In 1982 schreef Jaap van Rees het roemruchte artikel ‘de methode doet het niet’. Sinds die tijd is er een ware vloedgolf aan methodenboeken op de markt verschenen. Veel methoden zijn trouwens activiteitgeoriënteerd, dus uitermate geschikt om op basis van uurtje-factuurtje op mechanische wijze body shopping uit te voeren. Het is dan ook niet voor niets dat veel methodes door softwarehuizen zijn bedacht dan wel worden gepropageerd.
‘De methode doet het niet’ geldt des te sterker voor projecten die een hoge mate van creativiteit en situatieafhankelijkheid vergen. Trouwens wie haalt het in zijn hoofd als hij een fysieke architect uitnodigt een ontwerp te maken voor zijn droomhuis hem de vraag te stellen: welke methode gebruik je? Behalve een doorgeschoten theoreet of een nieuwsgierige concurrent is daar toch geen enkele zakelijke opdrachtgever of nuchtere businessmanager in geïnteresseerd. De dikte van een methodenboek is meestal recht evenredig met de mate van betutteling van de toepasser. Het boekwerk TOGAF 9.0 telt ruim 700 pagina’s2 en is zo zwaar dat je het fysiek kunt gebruiken om er tegenstanders mee knock out te slaan. Handig bij de eeuwigdurende methodenstrijd.
Op 2 februari 2009 werd versie 9.0 van TOGAF ten doop gehouden in San Diego als opvolger van versie 8.1.1, resulterend in een grote hoeveelheid extra details. Het formuleren zal een forse inspanning hebben gevergd. Probeer maar eens wereldwijd consensus te krijgen over zoiets principieels als een methodologie, zeker als er honderden partijen bij betrokken zijn. Uit de wandelgangen heb ik vernomen dat door de forse bijdragen van Capgemini en SAP het proces toch redelijk snel verlopen is.
Ik geloof heilig in ‘open source’, maar bij ‘open methodologie’ zet ik toch grote vraagtekens: democratie3 leidt meestal tot niets. Trouwens, bij de analyse van ADM kwam bij mij spontaan de afgezaagde grap naar boven: een kameel is een paard ontworpen door een democratische groep.
Bij het doorworstelen van die 728 pagina’s TOGAF wordt de lezer getrakteerd op een tamelijk onevenwichtige, weinig samenhangende en nogal gedateerde verzameling teksten met te weinig diepgang. Het informatieverkeer - de bloedsomloop van elke onderneming – ontbreekt geheel. Digitale werkruimten - de persoonlijke digitale werkruimte in het bijzonder - worden niet eens genoemd omdat de gebruiker volledig buiten beeld blijft. Architectuurprincipes lijken gezien het aantal pagina’s dat daar werkelijk aan is gewijd een ondergeschoven kindje, terwijl serieuze architectuurvisualisaties en waardevolle architectuurconcepten niet eens aan bod komen. ADM, het hart van TOGAF, is een onduidelijk mengseltje van architectuur, engineering, IT-governance en projectmanagement. Ik ben trouwens nog geen weldenkende architect tegengekomen die mij de logica achter dit schema heeft kunnen uitleggen noch de plausibiliteit van de verschillende pijltjes. Trouwens, het hele TOGAF-document overziend valt mij op dat 38,9% handelt over IT-Governance en projectmanagement, 39,4% over engineering en slechts 21,7% over architectuur.
Gelukkig biedt TOGAF een redelijk triviaal, rigide stappenplan voor alle architectuurfasen, zalig voor het uurtje-factuurtje in elkaar zetten van een architectuur.
Als je de rol en taken van een architect in TOGAF beschouwt, dan krijgt de architect naast zijn eigen werkzaamheden ook een groot deel van de werkzaamheden van de CIO, de businessconsultant, -strateeg, de programmamanager, de engineer en zelfs de innovator op zijn bord. Kortom, hij wordt de belangrijkste man na de CEO. Dat lijkt mij toch wel een beetje opgeklopt?
Toegegeven, er zitten ook nuttige ideeën in TOGAF 9.0, maar ja die kans loop je snel bij 728 pagina’s met een dergelijke heterogene groep.
Rond TOGAF ontstaat een ware IT-sekte: je bent in TOGAF of je begrijpt niets van het vakgebied. Sommige TOGAF-bekeerden stellen zelfs dat iedere professionele architect eigenlijk in TOGAF zou moeten zijn gecertificeerd4. Ik heb op dit moment überhaupt nog moeite met het certificeren van architecten, laat staan het certificeren op basis van een boek.
Ik hoopte dat na het uiteenspatten van de internetbubbel we weer met de benen op de grond waren gekomen. Helaas, al heel snel kregen we het luchtkasteel ‘second life’, gevolgd door een SOA-besmetting en nu dan een kind met een waterhoofd ‘TOGAF’. Waar heeft de business - die IT toch broodnodig heeft - dit aan te danken? Ik neem aan dat de opdrachtgever van architectuur nuchterder zal reageren op deze TOGAF-gekte met een houding ‘architecten, dat jullie onderling met TOGAF bezig zijn boeit mij weinig, maar val mij er niet mee lastig!’5. Ik voorzie trouwens een goudmijn voor opleidingsinstituten6 en consultants, want iedere onderneming die haar IT een beetje op orde wil hebben, kan volgens de TOGAF-indoctrinatiemachine niet zonder TOGAF7. Wellicht zullen sluwe consultants instrumenten propageren waarmee TOGAF-compliancy of zelfs de TOGAF-maturity kan worden gemeten?8
Een roemruchte vakbroeder bij Capgemini schreef mij dat er nu een echte wereldstandaard is op het gebied van architectuur. Hij bedoelde natuurlijk een wereldstandaard opgesteld/opgelegd door de bouwers9 van deze wereld. En dat terwijl architectuur toch eigenlijk thuishoort aan de vraagkant. NORA 2.0 had als waarschuwende ondertitel: ‘vóór en dóór architecten’. Ik vind dat in de bijsluiter van TOGAF 9.0 dient te worden opgenomen: ‘vóór en dóór bouwers, uitermate schadelijk voor de creativiteit van architecten’.
Concluderend: TOGAF is een architectuurframework dat zijn wortels heeft in een technisch architectuurframework ontwikkeld door DoD, dat eigenlijk slechts bedoeld was als hulpmiddel voor het informatiemanagement. Het lijkt mij twijfelachtig dat TOGAF ooit deze valse start zal kunnen overstijgen. Als ik de losse eindjes in dit document overzie, vrees ik voorts dat TOGAF 10.0 minstens 1000 pagina’s gaat tellen.
Mijn advies is te stoppen met dit initiatief en een (wereld)standaard te ontwikkelen vanuit de vraagkant, dus een standaard ontwikkeld door onafhankelijke architecten10 en gedragen door de businessmanagers van grote ondernemingen/instellingen.
1 Gepubliceerd in verkorte vorm in de Automatisering Gids, 27 maart 2009, nummer 13, pagina 16. 2 Naast die 700 pagina’s is er trouwens nog ruimte voor duizenden pagina’s nadere uitleg. 3 Plato constateerde al 2500 jaar geleden dat democratie de één na slechtste regeringsvorm is en dat geldt zeker voor IT-projecten/IT-beslissingen. 4 Jammer genoeg moeten alle TOGAF 8.1.1 gecertificeerden opnieuw examen doen in TOGAF 9.0. En dat terwijl ‘TOGAF 8.1.1 gecertificeerd’ veel gründlicher klinkt dan ‘TOGAF 9.0 gecertificeerd’. 5 Er zijn drie categorieën architectuurdocumenten: voor de opdrachtgever/businessmanagers, voor de architecten onderling, voor de bouwer. TOGAF is alleen voor de architecten onderling! 6 Ik vrees opleidingen door docenten die nauwelijks voldoende praktijkervaring hebben met architectuur. Je weet wel, van die beroepspraters: ‘geef mij de transparanten en ik doe wel even de cursus, maakt niet uit waarover’. 7 En, er wordt nog steeds makkelijker verdiend met praten dan met werken. 8 Was dat ook al niet met SOX? 9 Die bouwinvloed zit trouwens ook overduidelijk in DYA, de architectuurmethode met de grootste mindshare in Nederland. Onderwerpen als ‘strategische dialoog’, ‘ontwikkelen zonder architectuur’, ‘projectstartarchitectuur’ en de te grote nadruk op het applicatielandschap tonen dat wij hier te maken hebben met een architectuuraanpak opgesteld door een bouwer uitsluitend ten behoeve van het bouwen. 10 Onafhankelijke architecten zijn architecten die volledig zelfstandig opereren of die op de loonlijst staan van een onafhankelijk, onpartijdig architectenbureau dan wel architecten die in dienst zijn van een consultancybureau dat geen bouwactiviteiten uitvoert (direct noch indirect).
Reacties (99)
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 23-04-2009 16:41
Beste Pieter en Steven,
Ik kies inderdaad bewust voor de rol van meester-bouwer, maar dat wil niet zeggen dat ik verander om het veranderen en geen rekening zou houden met het grotere geheel.
