principe*

  • E-burger-principe

  • E-bedrijven-principe

2. Intern (Overheidsinstantie) Principe*
  • Bedrijfsvoering-principe

  • Informatiehuishouding-principe

  • IT-Infrastructuur-principe

***************************

Deze indeling laat in mijn ogen ook zien welke categorie van principes we missen in dit document.

De principes zijn in het NORA-document gegroepeerd conform figuur 30, het architectuurraamwerk. Echter is dit denk ik een arbitraire indeling. De gebieden die ik mis zijn bijvoorbeeld:
  • Financien, Tijd, Middelen, Overheid, Burger en Bedrijven bij de business architectuur
    Organisatie, Informatieproducten, Informatiediensten
  • ,
  • Informatieprocessen, Overheid, Burger en Bedrijven bij de informatie architectuur
  • Organisatie, Overheid, Burger en Bedrijven bij de technische architectuur

Ik denk dat er voor het overheidsbedrijf, de informatievoorziening en IT-Infrastructuur generieke referentiemodellen gebruikt dienen te worden die vollediger zijn dan wat men hier heeft gebruikt. Zie bijvoorbeeld SWTA (Services Wide Technical Architecture) voor een domeinindeling van IT-Infrastructuur.

Als we vanuit deze geschetste zienswijze over principes in bovenstaande paragraaf kijken naar de principes die zijn geformuleerd in NORA, dan treffen we globale wensen en eisen aan die nog moeten worden doorvertaald naar de benodigde principes. Hiervoor ontbreken echter de noodzakelijke concrete kwaliteiteisen en kwaliteitsaspecten in het document.

De formulering van de principes laat op diverse plekken te wensen over.

De NORA-principes zou ik willen klassificeren als wens-principes of 'false Envision "principles'. Het zijn namelijk principes die nog moeten gaan gelden in de toekomst waarvan het handhavingsmechanisme nog niet 'in place' is. Waarbij ik de NORA-principes alleen in een hele verre toekomst realiseerbaar en haalbaar acht.

Uit welke ontwerpconcepten of bouwstijlen de principes (als waarheden) afkomstig zijn kan ik niet herleiden in het NORA-document.

Het is in mijn ogen verkeerd om wensen en eisen te gebruiken als uitgangspunt voor het formuleren van principes zoals NORA schrijft. Zie paragraaf 4.4 op pagina 72 in het NORA-document. Op deze pagina wordt een vreemde draai gemaakt. Een uitgangspunt is een veronderstelling die men aanneemt (Van Dale, red.), de gestelde wensen en eisen en functionele specificaties zijn dit (meetbaar) niet. Dus waarom kiest NORA voor deze aanpak?

Men gaat hierdoor voorbij aan de haalbare en realistische werkelijkheid van alle dag en de echte principes waar men bij het ontwerpen en bouwen van een systeem rekening mee moet houden.

Bijvoorbeeld: Stel dat burgers, ondernemers en politie in Nederland als hebben eis hebben dat er geen winkeldiefstal meer plaatsvindt, dan zou NORA het volgende (wens)principe formuleren: in de winkels in Nederland wordt er niet meer gestolen.
Dit k_link_t goed, maar het echte principe dat men had moeten formuleren is: zichtbaar camera's ophangen in winkels, foto's van dieven plaatsen en potentiele dieven aanspreken op hun afwijkende gedrag werkt preventief voor winkeldiefstal. Dit is namelijk een principe (wetmatigheid) dat waar is gebleken te zijn de afgelopen jaren en hoogstwaarschijnlijk ook waar zal zijn de komende jaren. Het geschetste NORA-(wens)principe is dit niet.

Verbetervoorstellen voor de NORA-principes
Hieronder staan een aantal principes van NORA voorzien van een verbetervoorstel, op basis van de geschetste zienswijze in de tweede paragraaf. De formulering van de principes die zijn gegeven is aangescherpt. De principes zijn echter nog niet allemaal op het juiste abstractieniveau. Dit komt omdat de huidige principes als vertrekpunt zijn genomen.

