Een architectuurbeschrijving met behulp van bedrijfsregels in ADL (A Description Language)
Voor u ligt het verslag van het onderzoek naar de vraag “in hoeverre het ontwerp van een ICToplossing kan bijdragen aan een ICT-oplossing die recht doet aan de ambitie en de eisen van de business”. Dit afstudeeronderzoek is verricht in het kader van de Masteropleiding “Business Process Management & IT” van de Open Universiteit Nederland, faculteit Informatica.
De provincie Overijssel wil met behulp van slimme ICT en inrichting van processen een uitmuntende dienstverlening aan burgers en bedrijven realiseren. In haar Coalitieakkoord1 2007 – 20112 geeft zij aan dat hiervoor forse investeringen in ICT nodig zijn.
In de praktijk blijkt maar al te vaak dat gerealiseerde ICT-oplossingen niet voldoen aan de eisen en wensen van de business. Ook komt het regelmatig voor dat projecten zó ambitieus zijn, dat in het geheel een resultaat wordt geboekt. Dit onderzoek heeft zich gericht op de vraag in hoeverre vanuit het ontwerp, een concrete architectuurbeschrijving, al iets verbeterd kan worden aan deze problematiek.
Om de vraag te kunnen beantwoorden is een oplossing gezocht richting het vastleggen van een architectuurbeschrijving in een formele taal met een stevig wiskundig fundament. Gekozen is voor ADL, A Description Language, een formele taal gebaseerd op Relatie Algebra. Op basis hiervan is de onderzoeksvraag geformuleerd: In hoeverre kan de proces- en informatiearchitectuur van zaakgericht werken binnen een provincie worden beschreven met behulp van bedrijfsregels in ADL?
Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden is een literatuuronderzoek uitgevoerd. Dit literatuuronderzoek bevestigt het beeld dat er behoefte is aan meer concreetheid in architectuurbeschrijvingen. Ook worden formele talen hierbij als oplossingsrichting aangegeven.
Vervolgens is op basis van een concrete praktijksituatie: zaakgericht werken bij een provincie, de proces- en informatiearchitectuur opgesteld en vastgelegd in een ADL-model. Dit ADL-model is tot stand gekomen op basis van het bestuderen en analyseren van diverse documenten zoals weten regelgeving (onder andere de AWB3), procesbeschrijvingen en het gemeentelijke Referentiemodel Zaken. Opvallend hierbij was de beperkte verankering van zaakgericht werken in de wetenschappelijke literatuur. Het opgestelde ADL-model is vervolgens door middel van enkele interviews aan de praktijk getoetst.
Het gevalideerde ADL-model is in een online omgeving gecompileerd, waarna diverse architectuurproducten zijn gegenereerd. Het betreft onder andere een conceptueel model van concepten en relaties, een datamodel en een service catalogus. Omdat de producten vanuit één en hetzelfde ADL-model worden gegenereerd zijn ze gegarandeerd onderling consistent.
Binnen dit onderzoek is gebleken dat de verschillende componenten van een proces- en informatiearchitectuur met behulp van ADL kunnen worden vastgelegd en dat diverse, onderling consistente, architectuurproducten kunnen worden gegenereerd. Hiermee kan worden gesteld dat de onderzoeksvraag een positief resultaat oplevert.
Tot slot is ook de doelstelling van het onderzoek, het concreet maken van architectuurbeschrijvingen met behulp van ADL, gerealiseerd. Het concreet maken van een ontwerp betreft het vastleggen in ADL, als formele taal, en het op basis daarvan genereren van architectuurproducten. Maar ook het heel precies en nauwkeurig specificeren van de oplossing wordt door ADL gefaciliteerd omdat het de mogelijkheid biedt om heel concreet voorbeelden van concepten, relaties en regels vast te leggen.
Het opstellen van het ADL-model heeft verschillende omissies, interpretatieverschillen en inconsistenties in de dagelijkse praktijk van zaakgericht werken aan het licht gebracht. Eén van de belangrijkste aanbevelingen is dan ook het verder ontwikkelen van de proces- en informatiearchitectuur van zaakgericht werken voor zowel de provincie Overijssel als voor alle overheidsorganisaties tezamen. Dat laatste is mogelijk als de Algemene wet bestuursrecht als uitgangspunt wordt genomen, de wet waarin is bepaald op welke wijze overheidsorganisaties hun zaken moeten afhandelen. Dit onderzoek levert hiervoor de basis: een concreet en consistent model van zaakgericht werken gebaseerd op wet- en regelgeving (AWB). Het uiteindelijke model zal een generiek toepasbaar model zijn voor alle overheidsorganisaties en biedt daarmee voordelen van kostenbesparingen, uniformiteit in de dienstverlening en betere mogelijkheden van informatie uitwisseling.
