De Kwestie
De discussie over de zin en onzin van
het gebruik van nieuwe technologie is zo oud als de IT-sector zelf.
Er zijn vast nog schrijvers te vinden die de voorkeur geven aan het
gebruik van een typmachine boven een PC. Toch is het een hele poos
geleden dat ik voor het laatst over een typkamer liep. Het moet
ongeveer in dezelfde tijd geweest zijn dat er een hevige discussie
werd gevoerd over het gebruik van compilers voor tijdkritische
processen. Er ging tenslotte niets boven ambachtelijke assemblercode.
Sindsdien heb ik opmerkelijk
soortgelijke argumenten pro en contra nog diverse malen horen
langskomen. Bijvoorbeeld bij de overgang van tekstgeoriënteerde
schermen naar GUI's, bij de invoering van Client/Server technologie,
bij de adoptie van webgebaseerde user interfaces en – last but not
least – bij het gebruik van CBD en SOA. Telkens als het tegenzit,
zoals bij organisaties die momenteel worstelen met opschaling van
SOA, dan zijn de doodgewaande dino's er als de kippen bij om te
betogen dat al die moderniteit in de praktijk alleen maar problemen
oplevert en dat het vroeger allemaal beter was. Legacy is voor de één
een haast onuitroeibaar onkruid, terwijl de ander trots is op het
stoere, robuuste karakter ervan. Herkenbaar?
Er is een keur aan wijnen op de markt.
Van jong tot oud, van soepel tot geraffineerd. Belegen wijn is
jarenlang vertroeteld, de besten op nieuw eikenhout, voor een
smaakvol en complex resultaat. Wie van zulke wijnen houdt, en dat
zijn er velen, hecht aan oude tradities en is bereid om een stevige
prijs te betalen. De pleitbezorgers van legacy software kunnen hier
zeker moed uit putten.
Iedere levensgenieter weet dat wijn de
kroon is op een goede maaltijd. Echter, niet iedere wijn past bij elk
gerecht. Het echte succes zit in de combinatie. Zoals een
witlofschotel baat heeft bij een Chileense Carmenère, een
Australische Syrah heel goed past bij een Hongaarse goulash en een
Kaapse Riesling een betoverend oesterwatertje is. En omgekeerd moet
ik niet denken aan een mooie Sancerre met Hollandse Nieuwe, of een
onvolprezen Barolo met erwtensoep. Yeck.
Een goede wijn kan een goede maaltijd
tot een belevenis maken – mits goed gecombineerd. Een slechte wijn,
of een slecht gecombineerde wijn kan een prima maaltijd behoorlijk
bederven. En, jammer maar helaas, een goede wijn kan een slecht maal
niet redden – tenzij je er misschien heel veel van drinkt (maar ook
daar krijg je later spijt van).
Iets soortgelijks geldt voor
archITectuurkeuzes. Er zijn boeken volgeschreven over succesvolle
combinaties, patterns, maar hoed u voor het toepassen van goede
technologie die niet past bij het probleem dat opgelost moet worden.
Verwacht ook niet dat goede architectuur een slecht project kan
redden. Dat levert hoogstens een kater op.
Weerwoord
ArchITecten worden verantwoordelijk gehouden voor
architectuurkeuzes. Dat is een complexere en verantwoordelijkere taak
dan sommigen zich lijken te realiseren. Zij hebben de neiging om
slaafs de voorgeschreven referentiearchitectuur te volgen, of om
juist vast te houden aan de vertrouwde keuzes uit het verleden. Beide
vormen van jumping to solutions
miskennen de echte waarde van (werken onder) archITectuur. Goede
archITectuurkeuzes zijn geen sinecure! Het is een vak, dat veel
studie vereist – al is het maar om de ontwikkelingen in de
technologie en de ervaringen ermee nauwgezet te volgen. Een sommelier
moet tenslotte ook blijven bijleren over de nieuwe jaargangen en de
opkomende wijngebieden om bij te blijven in zijn vak.
