Het Ontwerp van de Architectuurfunctie
De management goeroe Eliyahu Goldratt heeft er zijn
levenswerk van gemaakt om de boodschap te verkondigen dat het zinloos is om in
alle bedrijfsfuncties tegelijkertijd een beetje te investeren – het
eindresultaat dat zo kenmerkend is voor doorgaans enerverende
budgetteringsrondes. Goldratt wordt niet moe om erop te wijzen dat deze praktijk
vooral verspilling bevordert. Bedrijven zouden volgens zijn «theory of
constraints» in plaats daarvan moeten kijken naar de knelpunten in de
processen, en er heel gericht in investeren om die knelpunten op te lossen [1].
Het architectuurproces – het geheel van activiteiten die we
in het Nederlands zo bloemrijk omschrijven met de term «werken onder
architectuur» – staat bij veel organisaties volop in de belangstelling. Als je
de belangstelling voor publicaties, congressen en opleidingen op het gebied van
enterprise architectuur en IT Governance als maat neemt, dan wordt er ook volop
in het architectuurproces geïnvesteerd.
De architectuurfunctie wordt meestal beschouwd als een
“inrichtingsfunctie”. Het speelt een rol in de vertaling van de strategie
(“richten”) naar de operatie (“verrichten”). Denk aan concrete activiteiten als
productontwikkeling, procesverbetering, herstructurering en
systeemontwikkeling. De architectuurfunctie wordt uitgevoerd als onderdeel van
een concreet ontwikkelings- of verbetertraject en de archITect houdt zich uit
hoofde van die functie op allerlei niveaus en terreinen bezig met
- het analyseren
van stakeholders en hun concerns
- het verkennen
van oplossingsalternatieven
- het faciliteren
van de keuze voor een oplossingsalternatief
- het creëren
van draagvlak voor het gekozen oplossingsalternatief
- de
ontwikkeling van het gekozen oplossingsalternatief begeleiden
- het
gebruik van het gekozen oplossingsalternatief evalueren
- het
in kaart brengen van verbeterpotentieel
Misschien valt het u op dat dit taken zijn die ook al
uitgevoerd werden toen er nog niemand was die de titel “archITect” droeg. Daar
is op zich weinig tegen in te brengen. Het spreekt vanzelf dat in de gevallen waarin
geen van de direct bij een vernieuwing of verbetering betrokkenen de functie
“architect” bekleedt, vaak een of meerdere personen vanuit een andere rol deze
taken uitvoeren. Het gaat bij werken onder architectuur dan ook niet persé om
nieuwe taken, maar om het expliciet benoemen van deze specifieke combinatie van
verantwoordelijkheden.
Het lastige van het inrichten van een architectuurfunctie is
dat deze functie raakt aan het ontwikkelen van de strategie en tegelijkertijd
raakt aan het ontwikkelen van concrete oplossingen – zoals producten, systemen
en platformen. Maar al te vaak is er in de praktijk sprake van een inpendantie mismatch tussen de processen
op deze terreinen. Ze “geleiden” veranderingen met een andere snelheid. Het
overbruggen van die mismatch is misschien wel de grootste uitdaging bij het
vormgeven van de architectuurfunctie.
Om over te Peinzen
Veel organisaties worstelen ermee dat investeringen in enterprise
architectuur lastig in concrete business initiatieven onder te brengen zijn. Het
probleem laat zich van verschillende kanten te benaderen. De investeringen in enterprise
architectuur renderen als het goed is bij meerdere business initiatieven. Veranderingen
en vernieuwingen worden makkelijker, beter of sneller te realiseren. Maar als meerdere
stakeholders ervan profiteren, waarom wordt de investering dan afgewenteld op
de eerste gebruiker? Waarom moet de eerste die beweegt het risico dragen? Is
het wel te verkopen dat dit initiatief door de verbreding van de scope meer (management)tijd
gaat kosten?
Als het dan zo onaantrekkelijk is om als eerste een
architectuurvernieuwing te adopteren, dan zou het gevolg daarvan kunnen zijn
dat dit soort fundamentele verbeteringen maar moeizaam tot stand komen. Dan zou
de perceptie kunnen ontstaan dat investeringen in enterprise architectuur vooral
afleiden van de hoofdzaak. Als het nemen van zulke risico’s ook nog eens
onvoldoende wordt beloond, of als er geen duidelijke verantwoordelijkheid wordt
belegd, dan bestaat de kans dat managers zich gaan richten op andere
prioriteiten. Maar worden er op die manier dan geen gezonde business kansen
gemist? Kunnen zulke investeringen gedurende langere tijd ongestraft achterwege
blijven? Zou dat op langere termijn de gezondheid van de organisatie niet
kunnen ondermijnen?
