INHOUD
Terug naar community
Magazine
Proceedings
Blogarchief
Scripties
Zoeken
THEMAS
De CIO spreekt
De architect antwoordt
De business bepaalt
Effect van architectuur
SOA
BPM
Methoden
Architectuurprincipes
Financiële sector
Overheidssector
Zorg sector
Meest gelezen artikelen
 
 
Magazine
Wat niet rond is, kan niet rollen!
Arre Zuurmond, Paul Oude Luttighuis   
donderdag, 11 februari 2010

Dit artikel is een integrale herpublicatie van een hoofdstuk uit het boek "Eerlijk zullen we alles delen: verkenningen naar interoperabiliteit", eind 2008 uitgegeven door Forum Standaardisatie en samengesteld door Sander Zwienink en Pieter Wisse. Een exemplaar van het onverminderd actuele boek is (kosteloos) op te vragen via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Uitvoerende overheidsorganisaties scoren onder de maat in de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling. Dat knelt vooral nu ons kabinet anno 2008 meer dan zijn voorgangers inzet op interventiebeleid. Zonder een goed beheerd stelsel van uitvoeringsafspraken over informatie-uitwisseling komt de haalbaarheid van dit beleid in gevaar.

Ingrijpende samenwerking

Wat krijg je als je musici samenbrengt voor een jam-sessie of een klassiek muziekstuk? Prachtige muziek van enthousiaste professionals! Wat krijg je als je voetballers, volleyballers of basketballers bij elkaar zet? Binnen de kortste keren een prachtig spelletje! Wat krijg je als je uitvoerende ambtenaren bij elkaar zet? Competentiegeschillen! En dus vaak langdurig haperende samenwerking.

Dit onvermogen – geen onwil – is een steeds knellender probleem nu het kabinet breekt met de jarenlange trend van neo-liberale terugtrekking en weer inzet op interventie. Plannen van bijvoorbeeld Rouvoet en Vogelaar vergen forse staatsbemoeienis. Maar ook plannen van Eurlings (rekeningrijden), Kramer (differentiatie van onze energierekening) en Plasterk (veiligheid op school) getuigen van grote interventiebereidheid. Zonder direct het verguisde maakbaarheidsideaal in ere te herstellen, is overheidsingrijpen in politiek Den Haag steeds minder taboe. Ook bij burgers, die vaker en in groeiende getale vragen om overheidsoptreden.

Aangenomen dat dergelijke interventies wenselijk en doelmatig zijn, stellen zij de overheid voor nieuwe uitdagingen. Allereerst vraagt elk complex maatschappelijk vraagstuk om samenwerking, niet alleen tussen de vele overheidsorganisaties, maar ook met tal van maatschappelijke en economische actoren. Daarnaast moeten alle deelnemers in zo’n samenwerkingsarrangement ook nog eens over juiste en actuele informatie beschikken, onder behoud van privacy.

Afspraken bevrijden de professional

Maar hoe krijg je professionals zo georganiseerd, dat ze in steeds andere samenstellingen goed samenwerken? Hoe komt het dat professionele voetballers samen zo snel mooie combinaties maken? Daar is, zeker in het korte bestek van dit hoofdstuk, geen definitief antwoord op te geven. Wel valt op dat zij creativiteit weten te combineren met regelgeleid en gestandaardiseerd werken. Zij houden zich aan allerlei regels en standaarden die in de loop der tijd ontwikkeld zijn en die op nieuwe generaties worden overgebracht: ingestudeerde spelsystemen, patronen en combinaties.

Doordat voetballers hun spelwijze op elkaar afstemmen, doordat zij bereid zijn gezamenlijk op te treden, in patronen te spelen en zich – ook bij improvisatie – aan regels te houden, kunnen zij een complexe en creatieve pot voetbal op de mat leggen. Juist omdat ze met standaarden, afspraken en systemen werken, bereiken zij een hoog niveau van individualiteit en creativiteit.

Deze paradox is misschien nog sterker in de muziek. Hier is standaardisatie nog duidelijker: in het notenschrift, de telling, akkoordenschema’s, zelfs in de vingerzetting en de wijze waarop een piano gestemd is. En toch – of liever: juist daardoor – bereiken musici grote hoogten in hun creativiteit en professionaliteit.