Mijn ruimte in de rol van infrastructuur architect is in het algemeen beperkt doordat allerlei keuzes/problemen al zijn bepaald, bijv. door de enterprise architecten, applicatie architecten, informatie architecten, business cases, referentie architecturen, enzovoort. Zo kan er zijn besloten tot outsourcing, ontvlechting, invlechting, nieuwe communicatiekanalen richting klanten, nieuwe richtlijnen rond beveiliging enz. Dat zijn zaken waar ik nauwelijks tot geen invloed op kan, wil* of mag, uitoefenen.
Mijn taak is dan ook vooral om ervoor om te zorgen dat de op andere niveaus gemaakte keuzes goed landen op infrastructuur/technisch niveau en daarvoor zijn veranderingen nodig, niet alleen technische, maar ook procesmatige, en veranderingen aan procedures, documentatie, organisatorisch (maar dan vooral aan de ict organisatie kant) etc. En daarbij moet ik (meestal met collega architecten) zorgen dat allerlei belangen van allerlei verschillende stakeholders zo goed mogelijk zijn gewaarborgd.
Voor jullie mag dat allemaal klinken als platte technische issues die er niet toe doen vanuit business oogpunt maar ik kan jullie verzekeren dat de infrastructuur wereld ook steeds complexer wordt, en dat bij het aanbrengen van veranderingen de rol van de architect steeds belangrijker wordt gevonden. Juist omdat die kijkt naar de infrastructuur als geheel en niet alleen maar probeert dingen voor elkaar te krijgen met op zich zelf staande op korte-termijn gerichte technische oplossingen.
*Pieter heeft enigszins gelijk als hij stelt dat ik mijn rol op eigen initiatief beperk. Dat is omdat ik vind dat er aan de bouw en beheerkant binnen de infrastructuurwereld veel is te verbeteren. Vandaar mijn keuze om vooral te acteren als meester-bouwer of werkvloer architect of project architect of systems engineer hoe je het ook wilt noemen. Als de term architect voor een dergelijke rol niet passend zou zijn dan vind ik de laatste term, systems engineer de meest passende term want ik draag systems engineering en systems thinking beide een warm hart toe ...
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 23-04-2009 19:36
Beste Pieter,
Macht is en blijft gevaarlijk…
Dat jij de relatie legt tussen architectuur en ontwerp is helder. Ik heb daar moeite mee, maar dat zit niet in het feit dat ontwerp niet iets is dat hard nodig is, maar meer in het feit dat ontwerp niet de kern van de huidige problemen in de praktijk is. Misschien is dat probleem nog wel het beste aan te duiden door planologie naast ontwerp en bouwkunde te beschouwen. Vanouds spreken wij over functioneel ontwerp en technisch ontwerp. Functioneel ontwerp is daarbij het vormgeven van een oplossing voor de omgeving die hem zal gaan gebruiken, technisch ontwerp de manier zoals de oplossing werkt. Dus als je iets wil, een probleem hebt, dan kan je daarvoor een oplossing (of verandering) functioneel (en later technisch) ontwerpen. Dus bij een Bank: je gaat vorm geven aan oplossing nummer 10.001.
Een totaal andere vraag is waarom je oplossing 10.001 zou willen hebben. Ik ken een Bankorganisatie waar men meer dan 30 verschillende workflow oplossingen heeft, en dat de vraag niet echt gesteld wordt waarom men de 31e zou willen (en de consequentie dat het aansluiten van die 31e op de 30 anderen zo kostbaar is…). Dus waarom zou je een nieuwe oplossing willen als je een probleem hebt? En dus ook: waarom zou je zo’n oplossing al gelijk functioneel, laat staan technisch, willen ontwerpen?
Stapje hoger. Als ik Jaap zijn werk zie zie ik dat hij vaak niet over 1 oplossing nadenkt, maar over een geheel waarbinnen één of meer oplossingen zouden kunnen passen. Stapje breder (en m.i.) beter, maar m.i. nog steeds (te) beperkt: • Het is praktisch onmogelijk om een ontwerp te maken van behoeften aan informatie voor een omgeving. Dat betekent dat je wel opschaalt, maar nooit kompleet zult zijn en dus geen totaaloverzicht hebt. • Met het maken van een ontwerp maak je, ongeacht hoe vrij je het opzet, keuzes. Elke keuze beperkt. En daarmee beperk je dus je ontwikkeling naar je toekomst.
Daarom zie ik architectuur en ontwerp als verschillende zaken. Architectuur voor het geheel van je gekozen werkelijkheid, ontwerp als je daar iets binnen wilt gaan veranderen. Informatiearchitectuur is dan voor mij het beeld dat een organisatie heeft van haar bedrijfsmiddel informatie in haar organisatie. Richtinggevend, maar zoveel mogelijk inrichting-vrij. Je kunt daarbij richtlijnen extra geven voor het inrichten, zoals jij met ontwerp zult bedoelen. Daarna kan je dan technologie gaan bekijken om te zien hoe oplossingen voor onderkende problemen in te zetten: dus probleemanalyse, functioneel ontwerp enz. Dus waar methoden als DYA en TOGAF rond opgezet zijn: aannemerswerk.
Wat in een informatiearchitectuur hoort is op zich niet zo moeilijk te bedenken: alles wat een organisatie rond haar informatie wil bepalen en vaststellen. Informatie, dus niet technologie. Ontwerprichtlijnen (zoals ik interpreteer wat je informatiekundige ontwerpleer noemt) kunnen daarbij horen, maar zijn feitelijk 2e plan. Technische, dus IT, richtlijnen zo beperkt mogelijk, want daarmee beperk ik de nabije toekomst ook al teveel, laat staan de verdere toekomst.
Je hebt gelijk in je opmerking rond de architect. Wat echt nodig is is ruimtelijk richten, en minder ruimtelijk inrichten, laat staan functioneel ontwerpen. De vele jaren dat ik nu met de term architect werk heb ik steeds het ruimtelijk richten bedoeld, en niet het functioneel ontwerpen. Daarom voeg ik ook het begrip harmonie toe aan de kenmerken van Vitruvius, iets dat in de architectuur pas zo’n 15 eeuwen na Vitruvius gedaan werd. Functioneel ontwerpen zou je in de informatie & IT-sector ook bij de aannemers, de IT-ers/IT-leveranciers kunnen laten, het ruimtelijk richten en waarschijnlijk ook het ruimtelijk inrichten kan daar niet bestaan. Simpel omdat je je hersenen en kennis niet door een derde kunt laten beheren, dat moet je zelf doen. En daarmee komen we dan in een terminologische tweespalt, want in de bouw is een architect dan iemand die echt los van de aannemer hoort, terwijl de functioneel ontwerper in de informatie & IT-sector best wel eens gecombineerd kan worden. Bijvoorbeeld zoals Sogeti bij Capgemini hoort. Voor ruimtelijke richten en ruimtelijk inrichten kan dat absoluut niet. Vraag los van aanbod, anders krijg je snel grote problemen.
Ja, de bewijsvoering van John Sowa, hoewel kompleet, schiet tekort omdat er een premisse onder ligt die niet juist is: alles zou een object zijn. Dat is ook de reden waarom dat ISO 14481 nooit verder is gekomen dan een Final CD. Dat wil niet zeggen dat de inhoud niet goed is, er waren in 1999 alleen 2 stromingen die niet bij elkaar konden komen: praktijk en theorie.
Neen, ik wijs TOGAF niet af zoals je denkt. Waar ik niets mee kan is met de haast agressie waarmee groepen mensen met zoiets als TOGAF omgaan, wat jij sektarisch noemt. Om TOGAF en haar community beter te leren ben ik 2 keer een week naar de States geweest om een conferentie erover bij te wonen (en om te spreken) in Miami (3 jaar geleden) en San Francisco (1½ jaar geleden). Daar heb ik de vorming van de community rond TOGAF gezien. Gesloten, later bijna agressief, commercieel en weinig aansprekend voor de mensen die tijdens de bijeenkomsten probeerden uit te vinden wat het nu eigenlijk is, waar TOGAF om gaat. Daarom ook mijn vergelijking met SDM en het geld dat Capgemini daar jaren mee verdiend heeft. En als ik dan in mijn praktijk kijk, dan zie ik de toegevoegde waarde van TOGAF gewoon niet. Ik zie organisaties die om te beginnen een jaar of 4 een team van 5 tot 15 externen hebben die de Sisyfus-klus deden om alles te beschrijven. Een soort van wat we vroeger informatieplan noemden, maar dan nu onder de kreet enterprise architectuur. Verouderd zodra het opgeschreven is, en nauwelijks nog bij te houden (ongeacht eventuele tools) als het “af” zou zijn (wat het nooit kan zijn). En ja, met dat soort verbranden van geld heb ik moeite. Dan een veel ernstiger punt: het nut en de toegevoegde waarde. Waarom zou je zoveel centraal van je IT willen opschrijven, en nog steeds zo weinig over je informatie. IT verandert snel, dus ook de beschrijving ervan. En waarom zou je dan vele fte’s willen zetten op iets dat niet anders dan altijd verouderd kan zijn, en verouderd zal blijven. En dan nog de push van IT om het allemaal te gaan doen. Typisch blauw gedrag. En als het af is en het niet voldoet, dan gaan we weer gewoon door met het volgende. Zonder consequenties, zonder dat iemand er de vinger op kan leggen. Jammer, maar helaas. Maar we verdienen er wel lekker aan. Ben ik daarom tegen TOGAF? Nee, hoe kan je tegen een methode zijn. Ik heb wel grote bedenkingen tegen wat het beoogd te doen. Maar dat heb ik tegen vrijwel iedere van de huidige “architectuurmethoden”, gewoon omdat de praktijk bewijst dat het meeste uiteindelijk lood om oud ijzer zijn.
