CONTENT
Terug naar community
Magazine
Proceedings
Blogs
Master thesis
Zoeken
THEMES
The CIO speaks
The architect answers
The business decides
Effect of architecture
SOA
BPM
Methods
Principles
Financial services
Public sector
Health sector
Most popular items
 
 
BLOGS
Informatie-eigendom
Ruud van Vliet   
Monday, 05 May 2008
Op 28 april heeft de IGZ, de Inspectie voor de Gezondheidzorg, een circulaire gestuurd naar alle openbare - en ziekenhuisapotheken. Hierin wordt gewaarschuwd dat de elektronische gegevensverwerking in en tussen apotheken op dit moment onbetrouwbaar is. Een en ander heeft in de landelijke pers voor flinke opschudding gezorgd. De

“(…) risico’s zijn onder andere:
  • Het niet optreden van medicatiebewakingsignalen bij bijvoorbeeld allergie, contraindicaties, interacties en (pseudo) dubbelmedicatie.
  • Het ontbreken van patiëntbestanden in de dienstapotheek terwijl deze wel aanwezig zijn in de elektronisch gekoppelde zogenoemde bronapotheek.”
Eerlijk gezegd heeft het me altijd al verbaasd dat je als apotheker een academische titel moet hebben om het handschrift van een arts te kunnen ontcijferen en de inhoud van een doosje af te kunnen lezen. Maar, werd mij dan verzekerd, de apotheker voegt waarde toe door de interactie tussen medicijnen te bewaken. Helaas, ook dat blijkt dus niet waar te zijn.

Vanuit informatiekundig perspectief zijn er voor de hand liggende verklaringen voor de gesignaleerde problemen: patiënten worden niet herkend en komen daardoor meervoudig voor in het systeem. Medicijnen die bij de ene identiteit staan geregistreerd worden niet in aanmerking genomen bij uitreiking aan de andere identiteit. Of patiënten betrekken medicijnen vanuit meerdere bronnen, waarbij de bronnen niet (goed) gekoppeld zijn.

Wat opvalt bij de maatregelen die de IGZ voorschrijft is het ontbreken van de betrokkenheid van de patiënt. De maatregelen beginnen allemaal met “Iedere apotheek moet”, “Apothekers moeten” en “Zolang de apotheker niet”. Ook de apothekers zelf hebben daar overigens een blinde vlek. In enkele van de radio-interviews die rond het verschijnen van de circulaire werden uitgezonden, betreurden apothekers het feit dat je tegenwoordig ook medicijnen via internet kunt bestellen. Daardoor is het medicijnengebruik ‘onzichtbaar’. De vraag die daarop niet gesteld werd, maar meteen bij mij naar boven kwam, is: onzichtbaar voor wie? Als ik medicijnen via het internet bestel, of bij de apotheek op mijn vakantieadres, of waar dan ook, dan ben ik daar toch zelf bij?

Van wie is de informatie over mijn medicijnengebruik? Van mij toch? En wie heeft het meest een direct belang bij het juist, volledig en tijdig beschikbaar hebben van die informatie? Dat ben ik toch zelf? Waarom wordt mijn rol hierin dan helemaal te niet gedaan?

Ik heb niet de illusie dat alle problemen zijn opgelost, door de patiënt zelf verantwoordelijk te maken voor de registratie van zijn medicijnen. Maar als ik verantwoordelijk ben voor het beheer van mijn eigen geld, kan ik volgens mij ook verantwoordelijk worden gesteld voor mijn eigen medicijngebruik. Dat ik dat dan vervolgens delegeer naar een door mij te kiezen instantie (wellicht mijn eigen apotheker?), doet daar niets aan af. Het beheer van mijn geld doet ook een bank voor mij. De bank zou als voorbeeld kunnen dienen bij het vormgeven van het EMD (het elektronisch medicatie dossier).

Informatie-eigendom is een relatief onontgonnen gebied in onze informatiemaatschappij. Het bovenstaande heeft misschien tot denken aangezet. Meer ideeën hierover kun je vinden op http://www.dotindividual.com/.

Ruud van Vliet is informatiearchitect bij Caerleon.






Comments (20)
RSS comments
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 28-06-2008 10:56
 
 
Ja, Paul, die vraag zit erin verstopt. Laat ik hem zo stellen.  
Stel dat ik met een President-Directeur over zijn bedrijf en zijn informatie praat. Deze mensen hebben vaak wat juridisch inzicht. Ik zeg tegen hem ergens "eigendom als verdwijnpunt van infrastructuur voor informatieverkeer". Hij kan me het voordeel van de twijfel geven en het laten gaan, of zich omdraaien en niet meer met me spreken.  
Want wat zeg ik hier nu eigenlijk? Infrastructuur voor informatieverkeer kan helder zijn: hij denkt misschien IT. Beperkt, maar goed genoeg voor dit doel. Maar eigendom als verdwijnpunt van infrastructuur van informatieverkeer? Eigendom is op zich een complex, inderdaad vooral juridisch begrip, maar te begrijpen. Maar verdwijnpunt? Verdwijnt daar het eigendom? Of verdwijnt daar de infrastructuur, in zijn gedachten dus de IT? 
 
Weet je, discussieren is prima. Ik vraag alleen om uitleg omdat ik het gewoon niet begrijp. Dan kan je verwijzen naar een of ander manifest waarmee ik misschien jullie gedachtenwereld leer kennen e begrijpen, maar heb ik daar interesse in?  
Gezien de situatie is mijn antwoord op die vraag: nee. Waarom? Simpel: je kunt (of wilt) het me niet uitleggen zonder dat ik jullie wereld eerst moet begrijpen. Nu ben ik een opgeleid bedrijfsinformatiekundige en heb ik in 30 jaar ervaring een paar 100 organisaties gezien en geholpen, nationaal en internationaal, en met mensen over nog veel meer organisatie gesproken. Noem me arrogant, maar als ik jullie informatiekundige principes niet begrijp en om uitleg vraag, en jullie voegen mijn vraag toe aan een eigen lijst met wat jullie fop-opvattingen vinden, dan stimuleer je me nog steeds niet om jullie wereld binnen te gaan. Je irriteert me zelfs enigszins. 
Ik begrijp best dat jullie gelijk hebben, maar leg het me dan gewoon uit. Nederlands, Engels, maar niet Hyperlinks.  
 