Afspraken bevrijden de professional. Zij vormen de achtergrond waartegen hij zijn echte werk kan doen en waarover hij zich geen zorgen hoeft te maken.

Terug naar het kabinet. Nu het steeds meer wil ingrijpen in maatschappelijke processen, heeft het vaak wisselende samenwerkingsverbanden nodig, waarvan de betrokken professionals ook snel en flexibel samenwerken.

Ongelukkige misverstanden

Calamiteitenbestrijding, bijvoorbeeld. Een ramp vraagt adequaat optreden ter plaatse. De Enschedese vuurwerkramp, de Volendamse cafébrand en de Schipholbrand hebben laten zien dat alleen met samenwerking de schade voldoende beperkt kan worden. Er wordt zelfs regelmatig op geoefend, ook grootschalig zoals in 2007 met 2000 mensen in de rampenoefening Voyager. Bestuurders waren redelijk tevreden, maar: de communicatie en de informatie-uitwisseling tussen partijen liepen niet goed, aldus het persbericht van Binnenlandse Zaken.

Bestuurders melden dat ze hieraan werken, maar de vraag is of ze weten wat ze zeggen. Laten we rampen van de laatste tien jaar eens op een rijtje zetten.

  • Bijlmer, 1992: het aantal en de identiteit van de bewoners van de getroffen flats is onbekend.
  • Hercules, 1996: onbekend is dat het toestel passagiers vervoert.
  • Enschede, 2000: onbekend is dat er vuurwerk van klasse 1.1 en magnesium opgeslagen ligt, zodat er niet geblust maar ontruimd moet worden, en er geen water gebruikt mag worden.
  • Volendam, 2001: de brandweer weet niet welke bedrijven er in de stad zijn, noch de mate waarin deze gecontroleerd zijn.Schiphol,
  • 2005: de brandweer rijdt naar de verkeerde ingang, de C2000-installatie is niet functioneel en de doormeldprocedure is onbekend.

Als partijen niet samenwerken, weet – zoals bij de Schipholbrand – de één niet dat de ingang verplaatst is, de ander niet dat bij het kapotslaan van het brandmelderraampje de regionale meldkamer versneld wordt ingelicht en weer een derde niet dat code 5002 staat voor de D-vleugel en niet voor de K-vleugel. Zo bezien is de brandweer door gebrekkige samenwerking zeker acht vermijdbare minuten later gestart met optreden. Acht belangrijke minuten, want de Onderzoeksraad voor Veiligheid schrijft: “Het tijdstip van overlijden van de achtergebleven celbewoners lag vermoedelijk tussen 00:10 en 00:30 uur. De brandweer (repressie) was naar schatting om 00.21 uur bij de ingang van vleugel K en had op dat moment korte tijd om eventuele overlevenden te redden.”

Samenwerkzaamheid

Voetbalteams trainen voor de conditie van de spelers, maar ook voor het maken en leren van afspraken. De trainer trekt zich dat aan, omdat hij weet dat de prestaties van zijn team ervan afhangen. Sommige afspraken zijn voor het hele team hetzelfde, andere zijn toegesneden op de specifieke rollen en kwaliteiten van individuele spelers. Het totale afsprakenpakket zorgt ervoor dat de spelers elkaar verstaan in het veld. Een systeemdenker zou zeggen: de spelers zijn interoperabel, dat wil zeggen, samenwerkzaam.

Zo kent ook het overheidsapparaat een uitgebreid stelsel aan uitvoeringsafspraken. Die zijn georganiseerd rondom strategische productiemiddelen: financiën, wetgeving en personeel. De overheid standaardiseert die afspraken, over de grenzen van individuele departementen of bestuurslagen heen, om de samenwerkzaamheid te verbeteren.

Het terrein van de overheidsfinanciën kent al eeuwen gezamenlijke voorzieningen, zoals de Rekenkamer en comptabiliteitsafspraken. Sinds Ruding heeft het ministerie van Financiën meer zeggenschap over de inrichting en werking van het financieel beheer bij de departementen. En hoewel gemeenten autonoom zijn, is er sprake van toezicht op hun financiën.