NORA-principe Commentaar Verbetervoorstel
De functies van overheidsorganisaties zijn inzichtelijk Dat vinden ze denk ik bij veel overheidsorganisaties een utopie. Volgens welk concept is dit een werkend beginsel of eigenschap van een mogelijk systeem?
Overzichtelijke functies van overheidsorganisaties zorgen voor...

of

Alle primaire kerntaken van de overheidsorganisaties hebben geen onnidge overlap zijn inzichtelijk als een keten voor burger, medewerker en bedrijf en overheid per 2020.
overheidsorganisaties werken binnen de e-overheid samen Hoeveel overheidsorganisaties doen al iets met NORA?

Wederom: afkomstig uit welk concept?
Vanaf 2020 werken de meeste overheidsorganisaties samen binnen de e-overheid om ....
diensten moeten SMART beschreven worden Hoe groot is de prioriteit hiervan?

Het woord moeten in een principe, haalt het principe onderuit.
Overheidsinstanties beschrijven hun diensten SMART waarmee...

Of

Per 2020 zijn de meeste diensten bij de meeste overheidsinstanties SMART beschreven.
Bij de overheid bent u nooit aan het verkeerde adres Het is volgens mij een utopie om dit te stellen.
Wat je wilt, is altijd geholpen worden, ook al ben je aan het verkeerde adres.
Alle overheidsinstanties hebben de instelling om u niet weg te sturen naar een ander loket, maar om u te helpen bij het loket waar u aanklopt, zodat u zich als burger beter geholpen voelt en vaker naar de overheid zal gaan.
Burgers krijgen een unieke, digitale identiteit met het BSN Een BSN kan een unieke identiteitsaanduiding zijn, maar je kunt als overheid geen identiteiten verstrekken.
Iedereen die in Nederland woonachtig is, verblijft, of wordt aangetroffen heeft of krijgt per 01/01/10 een (tijdelijk) BSN toegewezen ipv een Sofi nummer. Dit is bij wet geregeld.
De klant wordt op een persoonlijke manier benaderd De begeleidende tekst bij dit principe gaat niet over het gaat niet over het 'waarom', de 'werking', of het 'doel' van dit principe. Daarnaast is men bij de meeste overheidorganen niet in staat gebruik te maken van de gegevens die men al heeft van de klant. Dat probleem zit hem overigens niet in de automatisering, maar juist in de besturing van de IT.
Een persoonlijke benadering van de klant vergroot het adequaat en efficient vervullen van de behoefte van de klant.
Diensten via Internet: Organisaties in het publieke domein verlenen hun diensten aan burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen via het Internet (elektronisch loket) en stimuleren het gebruik van dit kanaal.
Wat is de periode? Welke diensten betreft het?
Wat is het voordeel om internet hier te noemen? Het gaat hier om digitale of elektronische dienstverlening, en daar is internet niet randvoorwaardelijk voor.
Het begrip kanaal of medium is niet gedefinieerd. Alle overheidsorganisaties bieden per 2010 een basispakket van digitale dienstverlening aan burgers aan. Dit doet men via een website op het internet, maar ook via mobiele telefonie en digitale TV. Dit zorgt voor een hogere kwaliteit van dienstverlening van de overheid.

De huidige NORA-principes gaan volgens mij over een werkelijkheid die we op de hele lange termijn wellicht ooit zullen kunnen realiseren.

Zo dienen in mijn ogen alle principes van NORA te worden getoetst tegen de richtlijnen voor het formuleren van een principe. Ook dient men een volledigere lijst te maken met categorieen voor de te achterhalen principes. Tenslotte zouden de principes in concepten en stijlen moeten worden gegroepeerd. Ook dient het abstractieniveau van de principes te worden aangepast.