1 Het Coalitieakkoord is het “regeerakkoord” van het college van Gedeputeerde Staten; het dagelijks bestuur van een provincie. 2 Coalitieakkoord 2007 – 2011: &Overijssel!, vertrouwen, verbinden en versnellen 3 AWB = Algemene wet bestuursrecht
Zaakgericht werken is een principe dat een belangrijke rol speelt bij lokale overheden, maar zeker ook breder toepasbaar is. Het heeft veel overeenkomsten met service-oriëntatie. Het basisidee is dat je de diensten die je aanbiedt goed definieert en dat je de bijbehorende service levels bewaakt. Er zijn allerlei architectuurbouwblokken die een rol spelen bij zaakgericht werken zoals zaaksystemen, zaakmagazijnen en Persoonlijke Internet Pagina's. De vraag is echter wanneer de verschillende bouwblokken relevant zijn en hoe ze met elkaar samenhangen. Is bijvoorbeeld een zaakmagazijn noodzakelijk voor het publiceren van de status van vergunningen op Internet? In dit item zet ik alle belangrijke architectuurbouwblokken op een rij en laat hun samenhang zien.
Uitvoerende overheidsorganisaties scoren onder de maat in de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling. Dat knelt vooral nu ons kabinet anno 2008 meer dan zijn voorgangers inzet op interventiebeleid. Zonder een goed beheerd stelsel van uitvoeringsafspraken over informatie-uitwisseling komt de haalbaarheid van dit beleid in gevaar.
De noodzaak van digitale architectuur binnen de overheid wordt steeds nadrukkelijker onderkend. ICT Uitvoeringsorganisatie (ICTU) is druk bezig met de derde versie van NORA, een referentiearchitectuur voor de gehele publieke sector. Daarnaast wordt op specifiekere niveaus binnen de overheid druk gewerkt aan afgeleide referentiearchitecturen zoals MARIJ (voor de Rijksoverheid), PETRA (voor de provincies), GEMMA (voor de gemeentes) en de WILMA (voor de waterschappen). Dit zijn allemaal referentiearchitecturen, oftewel een soort sjablonen waaruit de individuele architecturen voor de verschillende overheidsorganisaties kunnen worden afgeleid.
Daan Rijsenbrij, Marlies van Steenbergen en Paul Laagland
Thursday, 31 December 2009
Hoe zou jij architectuur willen omschrijven?
Fred: “Ik vind het wel handig om de vergelijking te maken met de bouw van een huis. IT-architectuur in een bedrijf is voor mij een conceptuele plaat van een samenhangend stelsel van zaken die in zijn geheel een werkend construct moet zijn. Net als een architectuurplaat een heel huis beschrijft en dan op een manier dat de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het huis zichtbaar is. Je probeert op een zo strak mogelijke manier de gebruikswensen voor het huis te vertalen in een helder conceptueel beeld. Je moet er in kunnen wonen, kunnen slapen, je wilt ook kunnen douchen. Als je dat allemaal een beetje netjes, overzichtelijk ingeregeld wilt hebben, dan ziet dat er zo uit.
Op dit moment zijn van de referentie architecturen voor Nederlandse overheidsorganisaties zowel de NORA als de GEMMA volop in ontwikkeling. Bovendien wordt er gewerkt aan de PETRA, voor provincies en wordt de informatie architectuur voor waterschappen WIA verder uitgewerkt in de WILMA. Samen met de MARIJ voor de rijksoverheid vormen deze referentie architecturen de kaders waarbinnen overheidsorganisaties hun architectuur zouden moeten vormgeven. De vraag is wat een specifieke organisatie, laten we zeggen een doorsnee grote gemeente, hieraan heeft. Wat voegen deze referentie architecturen toe, en vooral ook: wat niet?
Gemeenten worden geconfronteerd met allerlei ontwikkelingen die van invloed zijn op hun informatievoorziening. Belangrijke ontwikkeling in dat kader is de verplichting om bepaalde gegevens nog maar eenmalig uit te vragen en meervoudig te gebruiken. Dit roept allerlei vragen op rondom de noodzakelijke gegevensuitwisseling tussen applicaties en de wijze waarop deze wordt ondersteund door generieke voorzieningen. Kan zoiets als een Gemeentelijke Service Bus hierin ondersteunen en hoe zou een dergelijke voorziening er uit zien? Dit artikel beschrijft het resultaat van een onderzoek in de gemeente Gouda naar een dergelijke voorziening.
Gemeenten, ministeries, provincies, waterschappen en uitvoeringsinstellingen hebben enthousiast gereageerd op het verschijnen van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Inmiddels is een nieuw document verschenen: het Strategiekatern. Hierin wordt een drastische koerswijziging aangekondigd, waarover dan ook een heftige discussie is ontstaan. Velen maken zich daardoor zorgen over het draagvlak onder de NORA. Een analyse.
NORA, de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur, is vooral bedoeld om de samenhang tussen de relatief onafhankelijke overheidsorganisaties te optimaliseren en de organisatieoverschrijdende ketens te borgen. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke architectuur dient te worden gecoördineerd en beheerd. Meestal benoemen we voor deze functie een Chief Architect, maar in dit geval geef ik de voorkeur aan de titel ‘Digitale Rijksbouwmeester’.