En ja, er zit een oprechte vraag achter. De beantwoording activeert mijn interesse niet echt. Weet dit: ik zit dit niet te typen op zaterdagochtend omdat ik niets wil weten, geen interesse heb of wil foppen. Ik heb wel wat anders te doen. Zoals een Nederlands netwerk voor permanente educatie opzetten, wat ik straks ga doen. 
 
Ter adstructie: ik ken een bakker die vindt dat zijn producten lekker en van uitstekende kwaliteit zijn. Alleen zijn winkel wordt steeds leger. Zijn klanten denken namelijk anders. 
 
Als persoonlijke noot: ik heb er geen zin in en geen tijd voor om mensen af te zeiken. Maar ik wil wel graag begrijpen wat ik lees als het in mijn venster van interesse lijkt te zijn. En daarom is mijn vraag oprecht. Maar niet beantwoordt. 
 
Steven van 't Veld  
Steven.van.t.Veld (at) AIM.nl

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 28-06-2008 12:55
 
 
Beste Steven, oprecht dank voor je antwoord. Je slaat minstens één spijker recht op de kop: de 'taal' die professionele informatiekundigen onder elkaar bezigen is een fundamenteel andere dan die welke deze professionals in gesprek met een President-Directeur, al dan niet met juridisch inzicht, hanteren, ja zelfs dienen te hanteren. En ook: já, het is evenwel essentieel dat de vakbroeders onderling elkaar wel goed begrijpen. In mijn beleving zijn dat echter twéé verschillende zaken en trajecten. Via Nova Architecture: “… wil een toegankelijk platform zijn voor de architectuurgemeenschap. Het is bedoeld om de primaire informatiebron te worden voor architecten in het veld.” en dus… heeft de President-Directeur hier niets te zoeken. Ik vat je bericht daarom op als een pleidooi voor discussie over de beste manier waarop innovatie in het vakgebied vervolgens op de juiste, en voor klanten en opdrachtgevers begrijpelijke, manier kan worden geformuleerd. Daarmee hoop ik ook die tweede-slag te kunnen ‘parkeren’ omdat we ons dan hier kunnen beperken tot de beste onderlinge communicatie, wat volgens mij stap één is.  
Medische specialisten hebben een groot voordeel boven informatiekundigen in die zin dat hun onderlinge taal (Latijn) overwegend onveranderlijk, over overwegend onveranderlijke zaken, gaat: ze komen er samen meestal goed uit. Tweede voordeel voor die professionals is dat hun klanten (patiënten) die vaktaal (Latijn) meestal geheel niet kennen en dus ook niet in de verleiding komen zich te mengen in een ‘latijnse discussie’ tussen vakmensen. Dit vergelijk geeft overigens m.i. ook meteen aan dat zij, net als informatiekundigen, natuurlijk de voortdurende uitdaging hebben om hun communicatie naar die ‘klant’ toe optimaal te maken in de zin van ‘een goede vertaling’ (stap 2). Een groot deel van die communicatie hangt op het vertrouwen dat de ‘klant’ in de professional(s) heeft.  
Dan waarover ik meen het fundamenteel oneens te zijn met je: het is mijn stellige overtuiging dat de toenemende mogelijkheden én problemen van vandaag (juist) niet kunnen worden benut resp. opgelost op basis van de kennis en ervaring uit het verleden: er is een ánder ‘niveau van denken’ nodig. De kern-uitdaging binnen het vak van informatiekundigen is niet of ze ‘sterk’ (ervaren) genoeg zijn, of ‘slim’ genoeg zijn, maar of ze voldoende aanpassingevermogen hebben om aan die nieuwe mogelijkheden en behoeften een passend antwoord te bieden: om die te vertalen naar hun eigen vak. Ook daarin zie ik wel een vergelijking met de medische wereld: het zal vooruitstrevende medici destijds best veel moeite hebben gekost om collega’s, die met volle overtuiging talloze aderlatingen toedienden, te overtuigen dat er betere alternatieven waren, gebaseerd op nieuwe inzichten. Dat is, gelukkig voor ons allemaal, gelukt. Het zal, het moet, ook lukken om informatiekundigen onderling tot de beweging en verandering die in hun vakgebied (kennis, visie, communicatie, kortom: paradigma) nodig zijn te bewegen. 
Dat gezegd hebbende neem ik je hartekreet ‘Ik vraag alleen om uitleg omdat ik het gewoon niet begrijp’ uiterst serieus. Want wat in mijn betoog hoort is ook, en juist, dát we dan ook onderling wel elkaar moeten helpen begrijpelijk te zijn voor elkaar! Daarin ben ik tot nu toe niet geslaagd wat jou betreft, en dat is iets dat ik me zeker aan moet trekken. Mag ik hier-en-nu even volstaan met een verwijzing naar Ruud’s artikel http://www.via-nova-architectura.org/blogs/ruud-van-vliet/gegevenskwaliteit.html (binnen deze zelfde blog dus) waarin ik meen een mogelijk betere geformuleerde uitleg aan informatiekundigen te herkennen voor wat ik hierboven, als ontwerpterm bedoelde, ‘eigendom als verdwijnpunt van infrastructuur van informatieverkeer’ noemde? Ruud legt daar uit dat er behoefte is aan ‘erkenning van (betekenis)variëteit’ en dat is, in feite, de aanleiding voor het aanpassen van bepaalde ontwerpprincipes. Ik ben oprecht benieuwd naar je reactie op dat artikel omdat ik meen dat juist mensen met jouw naam en reputatie een grote bijdrage zouden kunnen leveren aan de snelheid en kwaliteit van verandseringen die er binnen het vak van informatiekundigen nodig zijn. 
Paul.

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 30-06-2008 12:41
 
 
Beste Steven, 
 
Ik waardeer je onomwonden duidelijkheid. Dit is blijkbaar niet de manier om je (op dit moment in de tijd?) te benaderen: je hebt wel wat beters te doen. De geboden aanvliegroute wekt bovendien irritatie.  
 
Nu weet ik uit mijn ervaringen met Jansen en Wisse dat zij dàt pertinent niet beoogden. Wel wilden en willen zij - net als jij - snel duidelijkheid. Iedereen wil zijn energie nu eenmaal zo goed mogelijk aanwenden. 
 
Het opzetten van een netwerk voor permanente educatie in Nederland is meer dan ooit belangrijk - mee eens. Vraag is natuurlijk wel vanuit welke informatiekundige grondslagen je dat gaat doen. Doe je dat vanuit 30 jaar ervaring, 100 organisaties enzovoort (en daarmee basta...) Of sta je jezelf ook toe werkelijk frisse ideeen daarbij te betrekken. 
 
