Op 28 april heeft de IGZ, de Inspectie voor de Gezondheidzorg, een circulaire gestuurd naar alle openbare - en ziekenhuisapotheken. Hierin wordt gewaarschuwd dat de elektronische gegevensverwerking in en tussen apotheken op dit moment onbetrouwbaar is. Een en ander heeft in de landelijke pers voor flinke opschudding gezorgd. De
“(…) risico’s zijn onder andere:
Het niet optreden van medicatiebewakingsignalen bij bijvoorbeeld allergie, contraindicaties, interacties en (pseudo) dubbelmedicatie.
Het ontbreken van patiëntbestanden in de dienstapotheek terwijl deze wel aanwezig zijn in de elektronisch gekoppelde zogenoemde bronapotheek.”
Eerlijk gezegd heeft het me altijd al verbaasd dat je als apotheker een academische titel moet hebben om het handschrift van een arts te kunnen ontcijferen en de inhoud van een doosje af te kunnen lezen. Maar, werd mij dan verzekerd, de apotheker voegt waarde toe door de interactie tussen medicijnen te bewaken. Helaas, ook dat blijkt dus niet waar te zijn.
Vanuit informatiekundig perspectief zijn er voor de hand liggende verklaringen voor de gesignaleerde problemen: patiënten worden niet herkend en komen daardoor meervoudig voor in het systeem. Medicijnen die bij de ene identiteit staan geregistreerd worden niet in aanmerking genomen bij uitreiking aan de andere identiteit. Of patiënten betrekken medicijnen vanuit meerdere bronnen, waarbij de bronnen niet (goed) gekoppeld zijn.
Wat opvalt bij de maatregelen die de IGZ voorschrijft is het ontbreken van de betrokkenheid van de patiënt. De maatregelen beginnen allemaal met “Iedere apotheek moet”, “Apothekers moeten” en “Zolang de apotheker niet”. Ook de apothekers zelf hebben daar overigens een blinde vlek. In enkele van de radio-interviews die rond het verschijnen van de circulaire werden uitgezonden, betreurden apothekers het feit dat je tegenwoordig ook medicijnen via internet kunt bestellen. Daardoor is het medicijnengebruik ‘onzichtbaar’. De vraag die daarop niet gesteld werd, maar meteen bij mij naar boven kwam, is: onzichtbaar voor wie? Als ik medicijnen via het internet bestel, of bij de apotheek op mijn vakantieadres, of waar dan ook, dan ben ik daar toch zelf bij?
Van wie is de informatie over mijn medicijnengebruik? Van mij toch? En wie heeft het meest een direct belang bij het juist, volledig en tijdig beschikbaar hebben van die informatie? Dat ben ik toch zelf? Waarom wordt mijn rol hierin dan helemaal te niet gedaan?
Ik heb niet de illusie dat alle problemen zijn opgelost, door de patiënt zelf verantwoordelijk te maken voor de registratie van zijn medicijnen. Maar als ik verantwoordelijk ben voor het beheer van mijn eigen geld, kan ik volgens mij ook verantwoordelijk worden gesteld voor mijn eigen medicijngebruik. Dat ik dat dan vervolgens delegeer naar een door mij te kiezen instantie (wellicht mijn eigen apotheker?), doet daar niets aan af. Het beheer van mijn geld doet ook een bank voor mij. De bank zou als voorbeeld kunnen dienen bij het vormgeven van het EMD (het elektronisch medicatie dossier).
Informatie-eigendom is een relatief onontgonnen gebied in onze informatiemaatschappij. Het bovenstaande heeft misschien tot denken aangezet. Meer ideeën hierover kun je vinden op http://www.dotindividual.com/.
Written by
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
on 08-06-2008 15:09
Eigenlijk zou een jurist moeten reageren, maar bij verstek daarvan zal ik, als ICT- architect betrokken bij de landelijke uitwisseling van patiëntgegevens, een poging wagen.
