|
Voor zover ik heb kunnen nagaan is het begrip «Ontwikkelen zonder
Architectuur» voor het eerst geïntroduceerd in het alleszins
lezenswaardige boekje van Sogeti, getiteld: “DYA – Snelheid en
samenhang in business- en ICT-architectuur”. Maar als het begrip
«Ontwikkelen onder Architectuur» zulke warme gevoelens oproept, wat is dan «Ontwikkelen zonder Architectuur», in welke situatie zou je dat dan willen praktiseren en waarom is het eigenlijk überhaupt nodig?
Het genoemde boekje stelt dat er gegronde redenen kunnen zijn om zonder
architectuur te willen ontwikkelen; bijvoorbeeld als je een oplossing
heel snel moet realiseren – een korte time-to-market – of als je
innovatieve technologie wilt toepassen. Het lijkt bedoeld als een soort
ingebouwde escape in het architectuurproces, een escape die dient om
managers die bang zijn voor een papieren tijger hun belangrijkste argumenten tegen «Ontwikkelen onder Architectuur» bij voorbaat uit handen te slaan.
Op het eerste gezicht lijken dit allemaal zeer valide argumenten. Waarom is het bij nader inzien dan toch je reinste
Flauwekul?
Het
zou flauw zijn om er alleen maar op te wijzen dat het per definitie
onmogelijk is om een systeem te ontwikkelen dat geen architectuur
heeft. Immers, ieder systeem van enige complexiteit is opgebouwd uit
onderdelen met onderlinge interacties, heeft wel enige interactie met
de buitenwereld, en is conform bepaalde ontwerpprincipes gebouwd. Zelfs
spaghetti heeft een bepaalde architectuur. Maar dat is ongetwijfeld
niet wat de auteurs bedoeld hebben met hun, eh, woordgrapje. Ze hebben
vermoedelijk bedoeld dat een bedrijf binnen haar enterprise
architectuur bewust gekozen heeft voor het toepassen van bepaalde
principes en standaarden, maar dat het desondanks soms toch wenselijk
kan zijn om – al is het maar tijdelijk – systemen te accepteren die
niet aan die zelfgekozen principes en standaarden voldoen.
Evengoed
is de woordkeus op z'n minst ongelukkig te noemen. Het suggereert
immers dat je maar twee mogelijkheden hebt: je ontwikkelt ofwel onder, ofwel zonder architectuur. Er lijkt geen tussenweg mogelijk te zijn. En dát is precies wat er zo wringt aan het begrip «Ontwikkelen zonder Architectuur». Het creëert een tegenstelling die er niet zou mogen zijn. Denk even mee.
Een
uitgewerkt stelsel van principes en standaarden is zonder twijfel
hartstikke nuttig. Tegelijkertijd is het in niemands belang dat zoiets
een keurslijf wordt. Met andere woorden: in de praktijk heb je als
architect soms behoefte om een afweging te maken van het belang van het
toepassen van een specifiek principe of een standaard tegenover het
toestaan van een afwijking. En als de nadelen van het toepassen van een
standaard – in termen van ontwikkelkosten, exploitatiekosten en
ontwikkeltijd – overduidelijk niet opwegen tegen de voordelen van een
alternatief, dan valt het toch moeilijk te verkopen dat de enterprise
architectuur principes onder alle omstandigheden onverkort moeten
worden toegepast? Ontwikkelen onder architectuur zou toch juist moeten draaien om het maken van een evenwichtige afweging tussen alle concerns van alle stakeholders?
Dan nog iets. In de pure vorm van ontwikkelen zonder architectuur
zou er sprake zijn van een architectuur die op geen enkele manier past
in de bestaande enterprise architectuur. Dat houdt dus in dat de
bedrijfsprocessen op een volstrekt andere leest zijn geschoeid dan de
rest van de processen binnen de organisatie; dat een informatiesysteem
op geen enkele manier past in de bestaande informatiearchitectuur en
dat er van compleet andere technologiestack gebruik wordt gemaakt. Er
zijn vast tal van praktijkvoorbeelden te bedenken waar zo'n totale
breuk met de bestaande situatie heeft plaatsgevonden. Een aparte
organisatie, met een aparte boekhouding, eigen gebouwen, een eigen
manier van werken, een eigen website, een apart data warehouse en eigen
informatiesystemen. Maar wacht even. Dan hebben we het in dat geval
eigenlijk over een apart bedrijf, met een aparte identiteit, dat over
de hele linie zelf zijn eigen keuzes maakt en ook zelf beslist over de
inrichting van zijn eigen enterprise architectuur. Een nieuwe
enterprise architectuur, naast een bestaande. Ook dat kun je toch heus
niet betitelen als «Ontwikkelen zonder Architectuur»?