Als projecten niet lukken, dan is
de gebruikte technologie een dankbare zondebok. Het projectteam treft
dan tenminste geen blaam, want de leverancier heeft de feiten anders
voorgespiegeld, zo redeneert men. In de realiteit mislukken er maar
weinig projecten door slechte technologie. Als je achteraf eerlijk
analyseert wat er is misgegaan, dan blijkt het veel vaker te liggen
aan verkeerde technologiekeuzes (erwtensoep met Barolo). En daarbij
is het zeker niet zo dat het altijd ligt aan het kiezen van
eigentijdse architectuur voor ouderwetse problemen; het kiezen van
bewezen architectuur voor moderne problemen is een minstens even
grote valkuil.
Een minder vaak belicht aspect is
de neiging tot het schromelijk onderschatten van de consequenties van
modernisering. Het is één ding om een – laten we zeggen –
Progress ontwikkelaar naar een .Net cursus te sturen om te leren om
webapplicaties te bouwen. Maar daarmee heb je nog niet de competentie
in huis om self-service applicaties te kunnen ontwerpen of om
websites professioneel te hosten. Net zo min levert het ontwikkelen
van herbruikbare services een bijdrage aan het oplossen van het
governance probleem. Gert Florijn heeft daarover laatst een
behartenswaardig interview gegeven in het blad “service oriented
architecture” [1]. Het zou archITecten naar mijn mening sieren als
zij de verantwoordelijkheid zouden nemen om dit soort zaken
vroegtijdig te signaleren
En ja, ook ik kom in mijn
adviespraktijk projecten tegen die gewoon gefaald zijn door een
slechte besturing. Eigenlijk is het onderschatten van de
consequenties van veranderingen daar ook een vorm van. Want die
consequenties hadden doorgaans best vooraf voorspeld kunnen worden.
Het is en blijft kennelijk verschrikkelijk moeilijk om te leren van
fouten van anderen. Jammer is dat.
Er moet mij nog één ding van
het hart. Er wordt soms met wat dedain geschreven over het gebruik
van moderne technologie als uit de hand gelopen hobby van de nerds
uit de pizzakelder. Ik vind het volkomen legitiem om het ontwikkelen
van nieuwe competenties als prominent nevendoel voor een project op
te voeren, zo lang die nieuwe competenties maar stevig zijn ingebed
in de strategie van de organisatie. Daarom is het juist zo belangrijk
dat archITecten zijn aangehaakt bij de strategische dialoog.
Om nog één keer terug te
grijpen op de metafoor van de wijn: ook hier geldt dat een wijn, hoe
goed hij ook is opgevoed, na verloop van jaren over zijn hoogtepunt
heen is. Dan gaat hij onverbiddelijk alleen nog maar achteruit. Zo is
het ook met technologie. Eerst groeit het gebruik minder hard dan de
markt, dan groeit het helemaal niet meer en daarna krimpt het
marktaandeel alleen nog maar. Voor leveranciers is dat het signaal om
de investeringen anders in te gaan zetten. Medewerkers die nog een
carrière voor zich hebben, raken ook minder bereid om hun tijd en
energie te investeren in oude technologie. En tegen de tijd dat
zoiets zich aan het voltrekken is, dan kun je maar beter een
alternatief achter de hand hebben.
Als je als organisatie het lef
niet hebt om te investeren in de toekomst, dan moet je ook niet gek
opkijken als het slecht met je afloopt. Daar kunnen de vele
geoutsourcede IT-afdelingen inmiddels over meepraten.
In
deze kwestie wordt een actueel thema op een scherpe manier
geanalyseerd. Het is de 16de in een reeks die op dit weblog
gepubliceerd zal worden.
[1]
Dré de Man: “Struikelend hardlopen”. Service oriented
architecture, mei 2009, p. 6.
Only registered users can write comments. Please login or register. |