Als het gaat om medische gegevens van een patiënt, kun je niet echt spreken over informatie-eigendom. De WGBO (Wet op de Geneeskundige BehandelOvereenkomst) zegt namelijk: - de zorgverlener heeft een dossierplicht en is verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van het dossier. - de patiënt heeft recht op inzage, afschrift, aanvulling en vernietiging van zijn dossier bij een zorgverlener. - de zorgverlener heeft een geheimhoudingsplicht, hij mag patiëntgegevens alleen ter inzage van andere zorgverleners geven, voor zover dat noodzakelijk is voor de behandeling. Als de andere zorgverlener niet direct betrokken is bij de behandeling, is ook toestemming van de patiënt nodig. - de patiënt heeft een informatieplicht, moet dus meewerken aan het beschikbaar stellen van benodigde patiëntgegevens. Vrij vertaald: het eigendom van patiëntgegevens is verdeeld over zorgverlener en patiënt, waarbij de zorgverlener vooral plichten en de patiënt vooral rechten heeft.
In het genoemde artikel ging het overigens om iets dat niet is geregeld in de WGBO: een zorgverlener moet zonodig de dossiers bij andere zorgverleners raadplegen op bijv. mogelijke contra-indicaties voor een voorgenomen therapie. Het ministerie van VWS werkt momenteel aan de Wet op het elektronische patiëntendossier, waarin dergelijke zaken alsnog worden geregeld. Ook hierin krijgt de patiënt het laatste woord: als hij niet wil dat zijn patiëntgegevens elektronisch worden uitgewisseld, gaat het niet door.
Written by
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
on 09-06-2008 00:35
Beste Karel,
Juristen maken niet voor niets een verschil tussen eigendom, houderschap en bezit. Wat definities:
Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben en wordt daarom ook wel een absoluut recht genoemd. M.a.w. het eigendomsrecht kan worden gehandhaafd tegenover iedereen. Eigendom is het recht op de heerschappij over een zaak, de omstandigheid dat een zaak iemand toebehoort
Houderschap betekent dat iemand de macht heeft over een zaak van een ander maar zich niet als de eigenaar gedraagt. Een houder is iemand die krachtens een rechtsverhouding met de eigenaar de feitelijke macht over de zaak uitoefent. Denk hierbij aan een huurder, een bruiklener, een zaakwaarnemer of een beperkt gerechtigde. Het is in feite niets anders dan een zaak in handen te hebben, zonder de bedoeling te hebben deze voor zich te houden.
Bezit is het houden van een goed voor zichzelf. Een bezitter heeft meestal de feitelijke macht over een goed en gedraagt zich alsof hij de eigenaar van dat goed is.
En: Een bezitter houdt een goed voor zichzelf, terwijl een houder een goed voor een ander houdt. Onverminderd de feitelijke beschikking die een houder heeft over een goed weet die houder dat hij niet de bezitter of eigenaar is. Als iemand bijvoorbeeld een boek leent van de bibliotheek is hij geen bezitter van dat boek maar houder namens de bibliotheek.
Bekijk je antwoord eens in dit licht. En ook ik ben geen jurist maar een informatiekundige.
Dank voor de definities, maar die doen niets af aan mijn betoog, alleen mijn ‘vrije vertaling’ was juridisch onjuist. Eigendom kan inderdaad niet verdeeld worden. Maar daar zit nou juist het probleem: (patiënt)gegevens kunnen wel verdeeld worden.
Onze jurist vertelde dat men in de WGBO juist om die reden geen ‘eigendom van patiëntgegevens’ heeft gedefinieerd. In plaats daarvan heeft men de rechten en plichten van patiënten en zorgverleners vastgelegd (zie mijn vorige reactie).
Het voorstel om het informatie-eigendom bij de patiënt te leggen, klinkt charmant, maar zal in de praktijk nauwelijks werkbaar zijn: • hoe kan een arts zich voorbereiden op een behandeling als hij moet wachten totdat de patiënt zijn medisch dossier ter beschikking stelt? • wat als de patiënt met een zorgvraag bij een nieuwe arts komt, maar zijn medisch dossier niet ter beschikking kan stellen (vergeten, zoekgeraakt)? • wat als de patiënt bepaalde privacy-gevoelige gegevens achterhoudt (in de onjuiste veronderstelling dat ze toch niet relevant zijn)? • hoe kan een arts na de behandeling het medische dossier bijwerken als de patiënt al vertrokken is? Tenslotte legt het een grote verantwoordelijkheid bij de patiënt, terwijl de meeste patiënten hun medische gegevens onvoldoende begrijpen.