Pieter, ik heb al eerder een discussie met je afgebroken omdat je te grof werd. Nu verwijt je mij dat ik je documenten nog niet gelezen heb en eis je van me dat ik dat doe voordat jij me een discussie waard vindt. Het probleem is dat zoveel mensen binnen IT, al of niet in groepen, van zichzelf vindt dat hij/zij de oplossing voor alles heeft, en de denkwijze die iedereen zou moeten hebben. Als je weinig tijd hebt zijn er simpele manieren om vast te stellen of dat inderdaad het geval is. Noem het een lakmoesproef. Weet je, als iemand me niet echt kan interesseren in dit soort discussies zie ik geen reden om de (vaak vele) schrijfselen van zo iemand (of groep) te gaan lezen. Ik merk bij jou dat je steeds weer teruggrijpt op dingen die je ooit geschreven hebt, en dat je dan zelf vaststelt dat het toch wel erg goed was en dat je er niets aan wilt/gaat veranderen. Prima hoor, maar geen aantekening voor de kwaliteit ervan in mijn ogen. Als het bovenstaande niet al te ver af is van jou werkelijkheid, exclusief mijn opmerkingen daarover natuurlijk, dan weet ik je te plaatsen en te vinden als dat nodig is. Maar als jij niet zonder referenties naar jezelf of naar wat anderen een keer opgeschreven hebben kunt vertellen wie je bent en wat je ideeën zijn, dan laat ik het hier nog maar bij. Je verwijt laat ik deze keer voor wat het is.
Steven van ’t Veld
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 23-04-2009 22:05
Blijkbaar waren Steven van ’t Veld en ik gelijktijdig aan het schrijven. Wat hieronder allereerst volgt is wat ik schreef, vóórdat ik zijn reactie getimed op 18:36 uur op 23 april 2009 las. Daarin wijzigde ik nav zijn genoemde reactie niets. Verderop markeer ik duidelijk vanaf welk punt ik wèl inga op die reactie.
Peter Bakker vermeldt allerlei soorten architect. Als dat nu mode is, dus dat elke specialist zich graag architect noemt, vooruit. Maar hoe noemen we dan iemand die overzicht, coördinatie e.d. tot haar/zijn, oeps, specifieke verantwoordelijkheid rekent? Eerlijk is eerlijk, ooit deed de slimste timmerman dat erbij. Zo werd z/hij hoofdtimmerman en vandaar architect. In die historische zin maakt Bakker als “meester-bouwer” terecht aanspraak op die aanduiding. Maar goed, ambachtelijke bemoeienis met onlosmakelijkheid van aspecten van dien blijkt voor allerlei opgaven niet te voldoen. Dat leidde tot verdeling van activiteiten. Vaak geldt daarvoor onderscheid tussen, zeg maar, verzinnen (lees ook: ontwerpen) en uitvoeren (lees ook: construeren). Nota bene, dat biedt allerminst een zuivere oplossing, maar roept op haar beurt altijd nieuwe problemen op. Daarover gaat volgens mij deze discussie ook! In betekenis, althans voor de alsmaar complexere gebouwde omgeving, verhuisde de term architect ooit naar de ontwerpkant. Zo beschouwd kan het inmiddels aanleiding tot verwarring geven door iemand die vooral uitvoerend bijdraagt (nog) architect te noemen. Overigens bestaat voor gebouwde omgeving aan de ontwerpkant allang weer een nadere indeling van … specialisaties. Zie ook Architekten und ihre beruflichen Perspektiven (DVA, 1982, oorspronkelijk verschenen als proefschrift) door G. Feldhusen. Wie zich daar architect noemt, werkt overwegend op de schaal van het enkele gebouw. Opmerkelijk genoeg zien ontwerpers op de schaal van de stad, en verder, er bij nader inzien opzettelijk vanàf zich als architect te afficheren. Zij heten stedebouwkundigen, zoals ondermeer onderstreept staat in Stedelijke Transformaties: Actuele opgaven in de stad en de rol van de stedebouwkundige discipline (Hulsbergen, E. en H. Meyer, samenstellers, Delftse Universitaire Pers, 1998). En uiteraard vertonen die ruimtelijke schalen wisselwerking. Er is navenant behoefte aan — borging van — oriëntatie door de schalen héén, zoals dat daar zo mooi heet. Wie rekent dàt tot haar/zijn taak? De ruimste schaal waarop in formele zin planning (in dit verband een ander woord voor ontwerp) aan de orde is, bestaat uit ruimtelijke ordening op nationale schaal. Langs informele(re) ‘weg’ zijn we die schaal voor informatieverkeer eigenlijk allang overstegen. Het Internet is wereldwijd. Maar terug aan de uitvoeringskant, nee, routinematig is weer heel iets anders. Ook (juist?!) zgn uitvoering is steeds vaker hoogst gespecialiseerd, kortom vergt keuzes, zeg gerust maar ruime ontwerpvrijheid van de betrokken specialist. Dat pleit dus weer vóór aanduiding als architect.
Daar komen we dus niet meer uit. Het recht van de ene beroepsgroep om zich architect te noemen kan redelijkerwijs nooit (meer) inhouden dat het een andere beroepsgroep verboden is. Naar mijn idee is wat Bakker doet daarom optimaal. Hij verduidelijkt wat hij bedoelt. Dat lukt dankzij context, zoals Paul Jansen nogmaals benadrukt. Zo verduidelijkt ook Steven van ’t Veld hoe hij zijn bemoeienis opvat. Zij het impliciet verkrijgt hij daarvoor zeker erkenning door Bakker. De bepèrking die Bakker voor zijn professionele bijdragen schetst, mag Van ’t Veld vervolgens gerust óók beschouwen als diens erkenning van de betrekkelijke waarde van — zoiets als — Togaf. Met dank aan Jansen voor diens aanzet(ten), indien Bakker en Van ’t Veld zich allebei kunnen vinden in erkenning van hun karakteristieke verschillen, zijn we toch een stuk verder dan Daan Rijsenbrij voorstelt in de column (30 maart 2009) waarmee hij deze discussie startte. Daar schrijft hij als “[z]ijn advies [om] te stoppen met dit initiatief [Togaf] en een (wereld)standaard te ontwikkelen vanuit de vraagkant.” In de eerste plaats kunnen we Togaf wie weet zelfs toejuichen, maar dan wèl volgens reële verwachtingen, maw opbouwend gepositioneerd. Ten tweede blijkt volgens mij hier uit de diverse reacties die, opnieuw in mijn termen, accent op ontwerp leggen dat een vraagstandaard zelfs een contradictio in terminis is. Het heeft even wat tijd gekost, ;-) maar tegen Rijsenbrij’s oorspronkelijke conclusie lijken mij aldus verzameld voldoende argumenten te zijn opgeworpen.
Dankzij Van ’t Velds laatste paar bijdragen meen ik voorts scherper zicht gekregen te hebben waarover hij zich druk maakt. Dat is de aanspraak op hegemonie met bijhorend gevaar van onderdrukking van nuance enzovoort. Als ik dat juist zie, schaar ik me graag aan zijn kant als tegenstander van zulke aanspraak. Het klopt niet, is zelfs een ronduit vàlse pretentie, indien welk raamwerk, welke methode dan ook voorgesteld is als borg van totale beheersing. Ik vermoed dat Van ’t Veld bezorgd is dat het effect tegenovergesteld is. Met een Duits neologisme zou ik dat werkelijke effect Übermobilmachung willen noemen. Ofwel, veranderingen slaan op hol. Ik ben het er weer helemaal mee eens, als Van ’t Veld bedoelt dat zulk gevaar reëel is door (te) eenzijdige aandacht voor veranderingen.