Ook in het juridische veld zien we rationalisering en harmonisering. Waar Konijnenbelt nog in de jaren zeventig bij elk departement een eigen wetsfamilie herkende, stuurt het ministerie van Justitie nu op verbetering van de wetgevingskwaliteit van alle departementen. Er zijn niet alleen ruim 300 aanbevelingen voor wetgevingsjuristen opgesteld, maar het departement en de Raad van State zien toe op de deugdelijkheid en passing van nieuwe wetten bij bestaande wetgeving.

Op het terrein van personeel bestaat al geruime tijd een Algemeen Rijksambtenaren-reglement; er zijn centrale CAO-onderhandelingen en een Ambtenarengerecht. Van recenter datum is de Algemene Bestuursdienst, die ervoor zorgt dat topambtenaren aan dezelfde eisen voldoen, ongeacht hun departement. Op dit moment worden personeelsdiensten samengevoegd en spreekt men er zelfs over om iedere ambtenaar niet in dienst van een bepaald departement te laten treden, maar in dienst van het Rijk.

Afspraakgebrek

Dan naar het vierde strategische productiemiddel: informatie. Daar is van gezamenlijke afspraken nog maar weinig te bespeuren. Recent nog stelde de verantwoordelijk minister: “Ik pieker er echter niet over om de verantwoordelijkheid op mij te nemen voor alle ITprojecten bij de overheid. Nederland is geen concern. Volgens artikel 44 van de Grondwet is elke minister verantwoordelijk voor zijn eigen departement.”

Zij heeft gelijk. Elke minister is verantwoordelijk voor de eigen informatiehuishouding. Maar evengoed is elke minister verantwoordelijk voor eigen personeel, voor de eigen begroting en voor de eigen wetten. Toch zijn op die terreinen ingrijpende onderlinge afspraken gemaakt. Met die eigen verantwoordelijkheid ligt het dus genuanceerder. Stel je voor dat Bos zou zeggen: “Laat elk ministerie maar zelf een begroting opstellen. Hoe ze dat doen, daar ga ik niet over!” En wat te denken van Hirsch Ballin die zou verklaren: “Wetgeving? Laat elk departement dat zelf uitzoeken!”

Beiden maken onderscheid tussen het wat en het hoe. De inhoud van wetgeving en de begroting is aan de departementen. Maar hoe de begroting opgebouwd is, en hoe een wet in elkaar zit, daar gelden wel degelijk regels voor.

De coördinatie-achterstand bij de overheid op het gebied van informatie en ICT laat zich grotendeels begrijpen uit de prille staat van dienst van informatie en ICT als instrumenten van strategische sturing. De Rekenkamer en de Raad van State zijn hoge Colleges van Staat en bestaan al honderden jaren. Het belang van goed personeel wordt ook al weer een eeuw onderkend. Socioloog Max Weber wees rond 1900 op het belang van objectieve kwaliteitscriteria, scholingsvereisten per functie, vaste contracten en pensioenzekerheid. Voor informatie en ICT kunnen we eigenlijk niet verder teruggrijpen dan vijfentwintig jaar.

Maar met deze verklaring schieten we niet veel op als gebrekkige samenwerkzaamheid het overheidspresteren nu al zo pregnant in de weg zit.

Afspraakkunst

Elk voorstel tot afspraken en standaardisatie op informatie en ICT-terrein zal met argusogen worden bekeken door de verschillende overheidsorganisaties. Terecht. Hoewel enerzijds een te groot beroep op hun autonomie de samenwerkzaamheid in gevaar brengt, ligt ook overbemoeienis op de loer, die juist hun professionele beweeglijkheid kan beperken. Maar hoe bewaak je die delicate balans? In dit bestek willen we vier vuistregels noemen die daarbij kunnen helpen.