Daarom is de patiënt toch beter af met de WGBO, want die geeft hem de lusten, en geeft de zorgverlener de lasten. Als er iets fout gaat, wordt de zorgverlener aangesproken. En terecht, want die heeft ervoor geleerd en wordt ervoor betaald.
Written by
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
on 17-06-2008 05:32
Beste Karel,
Maar je gaat hier wel om een andere kwestie heen. Je gaat ervan uit dat iemand, in dit kader in de rol of in zijn/haar kwalificatie van patient, niet kan of mag bepalen wat van haar/hem bekend is, of mag worden. Zou je geen toestemming van iemand moeten hebben om informatie over hem/haar vast te mogen leggen? Medisch, of anderszins?
Laat me je een voorbeeld geven. Stel iemand heeft ooit een onderzoek gehad waaruit blijkt dat zij/hij een grote kans heeft om over 10 of 15 jaar een hele zware aandoening te krijgen die alleen tegen zeer veel kosten te behandelen is. Dat zou een reden voor een verzekeringsmaatschappij zijn om haar/hem een veel hogere premie op te leggen, omdat ze weten dat zij die kosten moeten gaan betalen. Mag iemand in dat geval deze informatie voor zichzelf houden? Ofwel, mag hij/zij echt eigenaar zijn van zijn/haar gegevens? Mogen houders van dat soort informatie zelf beslissen om dat vast te leggen, zoals je zegt omdat de man/vrouw incompetent geacht mag worden om daar zelf toe te beslissen?
En dan nog een stap verder: mag een NICTIZ dat zo vaststellen? Ik begrijp de juridische consequenties voor het ministerie en de totale gezondheidszorg een beetje, denk ik, maar ik zie ook de consequenties voor die mens die patient genoemd wordt. Het wordt \"levens\"gevaarlijk als IT-ers gaan beslissen wat wel en niet mag, en NICTIZ is dan alleen van de vele voorbeelden. Denk ook aan deurwaarders, belastingen, verzekeraars, wet- en regelgevers, de lijst is eindeloos. 1984 in 2008: big brother is watching you, of een soort Judge Dread.
Ik denk dat we zullen moeten leren omgaan met informatie, en de consequenties daarvan. Dat heeft weinig of niets met IT te maken, hoewel uit die hoek veel besloten en opgelegd wordt. Hoe lastig het ook mag zijn. Je kunt erover strijden of dat soort zelfbeschikking zover moet gaan als Ab Klink het op dit moment laat gaan rond donor registratie, maar de ethische lijnen en regels worden wel vaak aangeraakt of overschreden. En begint in de basis bij eigendom, houderschap en bezit van informatie. En daar hebben het begin nog niet van gezien. Zeker niet in de IT-sector.
Written by
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
on 26-06-2008 10:04
Het doet me deugt dat mijn blog tot reacties heeft geleid!
Het was echter niet mijn bedoeling een juridische discussie te doen ontbranden. Ook ik ben geen jurist en beschouw mezelf, net als jullie beide, informatie-architect of informatiekundige. Daarbij combineer ik dat met mijn andere vak: creativiteit. De term ‘eigendom’ heb ik niet in juridische zin bedoeld maar heb daar een ‘hoge mate van betrokkenheid’ mee willen uitdrukken. Als het gejuridiseerd moet worden moeten we te rade gaan bij belendende gebieden als intellectueel eigendom en het auteurs- en portretrecht. Voorts vertaalt de wetgever eigendom ook in een aantal rechten en plichten en is het zodoende vooral een containerbegrip.
Als je ‘van enige afstand’ de circulaire leest valt op dat de patiënt, dé spil in het web die van al zijn medicijn gebruik op de hoogte kan zijn, daar best een verantwoordelijkheid in kan dragen. De vergelijking met geld blijft wat mij betreft een aardige: meer dan 99% van de Nederlanders wordt geacht zijn eigen geld te kunnen beheren en in staat te zijn geen maand over te houden aan het einde van het geld. Dat is ook niet misselijk als verantwoordelijkheid en ook dat kan lang niet iedereen aan. Toch vinden we het normaal om die verantwoordelijkheid niet al te snel over te nemen. Waarom niet een analoge aanpak voor het beheer van de medicijn gegevens?