De synthese is echter moeilijk herkenbaar, doordat Van ’t Veld op zijn beurt ook een ènkele term benut: stabiliteit. Hij bedoelt dat helemaal niet anti-verandering, maar wat hij er wèl mee wil zeggen blijft m.i. wat verhuld. De aanduiding die ik productief acht, luidt dynamisch evenwicht. Hierin ligt de nadruk op evenwicht, want dat staat er als het zelfstandig naamwoord. Maar zulk evenwicht is natuurlijk niet statisch! Werkelijkheid is tijd en daarmee veranderlijk. Het professionele doél is echter nooit de dynamiek zèlf. De tandarts geeft zijn klant na behandeling ook geen snoepgoed mee waardoor gaten in tanden en kiezen sneller vallen dat z/hij ze kan vullen. Wanneer Van ’t Veld zijn achterdocht wil uitdrukken tegen (markt)partijen die dynamiek-om-de-dynamiek willen aanjagen en zodoende daarentegen juist evenwicht ontwrichten, ja, dat signaal versterk ik graag. Evenwichtige dynamiek is valse retoriek. In dit geval moeten we niet op de boodschap, maar juist wèl op de boodschapper mikken. Want er zitten altijd mensen achter, die echter vaak niet eens beseffen hoe kwalijk hun schijnbewegingen uitpakken (zoals inderdaad de zgn financiële crisis maar weer eens illustreert). Togaf is het wezenlijke probleem daarom niet. Sterker nog, waarom zou het geen prima middel bieden voor geselecteerde activiteiten?
Dat is naar mijn oordeel ook wat Erik Proper vergeet. Zijn oproep tot deugdelijke toetsing van Togaf verdient uiteraard volle instemming. Maar wat stelt hij als toetsingskader voor? Met andere woorden, precies wèlke activiteiten komen in aanmerking om ermee te verrichten? In Propers aparte oproep elders op VNA las ik dat hij een methode associeert met “to achieve X.” Daaraan meen ik vlot te herkennen hoe hij er letterlijk ‘in’ zit. Proper kent voor zijn toets van Togaf oid. immers op voorhand een doel, dat is X. Dan gaat het vervolgens inderdaad om uitvoering. Maar wie heeft ooit bedacht en zo door naar ertoe besloten dat X het doel is en niet bijvoorbeeld Y? Van ’t Veld wijst er m.i. terecht op dat zulke doelstelling veeleer nadruk op, hier dus in mijn vervangende terminologie, dynamisch evenwicht verlangt. Dat moet je inderdaad maar kunnen. Zachtjes uitgedrukt is twijfel gerechtvaardigd, of je daarvoor moet zijn bij commerciële partijen met een nadrukkelijk éénzijdig eigenbelang bij veranderingsprocessen.
Vroeg of laat moet het dus om een beroepsethiek gaan, met alle zèlfbeperking door nota bene de dienstverlener van dien. In een afhankelijkheidsrelatie moet de klant er zelfs èxtra op kunnen vertrouwen dat de professionele dienstverlener in voldoende mate het klantperspectief kiest en haar/hem eventueel ook begeleidt tot inzicht in relevant dynamisch evenwicht. Dankzij de vertrouwensrelatie groeit doorgaans pas in wisselwerking realiteitszin. Dat is pas een heuse X-factor.
… en toen wilde ik bovenstaande tekst (uiteraard met uitzondering van de later toegevoegde aanhef) als reactie plaatsen. Steven van ’t Veld was mij vóór met een reactie die hij aan mij richtte. Hartelijk bedankt ervoor.
Ik het bovenstaande ben ik volgens mij al ingegaan op diverse thema’s die Van ’t Veld (verder) aansnijdt. Zo vermeldt Van ’t Veld “planologie” en dat weerspiegelt inderdaad een ruimere ordeningsschaal. Waarop ik verder graag reageer is dat Van ’t Veld en ik blijkbaar zéér sterk afwijkende ontwerpbegrippen hanteren. Ik proef dat hij er een beperking aan geeft, die ik juist niet zie. Context, dus. Hopelijk helpt de samenstelling dynamisch evenwicht te verduidelijken dat vanwege zijn inherente dynamiek dat evenwicht continue onderwerp van ontwerp moet zijn. In die zijn komen ontwerp en onderhoud sterk overeen. Volgens mij vindt Van ’t Veld dat ook, maar noemt hij dàt architectuur. Als dat zo is, zijn we het dus over strekking eens. Ik begrijp ons misverstand tot dusver, als het zo is dat Van ’t Veld de gebruikelijke indeling in de anglo-saksische landen volgt. Daar komt analyse vóór ontwerp. Dat zie ik dus òmgekeerd. Dan kan Van ’t Veld het hinderlijk vinden dat ik daarvoor verwijs naar eerdere publicaties (waarin ik die omkering schets), maar hoe ziet hij vakontwikkeling ànders dan via uitspraken toetsbaar krijgen door ze allereerst maar eens te documenteren? Daarin heeft Erik Proper m.i. volstrekt gelijk. Nee, ik voel me allerminst aangesproken dat ik “vorm [ga] geven aan oplossing nummer 10.001.” Het is, opnieuw, zelfs uitdrukkelijk òmgekeerd. Het paradigma van civiele informatiekunde is immers wezenlijk infrastructureel voor informatieverkeer. Als Van ‘t Veld al schalen wilt vergelijken, maak ik uit zijn teksten op dat hij overwegend de organisatorische kiest terwijl ik bewust door-de-schalen-heen tot en met nadrukkelijk op de maatschappelijke mik. Overigens kan ik me prima voorstellen dat er ooit een versie van Togaf komt die bepaalde uitvoeringsaspecten ook op die schaal dekt. Je hebt gelijk: “Het is praktisch onmogelijk om een ontwerp te maken van behoeften aan informatie voor een omgeving. Dat betekent dat je wel opschaalt, maar nooit kompleet zult zijn en dus geen totaaloverzicht hebt.” Daarom gebeurt dat volgens civiele informatiekunde ook niet. Met focus op infrastructuur, niet beperkt tot wat techniek in een aparte organisatie, maar voor informatieverkeer op maatschappelijke schaal lukt dat wèl. Ik ben inderdaad zo “grof” om je voor nader inzicht naar verdere publicaties te verwijzen. Maar, nee hoor, ik “verwijt” Van ‘t Veld in dat opzicht helemaal niets. Ik betreur zijn desinteresse slechts, dat natuurlijk wel. Wellicht kan Van ‘t Veld ooit toelichten wat op mij overkomt als een allergie voor literatuurstudie. Het lijkt erop dat hij de gedachtesprong maakt dat iemand die zich aan zijn adres zelfs maar waagt aan een verwijzing “van zichzelf vindt dat hij/zij de oplossing voor alles heeft, en de denkwijze die iedereen zou moeten hebben.” In elk geval voel ik mij opnieuw allesbehalve aangesproken, integendeel zelfs. Zoals ikzelf het zie, doe ik moeite om redelijke, dus onderling afhankelijke positioneringen voor mensen en methoden te bepleiten. Aan Van ’t Veld lijkt het allemaal echter minder besteed. Hoe ik nòg duidelijker kan helpen, zoals Jan van Til eerder deed, om juist voor zijn opvatting erkenning te verkrijgen, weet ik zo gauw niet. Nee, met informatiekundige ontwerpleer bedoel ik geen “ontwerprichtlijnen.” Wat dan wel? Ik durf het Van ’t Veld bijna niet te suggereren, maar lees het boek eens met de gelijknamige titel (ook beschikbaar op het ww web). Daarin staat ondermeer een fictief vraaggesprek met Jean-Paul Sartre over verantwoordelijkheid. Niet-kiezen is altijd óók een keuze stelt hij en volgens mij doet hij dat terecht. Daarom maakt Van ’t Veld zich volgens mij nog valse illusies over vrijheid als het ontwijken van beperkingen voor ontwikkeling. Dat ruimste, want existentialistische ontwerpbegrip vind ik vruchtbaar werken.
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 23-04-2009 22:20
Van vele kanten heb ik zowel in deze discussie als via e-mails de vraag gekregen waarom ik niet (meer) reageer in de onderhavige discussie
Ik was nogal overrompeld door het commentaar van Ron Tolido en Erik Proper op 9 april: ‘Daan Rijsenbrij bewijst met zijn column dat er nog steeds genoeg architecten zijn die liever over architectuur kissebissen dan dat ze er feitelijk een maken’. Weliswaar heeft de redactie van Via Nova Architectura gemeend daar een kanttekening onder te moeten plaatsen, maar ik heb van genoemde heren nog geen enkel excuus mogen vernemen.
Ik heb mij kwetsbaar opgesteld door een duidelijke mening over TOGAF te poneren. Als reactie daarop komt een zeer korte, duidelijk op de persoon bedoelde aanval met als enig doel mij belachelijk te maken. Ik heb in eerste instantie geen enkele reactie vanuit de redactie gezien. Is het dan vreemd dat ik 48 uur later en vele e-mails waarin aan mij off line de afschuw wordt uitgesproken over de onderhavige reactie door Capgemini, in de verleiding ben gekomen een lichte steek onder water te geven: ‘…..was dat jouw (bedoeld werd Ron Tolido) prijs voor het board membership van The Open Group’. Het is mij niet duidelijk welke persoonlijke aanvallen de redactie heeft onderkend in mijn posting waaronder zij hun disclaimer hebben geplaatst. Omdat ik niet de aanstichter ben, had ik het charmanter gevonden als de redactie een wat genuanceerdere tekst onder mijn posting had geplaatst, zoiets als: ‘Hoewel de redactie zich kan voorstellen dat de heer Rijsenbrij in de verleiding is gekomen Ron Tolido wat persoonlijker aan te spreken, wil zij nadrukkelijk stellen dat zij vindt dat dit commentaar elementen bevat die tegen de blog etiquette van Via Nova Architectura indruisen’. Ik heb er geen probleem mee mij kwetsbaar op te stellen, omdat mijn stellingnamen de toets der kritiek kunnen doorstaan. Maar dan denk ik wel recht te hebben op positief kritische opmerkingen en geen denigrerende losse flodders.
