|
| |
| |
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? (0 bezoeker)
Favoriet: 0
|
|
|
TOPIC: Re:De Digitale Rijksbouwmeester?
|
|
|
|
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? 4 Jaars, 7 Maands ago
|
|
|
Bouten doet een voorstel voor het opstellen, naar analogie van de Nota Ruimtelijke Ordening, van een politiek beoordeelde en voorgestemde visie op de inrichting van Nederland als informatiemaatschappij. Ja! Concreet en praktisch gaat hij daarmee verder dan hoe enkele jaren geleden Informatieverkeer in publiek domein (Ictu, 2004, p. 123) in die richting wees, te weten: "Denkt iemand [...] serieus dat de elektronische overheid van/voor een veranderlijke, pluriforme samenleving per blauwdruk gaat werken? Die informatiearchitectuur draagt, wat zij ook is, een compleet ander karakter. Dat is wellicht niet eens zo slecht vergelijkbaar met een nationaal plan voor ruimtelijke ordening (dat immers ruimer is dan verordening van de gebouwde omgeving volgens stadskundig ontwerp, respectievelijk dan aparte gebouw'architectuur')." Niet eens zo slecht? Het is inderdaad zelfs prima vergelijkbaar. Dus, ja, ik ben het op mijn beurt van harte met Bouten eens. Ik heb niet eens een aanvulling, maar slechts enkele opmerkingen. Waarom sluiten we voorlopig niet de discussie over de Digitale Rijksbouwmeester? Rijsenbrij verdient alle eer voor zijn hernieuwde aanzet. Met dank, die opening blijkt wezenlijk. Want zo bevorderde hij het voorstel voor wat Bouten de Nota ICT Ordening noemt. Ik ben het ook met Bouten eens dat een eventuele Digitale Rijksbouwmeester pas zinvol nader valt te duiden, nadat op z'n minst contouren op maatschappelijke schaal geschetst en overeengekomen zijn. Diezelfde voorwaarde geldt dan uiteraard ook voor wat ikzelf poneerde , nota bene, toen Rijsenbrij de eerste keer de analogie met de Rijksbouwmeester lanceerde , als Rijksinformatiestaat enzovoort. Deze discussie pakken we dus later weer op. Intussen vind ik Boutens suggestie dat "de RijksICTMeester er mogelijk al [is] in de vorm van het Standaardisatie College" meteen behoorlijk scherp gemikt. Wellicht kan dat zelfs specifieker het Standaardisatie Forum zijn, dat ondersteund is door de Gemeenschappelijke BeheerOrganisatie (GBO). Volgens het spreekwoord maakt een zwaluw nog geen zomer. Ditmaal ben ik optimistischer. Bouten schrijft in zijn aanhef dat hij mijn eerdere bijdrage aanvult. Natuurlijk ben ik dankbaar voor dat compliment, maar hij is niet zomaar een vogel. Ik (h)erken hem graag als voorbode van seizoenswissel, want Bouten vermeldt in zijn ondertekening waar hij werkt. En bij de ICT Uitvoeringsorganisatie, Ictu dus, is hij niet zomaar in dienst. Daar heeft hij (ook) de functie van plaatsvervangend directeur. Kortom, mijn reden voor optimisme is, dat wanneer Bouten in die hoedanigheid iets voorstelt, er niet zomaar iets staat. Afgaande op de positieve stelligheid waarmee Bouten zijn voorstel doet, neem ik aan dat hij er vervolg aan gaat geven (als hij daarmee al niet redelijk ver gevorderd is). De hoofdvraag is, of er reeds draagvlak bestaat dan wel spoedig genoeg gevormd kan worden voor zo'n herwaardering van elektronische overheid naar algemene, maatschappelijke schaal van informatieverkeer. Daarvoor, het is niet anders, is vooral een aansprekend etiket onmisbaar. Tja, gaat dat met Nota ICT Ordening lukken? Of die vlag de lading dekt, acht ik overigens van ondergeschikt belang. Er is immers een slogan nodig, omdat bestuurders en (hogere) ambtenaren doorgaans geen flauw benul van de spreekwoordelijke lading hebben. Dus als ICT het in de vlag goed doet, waarom niet? Zolang de opstellers maar met Bouten begrijpen dat technologie een aspect van de ordening in kwestie betreft, niet het voornaamste _object_ ervan. Over de termijn van twee jaren die Bouten opgeeft "om een dergelijke Nota te maken, af te stemmen en politiek gedragen te krijgen" ben ik dan weer minder optimistisch. Eigenlijk waarschuwt Bouten daarvoor al met zijn opmerking over "benodigde cultuuromslag." Kijk, een solide concepttekst kan er binnen een jaar wel liggen. Omdat ik al zo lang aandring op aanpak op maatschappelijke schaal, weet ik dat er allerlei bruikbaar materiaal voor beschikbaar is. Dat kan dus aardig opschieten. Maar dan begint de lange mars door de instellingen. Dat is nu eenmaal zo. Gewoon zo snel mogelijk beginnen, want anders duurt het nog langer voordat het klaar is. Oh ja, betrek er ontwerpers bij die, zoals dat voor het traditionele ordeningsvraagstuk heet, samenhang door de schalen heen borgen. Dat zijn dus civiele informatiekundigen, zoals ik ze bedoel. Het opstellen van zo'n nota geeft uiteraard een impuls aan de ontwikkeling van die nieuwe discipline. Terecht stelt Bouten dat "er zal moeten worden geinvesteerd in mensen [...] voor de benodigde kennis." Dat hoort er allemaal bij voor de zomer in de informatieruimte, respectievelijk voor het informatieverkeer "waarbij," aldus Bouten, "de orientatie nadrukkelijk die van de gehele maatschappij is" Daarover lijkt mij verder geen enkele discussie mogelijk. Doen!