Net als ik een bank aanwijs om mijn geld te beheren, kan ik ook een informatiebank aanwijzen om mijn informatie, inclusief mijn medicijn gebruik, te beheren. Ok, het klopt dat het nu nog niet echt kan omdat dat soort organisaties nog niet bestaat (hoewel https://www.vipcode.org/ wel al in de buurt komt), maar dat is een kip en een ei probleem. Als het zaken oplost zou het een aanleiding kunnen zijn zo’n organisatie op te richten! Dus: stel zo’n organisatie bestaat wel. Dan kan ik iedereen, die bij mijn informatie moet kunnen, daar expliciet voor autoriseren. Ik zou zelfs iedereen die als zorgverlener in BIG geregistreerd staat op voorhand kunnen autoriseren om erbij te kunnen en achteraf rapportages krijgen wie het heeft geraadpleegd. Of wellicht kan de overheid dat afdwingen. Zodoende kan ik zorgverleners, die er niets bij te zoeken hadden, achteraf terecht wijzen en kan iedereen, die het wél (ook in geval van een calamiteit) nodig heeft, er onmiddellijk bij. De bezwaren van Karel (rond de beschikbaarheid van het dossier) worden dan ondervangen.
In de blog heb ik het probleem vreselijk plat geslagen. Daar is het een blog voor. Het probleem is complexer, bijvoorbeeld doordat het kan voorkomen dat er in mijn dossier informatie staat waarvan het helemaal niet de bedoeling is dat ik ze onder ogen krijg, die toch opgenomen worden voor mijn eigen bestwil. Ook dat is echter oplosbaar.
Als patiënt heb ik nu geen plichten. Daarmee wordt mij één heel wezenlijk recht ontnomen: het recht op sturing, het recht om het heft in eigen hand te nemen. Ik (in mijn hoedanigheid als patiënt) moet met lede ogen aanzien dat overheid en de medische wereld over elkaar heen tuimelen en na jaren nog steeds geen fatsoenlijk EPD hebben gerealiseerd. Ik kan zonder al te veel problemen geld over maken naar Timboektoe, maar kan een arts niet zelf míjn patiëntendossier beschikbaar stellen. Nee, volgens mij is de patiënt niet beter af met de WGBO.
Written by
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
on 26-06-2008 14:07
De poging om zowel de juridische kant als de informatiekundige kant van het eigendomsprincipe recht te doen is gedaan in het .i-Handvest (het iDNA Manifest) zie: http://www.dotindividual.com/dotihandvest.htm. Enerzijds biedt dit handvest een handvat voor informatiekundigen om eigendom als 'verdwijnpunt van infrasrtructuur voor informatieverkeer' op te pakken, maar inderdaad ook een 'aapassing van grondwetsartikel 10' en dus juridisch. Het zijn twee kanten van dezelfde munt. De discussie over eigendom, houderschap en bezit moet, zoals Steven terecht stelt, nog beginnen. Artikel 1 van het .i-Handvest is vooral handig als startschot voor die essentiële discussie, met name onder de informatiekundige architecten (en pas in X-te stadium voor juristen en techneuten).
Written by
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
on 26-06-2008 15:09
Beste Paul,
Je reactie is helder. In mijn praktijk zie ik dat het vaststellen van wat informatie is ontzettend belangrijk is. Als je dat gedaan hebt kan "de rest" volgen, onder regie. Dat is een vrij hard en weinig creatief proces van vaststellen, waarbij het idee eigendom van informatie eigenlijk als een soort hulpmiddel belangrijk blijkt om het tussen de oren van de informatie eigenaren te krijgen.
Ik begrijp niet goed wat je bedoelt met "eigendom als 'verdwijnpunt van infrastructuur voor informatieverkeer' op te pakken". Gegevens, of het die informatie zijn of niet, hebben namelijk de neiging om gekopieerd te worden, en verdwijnen in de praktijk nauwelijks. In ieder geval te weinig. Eigendom heeft in mijn idee, beperkt gezegd, met verantwoordelijkheid te maken, en nog vele andere zaken. Ik kan dat niet als verdwijnen zien, en zou niet weten hoe ik het zou moest uitleggen als informatiekundige.