Wat Wisse en Jansen beogen is... het laatste. En die frisse ideeen zijn zooooo anders - daarom spreken zij ook over een paradigmawissel - dat dat niet 1-2-3 uit te leggen is. Het is niet mogelijk om iemand 'even' uit te leggen wat de in's en out's van de derde dimensie zijn als die iemand zijn hele leven al 2-dimensionaal heeft gedacht en gedaan. Dat wordt een wat langer verhaal! 
 
De vraag aan jou, Steven, is of je daarin wilt investeren. Dat op zo kort mogelijke termijn uit te vinden is in ieders belang. Daaruit blijkt of er (meer) gezamenlijk op kan worden getrokken of dat het vervolg isolationistisch apart verloopt. 
 
Jan van Til

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 06-07-2008 13:23
 
 
Over verdwijnpunt gesproken, wat blijft het hier stil … Een verdwijnpunt, voor persoonlijk informatieeigendom overdrachtelijk bedoeld, helpt onderlinge verhoudingen in een complex stelsel te verduidelijken. Informatieverkeer, het woord verkeer zegt het al, is natuurlijk een kwestie van ver(stand)houdingen. Een informatiekundige is iemand met inzicht in dergelijke verhoudingen. 
Ruud van Vliet agendeerde met zijn blog dus een thema dat m.i. wezenlijk is voor de zgn informatiemaatschappij èn het beroepsrepertoire van de informatiekundige. Zeker ben ik hem ervoor erkentelijk dat hij daarbij verwijst naar eerder werk door Paul Jansen en mij. In hoofdzaak, vind ik nadrukkelijk, moeten reacties dat thema betreffen. Door samenwerking komen we verder. 
Wie wat anders kwijt wil, kan gebeuren, bijvoorbeeld dat zij/hij het druk heeft met allerlei andere activiteiten (wie niet!) of een bon mot over zijn bakker deelt (wat is het verband?), zou naar mijn idee daarover echter een eigen blog moeten schrijven. Of praat er gewoon thuis eens over. Mij interesseert het niet, al helemaal niet in verband met het wezenlijke informatiekundige thema van persoonlijk informatieeigendom in de informatiemaatschappij. 
Mijn verzoek aan de initiatiefnemer van deze reeks, Ruud van Vliet dus, luidt of hij inhoudelijk wederom de koers wil aangeven. Nogmaals, we moeten constructief door. Het is en blijft zijn blog.

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 07-07-2008 01:16
 
 
Beste Paul, 
 
Taal is essentieel. Zij dient te passen bij het beroep, zoals van iemand die de taal niet spreekt niet verwacht mag worden dat hij/zij het beroep naar behoren kan beoefenen. Dat blijkt dagelijks als IT-sprekers praten met mensen die zij business of enterprise mensen noemen. Een grove kwalificatie, die ik dan vaak ook nog geringschattend uitgesproken hoor worden. Jammer, maar helaas. Een grote reden voor een logische reactie aan de andere kant, waarin IT-ers niet voor vol aangezien worden. 
 
Informatie is iets waar een bedrijf niet meer zonder kan. Zeker, de taal van de informatiekundige heeft eigen zaken en kenmerken, maar die kunnen niet zo verschrikkelijk ver afliggen van de taal van de mensen die proberen hun business/enterprise bloeiend te krijgen cq. houden. Zoals een jurist, bijvoorbeeld, ook veel vaktaal heeft kan zij/hij die echt wel vertalen naar de taal van de mensen en organisaties die hen nodig hebben. Bij IT lukt dat gewoon niet, er zit gewoon een veel te grote afstand tussen techniek en “business”; ik spreek immers ook met een receptionist in mijn garage, en niet met de monteur zelf en dat kan ik helemaal verklaren. Maar die receptionist…. 
 
Ik hoop dat ik je opmerking rond dit medium niet zo uit moet leggen dat het hier een vrijplaats is voor nerds die niets te maken hoeven of zelfs willen hebben voor de wereld die zij horen te bedienen. Dat is trouwens wel een van de redenen waarom ik geen blog begin, hier, zoals de redactie weet. Een andere is dat architectuur en techniek hier vaak synoniem lijken te zijn. De reden waarom veel echte architecten in en rond de informatie & IT-sector die titel niet meer gebruiken. En terecht. 
 
Informatie en communicatie zijn voor mij twee sterk verbonden zaken. Immers, gegevens die informatie zijn tot je nemen is feitelijk een bepaalde manier van communiceren. Als wij, informatiekundigen, een taal kiezen die niet meer te vertalen is naar andere werelden, waar zijn we dan mee bezig? Een zoveelste eilandje dat binnenkort weer geslecht moet worden? Zou wel jammer zijn. Daarom vroeg ik een aantal keren om uitleg van wat met “verdwijnpunt” bedoeld wordt. En wat doe je dan als je geen antwoord krijgt in de taal die we allebei machtig zijn: het Nederlands. Ik verlies dan mijn interesse en ga door met zaken waar ik mee bezig moet zijn. Ken ik mijn vaktaal dan niet? Misschien? Maar ik kan de elementen die voor mij nieuw zijn in mijn eigen vaktaal niet uitgelegd krijgen, dus wat moet ik daar dan mee. Laat staan dat ik hem als professional kan toevoegen aan mijn praktijk, en het concept kan gebruiken om president-directeuren te overtuigen van wat dat allemaal voor hem/haar kan betekenen.  
 
Om nog terug te komen op dit medium. Voor mij zie ik hier vooral mensen die zich architect noemen, met diverse voorvoegsel, maar die in feite IT-ers zijn in de diverse invalshoeken die deze technologie (kennelijk) nodig heeft. Onder meer de toepassing ervan, zoals via IT-business alignment. Dit medium is er niet voor informatiekundigen, want die vinden hier “hun taal”, hun vak niet. Daarbij is innovatie in IT iets dat kompleet anders is dan innovatie in informatie. Zelfs niet te vergelijken. Dus ik zie ook niet hoe dit medium, ongeacht wat ze van zichzelf zegt, informatiekundigen ook kan bedienen. Maar ja, een ander medium is er niet. Ik heb nu diverse keren getracht zoiets op te starten, maar dan kom je iedere keer in de modder van de IT-ers terecht. Want informatiekunde is zeer gevaarlijk voor IT-ers, het ontneemt namelijk vrijheid en kost handenvol met geld als het goed gedaan wordt. Juist omdat je er goed met President-Directeuren over kunt praten, want het ligt dicht bij hun problemen, en vaak ook hun hart. 
 