|
|
|
|
Gelogd
|
|
|
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd. |
|
|
|
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? 4 Jaars, 7 Maands ago
|
|
NIEUW in 2010: De AIT en SLOPEN onder architectuurBeste Daan, Je stelling en de reacties erop hebben ook mij uitgenodigd om in de pen/muis te klimmen. Omdat het fenomeen rijksbouwmeester niet bij iedereen bekend is, ben ik eerst nog even op zoek gegaan naar wat achtergrond informatie op het web: De eerste 'Rijksbouwmeester' was de 'architect des konings'. Lodewijk Napoleon nam in 1806 Jean Thomas Thibault mee. De rol van de Rijksbouwmeester is sindsdien verbreed en versterkt.
In de 19de en begin 20ste eeuw was het handschrift van de Rijksbouwmeester te herkennen in postkantoren, scholen en gemeentehuizen. Tegenwoordig is de invloed van de Rijksbouwmeester minder zichtbaar als handschrift, maar des te groter op beleidsniveau.
De rijksbouwmeester voorziet momenteel met name in de behoefte van een centrale en onafhankelijke adviseur, aanspreekpartner en stimulator.
De omvang van het werkterrein is daarmee een indicatie van de spin-in-het-webfunctie die de rijksbouwmeester heeft. De rijksbouwmeester is de eerste adviseur van het kabinet en een icoon van het architectuurbeleid in Nederland, die de kwaliteit van de gebouwde omgeving bewaakt. De huidige rijksbouwmeester is Mels Crouwel.
[bronnen: www.nai.nl, www.rijksbouwmeester.nl, www.vrom.nl ]Dan is daar jouw stelling: Het is tijd voor een digitale rijksbouwmeester.Mijn reactie daarop is dan een vraag: Hebben we een middeleeuwse Franse oplossing nodig of een hedendaagse autoriteit? Bijvoorbeeld een "AFM" voor de IT, die zorgt voor regulering, die toeziet op naleving van wet- en regelgeving en zorgt voor boetes als er niet (goed genoeg) wordt nageleefd? Je geeft aan dat centrale regie wellicht nodig is. Een spin in het web is dan wellicht een te zachte oplossing hiervoor. Je weet wat er gebeurt met spinnen als ze voor de voeten lopen... Dus daar gaat de rijksbouwmeester als oplossing!!! Hij is niet krachtig genoeg om op te treden als het moet. Maar wat is overigens het probleem wat er kennelijk is en dat je zo graag wilt oplossen met een Rijksbouwmeester? En is het een probleem dat zich eenmalig laat oplossen of zal het steeds in andere gedaanten terug komen? Het lijkt er op dat je het probleem aanduidt als achterstandswijk problematiek, waar chaos heerst. Regionale verpaupering dus van oude instituten. Een hedendaagse oplossing is dan: SLOPEN. En als we architectuur er dan bij moeten halen: SLOPEN onder architectuur. Maar omdat SLOPEN risico's en kosten met zich meebrengt, zal er dan inderdaad een toezichthouder of iets dergelijks moeten komen die er op toeziet dat men wil gaan slopen, dat het slopen netjes plaatsvindt en er iets beters voor terug komt. En alles wat we niet slopen gaat onder monumentenzorg vallen, maar dan gebruiken we dat alleen nog maar voor toerisme. Om er voor te zorgen dat er alleen maar iets beters terug komt voor de sloop, hebben we dan wel weer een bende wet- en regelgeving voor nodig waar je u tegen zegt. Ook hebben we oplossingen van leveranciers (die garanties durven te geven) nodig die voldoen aan de wetgeving, implementators die voldoen aan de wetgeving, en... gecertificeerde architecten, die kans zien om kwalitatief hoogwaardige architectuurontwerpen kunnen maken voor ondernemingsbrede IT-omgevingen. We moeten overigens ook niet vergeten dat we het de mensen in de achterstandswijken het niet kwalijk kunnen nemen dat het een rommeltje is geworden. Maar ook dat er een zorgtaak is: mensen moeten aan de opleidingen om de boel op orde te kunnen houden. Wat bij slopen (of vernieuwbouw) gebruikelijk lijkt te zijn, is dat de overheid verkrotte pandjes koopt, deze opknapt en in de verhuur doet. Zoiets kan ik me ook voorstellen bij IT omgevingen van semi overheidsinstellingen en MKB