Written by
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
on 27-06-2008 07:15
Naar mijn indruk zoekt Karel de Smet onmiddellijk beschutting bij heersende wet- en regelgeving, of tenminste bij het heersende referentiekader (lees ook: paradigma) ervoor. Op die manier verandert er natuurlijk nooit iets wezenlijk. Steven van ’t Veld erkent tenminste de noodzaak tot, respectievelijk kans met fundamentele heroverweging rondom het informatiebegrip. Stevens navraag naar verduidelijking over “verdwijnpunt” beantwoord ik hier graag met onderstaande tekst. Ruud van Vliet verzocht Paul Jansen en mij om op de GIA-bijeenkomst van 8 mei jl. een gecombineerde voordracht te houden. Voor de werving van deelnemers stelden wij de volgende tekst op:
Persoonlijk informatieeigendom verdwijnpunt van infrastructuur voor informatieverkeer
Paul Jansen en Pieter Wisse nemen een radicaal geëmancipeerd uitgangspunt: persoonsinformatie is eigendom van de persoon in kwestie. Daardoor verdwijnt reële complexiteit/variëteit natuurlijk niet. Hun idee is wèl dat daarmee een (veel) minder problematisch informatiestelsel ingericht kan worden. Hoe dan ook, gelet op de huidige problemen en wat we mogen verwachten volgens ongewijzigde (beleids)koers lijkt het ze de moeite waard eens een alternatief grondig te overwegen. Dat strakke uitgangspunt voor informatieeigendom plus de aanzet voor noodzakelijke nuancering tot (nieuw) evenwicht staat samengevat in vijftien punten; zie iDNA Manifest, beginselen van de open informatierechtsstaat (www.wisse.cc/htm/informatierechtsstaat_2.htm). Jansen en Wisse beseffen terdege de kwetsbaarheid van het uitgangspunt van persoonlijk informatieeigendom. Nogal wat bezwaren zijn volkomen redelijk volgens het ene paradigma, ... terwijl er juist behoefte bestaat aan een ànder paradigma. Kritiek op een peer zegt vaak weinig over een appel. Zij bedoelen ermee dat opgebrachte bezwaren doorgaans beperkte geldigheid hebben. Dergelijk inzicht veronderstelt echter nogal wat relativeringsvermogen. Elke vergelijking schiet ooit tekort. Het risico van het woordgebruik 'eigendom' is inderdaad dat tegenwoordig nog de vergelijking met materiele goederen onontkoombaar is, zeker in eerste aanleg. De aparte bedoeling van zo'n metafoor is natuurlijk ook om via transpositie zoveel mogelijk begrippen en hun samenhang te hèrgebruiken. De valkuil (waarvan zij zich dus bewust zijn, maar wat is het alternatief?) is dat het principieel afwijkende karakter van het àndere paradigma nooit erkenning krijgt. Dat verklaart waarom wèrkelijke paradigma’s elkaar zo langzaam afwisselen, … als het al lukt. Wat zij maar willen zeggen, is dat informatieeigendom een karakteristiek referentiekader behoeft. Ervaring leert dat juist openheid voor een ànder uitgangspunt leidt tot nieuw evenwicht. De oorzaak van doormodderen blijkt vaak een aanname die achterhaald geraakt is (als die ooit al klopte, maar goed). Hun suggestie luidt om, nota bene voorlopig slechts als denkoefening, dat klassieke model even zoveel mogelijk te vergeten. Voor een ànder paradigma propageren zij inderdaad zgn informationele zelfbeschikking als leidraad, waarvoor persoonlijk informatieeigendom dan uitgangspunt vormt. Nota bene, vanwege het immateriële karakter van informatie in de zin van betekenis ontkomen we niet aan een principieel passende benadering. Opschorting van het materiële eigendomsbegrip en van wat daaruit als bezwaren voortkomt voor het begrip van immateriële informatie enzovoort, bevordert de vruchtbare problematisering en ontwikkeling van informatieeigendom als maatschappelijk relevant begrip. Zij weten (ook) nog helemaal niet wat daaruit komt. Wel herkennen zij scherp dat informatieverkeer op maatschappelijke schaal alsmaar onbeheersbaar wordt. Op die