Vervolgens werd ik verrast door de posting van Erik Proper op 22 april: ‘Aangezien mijn blog posting "off topic" is m.b.t. de door Daan Rijsenbrij gestarte discussie, zal ik hier niet reageren op comments op mijn blog entry. De blog staat inmiddels zowel op mijn VNA blog als mijn eigen blog. Op commentaren op die plekken zal ik reageren’. Ik vind het nogal brutaal dat Erik Proper in een discussie waar hij en zijn andere collegae van Capgemini systematisch weigeren deel te nemen, ineens opduikt met de bedoeling de deelnemers naar zijn eigen blogs te verleiden. Hoort dit tot de hedendaagse blog etiquette van de jonge generatie? Ik zag dat Pieter Wisse ook al zijn wenkbrauwen fronste over dit gedrag.
Bovenstaande voorvallen hadden mij de lust ontnomen verder te participeren in de discussie die ik zelf had aangezwengeld. Maar Pieter Wisse en vele anderen hebben gelijk met de opmerking dat ik hoor te reageren omdat ik de knuppel in het hoenderhoek heb gegooid.
Overigens wil ik opmerken dat ik geen persoonlijke onenigheden heb met mijn voormalige werkgever Capgemini, doch ik houd mij het recht voor om misstanden in de IT aan de kaak te stellen. Op mijn vraag op 1 april of Capgemini waar de TOGAF docenten Mieke Mahakena en Dave van Gelder werken zelf wel een architectuur heeft, heb ik nog steeds geen antwoord gekregen. Je mag toch aannemen als je wereldwijd TOGAF zo fanatiek propageert, dat de directie van je onderneming toch een architectuur voor de eigen onderneming heeft laten opstellen conform TOGAF 9.0, of niet soms? Ik, en waarschijnlijk vele lezers van deze discussie, zouden graag na al het theoretisch gedoe over TOGAF wel eens een real life voorbeeld willen zien. Dus, Capgemini publiceer s.v.p. jullie TOGAF-conforme architectuur op Via Nova Architectura.
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 23-04-2009 22:23
Samenvatting tot nu toe
Het is voor mij bijzonder moeilijk om een uitgebalanceerde samenvatting te geven van de uiterst interessante discussie over de pro’s en contra’s van TOGAF 9.0. Daarnaast ontvouwde zich een discussie over wat er zou moeten zijn in plaats van TOGAF. Deze discussie is zeer inspirerend, maar nog te divers om in enkele woorden samen te vatten. Kortom, moeilijk om iets compacts te formuleren. Vandaar een subjectieve sfeertekening, gevolgd door enkele conclusies en enige aanbevelingen.
Sfeertekening:
Het is duidelijk dat er veel goed onderbouwde kritiek is op TOGAF 9.0, maar uit het kamp van de voorstanders is het ijzingwekkend stil. Mogen zij niets zeggen, willen zij niets zeggen of zijn zij het diep in hun hart roerend eens met de kritieken die in deze discussie zijn geuit over TOGAF 9.0?
Op 30 maart merkte Danny Greefhorst terecht op: ‘Ik ben het met Daan eens dat TOGAF de scherpte mist die wenselijk is en dat de oorzaak ongetwijfeld ligt in het standaardisatieproces’ en ‘Het is lastig om te bepalen wat de essentie is tussen al die interessante zaken’.
Op 31 maart constateerde Paul Jansen dat TOGAF 9.0 een bouwers product is met hier en daar de eerste tekenen van holistische, creatieve en contextgedreven elementen.
Hans Bot mijmerde op 31 maart: ‘Als ik nu sentimenten en argumenten in de discussie probeer te scheiden, dan lees ik een flinke dosis kritiek op de scope van TOGAF. Veel van die kritiek ben ik geneigd te delen: enige bescheidenheid zou de architectencommunity geen kwaad doen - zeker gelet op de resultaten die tot dusverre zijn geboekt’. Voorts stelde hij dat: ‘Hier wreekt zich naar mijn idee het ontbreken van een professionele, internationale, leveranciersonafhankelijke architectuurcommunity, waarin professionele architecten uit alle NAF-pijlers vertegenwoordigd zijn, die met voldoende autoriteit een standaard methodiek voor het vakgebied zou kunnen ontwikkelen’.
Bijzonder treffend vind ik de opmerking van Steven van ’t Veld op 31 maart: ‘Als ik de externe versies van SDM goed geteld heb, zou TOGAF gezien kunnen worden als SDM versie 6 of misschien 7. Het is een reeks zich herhalende stappen die tracht steeds meer informatie te verzamelen over een IT-omgeving, om die als kennis vast te leggen’. Voorts ziet hij net als ik een TOGAF-sekte ontstaan. Hij vervolgde met: ‘Dat roept bij mij beelden op die ook tussen 1975 en 1985 rond SDM versies 1 en 2 ontstonden. Klopt ook wel, want, zoals gezegd, is TOGAF voor mij zoiets als versie 6 (of toch 7?) van SDM. Ook TOGAF richt zich voornamelijk op IT ontwikkeling en dat is gemiddeld toch maar 20% van alle geld dat aan IT uitgegeven wordt’. Interessant is zijn constatering: ‘weinig is meer gesloten dan The Open Group, en dus ook TOGAF’.
Pieter Wisse stelde op 2 april: ‘Ik ben inderdaad eerder geneigd TOGAF met ITIL te vergelijken’ en ‘Psychoanalytisch bekeken zou TOGAF wel eens een uitdrukking van angst voor het onbekende kunnen zijn’.
Ten slotte concludeerde Paul Jansen op 23 april: ‘Zijn we het vervolgens niet juist allen volledig met elkaar eens dat TOGAF niet gelijk is aan architectuur?! En, dat iedereen die beweert dat je voldoende hebt aan een inbussleutel (TOGAF) of alleen een schroevendraaier (DYA) om ‘meubels te maken’ blijk geeft de weidse wereld van meubels buiten IKEA niet te (willen) kennen’. En ‘Daarom is er een toenemende behoefte aan die ‘andere’ architecten, voor wie dus TOGAF geen (goede) oplossing biedt’.
Conclusies:
Terecht merkten velen op dat het de hoogste tijd wordt dat de ideeën over informatiekunde van Jaap van Rees worden afgestoft en worden geactualiseerd met de vele waardevolle zaken die ik heb zien langskomen in deze discussie. In de huidige praktijk lijkt de informatisering van ondernemingen niet te worden begeleid door informatiekundigen (of echte architecten), maar te worden geforceerd door technisch georiënteerde informatici. Jammer, daar lijden we al ruim 40 jaar onder. Wat hebben al die leergangen BIK aan universiteiten ons eigenlijk opgeleverd?
In mijn reactie op Paul Jansen stelde ik op 1 april: ‘Je hebt gelijk, we hebben nog een hele weg te gaan voordat tussen de (business-)opdrachtgever van een IT-project of een groot verandertraject met een zware IT-component enerzijds en de bouwer anderzijds een onafhankelijke architect wordt geplaatst die aan de kant van die opdrachtgever staat en de werkelijke vraag/behoefte van die opdrachtgever accentueert. Het wordt hoog tijd dat er een emancipatie komt van de architect’.
De ontnuchterende constatering van Steven in ’t Veld op 1 april zou meer ter harte dienen te worden genomen: ‘Veranderen is het doel van IT-leveranciers. Daar verdienen zij immers geld aan. Voor organisaties gaat het echter alleen om een voldoende effectieve informatievoorziening. En die moet liefst zo min mogelijk veranderen als die voldoet, want alleen zo kan die organisatie zich zo goed mogelijk op haar werkelijke taken concentreren: bankieren, rail exploiteren, handel drijven en wat verder nog’. Deze conclusie zou het startpunt kunnen zijn voor een meer volwassen wijze om met IT om te gaan. Het is immers zo simpel: we hebben business en IT. In de eerste plaats willen we een effectieve business. Op de tweede plaats willen we dat die business efficiënt is, hiervoor is meestal ondersteuning van IT nodig is. Dus op de derde plaats willen we een effectieve IT-ondersteuning. En ten slotte willen we op de vierde plaats dat die IT efficiënt is. Dat dient de juiste volgorde te zijn die moet worden nagestreefd. Doch het heeft er nu alle schijn van dat veel softwarehuizen en pakketleveranciers bezig zijn een efficiënte IT te propageren, totaal voorbijgaand aan het feit dat IT bedoeld was voor een effectieve bedrijfsvoering. Kortom, in veel gevallen hebben we te maken met een verheerlijking van een suboptimalisatie op IT niveau.
