Thank you for taking the time to report the following comment to the administrator of this site.
Please complete this short form and click the submit button to process your report.
De slogan ‘Even Apeldoorn bellen’ ... heeft sinds Koninginnedag 2009 voor sommigen een ‘andere lading’ gekregen. De discussie hier over TOGAF illustreert volgens mij in ieder geval het belang van ‘lading’. Ik leg kort uit: Ik schets u de werkelijkheid als een groot wit doek. Ieder van ons projecteert daar zijn eigen percepties op, en noemt het ‘de werkelijkheid’. Als we merken dat iemand anders iets anders ziet (wij noemen het projecteren meestal ‘waarnemen’) op dat doek dan wij, hebben we een verschil gevonden. Interessanter nog wordt dat verschil wanneer we hetzelfde omschrijven te ‘zien’ (feiten) maar er een geheel andere betekenis aan geven. Ik projecteer een doodenge spin, jij ziet een klein en waardevol insect... Verwarring ontstaat wanneer ik verwacht dat ‘iedereen’ die doodenge spin waarneemt, en natuurlijk snappen degenen die slechts ‘een klein waardevol insect’ zien daar helemaal niets van. Als ik deze analogie nog wat verder mag oprekken, namelijk m.b.t. ICT: Bakker ziet een waardevol insect, en van ’t Veld een doodenge spin. Het verschil in waarneming zegt weinig over ICT, maar (bijna) alles over de persoon die zijn waarneming (= projectie) verwoord; we nemen niet waar maar duiden onze persoonlijke projectie. Daarmee is de betekenis van ICT (dus) relatief; afhankelijk van de context, hier: de waarnemer en zijn persoonlijke ervaringen met ... spinnen. Zo ook begrijp ik Rijsenbrij’s pleidooi voor een ‘opdrachtgever gedreven’ traject met betrekking tot architectuur: het is immers in die context juist de (verwachtingen, projecties van de) opdrachtgever die maatgevend moet zijn voor wat er mee wordt bedoeld en wat er uit voortvloeit. En dan is exact hetzelfde relativeringsproces nodig om de waarde van TOGAF te bepalen: context. Of simpel: ‘wat is de waarde van TOGAF?’ is pas te beantwoorden als we minimaal aanvullend vragen ‘voor wie?’ Interessant is ook te benoemen dat eigen aannames over, en projecties van, de betekenis van woorden die anderen gebruiken (Bakker zegt: ‘waardevol insect’, van ’t Veld hoort: ‘doodenge spin’) op een bijzonder taaie manier en steeds opnieuw worden opgevat zodat ze (weer) passen in de eigen projectie (waarneming) van degene die leest. Als Wisse schrijft is dat vooral te waarderen als het product van een ‘spiderlover’, en als Rijsenbrij bijdraagt volgt natuurlijk onderbouwing van de engheid van spinnen... Hopelijk is deze karikatuur ergerniswekkend genoeg om juist aan te geven hoe bevooroordeeld en tot mislukking gedoemd discussies soms kunnen zijn, juist als de deelnemers woorden en betekenissen steeds opnieuw hervormen tot ze weer in hun persoonlijke en bestaande ‘plaatje’ passen. Het zal pas lukken daarmee rationeel af te rekenen wanneer de onbewuste manier waarop dat gaat ... bewust wordt gemaakt. Dit is mijn poging daartoe. Voorbeeld? Wat bedoelen ‘we’ toch met ‘de ICT’? Ik beweer graag dat, als er al een goede ontwikkeling van het vak architectuur m.b.t. informatie en communicatie mogelijk is, deze uit de ICT moet voortkomen, overigens net zoals dat in de bouwwereld gebeurde! Ik refereer daarbij ook aan de etymologische betekenis van de feitelijke woorden waarvoor ICT staat (zie: http://is.gd/w81p). Tegelijkertijd heeft van ’t Veld vast goede redenen om, vanuit zijn eigen ervaringen daarmee bijvoorbeeld, te stellen: “Architectuur in de IT-sector (applicaties, bestanden, systeemsoftware, hardware en netwerk) is iets blauws, iets dat ingericht kan worden en hoort dus hoogstens op tactisch niveau in een organisatie.” Zegt hij daarmee dat, volgens hem, door de eigenheid van ICT de mogelijkheden van ICT-driven architectuur beperkt wordt? En is dat dan een gegeven, of een persoonlijke mening? Mijn betoog is dat het vooreerst een projectie is. TOGAF is niet goed of fout. Het is hooguit goed of fout in een bepaalde context. De betrekkelijkheid wordt vervolgens niet alleen bepaald door de context, maar meer nog door de beoordeling daarvan door de waarnemer. Alleen zo kan TOGAF zowel een waardevol insect als een doodenge spin betekenen, geheel afhankelijk van de context dus. En, even terug naar de Apeldoorn-slogan: ook nog afhankelijk van tijd. Er is dus een grote variëteit aan contexten die de betekenis van informatie beïnvloedt. Ofwel: homoniemen alom. Het ontwerpen van een alomvattend stelsel dat rekening houdt met deze grote afhankelijkheid van context en tijdsfactor in de betekenisduiding van informatie vraagt een fundamenteel andere aanpak dan we tot nu toe, vanwege onze zeer beperkte focus, konden benutten: we hebben inmiddels te maken met een netwerkmaatschappij. Nou denk ik warempel en-passant ook nog een klein lichtje te hebben geworpen op dat lastige begrip “axiomatisch stelsel voor radicale interdependentie”. Maar dat is ook slechts mijn projectie van mijn beperkte begrip daarvan. Net als iedereen projecteer ik maar wat, zoals mijn feitelijk en onbetwistbaar enige juiste definitie van architectuur: http://is.gd/w9t0.