ondernemingen. Even dromen: De overheid die samen met Philips, KPN en UPC een fatsoenlijke basis infrastructuur met ASP-diensten maakt voor heel Nederland, met drie of vier concurrerende office omgevingen, etc... (NB: In de jaren 50 zijn we toch ook eerst met staats tv begonnen en jaren later pas met commerciele tv).Ook kan ik me voorstellen dat bijvoorbeeld betalingsverkeer, of het aanbieden van bepaalde dienstverlening via internet door ondernemingen alleen maar mag (van een toezichthouder) als er een vergunning en een keurmerk is verkregen. Als we kijken naar het doel en de doelstellingen van de AFM. Dan groeit bij mij het gevoel dat een AFM er best zou kunnen komen voor de IT branche, maar dan wel op Europees niveau, gezien ontwikkelingen zoals SEPA (want op een nieuwe NL-Chipknip of NL-OV Chipkaart zit niemand te wachten). Dus ik stel voor om een EAIT (European Authority for Information Technology) op te richten, naast een Nederlandse AIT ( De Autoriteit Informatie Technologie). Ook moet er een reeks van wet- en regelgeving komen die zorgt voor kwaliteit in IT-oplossingen en een BoKS (Body of Knowledge & Skills, inclusief gedragscode) voor IT-architecten. Ook zouden er voorschrijvende referentie IT-architecturen moeten komen voor de organisaties in Nederland, die innovatie niet plat leggen, maar juist ruimte geven aan creatief ondernemerschap. Dit alles natuurlijk wel langs het leidende principe dat Nederland voor de komende honderd jaar het "meest innovatieve land van Europa is". Echt een kennismotor die op 'schone' melk draait. En als we dan toch kijken naar de AFM als voorbeeld voor een toezichthouder, dan nog even precies hun doel en doelstellingen er bij pakken: De AFM is toezichthouder op het gedrag van en de informatieverstrekking door alle partijen op de financiele markten in Nederland, dat wil zeggen op de markten van sparen, lenen, beleggen en verzekeren. Het statutaire doel van de AFM is "het bevorderen op de financiele markten van een ordelijk en transparant marktproces, een zuivere verhouding tussen marktpartijen en de bescherming van de consument".
Dit doel wordt vertaald in drie doelstellingen. Deze doelstellingen dienen als leidraad in het dagelijkse werk van de AFM.
De AFM heeft tot doel en als taak het gedragstoezicht op de financiele markten uit te oefenen en te beslissen omtrent de toelating van financiele ondernemingen tot die markten.
Gedragstoezicht is gericht op ordelijke en transparante financiele marktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van clienten.
Het doel omvat mede het uitvoeren van wetten, verdragen en verordeningen waarin aan de AFM taken zijn overgedragen dan wel opgedragen, zoals deze wetten, verdragen en verordeningen luiden of zullen komen te luiden, alsmede al hetgeen in de ruimste zin met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Deze doelstellingen dienen niet alleen het belang van afnemers van financiele diensten en producten, maar ook dat van de economie als geheel. Zowel het publiek, het bedrijfsleven als de overheid zijn voor veel activiteiten afhankelijk van de financiele producten die op de markten aangeboden worden. Vertrouwen in de ordelijke en eerlijke werking van die markten is hierbij cruciaal. Daarom is goed toezicht van groot belang. [bron: www.afm.nl]Kortom mijn advies zou zijn een pakket van maatregelen: 1. een Autoriteit Informatie Technologie door de overheid laten instellen (identiek aan de AFM) 2. Wet- en regelgeving voor IT-producten en diensten, IT-dienstverlening en IT-governance 3. Voorschrijvende IT-referentie architecturen 4. Keurmerken voor bepaalde IT-deeloplossingen (van leveranciers) 5. BoKS en bescherming van titel voor IT-architecten 6. Slopen van verpauperde IT onder architectuur 7. Zorgen voor professionele opdrachtgevers voor IT-opdrachten 8. Meer en betere IT-opleidingen voor iedereen Maar in ieder geval GEEN rijksbouwmeester.