Ik onderschrijf volledig de conclusie van Steven in ’t Veld op 23 april: ‘Maar zolang wij SDM-achtige molochen als TOGAF, DYA en andere architectuurmethoden willen blijven pushen, komen we geen stap verder. Simpelweg omdat als je echt kijkt naar wat het kan en doet, de complexiteit ineens extreem groter maakt.’
De conclusie van Peter Bakker op 2 april lijkt mij zeer plausibel: ‘Volgens mij maak je het architectuurvak niet volwassener met zoiets als TOGAF of welk architectuurraamwerk dan ook. Volgens mij zou het vakgebied pas volwassen zijn als architecten ook aansprakelijk gesteld kunnen worden voor gebreken in hun gerealiseerde ontwerpen’.
Pieter Wisse concludeerde op 23 april net als ik dat er best waardevolle zaken in TOGAF zitten: ‘Togaf, prima, maar ‘slechts’ voor zus-en-zo’.
Aanbeveling:
1. Resultaatgerichte informatisering van de onderneming. Jaap van Rees zei in een bijna vergeten verleden: ‘de methode doet het niet’. Zeker, het zijn de vakmensen die het moeten doen. Ik zou vier essentiële rollen willen onderscheiden: de opdrachtgever (natuurlijk uit de business), de architect (geruggensteund door engineers), de bouwer (inclusief zijn eigen engineers) en de eventuele toeleveranciers (zoals Oracle, SAP, Microsoft, Google, servicesproviders). Ik ben persoonlijk niet zo geïnteresseerd in de wijze waarop deze essentiële rollen hun werkzaamheden verrichten. Ik wil wel van te voren weten welke resultaten zij opleveren. Daarom pleit ik er al jaren voor dat er duidelijke resultaten (documenten) worden gedefinieerd voor de communicatie tussen die rollen en wellicht ook binnen die rollen. De architect maakt documenten die hij gebruikt in de communicatie met de opdrachtgever. Hij maakt andersoortige documenten voor de communicatie met andere architecten en met de te raadplegen engineers. Ten slotte maakt hij documenten die nodig zijn om de bouwer te tonen wat er moet worden gebouwd. Dit zijn drie essentieel verschillende soorten documenten.
2. Een nieuw alomvattend denkkader voor architectuur, engineer en bouw. Op grond van de vele waardevolle bijdragen, in het bijzonder van Hans Bot, Jan van Til, Paul Jansen, Peter Bakker, Pieter Wisse en Steven van ’t Veld, zou ik wil pleiten voor een fundamentele herbezinning op het SDM-denken, of dat nu lineair is, iteratief, incrementeel of welke andere ontwikkelstrategie dan ook. Reeds in mijn posting op 3 april bepleitte ik dat er behoefte is aan een breder denkkader voor ‘architectuur + engineering’ waarin TOGAF eventueel kan worden gepositioneerd. Persoonlijk onderscheid ik een vraagkant die in de business ligt en een aanbodkant die in de technologie kan liggen. Ik zou architectuur willen reserveren voor de vraagkant en aan de aanbodkant de term engineering of desnoods IT-architectuur willen gebruiken. De knip tussen (business-)opdrachtgever en bouwer hoort pas te liggen na de functionele specificaties. De architect zorgt voor of begeleidt de architectuurfase, het functioneel ontwerp en de functionele specificaties. Dat laatste document hoort te kunnen leiden tot een bouwbare opdracht.
3. Een strikte functiescheiding tussen architecten en engineers. Laten we voor de eenvoud architecten weer architecten noemen, en engineers weer engineers. Nu gooien we appels en peren door elkaar. En natuurlijk, het is allemaal fruit maar voor de klant is het wel zo plezierig dat als hij een appel wil ook een appel krijgt en niet een peer. Goede, creatieve architecten zijn zeldzaam. Maar een vakbekwame engineer is wellicht nog zeldzamer. Dus, heren en dames engineers wees er trots op engineer te zijn en noem jezelf geen architect. Architecten, zorg dat je informatie inwint bij vakbekwame engineers om te borgen dat je bouwopdracht bouwbaar is. En, engineers probeer de taal van de architecten te verstaan.
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 23-04-2009 22:26
Beste mensen, een korte reactie. Ik voel me uitgedaagd om volgende week een blog te schrijven waarin ik toch wat concreter probeer te zijn over hoe we de evaluatie van methoden concreet kunnen aanpakken. Liefst ook op een dusdanige manier dat het mogelijk wordt om de diverse hypothesen die in de afgelopen reacties heen/weer zijn gegaan zouden kunnen toetsen.
Nog even een reactie op het "achieve X" gebeuren. Nergens noem ik dat X een specifiek punt. Die X mag best verwijzen naar een bewegend doelwit zijn. Dus bijvoorbeeld "zorg dat er de informatievoorziening zodanig wordt vormgegeven of ingekaderd, dat deze voldoende bij de bedrijfsdoelen aansluit", zou zo'n X kunnen zijn. En ja ... bij aanvang zou het maar eens zo kunnen zijn dat je de langere termijn bedrijfsdoelen nog niet helder hebt.
Mijn veronderstelling is dat je met het verrichten van werk altijd iets wilt bereiken. Vanuit die veronderstelling wil ik me dus afvragen of de manier/aanpak/methode waarop je dat werk verricht het meest effectief en efficient is. Dat geldt voor methoden, maar ook voor de methoden-vrije wijze waarop Pieter en Steven wellicht soms/altijd werken.
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 24-04-2009 01:43
Beste Paul,
Dank voor je vriendelijke woorden.
Ja, het gaat om, als ik dat woord goed begrijp, om beschouwingshouding en niet zozeer over scope. Beschouwingshouding zou ik zelf graag relateren aan discipline, vak. Een jurist beschouwd de wereld immers anders dan een PZ-mens; andere dingen zijn belangrijk, of dezelfde dingen worden anders beschouwd. Een personeelscontract is voor PZ een overeenkomst die ervoor moet zorgen dan een mens dingen doet voor een organisatie, terwijl de jurist datzelfde contract ziet als een set voor de wet al of niet afdwingbare regels. De jurist kijkt naar wat gebeurt na een ontslag, de PZ-mens wil dat iemand het juiste werk gaat doen. En dus je en/en, want samen kunnen de jurist en de PZ-mens bij een aanname sluitend werk verrichten voor de organisatie.
In de 80-er jaren is door voorzitter Joost van Griethuysen een mooie combinatie van viewpoints, beschouwingsmanieren, neergelegd binnen de ISO standaardisatie activiteit Open Distributed Processing (ODP, ISO-10476 Reference Model ODP = RM-ODP): enterprise, information, computational (applications and data), engineering en technology. Zoals blijkt is elk van deze 5 de manier van beschouwen van mensen met een bepaalde opleiding, vorming en ervaring. ODP is, hoe we er ook voor gevochten hebben om meer te doen, feitelijk nooit verder gekomen dan het computational en engineering viewpoint. Waarom: de standaardisatiegroep bevatte vooral IT-ers die veel van applicaties, databases en systeemsoftware afwisten. Toen deze mensen rond 1990 probeerden te kijken naar het information viewpoint kwam men niet verder dan dat het daar om policies moest gaan, principes. Waarom? Simpel, dat is wat zij nodig hadden om te kunnen werken in hun viewpoints. Wat ook bleek was dat deze mensen niet te stuiten waren in hun mening dat zij gelijk hadden met wat mensen met de andere viewpoints dachten en moesten doen. De PZ-mens die vertelt hoe de jurist moet denken en werken.
In termen van RM-ODP gaan TOGAF, DYA en vele andere architectuurmethoden over wat via de computational en engineering viewpoints gezien wordt. Ik gaf net aan dat het wel en/en is. Want wie weet hoe de organisatie werkt, het enterprise viewpoint, en wie weet welke informatie binnen die organisatie hoort, het information viewpoint, leggen samen de basis voor een passende IT-infrastructuur. Als je nu naar TOGAF kijkt worden er enorme discussies over business analysis gevoerd. Door mensen die een computational, engineering of zelfs technology viewpoint hebben. Technologen die opleggen via een, wat ze noemen, de-facto standaard hoe mensen in andere disciplines moeten werken en denken. En omdat mensen met een information viewpoint vrijwel nergens opgeleid en gevormd worden komen ze nog een eind ook. Fouten worden hen zelfs vergeven, want er is immers niemand anders. Maar wil nog niet zeggen dat ze daarmee gelijk hebben, en dat ze weten hoe dat andere vakgebied in elkaar zit. Ik ga als informatiekundige toch ook geen bankproducten en diensten formuleren omdat ik er ook wel ideeën over heb?
