|
|
| |
| |
De Digitale Rijksbouwmeester? (0 bezoeker)
Favoriet: 0
|
|
|
TOPIC: De Digitale Rijksbouwmeester?
|
|
|
|
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? 2 Jaars, 10 Maands ago
|
|
Het gaat potdorie nog op een echte discussie lijken... Wat ik concludeer uit de polemiek vat ik aldus samen: Wisse stelt dat "gemeenschappelijkheid illusoir is" waaruit ik begrijp dat het 'oude' paradigma voorbij gaat aan het gegeven dat het bouwstenen hanteert die in feite zelf al georganiseerde samenstellingen zijn zodat er niet wordt voldaan aan de stelling " It can scarcely be denied that the supreme goal of all theory is to make the irreducible basic elements as simple and as few as possible without having to surrender the adequate representation of a single datum of experience." (Einstein) Dat inzicht lijkt verder geen post te vatten omdat er totnutoe de 'verkeerde' kant op gekeken wordt, hetgeen ik zou formuleren als; er is een bredere erkenning in de informatiekunde dat we 'hier vandaan' moeten zien te geraken, en dat is nog heel wat anders dan 'daar naartoe' willen. Dat laatste veronderstelt immers een helder zicht op het 'daar' waar naartoe gegaan moet worden, wat je nooit kan zien als je met je rug naar de oplossing toestaat (met je rug ook naar waar je vandaan wil immers). Ik lees ook 'ingebouwde beperkingen' als het gaat om toepassingsgebieden, zoals de beperkte organisatieschaal waar van Rees op doelt. Hieronder ligt op kleinste en grootste niveau de menselijke behoefte aan afkadering, echter lijkt die hier te vroeg in de overwegingen te worden ingebouwd. Ja, voor een schitterend ongeluk is het opzij zetten van kennis nodig, en het mooie citaat uit Gore's film " it is not what we don't know that can hurt us, but what we do know that just isn't so" lijkt hier relevant. De nieuwe plaats van de latten die Wisse lijkt voor te stellen (de laagste lat op de persoon/burger en de hoogste op maatschappij) wordt, zo lijkt het, niet gezien. aangenomen dat dit is wat Wisse bedoelt natuurlijk. Toch wil ik pogen mijn eigen begrip van wat Wisse met "vele wijze woorden" over lijkt te willen brengen te toetsen door een heuse prent, zoals Mark Paauwe voorstelt, in te brengen. Een prent van datgene waar omheen zich zowel 'omhoog' als 'naar beneden' de contextuele verbijzonderingen ontvouwen. Het is een gevisualiseerd babystapje om 'een stapje verder' te komen met breder begrip. Daarmee toets ik wellicht tevens mijn eigen idee dat 'het huidige paradigma' zich al teveel bekommert met de informatisering van overheden, organisaties, bedrijven etc, en daardoor de veel 'simpeler te infrastructureren' informatisering van de persoon geheel over het hoofd ziet (zie ook het iDNA Manifest).  Post edited by: PaulJansen, at: 2007/10/16 23:19
|
|
|
|
Gelogd
|
|
|
|
|
|
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd. |
|
|
|
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? 2 Jaars, 10 Maands ago
|
|
|
Hoe kom je erachter of iemand met wie je discussieert een ruimer/ander paradigma hanteert dan jijzelf? Volslagen onbegrip is een mogelijke vingerwijzing in het geval van totaal verschillende paradigma's. Aanvankelijk begrip gevolgd door onbegrip is een mogelijke vingerwijzing in het geval van overlappende paradigma's.