Allereerst: maak geen blauwdruk, maak afspraken. Het ICT-veld is een ontwerpersvakgebied bij uitstek. De neiging om een allesoverkoepelend ontwerp van de informatiehuishouding van de overheid te maken is nooit ver weg. Zo’n blauwdruk is echter onmogelijk, simpelweg omdat de overheidstaak te complex is. Maar, belangrijker nog, het zou een verstikkend keurslijf worden dat, als het er al zou komen, direct jaren achterloopt en waartegen dus grootschalig zal moeten worden gezondigd. Ook een voetbaltrainer kan niet de loopacties van elf spelers tegelijk voor de volle negentig minuten voorprogrammeren. De overheid is nu eenmaal niet een groot, zachtjes snorrend buizenstelsel waardoor informatie stroomt. Zij is een stelsel van veranderlijke spelers met een zekere eigenstandigheid die informatie nodig hebben voor hun taak en voor hun samenwerking. De samenwerkzaamheid tussen de spelers wordt geborgd met afspraken. De totstandkoming van die afspraken is echter geenszins vrijblijvend, juist omdat ze zo belangrijk zijn.

Ten tweede: maak afspraken over informatierelaties, niet over de interne informatiehuishouding van individuele partijen. Of een keeper de bal uitschiet met een dropkick of uit de lucht, is voor hemzelf wel belangrijk, maar niet voor zijn medespelers. Hen gaat het erom dat de bal op het juiste moment op de juiste plek aankomt.

Ten derde: beleg elke afspraak op het juiste niveau. Niet alle afspraken vereisen het centraal belegd te worden; sommige wel. Naast de teambrede afspraken, maken voetballers op het veld ook bilaterale afspraken, soms operationeel (‘Laat die bal lopen.’), soms tactisch (‘Ik dek die man wel.’). De coach kan niet alles sturen. Wie dat wel probeert, schoffeert bovendien de professional.

Ten vierde: plaats effectiviteit voor efficiëntie. Het moet er bij de afspraken vooralsnog niet om gaan de werkwijze van de spelers zodanig te standaardiseren dat er schaalvoordelen ontstaan en dus efficiëntiewinst. Allereerst moeten de afspraken ten dienste staan van de effectiviteit: maken we geen fouten meer in de samenwerking? Een voetbalteam zal nooit alleen vertrouwen op aanvallen over de rechterflank, ook al beperkt dat het aantal afspraken en kunnen de aanvallers dan geconcentreerder (allemaal op rechts) worden ingezet. Daarmee wordt geen gebruik gemaakt van de professionele potentie van het team en wordt bovendien de tegenstander niet effectief bestreden.

Waar gáát het over?

In afspraken over informatieverkeer zijn zowel de inhoud, als de vorm en de technologie van de informatie aan de orde. Daarbij is de inhoud de belangrijkste. Bij die inhoud gaat het om twee aspecten: betekenis en functie.

Om een gecombineerde loonaangifte door werkgevers mogelijk te maken, moesten het UWV en de Belastingdienst enkele jaren geleden afspraken maken over een uniform loonbegrip. Tot dan toe werkten zij met uiteenlopende loonbegrippen (premie-loon, fiscaal loon en dagloon). Zonder afspraken over de betekenis van het uniforme loonbegrip was deze samenwerkzaamheid niet denkbaar.

Daarnaast is het van belang om afspraken te maken over de functie die de spelers voor elkaar vervullen. Als een voetballer een dieptepass geeft, moet het duidelijk zijn voor één van zijn teamgenoten dat deze de diepte moet kiezen en achter de bal aan moet sprinten. En als er een elektronische arrestatieopdracht wordt verstuurd, moet niet alleen wederzijds duidelijk zijn om welke arrestant het gaat (dat is betekenis), maar ook dat de geadresseerde geacht wordt om deze arrestant in de kraag te vatten. En, een afspraak dat elke penitentiaire inrichting melding maakt van wijzigingen aan het gebouw is ook een functionele afspraak.

Bij functionele afspraken komt ook aan de orde dat ontvangen informatie niet zomaar voor alle doeleinden gebruikt mag worden. Bescherming van privacy vraagt bijvoorbeeld om doelbinding: verkregen informatie mag alleen voor het afgesproken doel worden gebruikt. Vaak ook hebben gegevens een kwaliteitspeil dat hen wel geschikt maakt voor het ene doel, maar niet voor het andere.