Met al die ANDEZ aanbestedingen ligt de term midoffice bij velen op de lippen. Maar wat is dat eigenlijk,
zo'n midoffice? Sommigen denken (terecht) dat het een technische voorziening is om berichten uit te
wisselen tussen front- en backoffice. Anderen beweren (terecht) dat het primair om het multi-channel
frontoffice gaat (met de kanalen web, telefoon, balie en post). Weer anderen denken (ook terecht) dat een
midoffice iets is om een klantcontactcentrum (KCC) te ondersteunen bij de afhandeling van lichte
bouwvergunningen etc. Wat is het nou?
Er dreigt een groot misverstand rondom de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Van een brede benadering van de architectuur van de Nederlandse overheid, lijken we terecht te komen in een enkel op interoperabiliteit gerichte ontwikkeling. In het “NORA katern Strategie” wordt een enorme versmalling van de intentie en werking van de NORA voorgesteld. De opstellers van dit katern hebben een oproep gedaan om dit document te reviewen. In dit artikel wordt in dat kader gezocht naar de oorzaak van het dreigende misverstand. Ook worden voorstellen gedaan om een drastische inperking van de werking van NORA te voorkomen.
Op 12 januari is op het NORA-Forum de openbare review van het NORA-katern Strategie van start gegaan. In versie 3.0 van NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur) is dit het centrale, verbindende katern. Je kunt nu participeren in de review van dit strategisch katern.
Toen de meeste mensen nog gewoon in een
fabriek werkten, waren er twee soorten medewerkers –
fabrieksarbeiders en kantoorpersoneel. Je droeg al naar gelang je
positie of een ranzige overall, of een schoon overhemd – bij
voorkeur met een hagelwit boordje. Dat was duidelijk.
Toen de dienstensector opkwam, kwam er
behoefte aan een nieuwe tweedeling. De mensen die in de vuurlinie
stonden – de medewerkers met klantcontacten, bijvoorbeeld achter
het loket van een bankfiliaal – werden ingedeeld bij de
frontoffice, en de mensen die op de achtergrond hun werk deden –
medewerkers van de administratieve organisatie en de stafdiensten –
hoorden even vanzelfsprekend bij de backoffice. In de wandelgangen
werd het vaak zo samengevat: de frontoffice verdient het geld, en de
backoffice maakt het op.
Wat zou de midoffice hieraan nog kunnen
toevoegen?
In de discussie over de modernisering van gemeentelijke dienstverlening speelt het
woord ‘Midoffice’ een dominante rol. De term wordt gebruikt als onderdeel van de
gemeentelijke bedrijfsarchitectuur waarbij klantcontacten op een slimme manier gekoppeld
worden aan de verschillende gemeentelijke organisatie-onderdelen, de
‘backoffice’. De ervaring leert dat er niettemin ook nog veel vragen zijn over de midoffice.
Onderstaande analyse van het fenomeen midoffice kan helderheid verschaffen.
Op woensdag 27 februari heeft Jan Kees de Jager - staatssecretaris van Financiën, verantwoordelijk voor de Belastingdienst - de Tweede Kamer ingelicht over het meest recente probleem bij de Belastingdienst: 730.000 digitale belastingaangiftes inmiddels ingediend, zijn door een fout in het computersysteem onbruikbaar geworden. Als IT-deskundige vraag ik mij dan af hoe dat kan.
David Campbell, Robin van 't Wout, Paul van Vlaanderen
Tuesday, 10 April 2007
Dit rapport beschrijft de belangrijkste bevindingen van de evaluatie met de voorbereidende scan van de ADEM op onderzoeksobject de NORA versie 1.0. De algemene indruk bij het document is positief. De NORA bevat die onderdelen welke nodig zijn voor haar doel. Hieronder volgt een beschrijving van de voornaamste bevindingen. De ingevulde evaluatietabellen zijn gesorteerd naar vereiste, gewenste en aanbevolen elementen, bijgevoegd.
Werken met integrale architectuurconcepten is een effectieve manier van beschouwen, analyseren en beschrijven van de totale organisatie. Architectuurdenken helpt je te vergelijken, te meten, routes uit te zetten, te modelleren, te ontwerpen en uiteindelijk om toekomstvast en kosteneffectief een efficiëntere overheid in te richten en onderhouden.
Daan Rijsenbrij draagt drie oplossingen aan voor de problemen bij de Belastingdienst: Een moderne toekomstvaste geïntegreerde architectuur, een rationalisatie van de bedrijfsprocessen en een realistisch transformatiepad. Maar eerst moet er een volwassen IT-Governance komen en dienen de bestaande architectuurschetsen te worden afgestoft.
De rijksoverheid heeft ambitieuze herstructurerings-plannen. Er circuleren ‘managementagenda’s’ waarin topambtenaren zich uitspreken voor verdere samen-werking tussen overheidsinstellingen waarbij het verbeteren van de dienstverlening aan burgers, bedrijfsleven en andere organisaties meer centraal komt te staan. Voor deze doelgroepen moet de interne structuur van de rijksoverheid meer een black box zijn, reden voor een pleidooi om de diverse departementen niet langer eigen logo’s e.d. te laten voeren. Dus op weg naar één overheid? ...
This article offers an overview of steps that have been taken in order to develop e-government in The Netherlands under architectural guiding principles.