Maar goed, jij wilt informatiekundigen onder elkaar. We zullen zien. Ik doe dat, nationaal en internationaal, nu al een jaar of 20-25, dus we zouden elkaar wat te vertellen moeten hebben. 
 
Tja, ik heb ooit eens voor een medisch laboratorium wat gedaan en dan zie je dat die overwegend onveranderlijke taal van de medici ongelofelijk beperkend is. Dat lab zat in een zeer hoge Nolan fase en was maar niet terug te halen naar herontdekking, echte innovatie. Je kunt het als een voordeel zien dat medici over mij heen over mij praten, maar ik voel me daar niet echt goed bij. Vooral ook niet omdat ik weet hoeveel fouten er alleen al in Nederland per jaar gemaakt worden. En ik als oprichter van een patiënten stichting de problemen van dit soort taal te vaak heb moeten opvangen. Met het soort arrogantie als “als jij het waagt om een second-opinion bij een collega aan te vragen, dan wil ik je hier nooit meer zien”. Is dat het voorland van de informatiekundige? Zonder mij, graag. 
 
Natuurlijk ben ik het met je eens dat we zelf onze zaken op de best bij ons vak passende manier op een rij moeten kunnen krijgen. Maar omdat informatie en communicatie (dus niet ICT!!) zo dicht bij de organisaties liggen wil ik niet dat ik een taal ga introduceren die ik niet kan spreken met mijn omgeving, de mensen en organisaties die ik help.  
 
Grappig. Je zegt dat je het fundamenteel met me oneens bent en dat er een ander niveau van denken is om problemen op te lossen. Heb ik dat ontkend? Alleen ik blijf er wel bij dat dat niet een of ander esoterisch, exotisch groter gelijk is dat we onszelf toekennen. Een gelijk dat anderen niet kunnen begrijpen omdat dat nu eenmaal geen informatiekundigen zijn. Mijn ervaringen in echt vele reeksen situaties, zowel in de praktijk als in opleidingen, is juist dat het een andere invalshoek is, een andere manier van kijken en van denken, maar dat die altijd relatief simpel te vertalen is naar waar je over denkt en aan werkt. Ik geloof dan ook niet dat we het zo oneens met elkaar zijn. Een van mijn stelregels is echter dat je het echt gaat begrijpen het altijd simpel, of in ieder geval simpeler wordt.  
 
Als je je betoog nu even volg, en ik zou het extreme aanpassingsvermogen hebben om nieuwe mogelijkheden te bedenken, wat moet ik daar dan mee? Want waar zijn dan de mensen en organisaties die ik moet/wil helpen? Vandaag hoorde ik een gerenommeerd veranderkundige zeggen dat ongeveer 70% van alle veranderingen op een fiasco uitlopen, en dat is ook wat ik zie en, met tegenzin, onderschrijf. Als jij een paar systeemniveaus boven de werkelijkheid gaat staan om dingen te bedenken waar anderen geen idee van hebben waar je het over hebt, en waarom dat is, dan hoor je haast per definitie binnenkort tot die 70%. Hoe goed het ook is wat je zegt, en voorstelt. Ik begrijp best dat je van je gedachten en aanpak een paradigma wil maken, gedeeld door iedereen die zich daarom informatiekundige of desnoods architect mag noemen, maar zo sterf je wel in schoonheid. Tenminste, als je gelijk hebt. En dan kom ik weer terug bij mijn herhaalde vraag rond iets dat ik niet begreep, zonder antwoord. 
 
Paul, ik werk al zoveel jaren aan het veranderen van van alles en nog wat, en dat lukt iedere keer weer een stukje. Tot het volgende extreem weer opduikt, en weer een paar jaar de volgende brand veroorzaakt. Ik weet, juist door wat ik gedaan heb, dat als we het beter begrijpen het simpel wordt. Dat is oneerlijk om te zeggen, want simpel voor mij als vakmens is niet simpel voor de rest van de wereld die een ander vak heeft. Maar goed, dat is een kwestie van goed schrijven, de taal van anderen proberen te gebruiken om het over te brengen. 
 
Laat ik je een voorbeeld geven. De huidige brand zit in wat IT-ers tegenwoordig principes noemen. Zij zetten zichzelf daarmee zo ontzettend volledig voor gek dat het beschamend is om naar te kijken. Is dat dan de nieuwe taal? Het hogere denken? Moeten we anderen gewoon opleggen dat wij gelijk hebben, ongeacht wie die wij zijn (want vaak is wij: ik). Ik heb een jaar of 5 binnen ISO gewerkt aan conceptual schemas, noem het maar de concepten onder de informatiekunde. We begonnen met een inventarisatie: 280 woorden. We konden ze, na veel discussie, terugbrengen tot 9 concepten. En een Amerikaanse prof heeft toen bewezen dat die set concepten compleet was. Vervolgens haalde IBM en nog een paar bedrijven die stekker uit die standaardisatie, want die ging hen grof geld kosten. Was ook zo, dus goed gezien. En tegenwoordig werken we nog steeds met 100-en termen voor hetzelfde. Die kennis is trouwens ontzettend makkelijk als ik weer eens ergens een audit moet doen of zo, want je ziet binnen 10 minuten wat er fout is. Vakvorming? Paradigma’s? Tja.  
 
Ik stel je antwoord echt op prijs. Je gooit echter wel weer een hyperlink naar me toe, waar weer hyperlinks in zullen zitten en ga zo maar door. Ik heb er gewoon geen tijd voor, te druk om overal rommel op te ruimen. Zit nu weer in het holst van de nacht te antwoorden omdat ik dat niet wil laten. Misschien dat ik een uitzondering maak na mijn vakantie. 
 