|
|
|
|
Gelogd
|
|
|
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd. |
|
|
|
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? 4 Jaars, 7 Maands ago
|
|
|
Van Mark Paauwe's voorstel herken ik niet, dat hij daarmee een oplossing suggereert voor het probleem dat Daan Rijsenbrij schetst. Wellicht (mis)leidde de stelling zoals Rijsenbrij haar verwoordt, Paauwe in een andere richting. Hetzelfde acht ik overigens geldig voor de reactie van Joost Peetoom (21 juni 2007). Zo vermeldt Rijsenbrij "de digitale Nederlandse samenleving." Inderdaad, daar staat "samenleving." Maar uit de toelichting blijkt (althans, mij) dat Rijsenbrij het feitelijke werkterrein van de eventuele Digitale Rijksbouwmeester beperkt ziet tot overheid. Helemaal tot slot van zijn aanzet wijst hij weliswaar op de noodzaak van een samenlevingsvisie, maar die aanbeveling staat er dus zonder uitwerking van verband. Mijn eerste discussiebijdrage (14 juni 2007) verruimde de orientatie tot (maatschappelijke) infrastructuur met civiele informatiekunde als bijbehorende discipline. Michel Bouten versterkte (24 juni 2006) die oproep met een concreet pleidooi voor ontwerp van een Nota ICT Ordening. Vervolgens liet ik weten (26 juni 2007) het daarmee weer graag eens te zijn. Terecht verkent Paauwe welke taken de, zeg maar, oorspronkelijke Rijksbouwmeester heeft. Allang is de functionaris in kwestie geen hoofdarchitect meer van rijksgebouwen. Vergelijkbaar is de Rijksgebouwendienst steeds minder opdrachtgever en beheerder namens de rijksoverheid van kantoren e.d. waarin rijksambtenaren werken. Marktwerking, dus uitbesteding, legt voor de Rijksgebouwendienst tegenwoordig nadruk op coordinatie van rijkshuisvesting. En als Rijksbouwmeester ontwerpt die functionaris dus niet langer, maar adviseert. De vernauwing van aandacht, te weten van ontwerp tot advies, is als het ware gecompenseerd door verbreding van het aandachtsgebied van rijksdienst tot de samenleving in het algemeen. Daarvoor telt de Rijksbouwmeester als een van diverse erkende (beleids)adviseurs. De zgn architectuurnota is afkomstig van Cultuur en van Ruimtelijke Ordening; de Rijksbouwmeester doet eraan mee. Het lijkt er sterk op dat Paauwe in zijn reactie op Rijsenbrij's stelling uitgaat van de huidige taakstelling van de Rijksbouwmeester (een adviseur met samenlevingsbereik), ... terwijl Rijsenbrij volgens mij dacht aan een oude(re) versie (de ontwerper voor de rijksoverheid). Wat ik reconstrueer als hun misverstand, heeft ertoe geleid dat Paauwe blijkbaar zoekt naar een oplossing voor tekortschietende informatievoorziening in het algemeen. Daarbij krijg ik de indruk dat hij zich op zijn beurt feitelijk tot de private sector beperkt. Markt, dus. Zo komt Paauwe, het lijkt in navolging van Peetoom, tot zijn voorstel voor gezaghebbend toezicht op en handhaving van marktwerking. Voila, een Autoriteit InformatieTechnologie. In de gauwigheid gaat Paauwe naar mijn idee voorbij aan enkele wezenlijke aspecten. Want toezicht en handhaving zijn afgeleide activiteiten. Wat geldt als het primaire _object_, respectievelijk proces? Voor Rijsenbrij , nota bene, met zijn stelling , is dat dus de overheidsinformatievoorziening. Voor het overheidsbeleid is echter karakteristiek dat er geen sprake is van marktwerking. Wel van politiek. Voor de positionering die Rijsenbrij voor de Digitale Rijksbouwmeester voor ogen heeft, vormt zo'n Autoriteit daarom ook geen alternatief. Paauwe gaat overigens verder dan zijn voorstel voor een Autoriteit InformatieTechnologie. Dat is de eerst(genoemde) maatregel uit "een pakket van maatregelen." Allemaal formuleert hij ze algemeen. Dat roept (althans bij mij) steeds de vraag op, wie er concreet in gaat voorzien. De betekenis van Rijsenbrij met zijn stelling is, dat hij voor overheidsinformatievoorziening een voorstel doet voor concrete institutionalisering van uitvoering. Dat vinden Bouten en ik dus een waardevolle aanzet, hoewel het wel anders moet. Tussendoor, ik hoor het graag wanneer ik opvattingen onjuist weergeef. Goed, omdat zij slechts een onderdeel vormt van de gehele (informatie)maatschappij, mag juist de overheid zich voor dergelijke voorzieningen niet beperken tot haar rol van transactiepartner (eufemisme: dienstverlener) voor burger en bedrijf. De (moderne) bestaansreden van overheid is zelfs met voorrang infrastructuur. Opnieuw, infrastructuur