Ik ben het dus in grote lijnen met je eens, Paul. Zoals schoenmakers zich bij hun leest moeten houden, zo zullen IT-ers dat moeten doen, net als informatiekundigen en bedrijfskundigen. Maar wel samen, en/en dus, want daar zit juist de synergie. Zoals eerder gezegd, de eerste stap daarvoor is respect voor elkaar, en elkaars denken. Andere beschouwingen, viewpoints leveren nu eenmaal andere beelden, maar die moeten het wel samen doen.
Steven van ’t Veld
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 24-04-2009 02:04
Beste Peter,
O, begrijp me niet verkeerd: er zullen absoluut goede ontwerpers en bouwers moeten zijn. Mensen die echt goed weten hoe zij binnen een informatievoorziening iets kunnen veranderen op de manier die de organisatie stelt. Samenwerken is een uiterst belangrijk goed, maar dan ook letterlijk samen---werken. Ieder het zijne. Als informatiekundige ben ik een slecht bouwer, en als goed bouwer zal het hoogstwaarschijnlijk zo zijn dat jij minder van informatie in organisaties weet. Dat erkennen maakt samenwerking gelijk mogelijk, met groot respect voor elkaar. En dus vrijwel zeker met synergie.
Daarom ben ik het ook niet direct met je eens dat je “geen invloed op zaken kan, wil of mag uitoefenen” want hard opleggen kan geen synergie opleveren. Het relatieve belang van de IT-infrastructuur mag dan minder zijn voor de informatiekundige, wat hij/zij zegt moet nog wel kunnen. Dus ook hier moet goede communicatie bestaan.
Het zou van een ongelofelijke arrogantie zijn als mensen die zouden moeten samenwerken elkaar niet respecteren: “Voor jullie mag dat allemaal klinken als platte technische issues die er niet toe doen vanuit business oogpunt maar ik kan jullie verzekeren dat de infrastructuur wereld ook steeds complexer wordt, en dat bij het aanbrengen van veranderingen de rol van de architect steeds belangrijker wordt gevonden.” Andersom geredeneerd: wat te doen als die business en informatie issues niet (goed) realiseerbaar zijn? Waar ligt dan de zwarte piet? Zoals gezegd is elkaar vinden en goed samenwerken erg belangrijk. Ik denk wel dat je gelijk hebt dat je dat wel moet kunnen. Het is dan ook logisch dat iemand met echt overzicht over de IT-infrastructuur en met het oog op de langere termijn architect genoemd wordt. Maar daar zijn er echt niet veel van, zeker veel en veel minder dan het aantal mensen dat zich nu architect noemt. Architect ben je namelijk niet als je van school komt, je zult dan nog veel kennis en ervaring op moeten doen voor je zover bent. Tot die tijd zijn functienamen als systems engineer en software engineer veel en veel beter. Met een doorgroei naar architect op de langere termijn, mits en indien iemand zich voldoende ontwikkeld op de haar of hem relevante gebieden.
De schatting was een tijdje geleden dat er in Nederland best wel eens 30.000 mensen kunnen zijn die zich architect in de informatie & IT-sector noemen. Dat kan niet waar zijn, tenzij de titel vergeven is aan mensen die niet doen wat de titel doet vermoeden. Daarmee is de waarde van de titel architect feitelijk gereduceerd tot nul. Jammer, want er zijn nogal wat echte architecten nodig, op diverse gebieden.
Dus Peter, ik denk dat wij het over meer eens zijn dan het zich misschien laat aanzien. Met mijn complimenten over je open en eerlijke bijdragen. Ik zie teveel teksten van mensen die het, om welke reden dan ook, niet over hun hart kunnen verkrijgen om zo over hun vak te schrijven. Het m.i. wel de enige manier om verder te kunnen komen op de weg die we nog af moeten leggen, want die is nog erg lang.
Steven van ’t Veld
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 24-04-2009 02:32
Beste Daan,
Het is goed te zien dat je terug bent bij de door jou geschreven bijdrage! Het werd inderdaad een beetje vreemd om iemand te zien afhaken terwijl hij zelf de zaak in gang heeft gezet.
Ten aanzien van je aanbevelingen:
Ad 1. Essentiële rollen: opdrachtgever, architect, bouwer en evt toeleveranciers. Het idee van essentiële rollen spreekt mij aan, alleen zie ik de indeling die je voorstelt als de juiste. Maar het werken aan dit soort indelingen juich ik toe, waarbij we nog eens goed naar de indeling zelf moeten kijken.
Ad 2. Denkkader. Ook hier ben ik het in essentie eens, alleen de indeling die je voorstelt is te kort door de bocht. Het kan simpel blijven, maar je kunt het niet zo sec indelen zoals je nu voorstelt. Maar ook dat is invulling.
Ad 3. Strikte functiescheiding tussen architect en engineer. Feitelijk om dezelfde redenen als hiervoor ben ik het eens met het neerzetten van een goede functiescheiding, maar heb ik moeite met het simpele toepassen in architect vs. engineer.
Dus een goede samenvatting en in principe goede aanbevelingen. Al moet in lijn met de aanbevelingen nog wel over het nodige gesproken worden.
Steven van ’t Veld
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 24-04-2009 07:41
Steven,
Het eerste punt gaat in feite om de documenten die de essentiële rollen dienen op te leveren, daarom heb ik het resultaatgerichte informatisering genoemd. Alle drie de zaken denkkader, essentiële rollen en resultaatgerichte informatisering vereisen nadere nuancering en verdieping. Wat mij betreft zou ik wensen dat een van de verenigingen NAF, GIA of NGI daarvoor eens een middag beleggen of zelfs alle drie tegelijk. Bij een succesvolle eerste bijeenkomst kunnen we vervolgens via VNA de nadere verfijning met z´n allen bediscussiëren, eerst free format en daarna middels een wiki. Het lijkt mij dat als wij duidelijkheid krijgen over die zaken ook fenomenen als TOGAF beter kunnen worden gepositioneerd.
Daan.
PS: Zijn er anderen die daar ook in geïnteresseerd zouden zijn.
The core of any EA development is the framework, i.e. its meta-architecture. The framework is the glue between components and artifacts. Without a good framework, there is no navigation between artifacts and their components.
Bij veel organisaties bestaat het beeld dat de Project Start Architectuur (PSA) bedoeld is om de Solution Architecture van het project weer te geven en daarmee de scope te bepalen. Als gevolg daarvan is het een dik document en duurt het enkele maanden om het op te stellen. Dit artikel laat zien dat deze invulling van de PSA fundamenteel onwenselijk is. De PSA bevat geen Solution Architecture!
Without a framework, we can deliver predictable and repeatable outcomes. An EA framework represents the architecture of the EA, that is the meta-architecture of the Enterprise, i.e. an EA structure with hooks where components fit back in, like the chassis where the car parts mount on.
In this paper, we investigate the mapping between ArchiMate’s concepts and TOGAF’s implicit and explicit meta models along the following lines. First, we ask whether TOGAF’s meta model aligns with ArchiMate’s. We investigate the generic, meta meta level of both and go deeper into the business architecture, data architecture, applications architecture and technology architecture as prescribed by TOGAF, to see whether we can express the required TOGAF notions in ArchiMate. We conclude with recommendations to the designers of both ArchiMate and TOGAF.
Bedrijfsprocessen in kaart brengen blijft een vak apart. Er zijn inmiddels schitterende modelleertools waarmee procesmodellen met één druk op de knop kunnen worden omgezet in werkende applicaties die die processen kunnen ondersteunen of op basis van bedrijfsregels zelfs volledig kunnen uitvoeren, maar in het woud van mogelijke tools en methodieken is het vaak moeilijk kiezen. Bovendien zijn beschikbare proces referentiemodellen die er voor verschillende branches en toepassingsgebieden zijn vaak lastig vertaalbaar naar de eigen praktijk.
This paper is the second in a series in which we intend to shed light on the possibilities of using the ArchiMate language with an architecture method and inform you on the pitfalls you may face. This paper follows up “Using ArchiMate with an Architecture Method”, which outlined some of the fundamental ideas behind ArchiMate and set out nine questions to ask of a method to be used in conjunction with it.
This second paper returns to answer the nine questions we defined in the first paper (to help you integrate the use of ArchiMate with your chosen architecture method) using TOGAF as an example architecture method.
The ArchiMate language for enterprise architecture has recently been adopted by The Open Group as a technical standard. This may result in a steep rise in its popularity. However, ArchiMate is only a language and does not prescribe a way of working. Hence, it will be used in combination with some other method to guide the process of architecting. Some assume it will be easy to use ArchiMate when following the process of their preferred architecture method. Indeed, it will be easy to use the ArchiMate box symbols in drawing artifacts/diagrams. Perhaps many will do this, thinking they have thus used the ArchiMate language with their method.