Steven van ’t Veld 
Steven.van.t.Veld (at) AIM.nl

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 07-07-2008 01:32
 
 
Beste Jan, 
 
Druk hebben is nooit een excuses. Maar blijven cirkelen rond hetzelfde brengt niets, en zeker geen stap verder. Misschien teveel in lijn met Kaizen, maar de wet van het marginaal nut heb ik wel leren gebruiken. 
Ik ken Paul niet persoonlijk, maar Pieter ken ik al langer dan vandaag. En ja, energie is een schaars iets. 
Ik praat niet over permanente educatie in de informatiekunde alleen, maar over permanente educatie in de informatie & IT-sector als geheel. Je kunt me altijd nawijzen dat ik mijn eigen ideeën volg, maar wie doet dat niet. Of mijn ideeën onfris zijn, dat weet ik niet. Mijn vraag in dit gebeuren was naar uitleg, meer niet. Kijken of er echt iets nieuws onder de zon is, en ik heb het gewoon nog niet kunnen ontdekken. Dat is volgens mij de basis van proberen te leren, nieuwsgierig zijn.  
Jammer dat je denkt dat ik 2-dimensionaal zou denken. Volgens mij kennen wij elkaar daar niet goed genoeg voor om je dat te laten beweren. En, nogmaals, als ik vraag naar wat jij de derde dimensie noemt en ik krijg geen antwoord, dan komt de gedachte, uit ervaring, van yet-another-method wel heel erg sterk door. 
En dan maar een keer arrogant: waarom kan ik de interesse niet vinden, kan me niet uitgelegd worden wat anderen denken en dat daar iets interessants in zit? Interesse is toch echt de basis om te beginnen. Het is voor mij dan de vraag wie zich isoleert. Voorlopig heb ik niet het gevoel dat ik dat ben. Maar ik laat me graag verrassen.  
 
Steven van ’t Veld  
Steven.van.t.Veld (at) AIM.nl

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 07-07-2008 02:00
 
 
Beste Pieter, 
 
 
Afgelopen week heb ik tijd gehad voor een 20-25 uur slaap. Je kunt dat een verdwijnpunt noemen, ik zie dat anders. 
 
Dank voor je uitleg.  
Je zegt dat een punt, hier een verdwijnpunt, ter verduidelijking van onderlinge verhoudingen dient. Bedoel je hier dat je complexiteit in stukjes kunt knippen, zodat de delen beter te begrijpen zijn en waarbij de overgang van het ene naar het andere deel als verdwijnpunt voor het zendende deel geldt omdat het dan “buiten” het deel gaat dat besproken wordt? Wat we vroeger een external entity, een source of een sink noemden (in dit geval dus een sink)? 
Daarbij zeg je dat het als persoon (zal wel in taak of functie zijn) in eigendom hebben van informatie daarbij figuurlijk/oneigenlijk bedoeld is. Eigendom is feitelijk een status die “je” wel of niet hebt, als persoon of in functie. Ook het eigendom dat die persoon toegewezen heeft gekregen van de gegevens die hij/zij als informatie aanmerkt omdat deze blijkbaar betekenis heeft is zo’n status. Feitelijk ongeacht of je die informatie doorstuurt naar buiten je discussiegebied, want het eigendom blijft bij diezelfde persoon. Of beperk jij eigendom hier tot het geknipte stukje, waarbij de vertaling naar de organisatie wel ontzettend grijs wordt omdat je dan meer eigenaren krijgt van dezelfde informatie omdat die eigenaren, omdat geknipt is, toevallig in 2 verschillende stukjes van je complexiteit acteren. 
Of begrijp ik het gewoon niet? 
 
Informatieverkeer is voor mij het doorleiden van informatie van de een naar de ander. Meestal door te kopieren, waarbij een verkeersstroom dus van een bron naar een of meer doelen gaat en op meer plaatsen vastgehouden en onderhouden wordt. Verstandhoudingen zou dan een ander woord kunnen zijn voor macht, een soort omdraaiing van een begrip als taak omdat het om de manier van invullen van de taak gaat. Dat zou een informatiekundige een specialist in machtsverhoudingen maken, iets wat in andere omgevingen wel quid-pro-quo genoemd wordt, voor wat hoort wat, geven en nemen. Vaak een aanleiding voor onderhandelen. 
 
Uit je laatste paragrafen begrijp ik dat je geen derden wil toestaan in jullie onderlinge discussie. Mensen die niet begrijpen wat gezegd wordt zijn ook lastig, vooral als ze dan ook nog proberen erachter te komen wat er gezegd wordt. Met eigen voorbeelden, en een eigen vocabulair. 
 
Laat maar, ik haak gewoon af.  
 
 
Steven van ’t Veld  
Steven.van.t.Veld (at) AIM.nl

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 07-07-2008 18:26
 
 
In zijn reactie van 7 juli jl. deelt Steven van ’t Veld mee dat hij afhaakt. Zijn timing verdient bewondering. Hieronder verklaar ik mijn diepe waardering voor zijn bijdragen nader, ook al is de kans dus groot dat hijzèlf er geen kennis meer van neemt. Omdat hij niet langer meedoet, vooruit, dan richt ik me ‘maar’ tot andere lezers. 
 
Dankzij Van ’t Velds doorwrochte serie reacties besef ik pas, eerder lukte het mij dus niet, dat is uiteraard helemaal mijn fout, dat persoonlijk informatieeigendom géén wezenlijk maar zelfs een schijnprobleem voor de informatiemaatschappij is. We maken ons druk om … niets. Feitelijk bestaat er géén probleem! Wat ongelofelijk stom dat ik dat niet snapte. 
Het kostte Van ’t Veld de moeite van vele herhalingen, maar eindelijk verwierf ik enig inzicht in zijn wijsheid. Ik kan slechts voor mijzelf schrijven, dat ik graag uitdrukking geef aan mijn nederige dankbaarheid. Ook vind ik mijn verontschuldiging op z’n plaats voor de ergernis die ik hem ongetwijfeld bezorgde over mijn aanhoudende kortzichtigheid. 
Want wat bleef Van ’t Veld ons allemaal geduldig voorhouden? Hij moet iets onmiddellijk begrijpen. Zo niet, dan verliest hij bijna netzo subiet zijn interesse. Met dergelijk gedrag spiegelt hij zich aan leden van Raden van Bestuur, zoals hij ze althans beweert te kennen. Dat geldt als doorsnee-gedrag, waarmee we dus terdege moeten rekenen. Iedereen wil toch lid van een heuse Raad van Bestuur zijn, nietwaar?! 
Het is blijkbaar zo, dat niemand, herhaal niemand, ergens interesse voor opbrengt zodra nadere oriëntatie zelfs maar de geringste inspanning vergt. Van ’t Veld heeft ons die les voorbeeldig geleerd, nogmaals dank. Daarom moet ieder mens er gewoon voor zorgen dat informatie één muisklik, dat vindt hij al obstakel genoeg, verwijderd is. 
Vergelijk het eens met een bankbiljet van, zeg, vijftig euro. Wanneer Van ’t Veld door een lege straat loopt en hij ziet zo’n biljet op de grond liggen … loopt hij dóór. Niemand haalt het immers in z’n hoofd om te bukken. Kom nou, dat zou wat meer moeite kosten. Daar moet je inderdaad niet aan beginnen. Kortom, wie dat biljet daar ooit verloor, kan het op een willekeurig tijdstip altijd zèlf weer oppakken. Van ’t Veld, zeg ook maar ieder normaal mens, gaat het pas interessant vinden nadat het geld overgemaakt is en op haar/zijn bankrekening staat. En dat heb je dan kennelijk zèlf gedaan. Je zou je bijna afvragen, waarom mensen zo’n punt maken van bescherming van hun geldmiddelen. 
 