bedoelt ook zelfs uitsluiting van marktwerking te borgen wat sommige aspecten van maatschappelijk verkeer betreft. Dat gebeurt trouwens principieel als voorwaarde, dus opdat dynamiek van andere aspecten bevorderd is. Ik wil maar zeggen dat enerzijds infrastructuur, anderzijds een toezichthouder voor marktwerking tegenstrijdig zijn. Voor toezicht op uitvoering van overheidstaken bestaan van oudsher inspecties. Moet er ook een formele Inspectie komen voor Overheidsinformatievoorziening? Een beetje bestaat zo'n Inspectie OIV al sinds decennia. De minister van Binnenlandse Zaken is zgn coordinerend bewindspersoon voor informatievoorziening in de openbare sector. Daarvoor staat een directie opgesteld, DIIOS. Daar krijgt digitale dienstverlening onder de noemer van elektronische overheid echter alle aandacht. Dus ondanks retoriek, het is helaas nog steeds niets met infrastructuur voor maatschappelijk informatieverkeer. Oh, behoort dat tot de portefeuille van de minister van Economische Zaken? Tegen dergelijke voortdurende fragmentatie valt natuurlijk niet op te inspecteren. De principiele stap vind ik die naar infrastructuur voor informatieverkeer. Dat vergt nu eenmaal beperking van marktwerking; zie mijn opstel Strategische verschuiving door moment(um) van infrastructuur: de beurt aan informatietechnologie. (http://primavera.fee.uva.nl/PDFdocs/2006-01.pdf, Universiteit van Amsterdam, PrimaVera, 2006). Neem interoperabiliteit, vooruit, compatibiliteit en daarvoor benodigde standaardisatie. De keuze van een bepaalde standaard bevoordeelt de ene marktpartij en benadeelt dus een andere. Daaraan verandert een Autoriteit niets; op maatschappelijke schaal is en blijft standaardisatie politiek. De oproep door, enkele jaren geleden zelfs motie van de Tweede Kamer over gebruik door overheidsinstellingen van zgn open standaarden en open-bron programmatuur is inderdaad een uitgesproken politieke actie. De moeizame, ik zou zeggen zelfs onmogelijke uitvoering van die motie toont hoogstens hoe kortzichtig en verspillend het is om overheidsinformatievoorziening geisoleerd te beschouwen. De relevante schaal betreft de gehele (informatie)maatschappij en daarvoor lukt dergelijke interoperabiliteit plus standaardisatie natuurlijk pas op basis van formele erkenning als infrastructuur, punt. Naarmate de infrastructuur voor informatieverkeer beter functioneert, is er minder behoefte aan of zelfs mogelijkheid voor onafhankelijk toezicht op voorwaarden voor verkeersdeelname. Nota bene, de politie is ook overheid (waarbinnen diverse machten , nou ja, min of meer , gescheiden zijn). Paauwe maakt de vergelijking met financiele markt(ten). Die is inderdaad interessant. Nader beschouwd bestaat (ook) daar afhankelijkheid van wat tegenwoordig vitale infrastructuur heet. De toevoeging 'vitaal' zegt eigenlijk zoveel, dat de overheid directe(re) bemoeienis moet hebben met borging dan kan lukken via een al dan niet onafhankelijke toezichthouder. In omgekeerde richting treedt de overheid juist terug als het gaat om bemoeienis met de concrete bewegingen in het informatieverkeer. (Ik laat hier even in het midden de monitoring van verkeersdeelnemers waarvoor overheidsinstellingen terrorismebestrijding als 'noodzaak' opvoeren.) Paauwe wijst de Digitale Rijksbouwmeester af. Die conclusie deel ik. Onze redenen verschillen echter sterk. Zijn "pakket van maatregelen" k_link_t daadkrachtig, maar ik mis realiteitsgehalte van inzicht in maatschappelijke verhoudingen en hoe ze zonodig kunnen veranderen. Graag zie ik als vervolg zijn uitwerking(en). Bijvoorbeeld, "professionele opdrachtgevers," prima! "Meer en betere IT-opleidingen voor iedereen," ook prachtig! Maar wie is ervoor verantwoordelijk? Wie betaalt het? Hoe luiden de criteria? Daarover valt nooit overeenstemming te bereiken. Dat is ook grotendeels gelukkig, want samenleving of in dit verband beter gezegd beschaving kent varieteit. Noodzakelijke vernieuwing vergt ruimte. De paradox rondom standaardisatie lost op door directe overheidssturing tot infrastructuur te beperken. Ja, infrastructuur is veranderlijk. Over operationalisering gesproken, dat is de opgave van civiele informatiekunde. De cruciale, politieke voorwaarde is dat bepaalde voorzieningen voor informatieverkeer tot infrastructuur bestempeld zijn. Daaruit volgen talloze (aldus) samenhangende maatregelen.