Betekenis en bedoeling van informatie kunnen niet anders overgebracht worden dan door ze in te pakken in een vorm. Dat heeft een dynamische en een statische kant. De dynamische kant is de dialoog. Voetballers die een een-tweetje aangaan hebben een dialoogafspraak: na de eerste pass volgt een tweede. Een overheidsorganisatie die de bevolkingsadministratie raadpleegt, stuurt eerst een vraag, waarna er volgens afspraak een antwoord terugkomt. Bovendien wil zij weten hoe lang het duurt voordat zij het antwoord kan verwachten.

De statische vorm is het uitgewisselde document. Afspraken hierover zeggen welke elementen terugkomen in het uitgewisselde document en waar ze precies staan. Dat gaat op voor zowel elektronische berichten, maar is vaak ook van toepassing op hun papieren tegenhangers, zoals formulieren. Zo moet voor elektronische facturen bijvoorbeeld worden afgesproken dat elementen zoals product en prijs in het elektronische document zijn opgenomen. Vervolgens zijn afspraken nodig over de technische protocollen waarmee die documenten over elektronische netwerken worden uitgewisseld.

Afspraken over afspraken

Betekenis, functie, dialoog, document en technologie vormen de vijf kernonderwerpen van communicatie-afspraken. Het verdient de voorkeur niet al deze aspecten in één enkele af-spraak te vatten, omdat zij niet allemaal dezelfde reikwijdte hebben en bovendien in verschillende tempo’s veranderen. Functionele afspraken zullen vaak in kleiner verband worden gemaakt dan bijvoorbeeld technologische afspraken, die soms zelfs voor de hele overheid zouden kunnen gelden. Functionele afspraken zijn bovendien vaak onderhevig aan verandering, bijvoorbeeld als er nieuwe verantwoordelijkheidsverdelingen worden afgesproken.

Maar zelfs bepalingen over één van deze vijf aspecten horen niet gezamenlijk in één grote afspraak. Afspraken over de betekenis van basisbegrippen zoals “burger” en “adres” hebben een veel grotere reikwijdte en zijn veel stabieler dan bijvoorbeeld het begrip “beroepsprak-tijkvorming” uit het onderwijsveld. Het totale afsprakenpakket is dus omvangrijk, divers en veranderlijk. Dat betekent dat er aanvullende afspraken gemaakt moeten worden over de manier waarop deze afspraken worden bestuurd, geformuleerd, beheerd en gehandhaafd.

Overigens mag niet onvermeld blijven dat ingrediënten van een dergelijk afsprakenstelsel al voorhanden zijn, hier en daar. Spelers in allerlei samenstellingen hebben uitwisselafspraken gemaakt en standaarden gezet, met wisselend succes en kwaliteit. Bovendien zijn deze initi-atieven flink versnipperd en vormen ze geen samenhangend stelsel. Ten slotte heeft in 2006 de toenmalige minister van Economische Zaken, in overeenstemming met collega-kabinetsleden, een College en Forum Standaardisatie ingesteld, die een belangrijke stimulerende rol moeten gaan spelen in de totstandbrenging van het afsprakenstelsel.

Afspraak is afspraak

Wat vraagt dit nu van onze overheid? We noemen drie punten, die tegelijkertijd om aandacht vragen:

  1. Stuur op de totstandkoming van het overheidsbrede deel van het afsprakenstelsel. An-dere Europese landen zijn dit een interoperabiliteitsraamwerk gaan noemen. Maak daarbij gebruik van voorhanden materiaal.
  2. Moedig de spelers in het veld aan om scherpe onderlinge afspraken te maken – als sec-tor of keten of netwerk van organisaties – passend bij het overheidsbrede raamwerk. Ondersteun hen daarbij actief. De inhoud van de afspraken is grotendeels aan de spe-lers zelf, maar op de totstandkoming en de vorm kan sturender worden opgetreden.
  3. Geef het afsprakenstelsel sturende kracht, beheer het structureel en zie toe op naleving ervan. Een enkel deel ervan kan in wetgeving worden belegd. Grotendeels echter passen andere sturingsvormen, zoals genoemd College en Forum, en onderlinge overeenkomsten.