Over het raffinement van Van ’t Velds interventies wil ik nog iets extra’s kwijt. Zijn reacties bevatten allerlei persoonlijke details. Daar trapte ik inderdaad met open ogen in, knap hoor! Schreef ikzelf als reactie niet, bijna letterlijk, dat zijn persoonlijke informatie mij niet interesseerde? Nou dan! Van ’t Veld had het schijnkarakter van persoonlijk informatieeigendom als reëel maatschappelijk vraagstuk moeilijk nòg duidelijker kunnen demonstreren. Meesterlijk gedaan! 
In dit verband wijs ik ook op de noemer die Van ’t Veld koos om zijn interventie zolang te kunnen voortzetten als nodig zou blijken, dus totdat het mij eindelijk daagde dat ik eens moest ophouden met zo’n schijnprobleem. Hij wil mij verspilde moeite besparen. Daarom deed Van ’t Veld alsof hij niet begreep wat verdwijnpunt betekent. Dat was een sterke vondst. De subtiele ironie van nu nèt dàt … schijnaanknopingspunt, verdwijnpunt, haha, drong natuurlijk pas tot mij door, toen ik mijn wezenlijke dwaling omtrent persoonlijk informatieeigendom kon inzien. 
 
Ter illustratie van hardnekkigheid van referentiekader heb ik juist naar aanleiding van verdwijnpunt echter nog enkele opmerkingen. Dat woord kwam bij mij op, omdat ik kortweg wilde aangeven dat variëteitbeheersing een kwestie is van verhoudingen. Ik probeerde een voorbeeld te bedenken. Waar komen onderlinge verhoudingen zoal tot uitdrukking? Wat biedt een herkenbaar voorbeeld? Dat bracht me op het beeld van een tekening. 
Begin met een leeg vel papier. Trek een horizontale lijn, precies, de horizon. Veronderstel dat twee parallelle wegen ‘naar de horizon’ lopen. Hoe teken je ze in zgn perspectief? Daarvoor maak je voor het platte papiervlak de aanname dat beide wegen ‘ergens achter de horizon’ samenkomen, nota bene, hoewel ze in werkelijkheid dus parallel zijn. De elfde druk van Van Dale stelt als betekenis van verdwijnpunt voor: “ punt in een perspectieftekening waarin evenwijdige perspectieflijnen, indien voldoende verlengd, elkaar (zouden) snijden.” Precies, zo bedoel ik het ook. Dat legt de tekenlerares of –leraar ook begrijpelijk uit aan ieder (school)kind. Van ’t Veld heeft uiteraard opnieuw volkomen gelijk, dat je dan niet mag verwachten dat leden van Raden van Bestuur dat óók snappen. Van ’t Veld zèlf, zoals gezegd, hield razend knap verborgen dat hij wèl prima snapt wat verdwijnpunt betekent. Hoewel ik had kunnen weten, dat hij het allang prima begreep, want zo simpel is de vergelijking op basis van de perspectieftekening weer wel. Wat telt, nogmaals, is dat ik dankzij zijn werkzame interventie eindelijk wat bijleerde. 
Maar dan toch nog even over de tekening in perspectief. Veronderstel verder dat langs de ene weg bomen van allemaal gelijke hoogte staan. Datzelfde verdwijnpunt biedt houvast om een boom verhoudingsgewijs steeds kleiner te tekenen naarmate hij dichter bij de horizon respectievelijk verder verwijderd van de waarnemer staat. Op dezelfde manier lukt het om àlles te tekenen, zodat de afbeeldingsverhoudingen de reële verhoudingen inderdaad redelijk realistisch vertegenwoordigen. 
Zo dacht ik dat persoonlijk informatieeigendom geen werkelijkheidsgehalte behoeft te hebben, zeker niet op korte termijn waarop het geheid een illusie is, om tòch als referentiepunt te kunnen dienen. En omdat ik veronderstelde dat juist de vergelijking met een perspectieftekening kan rekenen op gemakkelijker herkenning — wie heeft er nooit zo’n tekening geprobeerd — vond ik de term verdwijnpunt bruikbaar voor popularisering. Dat ging ook goed op die GIA-bijeenkomst. Volgens Van ’t Veld vergis ik me daarin echter schromelijk. Wat een perspectieftekening is, wat een verdwijnpunt is, weet geen enkel lid van welke Raad van Bestuur ook. Dáár gaat het om, punt. 
 
Het is eigenlijk reuze jammer dat Van ’t Veld afhaakte. Ik zou graag zijn stellingen over het taal- annex begripsvermogen van leden van Raden van Bestuur toetsen. Met wie precies heeft hij zoal professioneel contact gehad tijdens zijn langdurige loopbaan? 
Als Van ’t Veld namen en adressen opgeeft, tja, voor wetenschappelijk onderzoek moet privacy weleens wijken, kan ik nagaan of a. dat contact daadwerkelijk bestond/bestaat en b. welke waardering de taalbeheersing Van ’t Veld daar werkelijk krijgt voor zijn taalbeheersing. Overigens sluit ik niet uit dat de uitkomst ad a. summier uitvalt, zodat het zelfs maar de vraag is of ad b. enige respons komt. Ik wil maar zeggen, wanneer ik zo regelmatig een Raad van Bestuur adviseer als Van ’t Veld beweert te doen, ga ik me niet meer druk maken met reacties op Via Nova Architectura. Maar goed, dat is allemaal speculatie, want van Van ’t Veld zien we hier niets meer. Hoezeer dat valt te betreuren, zijn keuze verdient alle respect, al helemaal na zijn belangeloze inzet voor aanwijzing van het schijnprobleem. 
 