|
|
|
|
Gelogd
|
|
|
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd. |
|
|
|
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? 4 Jaars, 6 Maands ago
|
|
|
De verschillende reacties op mijn statement voor een digitale Rijksbouwmeester zijn zeer interessant. Ik wil echter even een stapje terug doen. Het is niet belangrijk hoe deze functionaris gaat heten en zelfs nog niet wat zijn/haar takenpakket precies zou moeten zijn. Er is een overall regie nodig bij de automatisering van de overheid en de samenleving in haar geheel! In het debat van minister Guusje ter Horst, minister van Binnenlandse Zaken, met de Tweede Kamer werd gesteld dat er centrale regie moet komen bij overheidsautomatisering. Ofwel in mijn terminologie een Digitale Rijksbouwmeester met verdergaande bevoegdheden dan de Fysieke Rijksbouwmeester, Mels Crouwels.
Voor het implementeren van een nieuwe architectuur is slagvaardigheid nodig. Een kleine anekdote uit mijn inaugurele rede:
'Toen Lodewijk Napoleon (Napoleon III) aan de macht kwam werd hij geconfronteerd met een onbestuurbaar Parijs. Door de Franse revolutie (de echte en die van 1848) was het volk gewend aan 'vrijheid blijheid' en na de deceptie over de teloorgang van de Franse grandeur door de nederlagen van Napoleon Bonaparte (Napoleon I) was de eenheidsgedachte ook ver te zoeken. Het grotere geheel stond niet meer centraal. Het lot van Parijs lag in handen van een verzameling van toevallige individualisten. Zelfs met behulp van het leger was Parijs niet meer tot discipline te brengen. De smalle straten nodigden uit tot het oprichten van barricades. De huizen in Parijs stonden zelfs zo dicht op elkaar dat de mensen zich makkelijk van huis tot huis konden bewegen door over de straten heen te springen. Toen nam Lodewijk Napoleon een stedenbouwkundige architect in de arm, baron Georges Eugene Haussmann, en gaf hem de opdracht een architectuur te concipieren die voorwaardescheppend was voor een grotere beheersbaarheid. Haussmann ontmantelde rucksichtslos het dichtgeslibde centrum (wij zouden tegenwoordig zeggen de 'legacy'), plaatste een ster in het midden (Place de l'Etoile) en creeerde enkele brede aanvoerroutes, de Grands Boulevards.
Een wat actuelere probleemsituatie is de stad Bangkok. De stad is volledig dicht geslibd en overdag nauwelijks voor auto's toegankelijk. Er is als het ware een file van 's ochtends 9.00 uur tot 's avonds 18.00 uur. Er zijn fly-overs over fly-overs om nog iets te doen aan de verkeersproblematiek aan de randen van de stad. Zou de verkeersproblematiek kunnen worden opgelost door slimmere stoplichten of andere technische hoogstandjes op verkeersgebied? Neen! Er is een toparchitect nodig om het stadsplan drastisch te veranderen: eerst een moderne architectuur en pas daarna verkeerstechnologie.
Bovenstaand beeld van het centrum van Parijs geldt voor heel veel ondernemingen, inclusief de Nederlandse overheid. Veel ondernemingen zijn nauwelijks bestuurbaar, informatiestromen lopen niet, rapportagekanalen zitten verstopt. Het automatiseringslandschap is vaak een lappendeken van applicaties die nauwelijks effectief noch efficient functioneren. De kosten om de applicaties in de lucht te houden zijn vaak veel en veel te hoog, de servicegraad is van bedenkelijk niveau. De informatievoorziening staat nauwelijks ten dienste van de klanten, zelfs niet van de medewerkers. Ondernemingen zijn nauwelijks transparant voor de klant en hebben weinig echte identiteit. Ook het beeld van Bangkok moet heel herkenbaar zijn voor veel IT-managers. En net als de verkeerstechnologen proberen de IT-technologen de dichtgeslibde informatievoorziening op te lossen door er nog meer IT in te pompen in plaats van het informatieverkeer eerst eens op te schonen.'