Interventie grijpt in

Het zou niet eerlijk zijn te veinzen dat zo’n afsprakenstelsel het functioneren van afzonderlijke overheidsorganisaties ongemoeid laat. Ook al beperkt het zich tot het hoogstnodige voor sa-menwerkzaamheid, afspraken maken is kiezen en kiezen doet pijn. Maar het is nodig om de kabinetsdoelstellingen waar te kunnen maken. Zonder interventie geen interventie

[PDF]






Schrijf als eerste een reactie
RSS comments

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven.
Log in of registreer.

 
Gerelateerde artikelen
woensdag, 01 juli 2009
Dit thema bevat artikelen die zijn gerelateerd aan architectuur in de overheidssector.

meer
maandag, 17 mei 2010

Zaakgericht werken is een principe dat een belangrijke rol speelt bij lokale overheden, maar zeker ook breder toepasbaar is. Het heeft veel overeenkomsten met service-oriëntatie. Het basisidee is dat je de diensten die je aanbiedt goed definieert en dat je de bijbehorende service levels bewaakt. Er zijn allerlei architectuurbouwblokken die een rol spelen bij zaakgericht werken zoals zaaksystemen, zaakmagazijnen en Persoonlijke Internet Pagina's. De vraag is echter wanneer de verschillende bouwblokken relevant zijn en hoe ze met elkaar samenhangen. Is bijvoorbeeld een zaakmagazijn noodzakelijk voor het publiceren van de status van vergunningen op Internet? In dit item zet ik alle belangrijke architectuurbouwblokken op een rij en laat hun samenhang zien.

meer
Hotze Zijlstra
woensdag, 27 januari 2010

De noodzaak van digitale architectuur binnen de overheid wordt steeds nadrukkelijker onderkend. ICT Uitvoeringsorganisatie (ICTU) is druk bezig met de derde versie van NORA, een referentiearchitectuur voor de gehele publieke sector. Daarnaast wordt op specifiekere niveaus binnen de overheid druk gewerkt aan afgeleide referentiearchitecturen zoals MARIJ (voor de Rijksoverheid), PETRA (voor de provincies), GEMMA (voor de gemeentes) en de WILMA (voor de waterschappen). Dit zijn allemaal referentiearchitecturen, oftewel een soort sjablonen waaruit de individuele architecturen voor de verschillende overheidsorganisaties kunnen worden afgeleid.

meer
Daan Rijsenbrij, Marlies van Steenbergen en Paul Laagland
donderdag, 31 december 2009

Hoe zou jij architectuur willen omschrijven?

Fred: “Ik vind het wel handig om de vergelijking te maken met de bouw van een huis. IT-architectuur in een bedrijf is voor mij een conceptuele plaat van een samenhangend stelsel van zaken die in zijn geheel een werkend construct moet zijn. Net als een architectuurplaat een heel huis beschrijft en dan op een manier dat de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het huis zichtbaar is. Je probeert op een zo strak mogelijke manier de gebruikswensen voor het huis te vertalen in een helder conceptueel beeld. Je moet er in kunnen wonen, kunnen slapen, je wilt ook kunnen douchen. Als je dat allemaal een beetje netjes, overzichtelijk ingeregeld wilt hebben, dan ziet dat er zo uit.

meer
Ria van Rijn
dinsdag, 10 november 2009

Op dit moment zijn van de referentie architecturen voor Nederlandse overheidsorganisaties zowel de NORA als de GEMMA volop in ontwikkeling. Bovendien wordt er gewerkt aan de PETRA, voor provincies en wordt de informatie architectuur voor waterschappen WIA verder uitgewerkt in de WILMA. Samen met de MARIJ voor de rijksoverheid vormen deze referentie architecturen de kaders waarbinnen overheidsorganisaties hun architectuur zouden moeten vormgeven. De vraag is wat een specifieke organisatie, laten we zeggen een doorsnee grote gemeente, hieraan heeft. Wat voegen deze referentie architecturen toe, en vooral ook: wat niet?