Voor wie zekerheid ontleent aan het lemma in een woordenboek, inderdaad, dat kost wel de moeite van het opzoeken …, behandel ik voor andere lezers toch even Van ’t Velds met name aan mij gerichte reactie van 7 juli jl. in het licht van Van Dale’s omschrijving van verdwijnpunt (want van mijn eigen voorstel voor die term ging voor Van ’t Veld blijkbaar geen gezag uit). 
Nee, daarvan begrijp ik op mijn beurt niets. Het maakt mij uiteraard extra nieuwsgierig ernaar, hoe Van ’t Veld aan Raad van Bestuurleden wil gaan uitleggen wat “een external entity, een source of een sink” is. Of doe ik nu te flauw? Wat mijzelf betreft, vermoedelijk heb ik met de nadrukkelijke associatie van verdwijnpunt en verkeer zijn verwarring aangewakkerd. Daaraan geeft Van ’t Veld een wending die ik nogal technisch beschouw. Ik merk voorts op dat op stelselschaal zoiets als een external entity een … schijnobject vormt. Want met maatschappelijk bereik van informatieverkeer is nu eenmaal niets meer extern. In civiele informatiekunde zal Van ’t Veld echter evenmin interesse tonen. 
Nee, ik gebruikte de term “figuurlijk” niet, laat staan “oneigenlijk.” Ik schreef: overdrachtelijk. Hopelijk heb ik hierboven (verder) verduidelijkt dàt ik een vergelijking zocht, welke dat werd enzovoort. Wie dat (nog) niet begrijpt, heeft netzo hopelijk genoeg interesse bewaard om het woordenboek te raadplegen voor betekenis(sen) van overdrachtelijk. 
Nee, “eigendom” acht ik geen “status.” Dat is, voor wie in dit verband (context!) prijsstelt op de aanduiding “status,” eigenaar wèl. Eventueel kan eigendom gelden als status van informatie. Per saldo gaat het om de relatie, lees ook verhouding. 
Nee, inderdaad, Van ’t Veld “begrijp[t] het gewoon niet.” Hij heeft volgens mij overigens de crux wèl bijna te pakken. Dat leidt ik af uit zijn vermelding van “vertaling” en “verschillende stukjes van de complexiteit.” Jammer, hoor, dat hij niet even doorzet. Het zijn precies dergelijke stukjes, nota bene, die zonodig formeel naar verschillen vertaald moeten zijn. Dat borgt de verbijzondering volgens context en tijd volgens metapatroon. Of iemand metapatroon in één oogopslag kan vatten? Dat lijkt mij sterk. Vormt het bevattingsvermogen van Raad van Bestuurleden het criterium voor serieuze ontwikkeling van informatiekundige methoden & theorieën? Als Van ’t Veld daaraan vasthoudt, ontkent hij vernieuwing. Dat klinkt praktisch, open, maar het tegendeel is waar zodra de omstandigheden zodanig veranderden dat wat ooit werkte inmiddels achterhaald is. Prima, daarover kunnen meningen sterk verschillen. Maar kom ajb met een serieuze mening. Haal nachtrust in voor een evenwichtig oordeel. 
Nee, Van ’t Velds idee over informatieverkeer is niet passend voor het netwerkkarakter van de informatiemaatschappij. Zoals ik hem begrijp, blijven informatiesystemen qua opzet de valse pretentie van autarkie houden. Het zgn geïdealiseerde ontwerp is zelfs radicaal òmgekeerd. Nog lòs van instrumentatie bestaat informatie over/voor een gedifferentieerd “stukje van de complexiteit” principieel ènkelvoudig. Niks kopie. Voor Van ’t Veld is een dergelijke opzet echter nog ònvoorstelbaar. Daar komt hij vanzelfsprekend ook nooit achter door met leden van Raden van Bestuur te blijven praten. Opmerkelijk vind ik het — mag het even tussendoor? — dat Van ’t Veld duurzame opleiding opzet, maar zich àfzet zodra hijzelf wat zou kunnen opsteken. Daarvoor ontbreekt prompt zijn interesse, frappant.  
Nee, verstandhouding is géén “ander woord […] voor macht.” Daar gaat Van ’t Veld véél te kort door de bocht. Macht is natuurlijk wèl een onlosmakelijk aspect van verstandhouding. Dus, ja, “een informatiekundige [die tevens] specialist in machtsverhoudingen” is, is stellig een betere informatiekundige. Wie regelmatig in bestuurskringen verkeert, zoals Van ’t Veld niet ophoudt over zichzelf te beweren, heeft dat allang geleerd. 
Nee, ik herken ook na her- en herlezing van mijn vorige reactie niet dat ik stelde dat ik “geen derden wil toestaan in [onze] discussie.” Dat maakt Van ’t Veld er wellicht graag van. Opmerkelijk vind ik het dat hij herhaaldelijk vermeldt geen interesse te kunnen opbrengen. Wanneer ik dat op mijn beurt één enkele keer over zijn reacties opmerk, … haakt hij gretig af. Wat hij niet wenst te lezen, is mijn oproep ons op het thema van persoonlijk informatieeigendom te concentreren. 
Ik gun Van ‘t Veld graag zijn aanleiding om af haken. Mijzelf gun ik echter nadrukkelijk het weerwoord. Ik profiteer hier ook graag dat Van ’t Veld zichzelf buitenspel zette. Maar wie weet toont hij zich sportief en gaat meedoen. Want dàt bedoel ik wèl, het moet méédoen zijn. 
Nee, ik geloof niet dat persoonlijk informatieeigendom een schijnprobleem is, integendeel. 
 
Mijn verzoek aan Ruud van Vliet voor hersporing van het thema handhaaf ik daarom nadrukkelijk. Eerlijk gezegd vind ik het een schande dat wij ook hier weer zoveel tijd besteden aan … schijncommunicatie. We hebben een vak, dat is informatiekunde. Dat moeten we helpen ontwikkelen. Daarvoor moeten we inhoudelijke sporen uitzetten. Dat gelijkhebberige geleuter over verdwijnpunt houdt nodeloos op.

 
Written by Ruud van Vliet on 13-07-2008 08:25
 
 
Informatie-eigendom is een belangrijk issue, hoe je het ook wendt of keert. Het is, in de vorm van bijvoorbeeld Intellectual Property, deels geregeld maar er is in de informatiemaatschappij behoefte aan uitbreiding. Momenteel gebeurt die uitbreiding sterk gefragmenteerd: bij individuele problemen worden individuele oplossingen gekozen. Op zich is de verwoording van Karel de Smet daar een illustratie van, waarbij Karel de huidige praktijk beschrijft ten aanzien van informatie 'eigendom' in het kader van de EMD. Het ontbreek daarbij, mijns inziens, aan een fundamentele visie: de verantwoordelijkheidsverdeling is ontstaan op basis van de individuele belangen bij dit individuele geval. Er is, voor de verdere ontwikkeling van de informatiemaatschappij, behoefte aan vísie. Ziedaar trouwens (mijn interpretatie van) het verdwijnpunt: net als in een perspectieftekening, waarbij de verdwijnpunten voor de afzonderlijke dimensies aangeven waar je je in de verte op moet oriënteren, geldt persoonlijk informatie-eigendom mogelijk als een ijkpunt op de horizon die een fundament biedt om met informatiebelangen om te gaan.  
 