Het nieuwe en aanvullende paradigma dat Wisse hanteert, omvat het oude en heersende paradigma (bijna) volledig. Als het oude paradigma te vatten is in 1 cm3, dan is het nieuwe en aanvullende paradigma te vatten in " zeg " 1 dm3. Vrijwel alle woorden en begrippen die in 1 dm3 worden gebruikt, zijn weliswaar bekend in 1 cm3, maar hebben veel meer lading; dragen rijkere betekenis; nemen meer ruimte in. Zoveel ruimte dat 1 cm3 te klein is om de betekenissen ervan volledig te kunnen vatten. En voor zover het in die ene cm3 past, komt de betekenis " vanuit het perspectief van 1 dm3 " verminkt over. Vanuit het perspectief van 1 cm3 lijkt er aanvankelijk niets aan de hand te zijn: die wereld kijkt immers niet verder dan die ene cm3. Onbegrip volgt pas later. En dat is wat nu manifest wordt.
En vanuit die verwarring vraagt Paauwe (in zijn bijdrage van 15 oktober 2007) aan Wisse (die het nieuwe/aanvullende paradigma hanteert) en Rijsenbrij (die het heersende paradigma hanteert) te komen tot visualisaties. In die eventuele visualisaties zal " dat kan niet anders " een wereld aan verschil te bewonderen zijn. Paauwe biedt aan om die verschillen vervolgens " vanuit heersend perspectief " te cartoon-iseren. Zoiets is tot mislukken gedoemd. Wisse zegt af; onvermijdelijk.
En dan komt Jansen " heel knap met een samenvatting. Petje af! Jansen schrijft " ik herhaal het maar gewoon: "De nieuwe plaats van de latten die Wisse lijkt voor te stellen (de laagste lat op de persoon/burger en de hoogste op maatschappij) wordt, zo lijkt het, niet gezien". Nee, want zolang men "zich al teveel bekommert met de informatisering van overheden, organisaties, bedrijven etc.", ziet men "de veel 'simpeler te infrastructureren' informatisering van de persoon geheel over het hoofd". En terecht verwijst Jansen regelrecht door naar het iDNA Manifest.
Wie zich veilig en comfortabel blijft voelen in 1 cm3, zal nooit uitzien naar 1 dm3, zal die 1 dm3 ook nooit zien. Wisse en Jansen roepen ons op tot een gevoel van onbehagen. Onbehagen omdat die ene cm3 toch eigenlijk wel behoorlijk knelt. Onbehagen dat ons aanspoort te vertrekken " op weg naar die 1 dm3. Waar die 1 dm3 ook precies ligt. De oplossingsruimte die die ene cm3 ons biedt, is eenvoudigweg ontoereikend voor civiele informatiekunde. Cruijff zei het zo: "je begint het pas te begrijpen als je het door hebt". Om zover te komen moet je echter wel op weg gaan! Daar zonder gaat het niet!
|
|
|
|
Gelogd
|
|
|
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd. |
|
|
|
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? 2 Jaars, 10 Maands ago
|
|
|
Het zit vaak in kleine dingen. Mijn "sodemieter" moet Paul Jansen tot zijn "potdorie" aangezet hebben (16 oktober 2007). Het klopt dat inzicht uitblijft zolang "je met je rug naar de oplossing toestaat." Maar ontkenning heeft volgens mij als diepere oorzaak dat iemand zijn rug stug naar, erger nog, het probleem gewend houdt. Zij of hij mist dus zelfs elke aanleiding tot verandering. Daarbij maakt het trouwens geen verschil of het informatievoorziening in de private of publieke sector betreft. En achter de gevoelloze rug van een ontkenner lost juist dat onderscheid tussen privaat en publiek goeddeels op in een verkeersstelsel (zoals voor informatieverkeer eveneens grenzen tussen nationale staten praktisch vergaand opgeheven raken). De nieuwe opgave is om er een deugdelijk stelsel van te maken. Was het maar zo dat er al verschillende opvattingen over oplossing bestaan. Ik herhaal dat voor het nieuwe probleem nog niet eens voldoende gehoor bestaat. Dat maakt natuurlijk ook nog compleet doof voor een passend oplossingsvoorstel. Zgn deskundigen willen weleens gauw leken doofheid verwijten, terwijl