meer
Leida van Oene
dinsdag, 13 oktober 2009

Voor u ligt het verslag van het onderzoek naar de vraag “in hoeverre het ontwerp van een ICToplossing kan bijdragen aan een ICT-oplossing die recht doet aan de ambitie en de eisen van de business”. Dit afstudeeronderzoek is verricht in het kader van de Masteropleiding “Business Process Management & IT” van de Open Universiteit Nederland, faculteit Informatica.

meer
dinsdag, 15 september 2009

Op weg naar de Gemeentelijke Service Bus

Gemeenten worden geconfronteerd met allerlei ontwikkelingen die van invloed zijn op hun informatievoorziening. Belangrijke ontwikkeling in dat kader is de verplichting om bepaalde gegevens nog maar eenmalig uit te vragen en meervoudig te gebruiken. Dit roept allerlei vragen op rondom de noodzakelijke gegevensuitwisseling tussen applicaties en de wijze waarop deze wordt ondersteund door generieke voorzieningen. Kan zoiets als een Gemeentelijke Service Bus hierin ondersteunen en hoe zou een dergelijke voorziening er uit zien? Dit artikel beschrijft het resultaat van een onderzoek in de gemeente Gouda naar een dergelijke voorziening.

meer
Rolf Meursing
woensdag, 29 juli 2009

Gemeenten, ministeries, provincies, waterschappen en uitvoeringsinstellingen hebben enthousiast gereageerd op het verschijnen van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Inmiddels is een nieuw document verschenen: het Strategiekatern. Hierin wordt een drastische koerswijziging aangekondigd, waarover dan ook een heftige discussie is ontstaan. Velen maken zich daardoor zorgen over het draagvlak onder de NORA. Een analyse.

meer
Daan Rijsenbrij
vrijdag, 03 juli 2009

NORA, de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur, is vooral bedoeld om de samenhang tussen de relatief onafhankelijke overheidsorganisaties te optimaliseren en de organisatieoverschrijdende ketens te borgen. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke architectuur dient te worden gecoördineerd en beheerd. Meestal benoemen we voor deze functie een Chief Architect, maar in dit geval geef ik de voorkeur aan de titel ‘Digitale Rijksbouwmeester’.

meer
Wouter Keller
woensdag, 01 april 2009

Met al die ANDEZ aanbestedingen ligt de term midoffice bij velen op de lippen. Maar wat is dat eigenlijk, zo'n midoffice? Sommigen denken (terecht) dat het een technische voorziening is om berichten uit te wisselen tussen front- en backoffice. Anderen beweren (terecht) dat het primair om het multi-channel frontoffice gaat (met de kanalen web, telefoon, balie en post). Weer anderen denken (ook terecht) dat een midoffice iets is om een klantcontactcentrum (KCC) te ondersteunen bij de afhandeling van lichte bouwvergunningen etc. Wat is het nou?

meer
Guido Bayens
maandag, 09 februari 2009

Er dreigt een groot misverstand rondom de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Van een brede benadering van de architectuur van de Nederlandse overheid, lijken we terecht te komen in een enkel op interoperabiliteit gerichte ontwikkeling. In het “NORA katern Strategie” wordt een enorme versmalling van de intentie en werking van de NORA voorgesteld. De opstellers van dit katern hebben een oproep gedaan om dit document te reviewen. In dit artikel wordt in dat kader gezocht naar de oorzaak van het dreigende misverstand. Ook worden voorstellen gedaan om een drastische inperking van de werking van NORA te voorkomen.

meer
Erik Saaman
vrijdag, 16 januari 2009
Op 12 januari is op het NORA-Forum de openbare review van het NORA-katern Strategie van start gegaan. In versie 3.0 van NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur) is dit het centrale, verbindende katern. Je kunt nu participeren in de review van dit strategisch katern.
meer
Hans Bot
maandag, 14 juli 2008

Toen de meeste mensen nog gewoon in een fabriek werkten, waren er twee soorten medewerkers – fabrieksarbeiders en kantoorpersoneel. Je droeg al naar gelang je positie of een ranzige overall, of een schoon overhemd – bij voorkeur met een hagelwit boordje. Dat was duidelijk.