schaal is aan de orde wat Wisse civiele informatiekunde noem (terwijl iedereen aparte systeempjes blijft maken en gebruiken, waarna de verbazing toeslaat dat ze geen samenhang vertonen). Informatieeigendom is overigens geen totaal onontgonnen begrip. Maar 'de intellectuele eigendom' volgens octrooi- en auteursrecht lijken niet radicaal genoeg als uitgangspunt voor een genuanceerd stelsel voor informatieverkeer. Tenslotte, voor alle duidelijkheid, wat Jansen en Wisse betreft behoeft toekenning van informatie-eigendom aan de persoon in kwestie helemaal geen pùnt in de wet- en regelgeving te zijn (ook al omdat zij niet zien hoe dat praktisch gaat lukken; in elk geval maken zij dat niet meer mee). Hun uitgangspunt geldt daarom primair als een perspectivisch ofwel verdwijnpunt. Over een paradigmawissel gesproken, dat punt ligt/blijft als het ware buiten de afbeelding, maar verschaft juist daardoor ordening voor alles erin. Dus, zodra we maar doen alsof de persoon daadwerkelijk informatie-eigenaar is, raakt beheersbare samenhang tussen allerlei feitelijke stelselvoorzieningen gevestigd. Waarom over principes strijden als het praktisch lukt?
Tot zover de inleidende tekst voor een GIA-bijeenkomst. Tenslotte vestig ik nogeens extra de aandacht op het manifest dat Paul Jansen en ik opstelden. Kijk er ajb eens rustig naar, geef er commentaar op enzovoort. Volgens mij komt er daardoor lijn èn diepgang in de noodzakelijke ideeënontwikkeling. Of wil iemand over die noodzaak nog twisten?
Written by
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
on 27-06-2008 20:03
Beste Paul en Pieter,
Ik begrijp dat jullie een eigen wereld met een bijpassende terminologie neergezet hebben. Het spijt me, maar ik verdrink in jullie woorden. Jullie woorden leggen me niet uit wat jullie met "eigendom als 'verdwijnpunt van infrastructuur voor informatieverkeer'" bedoelen. Jammer.
Written by
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
on 27-06-2008 22:10
Mmmm. Steven. Ja, jammer. Soms lukt het niet in één keer, en zeker niet als er wordt gesuggereerd dat er van een geheel ander ‘paradigma’ sprake is. Nieuwe dingen, nieuwe woorden, nieuwe betekenissen. Oncomfortabel wellicht. We hebben bij zoiets vaak de keus: de ander afserveren of onszelf uitdagen. We moeten… ach welnee: we moeten niks, maar sommigen willen zichzelf scherp houden, bijvoorbeeld in de communicatie (= informatie-in-wording). Het laatste bericht van Steven intrigeert me, communicatief dus, zeg maar. Is de opmerking “Ik begrijp dat jullie een eigen wereld met een bijpassende terminologie neergezet hebben.” er eentje die Wisse aan zijn verzameling fopvattingen kan toevoegen (http://www.informationdynamics.nl/pwisse/htm/fopvatting.htm)? Of is er een oprechte vraag verstopt in die laatste bijdrage? Kun je me helpen Steven? Met oprechte benieuwing, Paul Jansen
Via Nova Architectura is not responsible for the content of blogs, but authors and readers are asked to adhere the following guidelines. Authors are strongly encouraged to check facts, cite sources, present
balanced views, acknowledge and correct errors. Respect copyright, fair use and financial disclosure laws. Please do not disparage organizations, or individuals. Being critical of someone's practice is acceptable, when it is done in a professional manner. Prevent usage of marketing statements. Comments should be relevant to the specific post they are attached to. Spam, flaming, personal attacks, and off-topic comments are not
permitted. Readers are requested to notify
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
of any violations. The editor holds the right to remove any statements that, in the editors opinion, infringe the above guideline(s). The author receives a notification of this action.