Dan
was er ook nog het sympathieke argument dat het toepassen van nieuwe
technologie in het algemeen nieuwe ontwerpprincipes en standaarden
vereist. Principes en standaarden die je niet vooraf kunt vaststellen,
althans als je niet helderziende bent. Het toepassen van nieuwe
technologie vraagt typisch om een experiment, met als doel om in de
praktijk te onderzoeken welke nieuwe principes en standaarden zinvol
zouden zijn. Op zichzelf is dat toch geen flauwekul? En toch is er met dit argument
iets raars aan de hand. Om te beginnen geldt ook hier dat het niet
zonder meer logisch is dat een technologische vernieuwing een
enterprise over de hele linie op z'n kop zet. Werkelijk alles
tegelijkertijd proberen te veranderen is immers een riskante strategie
die je in de praktijk gelukkig niet zo vaak tegenkomt. Maar stel je
even voor dat er een project loopt dat erop gericht is om een nieuwe
architectuur in te voeren. Een project dat begint met het opstellen van
eisen en wensen, op basis daarvan een leverancier selecteert, een
proof-of-concept met de technologie uitvoert om te bewijzen dat de
goede richting gekozen is, vervolgens een pilot uitvoert om te bewijzen
dat het ook in de praktijk gebracht kan worden en dan de lessen trekt
voor vervolgprojecten. Een project dat de fundamenten legt voor de
nieuwe architectuur. Zou je niet bij uitstek in zo'n innovatief project
een prominente inbreng van architecten verwachten? Zou je dan werkelijk
een project, dat een nieuwe architectuur als de belangrijkste
deliverable heeft, willen uitvoeren onder het label «Ontwikkelen zonder Architectuur»?
De architectuuragenda
Ontwikkelen onder architectuur is een balanceeract. Er zijn doorgaans een heleboel stakeholders bij een ontwikkeling betrokken. Niet zelden hebben deze stakeholders op
onderdelen tegenstrijdige belangen. Als architect moet je daarvoor
gevoelig zijn en je moet in staat zijn om tussen dergelijke klippen
door te laveren. In de praktijk werkt het vaak erg goed om de discussie
over het toepassen van principes en standaarden tegelijkertijd te
voeren met de discussie over de eisen en wensen van de stakeholders in
een scenario workshop. In zo'n workshop worden de voor- en nadelen van
de verschillende oplossingsscenario's op een rijtje gezet. Het gaat dan
om realistische oplossingsscenario's die door de betrokken architect
zorgvuldig zijn gekozen. Zulke oplossingsscenario's kunnen in principe
het hele kleurenspectrum tussen wit – geheel conform de geldende
architectuur – en zwart – geheel afwijkend van de geldende architectuur
– afdekken. Een dergelijke integrale belangenafweging aan de hand van
concrete scenario's werkt vaak veel effectiever dan een geisoleerde
discussie over het honoreren van een specifiek requirement, principe of
standaard.
Als
enterprise architect zou je na moeten denken over een formele procedure
voor het accepteren van afwijkingen van de geldende principes en
standaarden. Dan houd je tenminste grip op de projecten. Het is
uiteraard zaak dat beslissingen over het al of niet toestaan van
uitzonderingen op het juiste niveau worden genomen. Je kunt je daarvoor
eens laten inspireren door de vrijstellingsprocedure die bij de
regelgeving in bestemmingsplannen gebruikelijk is. Het meest bekend is
de zogenaamde artikel-19 procedure, die het afhandelen van aanvragen
voor vrijstellingen regelt. Minder bekend is de artikel-17 procedure,
die voor tijdelijke vrijstellingen gebruikt kan worden. Denk in elk
geval ook na over de rol die een orgaan als de architectuurraad bij het
al dan niet verlenen van vrijstellingen zou kunnen spelen.
«Ontwikkelen zonder Architectuur» is onmiskenbaar een flauwekulbegrip. Als je «Ontwikkelen onder Architectuur» op een professionele manier praktiseert, dan is «Ontwikkelen zonder
Architectuur» volstrekt nutteloos en overbodig. Het wordt de hoogste
tijd dat we als architecten stoppen met ons vakgebied te
diskwalificeren met dit soort verwarrende begrippen. Wij staan er
immers voor om in het complexe krachtenveld van alle stakeholders,
evenwichtige ontwerpkeuzes maken die rekening houden met het hele
spektrum aan belangen. De enterprise architectuur is best belangrijk,
maar als het puntje bij paaltje komt, dan staat het belang van de
business toch voorop. Een enterprise architect moet sowieso oppassen
voor het stigma van de principeneuker.
Het onverzettelijk vasthouden aan principes schiet uiteindelijk altijd
zijn doel voorbij. Het is veel effectiever om constructief mee te
werken aan just-enough en just-in-time architectuur. Dat is overigens ook veel uitdagender. Er zijn immers nog zoveel andere kleuren behalve zwart en wit.
Deze flauwekul ontzenuwt een actueel architectuurdebat op een pittige en soms zelfs controversiële manier. Het is de 2de in een reeks flauwekul. Deze is op 24 januari 2008 gepubliceerd op ArchITectuur Bedrijven.
Only registered users can write comments. Please login or register.
|