Toen de dienstensector opkwam, kwam er behoefte aan een nieuwe tweedeling. De mensen die in de vuurlinie stonden – de medewerkers met klantcontacten, bijvoorbeeld achter het loket van een bankfiliaal – werden ingedeeld bij de frontoffice, en de mensen die op de achtergrond hun werk deden – medewerkers van de administratieve organisatie en de stafdiensten – hoorden even vanzelfsprekend bij de backoffice. In de wandelgangen werd het vaak zo samengevat: de frontoffice verdient het geld, en de backoffice maakt het op.

Wat zou de midoffice hieraan nog kunnen toevoegen?

meer
Guido Bayens, Marc Lankhorst
zaterdag, 28 juni 2008
In de discussie over de modernisering van gemeentelijke dienstverlening speelt het woord ‘Midoffice’ een dominante rol. De term wordt gebruikt als onderdeel van de gemeentelijke bedrijfsarchitectuur waarbij klantcontacten op een slimme manier gekoppeld worden aan de verschillende gemeentelijke organisatie-onderdelen, de ‘backoffice’. De ervaring leert dat er niettemin ook nog veel vragen zijn over de midoffice. Onderstaande analyse van het fenomeen midoffice kan helderheid verschaffen.

meer
Daan Rijsenbrij
woensdag, 27 februari 2008
Op woensdag 27 februari heeft Jan Kees de Jager - staatssecretaris van Financiën, verantwoordelijk voor de Belastingdienst - de Tweede Kamer ingelicht over het meest recente probleem bij de Belastingdienst: 730.000 digitale belastingaangiftes inmiddels ingediend, zijn door een fout in het computersysteem onbruikbaar geworden. Als IT-deskundige vraag ik mij dan af hoe dat kan.
meer
David Campbell, Robin van 't Wout, Paul van Vlaanderen
dinsdag, 10 april 2007
Dit rapport beschrijft de belangrijkste bevindingen van de evaluatie met de voorbereidende scan van de ADEM op onderzoeksobject de NORA versie 1.0. De algemene indruk bij het document is positief. De NORA bevat die onderdelen welke nodig zijn voor haar doel. Hieronder volgt een beschrijving van de voornaamste bevindingen. De ingevulde evaluatietabellen zijn gesorteerd naar vereiste, gewenste en aanbevolen elementen, bijgevoegd.
meer
Arne Lasance
woensdag, 26 november 2003
Werken met integrale architectuurconcepten is een effectieve manier van beschouwen, analyseren en beschrijven van de totale organisatie. Architectuurdenken helpt je te vergelijken, te meten, routes uit te zetten, te modelleren, te ontwerpen en uiteindelijk om toekomstvast en kosteneffectief een efficiëntere overheid in te richten en onderhouden.
meer
Daan Rijsenbrij
maandag, 30 juli 2007
Daan Rijsenbrij draagt drie oplossingen aan voor de problemen bij de Belastingdienst: Een moderne toekomstvaste geïntegreerde architectuur, een rationalisatie van de bedrijfsprocessen en een realistisch transformatiepad. Maar eerst moet er een volwassen IT-Governance komen en dienen de bestaande architectuurschetsen te worden afgestoft.

meer
Walter Wittkamp
woensdag, 23 november 2005
De rijksoverheid heeft ambitieuze herstructurerings-plannen. Er circuleren ‘managementagenda’s’ waarin topambtenaren zich uitspreken voor verdere samen-werking tussen overheidsinstellingen waarbij het verbeteren van de dienstverlening aan burgers, bedrijfsleven en andere organisaties meer centraal komt te staan. Voor deze doelgroepen moet de interne structuur van de rijksoverheid meer een black box zijn, reden voor een pleidooi om de diverse departementen niet langer eigen logo’s e.d. te laten voeren. Dus op weg naar één overheid? ...
meer
Guido Bayens
dinsdag, 10 oktober 2006
This article offers an overview of steps that have been taken in order to develop e-government in The Netherlands under architectural guiding principles.

Reviewed
meer