De overheid kan geen NORA opstellen en dan maar hopen dat er iets gebeurt. Niets gaat vanzelf en veranderingen kosten kostbare tijd. Ook de veel gebruikte opmerking dat het bedrijfsleven maar mee moet financieren k_link_t niet erg realistisch. Het belang van een hoogstaande digitale samenleving mag je niet overlaten aan het bedrijfsleven. In dit speciale geval zou zelfs ik verregaande overheidsbemoeiing van harte toejuichen.
|
|
|
|
Gelogd
|
|
|
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd. |
|
|
|
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? 4 Jaars, 6 Maands ago
|
|
|
De forumdiscussie over de Digitale Rijksbouwmeester vind ik tot dusver ... eigenlijk geen discussie. Met zijn bijdrage van 22 juli 2007 noemt Rijsenbrij "de verschillende reacties op zijn statement voor een digitale Rijksbouwmeester [...] zeer interessant." Dat k_link_t reuze vriendelijk. Op zijn beurt komt hij echter niet met een vervolgreactie. Daarentegen doet Rijsenbrij "even een stapje terug." Laat ik op mijn beurt hier allereerst terugblikken op Rijsenbrij's aanzet (13 juni 2007). Daarin suggereert hij "een aantal vragen [...]waarover in dit forum van gedachten gewisseld kan worden." Zijn laatste van acht vragen is naar "een betere naamgeving voor een dergelijke functionaris." Ik ben het ermee eens dat, zoals Rijsenbrij nu stelt, "het niet belangrijk [is] hoe deze functionaris gaat heten." Maar ik ben dus benieuwd naar zijn reden. Op vergelijkbare manier acht hij "zijn/haar takenpakket" thans van ondergeschikt belang voor discussie. Ook dat meen ik allang, terwijl de meeste vragen die Rijsenbrij oorspronkelijk opgaf daarop betrekking hebben (2. organisatorische positie, 3. taken en bevoegdheden, 4. verantwoordingsrelatie en 5. controle op functievervulling). Maar ondanks zijn verklaring dat dergelijke vragen in dit stadium "niet belangrijk" zijn, handhaaft Rijsenbrij de simplistische veronderstelling van een functionaris als regisseur. Let op het uitroepteken als hij stelt: "Er is een overall regie nodig bij de automatisering van de overheid en de samenleving in haar geheel!" In de zin die er direct op volgt, verwijst Rijsenbrij naar een "debat van minister Guusje ter Horst, minister van Binnenlandse Zaken, met de Tweede Kamer [waarin] werd gesteld dat er centrale regie moet komen bij overheidsautomatisering." Zoals ik het daar lees, verbindt hij aan die oproep tot centrale regie onverminderd "in zijn terminologie een Digitale Rijksbouwmeester met verdergaande bevoegdheden dan de Fysieke Rijksbouwmeester, Mels Crouwels." Maar wat regisseert die functionaris? Je kunt pas "even een stapje terug" zetten, nadat je vooruit stapte. Weliswaar vind Rijsenbrij "de verschillende reacties [...] zeer interessant," maar heeft hij ze wel goed laten doordringen? Zoals ik eerder nadrukkelijk deed (14 juni 2007), gaf Bouten in zijn bijdrage (24 juni 2007) aan dat overheidsinformatievoorziening niet verward mag zijn met de plaats van de overheid in "de gehele maatschappij." Dankzij het verruimend perspectief is er sprake van infrastructuur voor informatieverkeer. Natuurlijk, juist infrastructuur vergt regie. Maar ook juist omdat het infrastructuur betreft, is het onzin om daarvoor een functionaris aan te (willen) wijzen. Sterker nog, de belanggedreven, dus wezenlijke politieke besturing (modern: governance) moet integraal onderdeel vormen van de infrastructuur in kwestie. De verkenning van maatschappelijk evenwichtige inrichting komt ondermeer tot uitdrukking in ordeningsnota's. Dat is precies de reden dat Bouten pleit voor een nota over, wat ik graag noem, informatieverkeer in publiek domein. Voorts houd ik een pleidooi voor een passende discipline: civiele informatiekunde. Rijsenbrij gaat er met geen woord op in. Komt dat nog? Vooralsnog moeten we het doen met "een kleine anekdote uit zijn inaugurele rede." Rijsenbrij's voorbeeld van de stedelijke herinrichting van Parijs is op z'n zachtst gezegd onfortuinlijk. (Of heet dat tegenwoordig juist fortuynlijk?) Blijkbaar vormde het gepeupel een bedreiging voor het gezag. Met grotere afstand tussen gebouwen werd (stads)guerrilla een stuk lastiger; de vorst behield de macht. Afgezien van hoe wij thans het resultaat als cultureel erfgoed waarderen, nee, die aanleiding strookt niet met wat ik bepleit als moderne infrastructurele orientatie. Ik neem overigens aan dat er destijds wel degelijk ook andere redenen golden voor de Parijse herbouw dan strikte machtshandhaving door de soeverein. Daartoe behoorde stellig opheffing van verstoppingen in maatschappelijk verkeer. Via het toegespitste gezag lukte het voor Parijs in het midden van de negentiende eeuw nog met een hoofdarchitect met vergaande invloed op gedragsruimte voor inwoners. In democratische(r) verhoudingen is dat een illusie, gelukkig maar.