zijzelf met een koptelefoon stevig opgeklemd een vertrouwd liedje blijven beluisteren. Een geluid 'van buiten' heeft daar geen kans. Die houding moet dus wezenlijk om naar nieuwe professionaliteit. Een gevestigd paradigma vormt echter altijd een krachtige rem voor beweging. Dat geldt natuurlijk ook voor informatiekundige vernieuwing. Jansen wil er gelukkig blijkbaar evenmin op wachten. Er zijn reele problemen, er gaan kansen verloren door de aannemerij die de informatiekunde met kleinschalig referentiekader overheerst. Jansen veronderstelt een "gegeven" voor het oude paradigma, maar bedoelt ongetwijfeld aanname (nota bene, niet te verwarren met aannemer ;-). Die herpositionering is cruciaal. Wat als "gegeven" onveranderlijk lijkt, biedt als aanname een ontwerpopgave en kan daarom wel wijzigen. Dat vergt overigens principieel een ontwerphouding. Mede daarom is de voorgestelde paradigmawissel naar civiele informatiekunde extra lastig. Even tussendoor, over civiele informatiekunde houd ik een voordracht op het Landelijk ArchitectuurCongres 2007. Hun vermomming als architect ten spijt, zoals gezegd overheersen aannemers de huidige informatiekunde. Dat zijn beslist geen ontwerpers, moeten ze als aannemer vooral ook niet zijn. Maar verwarrend is die titel met, neutraal uitgedrukt, elders een andere betekenis zeker. Over probleem gesproken. Daar kom ik door toevoeging van contextuele verbijzondering overigens prima uit (zie ook verderop), maar die expliciete context ontbreekt als regel in de populaire zelfbetiteling tot (informatie)architect. Verdere belemmeringen zijn eenvoudig te ontdekken voor wie een beproefde speurderstip , oeps, daar is dat begrip alweer , aanneemt: Volg de geldstromen! Tot dusver komen de opdrachten voor informatiekundige werken vooral van aparte organisaties of onderdelen daar weer van. Wiens brood men eet, ... Dat is een sterke kracht ter bestendiging van het organisatiecentrische paradigma en, nog sterker, ter ontkenning van de noodzaak van een nieuw, maatschappelijk bemeten informatiekundig paradigma. Want wie gaat dat (lees: uw salaris, declaratie) betalen? Doorbraak lukt slechts door erkenning als infrastructuur. Dat leidt pas tot dienovereenkomstige opdrachten, continuiteit enzovoort. Zo krijgt civiele informatiekunde als (een) passende discipline reele ruimte voor ontplooiing. Opleidingen komen tot ontwikkeling, beroepsperspectief groeit. Na enige tijd staan er genoeg vakmensen voor infrastructurele opgaven de goede kant op te kijken en houden hun professionele rug ook recht. Beter laat dan nooit. Het is ook de hoogste tijd voor informatiekundige (beroeps)ethiek, wat ook weer lastig is zolang er feitelijk van een beroep(sgroep) geen sprake is. De "prent" die Jansen reproduceert vind ik inderdaad herorientatie symboliseren, zij het deels. Met het menselijk gedrag als "bouwsteen" valt ondermeer een aparte organisatie te configureren, maar omgekeerd lukt dat niet. Dankzij kleinschaliger elementen kan een grootschaliger stelsel eenduidig ingericht zijn, en blijven. Dat lukt dankzij "contextuele verbijzonderingen" in alle richtingen. Jansen verlengt daarmee scherp mijn voorzet voor stelselmatige betekenisordening. Dat is een orde door de schalen heen, zodat dankzij aldus methodische semantiek de informatiekundige paradigma's afgestemd raken wat overige aspecten betreft. _meta_patroon, dus. Voor wie dergelijk gevarieerde betekenisordening maar te ingewikkeld vindt, heb ik het dringend advies verder geen informatiekundig werk te verrichten op een schaal die het bereik van absolute betekenisstandaardisatie overstijgt. Inderdaad, in de informatie- ofwel netwerkmaatschappij blijft er dan nauwelijks werk over. Neemt u mij