In de discussie komt 'infrastructuur' daar als woordprobleem bij: bij infrastructuur denken we snel aan IT, terwijl de infrastructuur waar Pieter Wisse en Paul Jansen op doelen een zuiver informatiekundige infrastructuur is. Een illustrerende metafoor die ik van Pieter leen: de fysieke verkeersinfrastructuur (auto, trein, fiets, etc.) bestaat náást de wegen en de bruggen (vergelijk: IT infrastructuur) ook uit de verkeersregels en afspraken (vergelijk: informatiekundige infrastructuur). Beiden zijn nodig om tot een vlotte doorstroming van het (informatie)verkeer te leiden. Momenteel bouwen we volop 'informatie' bruggen en wegen maar hebben nog verzuimd om af te spreken dat we rechts blijven rijden. Niet zo vreemd dat het tot ongelukken leidt, toch? 
 
De informatiekunde heeft behoefte aan meer fundament. Een fundament dat de vraag beantwoordt welke principes ten grondslag liggen aan informatiekunde. Jaap van Rees benadert informatiekunde vanuit 'informatieruimten' en Pieter Wisse vanuit de noodzaak voor betekenisvariëteit in tegenstelling tot ongebreidelde standaardisatie. Ze komen tot totaal verschillende fundamenten. Die fundamenten vormen uitgangspunten waar informatieverkeer aan moet voldoen om het in goede banen te leiden; die uitgangspunten, met daaruit voortvloeiende richtlijnen, regels, standaarden en principes, vormen de infrastructuur.  
 
Pieter Wisse abstraheert zijn infrastructuur (in "Informatieverkeer in publiek domein", 2004) tot enkelvoudige informatiebewegingen (waar complexe informatiebewegingen uit kunnen worden opgebouwd). Een enkelvoudige informatie beweging wordt ontleed tot werkstromen en informatie, verwijzingen daar naartoe en de relevante autorisaties. Zo'n infrastructuur faciliteert écht innovatieve informatiekunde: informatie hoeft niet langer te worden gekopieerd en het erkent de noodzaak voor betekenisvariëteit. En via via leidt het ook tot vragen rond informatie-eigendom. 
 
In het licht van deze blog is de vraag die voorligt echter beperkter: de zin en onzin van het informatiekundige uitgangspunt: 'informatie over de individuele (rechts)persoon is eigendom van diezelfde (rechts)persoon'. Dat die vraag voor Pieter Wisse is ingebed in een groter geheel (de infrastructuur) is nu even minder van belang. De ervaring leert dat het uitgangspunt op zich al voldoende stof voor discussie geeft.

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 18-07-2008 09:11
 
 
Ruud van Vliet doet, opnieuw, het belang recht van persoonlijk informatie-eigendom als beginsel voor productief maatschappelijk verkeer. Ik steun nadrukkelijk het inhoudelijke spoor voor voortzetting van de discussie. Want als iemand al ergens staat, is het volgens mij pas aan het vroegste begin van noodzakelijke visie enzovoort op de relevante schaal van de informatiemaatschappij. Daar moet dus nodig nog erg veel aan gebeuren. 
Graag vermeld ik hier dat Ruud Van Vliet onlangs tevens “een kanttekening” aan Paul Jansen en mij stuurde over iDNA Manifest. Zoals ik hem begrijp, wijst hij aan dat versie twee van het manifest gebruiksplicht ten ònrechte beperkt ziet tot de overheid. Met hartelijk dank voor zijn scherpe analyse, ja, bijvoorbeeld een commerciële zorginstelling of bankbedrijf zijn eveneens wettelijk verplicht gesteld om persoonsinformatie van patiënten, respectievelijk rekeninghouders te gebruiken. 
Die gesignaleerde tekortkoming, zeg maar gerust lacune, valt op te heffen door uitbreiding van het manifest met pakweg twee artikelen. 
Dat beviel Paul Jansen en mij echter niet. Weliswaar was daardoor het gesignaleerde probleem opgelost, maar inmiddels herkenden wij een nog ruimere kans voor verbetering. De “kanttekening” katalyseerde aldus grondige herziening van het gehele manifest. Van het ene komt nu eenmaal gauw het andere. 
Zoals het er nu naar uitziet, blijft in de volgende manifestversie (nr 3) slechts het eerste artikel met dezelfde formulering op dezelfde plaats behouden. Of Ruud van Vliet het eens gaat zijn met het zelfs drastisch andere resultaat waarvan hij de aanstichter is, valt natuurlijk nog maar te bezien. Méér van zulke kritiek is echter onmisbaar voor verdere verbeteringen, dus dat blijkt wel. 
Zodra wij de derde versie voltooid hebben, willen wij haar hier ook als reactie plaatsen. Of Ruud van Vliet dat “in het licht van [zijn] blog” passend vindt, vernemen wij daarom graag. 
De a.s. versie van iDNA Manifest vinden wij voor dit stadium een sterke verbetering vooral omdat nòg duidelijker wordt dat niemand, althans niemand die verantwoord burgerschap pretendeert, haar/zijn schouders kan blijven ophalen over persoonlijk informatie-eigendom. Kortom, als het aan Paul Jansen en mij ligt: Wordt vervolgd!

 

Only registered users can write comments.
Please login or register.



 

Via Nova Architectura is not responsible for the content of blogs, but authors and readers are asked to adhere the following guidelines. Authors are strongly encouraged to check facts, cite sources, present balanced views, acknowledge and correct errors. Respect copyright, fair use and financial disclosure laws. Please do not disparage organizations, or individuals. Being critical of someone's practice is acceptable, when it is done in a professional manner. Prevent usage of marketing statements. Comments should be relevant to the specific post they are attached to. Spam, flaming, personal attacks, and off-topic comments are not permitted. Readers are requested to notify This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it of any violations. The editor holds the right to remove any statements that, in the editors opinion, infringe the above guideline(s). The author receives a notification of this action.