Post edited by: pewisse, at: 2007/07/26 15:03
|
|
|
|
Gelogd
|
|
|
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd. |
|
|
|
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? 4 Jaars, 6 Maands ago
|
|
|
Pieter, met een stapje terug bedoel ik niet dat de door mij aangekaarte zaken niet belangrijk zijn (daar kom ik op een later tijdstip nog op terug), maar wil ik aangeven dat we eerst het overall plaatje moeten vinden en daarna pas de details gaan invullen. Lijkt een beetje op de werkwijze van een architect, toch?
De anekdote over Parijs wil illustreren dat bij wanorde er maar een oplossing is: een hoofd-architect die een simpele architectuur neerlegt en een projectdictator die verantwoordelijk is voor de realisatie. Bij het oplossen van wanorde past geen democratische benadering. Ik zeg hierbij beslist niet dat de menselijke maat in het IT-gebruik en het respect voor de eindgebruiker niet behoort te worden nagestreefd, zelfs in dergelijke omstandigheden. In Nederland willen wij, geloof ik, bij elk probleem blijven doorpolderen. Ik vraag mij wel eens af of dit een truc is van leidinggevenden om geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen. Ik durf te constateren dat de situatie van het applicatielandschap en het informatieverkeer bij de Nederlandse overheid veel weg heeft van het Parijs van twee eeuwen geleden. We moeten ophouden met polderen en vastberaden gaan transformeren. Ik droom nog steeds over een slanke, flexibele, gebruiksvriendelijke, voorwaardenscheppende overheid. Met een paar praktische architecten onder leiding van een digitale Rijksbouwmeester is daar een bruikbare schets voor te maken. Het transformatiepad zal moeilijk zijn en vraagt veel ruggengraat van de overall programmamanager.
In de Automatisering Gids van afgelopen vrijdag (27 juli 2007) staat op pagina 10 een opiniebijdrage over de IT-problematiek bij de Belastingdienst. Deze bijdrage is ontstaan uit een aantal telefonische interviews met een journalist van de Automatisering Gids. Grappig genoeg heeft de Automatisering Gids daar het kopje boven gezet: 'We hebben een digitale Rijksbouwmeester nodig', wellicht mede ingegeven door de commentaarcolumn van Wijnand Westerveld daar vlak naast. Ook journalisten observeren dat er orde moet komen in het informatie- en IT-gebeuren. In die opiniebijdrage wordt gesteld dat de Belastingdienst een moderne, toekomstvaste, geintegreerde architectuur nodig heeft met een daarbij passend realistisch transformatiepad. Zonder dat laatste is het opstellen van een architectuur zonde van de tijd. De Belastingdienst was als een van de eersten lang geleden reeds begonnen met het bouwen onder architectuur. Dat was zeer professioneel! Alleen lijken hun architectuurideeen niet meer zo goed te passen in een meer en meer gedigitaliseerde samenleving en in een overheid waarvan de verschillende instellingen/organisaties steeds meer met elkaar vervlochten raken . Er lijkt bij de Belastingdienst geen expliciete CAO (Corporate Architectural Officer) te zijn, een man of vrouw die de overall architectuur maakt, bewaakt en controleert of alles conform die architectuur wordt gebouwd dan wel geoutsourced. Daarboven, op het niveau van de totale overheid, hoort de digitale Rijksbouwmeester te staan. Zijn taak is om het plaatje te bewaken wat bijvoorbeeld in de affaire Walvis ontbreekt zodat de onderlinge relatie tussen UWV en de Belastingdienst niet goed genoeg functioneert. In mijn radio-interview van gisteren (28 juli 2007) in de TROS Nieuwsshow op Radio 1 ben ik daar dieper op ingegaan. Ik heb daar ook gesteld dat problemen als bij de Belastingdienst ook kunnen worden geconstateerd op sommige plaatsen in het bedrijfsleven. De overheid zit alleen in een glazen huisje waar een ieder kan meekijken en een ieder een mening over mag formuleren.
P.S. Pieter Wisse, Mark Paauwe, laten we onze energie niet stoppen in het vinden van een andere aanduiding voor de digitale Rijksbouwmeester. Straks gaan we Jan Peter nog aanduiden met de CEO van de BV Nederland in plaats van gewoon de minister-president wat we al meer dan 150 jaar doen. Digitale Rijksbouwmeester is een functietitel die door de man in de straat begrepen kan worden. De wereld, onze samenleving wordt immers steeds digitaler en daar is een Rijksbouwmeester voor nodig!
|
|
|
|
Gelogd
|
|
|
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd. |
|
|
|
Get the latest posts directly to your desktop ->
|
| |
| |
|
|