dat niet kwalijk, maar waardeer aub de welgemeende aansporing. Waarom maak ik met deels een voorbehoud? Voor maatschappelijk verkeer is het gevarieerde gedrag van een enkele mens nog nauwelijks maatgevend. De minimale verkeersbeweging, zeg ook interactie, bestaat tussen twee actoren. Mijn model daarvan publiceerde ik voor het eerst als figuur 4 in het opstel Dia-enneadic _frame_work for information concepts (www.wisse.cc, 2003). Daar was Paauwe als "cartoon" waarschijnlijk niet opgekomen. Ik hoop echter wel dat hij en andere informatiekundigen er grondige studie van maken. Voor wie het commercieel wil bekijken, op maatschappelijke schaal wenkt een geheel nieuw zakelijk perspectief. Een nieuw probleem, een nieuw vak, nieuwe kansen. Voorts benadruk ik dat iDNA Manifest waarnaar Jansen verwijst, eveneens wezenlijk interactioneel is. Het eigendomsrecht op persoonsinformatie berust bij de persoon in kwestie, omdat dergelijke informatie voor verkeer ingezet kan zijn. Wat zijn dan de regels voor zo veilig en vlot mogelijk verkeer? iDNA Manifest doet de aanname van persoonlijk informatieeigendom, want daardoor functioneert (ook) het verkeersstelsel pas evenwichtig. Die redenering is zelfs ondenkbaar vanuit het oude paradigma (van organisatorische informatievoorziening), maar volstrekt logisch volgens het nieuwe paradigma van de civiele informatiekunde. Ik merk graag op dat ik met deze bijdrage eigenlijk helemaal niet met Jansen in discussie ben. Wij zijn het gewoon met elkaar eens. Ik ben hem dankbaar voor beargumenteerde verduidelijking van mijn opvatting. Dat schiet op! Ook bedank ik Jan van Til hartelijk. Bovenstaande reactie op Jansens bijdrage had ik net voltooid, toen hij de zijne plaatste (16 oktober 2007). Hoe Van Til daar met een eenvoudig herkenbaar voorbeeld de crux van paradigmatisch verschillende orientaties verklaart, beveel ik sterk aan. Zijn inhoudelijke stelling luidt: "Het nieuwe en aanvullende paradigma [...] omvat het oude en heersende paradigma (bijna) volledig." Als commentaar daarop herhaal ik dat stelselmatige betekenisordening ongeacht de schaal optimaal met een methode gevestigd is. Wat het betekenisaspect betreft, kan de nuancering "bijna" dus zelfs vervallen. Voor andere aspecten zijn naar mijn mening echter kwalitatieve verschillen in benadering gerechtvaardigd tot noodzakelijk. Daarvoor moeten de paradigma's juist zo min mogelijk overlappend op elkaar afgestemd zijn, complementair dus.
|
|
|
|
Gelogd
|
|
|
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd. |
|
|
|
Re:De Digitale Rijksbouwmeester? 2 Jaars, 8 Maands ago
|
|
De Algemene Rekenkamer ( http://www.rekenkamer.nl) heeft op 29 november aan de Tweede Kamer een eerste rapport opgeleverd over de mislukte IT-projecten bij de overheid sinds het jaar 2000: http://www.rekenkamer.nl/9282000/d/
p425_rapport1.pdf. Op pagina 31, paragraaf 5.3.3, wordt uitdrukkelijk gesteld dat de introductie van een CIO (Chief Information Officer) per departement of overheidsorganisatie " voor zover dat nog niet gebeurd is " met daarbij behorende bevoegdheden serieuze aandacht verdient. Dit lijkt een goed voorstel, maar hierbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat een CIO (slechts) een manager is. Zonder een architect presteert die manager hoogst waarschijnlijk onvoldoende. En voor de overheid in zijn geheel is een overkoepelende architect nodig, genaamd digitale Rijksbouwmeester. Voor nadere beschouwingen van het rapport van de Algemene Rekenkamer wordt verwezen naar: http://www.via-nova-architectura.org/forum/view-
9.html
|
|
|
|
Gelogd
|
|
|
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd. |
|
|
|
Get the latest posts directly to your desktop ->
|
| |
| |
|
|