|
Wie zal wat hoe bepalen? - Een architecturele benadering van het recht |
|
Duco Mansvelder
|
|
Friday, 04 July 2008 |
Voor u ligt een scriptie die handelt over de eigenaardigheden in de architectuur van
ons recht. Het betreft een onderzoek, aan de hand van een praktijkvraagstuk, naar de
mogelijkheid om architectuur, zoals dat vanuit het ICT vakgebied is ontstaan, in te
zetten bij de rechtsvorming dan wel het opsporen van de eigenaardigheden in die
rechtsvorming. Aan de orde komen de nodige aspecten van het recht en ICTarchitectuur.
Het idee is dat architectuurdenken zou kunnen helpen om een
totaalconcept voor samenhangende wetgeving en wetsinterpretatie te creëren. Het
recht kan daardoor toegankelijker, wendbaarder en effectiever worden en dat is ook
nodig.
Dat is nodig omdat de maatschappelijke (internationale) ontwikkelingen, gedreven
door vooral technische ontwikkelingen maar ook door bijvoorbeeld demografische en
klimatologische ontwikkelingen steeds sneller ingebed zullen moeten kunnen worden
in ons wettelijk regelsysteem zonder dat aan de basale rechtsprincipes van onze
democratische rechtsstaat wordt getornd. Dat is althans mijn uitgangspunt.
Recht is naar zijn aard een met de maatschappelijke ontwikkeling samenhangende
wetenschap. Als de maatschappij ingewikkelder wordt, dan worden vanzelfsprekende
algemeen gedeelde tradities vervangen door vaststelling van (nieuwe) fundamentele
regels1. Ik heb beoogd te zoeken naar een manier waarop we, ondanks toenemende
complexiteit van omgeving en het recht zelf, het recht toch overzichtelijk en
bestuurbaar kunnen houden. Ik hoop er een discussie mee op gang te brengen over de
manier waarop wij tegen het totale rechtsysteem aankijken.
In het bedrijfsleven en bij de overheid, zien we dat op het gebied van administratieve
processen en de automatisering daarvan steeds meer vanuit een doelgerichte
samenhangende visie wordt gedacht. Dit wordt mooi geïllustreerd door de aan het
regeerakkoord ontleende feitelijke doelstelling van de Nederlandse Overheid
Referentie Architectuur (NORA)2: “Een dienende overheid is een overheid die
burgers centraal stelt. Minder regels en bureaucratische lasten en een heldere
handhaving zijn daarbij nodig, evenals een hoge kwaliteit van publieke
voorzieningen.
Architectuur kan worden gedefinieerd als:
“een afbeelding van een consistent samenhangend stelsel van componenten
waarmee een doel kan worden bereikt.”
Te verwachten valt dat een architecturele aanpak, toegepast op het recht voor meer
inzicht en overzicht zal zorgen van dat recht. Hierdoor kan het begrip van het recht
verbeteren en de besluitvorming over het recht verbeteren en versnellen.
Om het stuk qua omvang hanteerbaar te houden is gekozen voor een –min of meer
willekeurige- case autokloning waarmee de architecturele benadering van het recht
kan worden geïllustreerd. Vele andere onderwerpen waren mogelijk geweest. De
Probleemstelling van deze scriptie is: “Inzicht geven in de mogelijkheden die
architectuur biedt voor het recht, uitgewerkt aan de hand van een casus”.
Na deze inleiding wordt in het tweede hoofdstuk in gegaan op de achtergrond voor
een architecturele benadering van het recht. In hoofdstuk 3 wordt de praktijk case
autokloning beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de juridische
eigenaardigheden van deze case. Hoofdstuk 5 wordt gebruikt om het begrip
architectuur nader uit te werken. In hoofdstuk 6 wordt de case ‘onder architectuur’
gebracht. In hoofdstuk 7 wordt besloten met de conclusie.
Voorts zijn een literatuurlijst en enkele bijlagen toegevoegd.
[PDF]
|