Het inrichten van een aparte
functie voor “enterprise architectuur” beoogt een uitweg uit dit dilemma te bieden.
Het is een mechanisme om een verantwoordelijkheid te creëren voor de functies
en voorzieningen die het belang van één bedrijfsdomein overstijgen. Dat
betekent dat de opdrachtgevers van business innovaties de functies die hun
eigen verantwoordelijkheidsgebied overstijgen voortaan over kunnen laten aan
een afdeling die daarvoor speciaal geëquipeerd is. Natuurlijk roept zo’n centrale
functie tal van nieuwe besturingvragen op, maar het is tenminste een nobele
poging om een begin te maken met het oplossen van de geschetste problematiek.
Het valt te bezien of het
inrichten van enterprise architectuur een modegril van voorbijgaande aard is,
of dat er anno 2008 dieperliggende redenen zijn waarom het organiseren van een
architectuurfunctie op enterprise niveau noodzakelijk is geworden. Persoonlijk
ben ik van mening dat de noodzaak voor het organiseren van een
architectuurfunctie alles te maken heeft met het definitief afscheid nemen van
het silo denken. Of het nou Service Oriented
Architecture heet, of Business Process
Reengineering, of misschien Complex
Event Processing, het zijn allemaal varianten op het thema “slimmer
structureren van de informatiefunctie”. Met meer synergie, meer consistentie en
meer slagkracht als resultaat.
Het onderscheiden van de bedrijfslaag,
de applicatielaag en de technologielaag als aparte aandachtsgebieden in de
architectuur is een beproefde manier om zo’n slimmere structuur vorm te geven. Maar
deze drie lagen hebben van nature elk een eigen dynamiek c.q. een aparte
impedantie; denk bijvoorbeeld maar aan de verschillende discussies die rondom het
thema ‘outsourcing’ op de verschillende lagen worden gevoerd – vaak met elk hun
eigen uitkomst. Het voorkomen van een mismatch tussen deze lagen rechtvaardigt
niet alleen, maar vereist zelfs een andere aanpak, een andere manier van
samenwerken. "Werken onder architectuur" is hiervoor juist geknipt. Dat
blijkt keer op keer uit de ervaringen van structurele verander- en verbeterinitiatieven.
Is het
feit dat veel organisaties vandaag de dag worstelen met een nijpend
legacy-probleem trouwens geen voldoende indicatie dat zij hun
architectuurfunctie in het verleden misschien onvoldoende hebben belicht?
Effectief
en efficiënt innoveren is tegenwoordig voor veel bedrijven van cruciaal belang.
Investeringen in de architectuurfunctie zijn dus indachtig het gedachtegoed van
Eliyahu Goldratt vooral van belang als de architectuur een bottleneck vormt in
het innovatieproces – het proces van ontwikkeling van nieuwe functies en
verbetering van bestaande functies. Als de bestaande architectuur vernieuwingen
en verbeteringen in uw organisatie beperkt in plaats van stimuleert. Dat
plaatst investeringen in architectuur meteen in de relevante business context.
Innovatievermogen. Hoe beter het is gesteld met uw architectuur, hoe groter uw
innovatievermogen is. En hoe slechter uw architectuur in elkaar zit, hoe
slechter u in staat bent om te vernieuwen en te verbeteren.
Dus
mocht u ooit de vraag krijgen wat u als archITect nou eigenlijk doet, dan weet
u nu het antwoord. Als architect werkt u aan het verbeteren van het
innovatievermogen van uw organisatie. Een «mission statement» om trots op te
zijn, vindt u niet?
Deze overpeinzing is bedoeld om tot nadenken
te stemmen. Het is de 7de in
een reeks bespiegelingen die op dit weblog gepubliceerd zal worden.
[1] Eliyahu M. Goldratt, Jeff Cox: “The Goal: A Process of Ongoing
Improvement”; North River Press, 1984.
Only registered users can write comments. Please login or register.
|