|
Congruentie als emergente eigenschap |
|
Jan Campschroer
|
|
Saturday, 03 January 2009 |
Ik heb net twee aardige boekjes (70 - 100 pagina's) gelezen van het NAF over architectuur. Beide geven hun eigen betekenis aan architectuur. Dat is niet zo erg. Waarom zou je met één betekenis moeten volstaan? Toch wil ik ze wel met elkaar verbinden, dat lijkt me goed voor de uitbouw van het vak. Bij deze een poging.
In "Competences of IT Architects" van Roel Wieringa e.a. wordt gesteld (p. 22): "It is the job of an IT Architect to maximize the number over desirable emergent properties and to minimize the number of undesirable ones". Een "emergente eigenschap" is daarbij een eigenschap die voortkomt uit de samenwerking(interactie) van de samenstellende delen van het ontworpen systeem. Deze emergente eigenschappen moeten in lijn zijn met (o.m.) de doelen van de opdrachtgever. Een emergente eigenschap van een huis is bijvoorbeeld dat het een atmosfeer creëert waar de bewoners zich in thuis voelen.
In "Building strategy into design" stelt Jan Dietz (p.xii) : "Enterprise Architecture is defined als the normative restriction of design freedom. Practically, it is a coherent and consistent set of principles that guide the the design, engineering, and implementation of an enterprise". Waarom de ontwerpvrijheid te groot is en dus ingeperkt moet worden, wordt niet echt duidelijk beargumenteerd. Een beetje verstopt geeft Jan de volgende analyse (p.3): "A plethora of literature indicates that the key reason for strategic failures is the lack of coherence and consistency, collectively also called congruence, among the various components of an enterprise." Hieruit en uit de overige beschrijving in deze paragraaf maak ik op dat de ontwerpbeperking nodig is om dit te realiseren en om daarmee de complexiteit te verminderen en de bedrijfsstrategie te kunnen realiseren.
In Roel's beeld is een architect een ontwerper. Het lijkt er op dat de Dietz-architect de principes opstelt die door Wieringa-architecten moeten worden toegepast. Die toepassing van principes moet er dan toe leiden dat de diverse systeem-componenten die uiteindelijk ontstaan, onderling congruent zijn. De opgestelde principes zouden er toe moeten leiden dat het ontwerp- en realisatieproces een bepaalde eigenschap heeft nl: zorgen voor congruente systemen. Ook in bouwwereld onderkennen we deze tweedeling wel. De Dietz-architect is dan degene die het bestemmingsplan opstelt en de Wieringa-architect is vergelijkbaar met de architect van de gebouwen die zich in het bestemmingspan moet voegen.
De Dietz-architect kunnen we echter ook zien als rol van een bijzondere vorm van een Wieringa-architect. Stel namelijk dat we als te ontwerpen systeem het ontwerp- en bouwproces van een organisatie nemen. En stel dat één van de emergente eigenschap van dit proces is dat het zorgt voor congruente systemen. Dan zou één van de ontwerpproducten van de Wieringa-architect een Dietz-architectuur kunnen zijn. Maar mogelijk zou de Wieringa-architect (niet gehinderd door beperking in zijn ontwerpvrijheid) ook andere manieren kunnen bedenken om hetzelfde effect te bereiken?
Only registered users can write comments. Please login or register. |