Het mogen immers geen functionele specificaties zijn, maar dienen te gaan over een te hanteren stijl of concept. Bijvoorbeeld: Het aanbieden van digitale dienstverlening door de overheid aan burgers op basis van service orientatie levert hogere flexibiliteit op voor de werkprocessen. Dit is een voorbeeld van een principe op het juiste abstractieniveau die laat zien welke bouwstijl we op dit moment zien als een juist bouwstijl.

Een principe wordt (buiten de IT) vaak gehanteerd als zijnde aan automatisme, structurele werking van een systeem of wetmatigheid. Zo zijn er boeken geschreven over natuurprincipes, logistieke principes en marketing principes die laten zien hoe de wereld werkt en hoe mensen in elkaar steken. Deze boeken gaan niet over een natuurkundig plan, logistiek plan of marketingplan. Ik krijg de indruk dat NORA een plan is en nog geen verzameling van principes. Maar dat moet het wel worden.

De formulering van een principe is iets geheel anders dan de formulering van een wens of een eis.

Bestaat NORA nu uit principes of uit globale wensen en eisen en functionele specificaties?


Download mijn bijdrage hier als word-document: http://www.markpaauwe.com/nora

Post edited by: mpaauwe, at: 2007/08/31 14:24

Post edited by: mpaauwe, at: 2007/08/31 14:31

Post edited by: mpaauwe, at: 2007/08/31 14:35
 
Logged Logged  
  The administrator has disabled public write access.
#44
Re:Beschouwing van NORA principes 4 Years, 5 Months ago  
Met veel belangstelling en waardering heb ik de uiteenzetting van Mark gelezen. Het is duidelijk dat Mark en ik een licht andere kijk hebben op principes. Maar dat was wel duidelijk voor de kenner die Dragon 1 wel eens heeft vergeleken met mijn collegedictaat (http://www.digital-architecture.net).
Toch hebben Mark en ik heel veel gemeen als we de digitale architectuur in zijn volle omvang beschouwen. Het was daarom te verwachten dat wij beiden (zie ook mijn antwoord op de bijdrage van Danny Greefhorst) tot de conclusie komen dat NORA 2.0 meer weg heeft van een soort globale specificatie dan van een architectuur.
Een architectuur is een coherente en consistente verzameling van principes die de ontwerpruimte van een artefact in de digitale wereld inperkt. Door die inperking zal de juiste keuze van principes leiden tot complexiteitsreductie. Een globale specificatie is een opsomming van eisen en wensen omtrent (digitale) functionaliteiten. Dit zijn echt verschillende soorten documenten!

Voortbordurend op mijn eerste bijdrage in dit forumonderwerp, wil ik nog benadrukken dat ik sterk de indruk krijg dat dit document bottum up is ontstaan (vanuit bepaalde oplossingsbouwblokken). Dat is geen probleem, maar het wordt ook nog eens bottom up gepresenteerd.
Ik mis een expliciete visie op de gewenste toekomstige digitale samenleving. Ik mis de daarin passende visie op de gewenste toekomstige digitale overheid. Deze visies zouden de belangrijkste bron dienen te zijn van de architectuurprincipes. Daarnaast zijn er natuurlijk nog de concerns, het ecosysteem en de bestaande situatie die onder andere tot additionele architectuurprincipes aanleiding kunnen geven.

P.S. Hoe meer ik door NORA 2.0 lees, hoe meer ik de indruk krijg dat deze interessante problematiek zeer geschikt zou zijn als illustratiemateriaal bij colleges over digitale architectuur aan universiteiten. Het is dan echter wel nodig dat het document beter wordt gestructureerd. Ik hoop dan ook van harte dat NORA 3.0 wordt uitgegeven door een commerciele uitgever die een professionele redactieslag uitvoert.
 
Logged Logged  
  The administrator has disabled public write access.
Go to top Post Reply
Get the latest posts directly to your desktop -> get the latest posts directly to your desktop