Danny Greefhorst, Sander Rodenhuis, Toine Schijvenaars, Erwin Oord, Jan Willem van Veen
maandag, 11 mei 2009
Een enterprise-architectuur in twee weken
Architectuur is een belangrijk instrument bij het veranderen van organisaties. Organisaties zijn in veel gevallen nog wel op zoek naar hoe ze dit instrument precies moeten hanteren. Deze zoektocht leidt er veelal toe dat architectuur overmatig wordt toegepast en onvoldoende aansluit op de doelstellingen. Dit artikel beschrijft een pragmatische visie en een bijbehorende aanpak voor enterprise-architectuur. Deze aanpak levert in twee weken al veel toegevoegde waarde.
Since architecture is a relative new field, much debate goes on about the methods and techniques to be used within the field. Since one of the key competencies of an architects is to be able think conceptually, it is only natural for architects to engage in lengthy discussions about their tools, techniques, approaches and methods. A recent example of such a discussion can be found on the Via Nova Architectura website, where a rather opinionative posting on TOGAF 9 resulted in an involved discussion with 38 elaborate responses.
De komst van de alweer negende versie van het architectuurraamwerk van de Open Group – TOGAF – heeft een verhit debat in de architectencommunity veroorzaakt. Daan Rijsenbrij stelde in zijn column in de Automatiseringgids dat TOGAF een regelrechte bedreiging voor de creativiteit van architecten vormt en pleitte voor een bijsluiter met die strekking. Op Via Nova Architectura leverde dit niet minder dan 38 reacties op – de één nog gepeperder dan de andere. Is de Open Group doorgeschoten in haar ambitie om een wereldstandaard voor architectuur neer te zetten, of hebben ze alleen misgeschoten?
In het boek "bedrijfsarchitectuur" geven de auteurs een goed overzicht van het architectuur vakgebied in de volle breedte. Het is bewonderenswaardig hoeveel informatie de auteurs in dit boek bijeen hebben kunnen brengen. Het is wel wat jammer dat het boek voor een deel weer eigen terminologie introduceert.
Henk Jonkers, Marc M. Lankhorst, Maria-Eugenia Iacob, Erik Proper
dinsdag, 17 maart 2009
De internationale standaard voor het modelleren van enterprise-architecturen
De Open Group werkt al jaren aan standaarden. Eerst waren dat standaarden op het gebied van protocollen en operating systems. Sinds het einde van de jaren negentig richt men zich ook op standaarden voor het werk van architecten. The Open Group Architecture Framework (TOGAF), waarvan onlangs versie 9 is verschenen, is uitgegroeid tot een van de meest toonaangevende methoden voor enterprise-architectuur. In dit artikel kijken we naar ArchiMate, de nieuwe Open Group-standaard voor architectuurmodellering.
Dragon1 is een beweging die enterprise architectuur uitdraagt als ontwerp- en realisatiediscipline voor duurzame, toekomstvaste en integrale bedrijfs/IT-oplossingen. In deze blog zet ik kort uiteen wat de essentie is van Dragon1. Dit zodat iedereen zelf een beeld kan vormen over wat Dragon1 is in het licht van andere bewegingen, methoden en aanpakken. En ook de mogelijkheid heeft om er kennis van te nemen.
Bij de opzet van Dragon1 we gekozen voor het bewegingsmodel. Naast een methode in boeken, cursussen, sjablonen, voorbeelden en checklisten, is er bij Dragon1 ook een Dragon1 Usergroup, een Dragon1 Architecture Foundation en een XR. e-magazine.
Met al deze zaken wordt ervoor gezorgd dat steeds meer mensen kennis kunnen nemen op een laagdrempelige en zeer toegankelijke wijze van het gedachtengoed dat Dragon1 heet. Iedereen die wil bijdragen aan Dragon1 kan dat via de Usergroup. Dat gebeurt nu nog kleinschalig elke maand in Wageningen.
Architectuur leer je niet uit een boekje, maar van een meester en na jarenlange uitoefening. Daarom: Niet TOGAF is verplichte kost voor de architect, maar de oratie van Daan Rijsenbrij. TOGAF is een goed (reactief) analyse/managementinstrument, voor IT-architectuur, of beter gezegd: IT-structuur en IT-constructie. Dragon1 is volgens de Dragon1-gebruikers meer een (proactief) ontwerp/strategisch instrument voor bedrijfstransformaties en IT-innovatie onder enterprise architectuur. Maar methoden blijven methoden. Je hebt goeroes nodig die aan de hand van een methodische aanpak laten zien hoe je mooie dingen maakt.
Er zijn de afgelopen tien jaar veel architectuurmethoden, technieken en raamwerken verschenen. Veel van deze methoden en technieken zijn afkomstig van adviesorganisaties en niet publiek beschikbaar. Er is echter een duidelijke trend naar open standaarden en TOGAF en ArchiMate zijn daarvan goede voorbeelden. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van TOGAF, waarbij met name wordt ingegaan op TOGAF 9. Aanleiding is de publicatie ervan op 2 februari 2009 op de Open Group conferentie in San Diego.
In the introduction of the book the author promises “to answer some of the common sense business questions related to Enterprise Architecture”. Reading the book, I got very soon the impression that he in fact, wanted to answer every potential question. Some aspects are discussed on the level to guide the Architect, others to teach the Business Manager.
The EA framework is the meta-architecture of the Enterprise or the Architecture of the Enterprise Architecture. This item explores what an EA framwork is and what is should consist of.
In dit artikel pogen de auteurs de balans op te maken van een aantal ontwikkelingen op het terrein van bedrijfsmodellering. Met het positioneren van een aantal veelbesproken technieken voor visuele modellering wordt gepoogd meer helderheid te scheppen in het enorme aanbod op dit gebied. Tot slot wordt er gekeken naar voor de nabije toekomst te verwachten of gewenste uitbreidingen op bestaande praktijken.
In this research project, ing. J.M. Cloo developed a framework for evaluating architecture modeling methods for their suitability for modeling services and applied it to three of the most frequently used methods within Capgemini by Business architects: DEMO (Dietz, 1999) and Business modeling Method for Information planning (BMI). The framework consists of criteria for modeling methods and a classification of these criteria.
Systems development methods are used to express and communicate knowledge about systems and software development processes; i.e. methods encapsulate knowledge. Since methods encapsulate knowledge, they also encapsulate rationale. Rationale can in this context be understood as the reasons and arguments for particular method prescriptions. In this paper we show how the combination of two different aspects of method rationale can be used to shed some light on the communication and apprehension of methods in systems development. This is done by way of clarifying how method rationale is present at three different levels of method existence. By mapping existing research on methods onto this model, we conclude the paper by pointing at some research areas that deserve attention and where method rationale could be used as an important analytic tool.
Massimo Cossentino, Salvatore Gaglio, Brian Henderson-Sellers, Valeria Seidita
maandag, 05 juni 2006
Several different approaches to Situational Method Engineering exist. They differ in terms of the primary element of the paradigm: the method fragment definition. Here, we introduce four method fragment definitions from the literature and compare their metamodels according to structural and functional criteria. The structural comparison showed a general alignment of some concepts that are sometimes referred with different names while the study of the compositional aspects results in evidence of substantial differences.
Het doel van dit onderzoek was om een methode te ontwikkelen voor de evaluatie van digitale architectuur. Er zijn verschillende gebieden onderkend die allemaal te evalueren zijn. Twee belangrijke stromingen zijn de productgeoriënteerde aanpak en de procesgeoriënteerde aanpak. De keuze is gemaakt om het product van architectuurontwikkeling te evalueren, de architectuurdocumentatie. De Architectuur Documentatie EvaluatieMethode is een raamwerk die verschillende scans bevat die uitgevoerd kunnen worden.
Tijdens de evaluatie van de gemeente Amsterdam door middel van de voorbereidende scan werd vrijsnel duidelijk dat er verschillende belangrijk geachte elementen niet aanwezig zijn. Zo is de rationaliseringsketen niet expliciet gemaakt waardoor er geen fundering is voor alle gekozen oplossingen in de architectuurdocumentatie. Tevens zijn er geen stakeholders en concerns opgenomen waardoor de validiteit van de architectuurprincipes niet gegarandeerd is. De gemeente Amsterdam dient de rationaliseringsketen dan ook expliciet op te nemen in de volgende versie. Aangezien de architectuurdocumentatie belangrijke elementen mist zou de holistische scan niet mogen worden uitgevoerd.Dit is omwille van het onderzoek toch gedaan. ...
David Campbell, Guido Chorus, Yves Janse, Chris Nellen, Paul van Vlaanderen, Robin van ’t Wout
vrijdag, 15 juni 2007
Dit document is het resultaat van een onderzoek binnen het vakgebied van de Digitale Architectuur, zoals dit gedoceerd wordt aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Het onderzoek is door zes studenten uitgevoerd onder begeleiding van prof. dr. Daan Rijsenbrij en prof. dr. Erik Proper. Dit document beschrijft de eerste fase van het onderzoek; de ontwikkeling van een architectuurevaluatiemethode. In de tweede fase wordt dit onderzoek voortgezet op individuele basis. Een aantal onderdelen van de methode worden dan verder uitgediept. Ook wordt de in dit document voorgestelde methode getest door een bestaande architectuur te evalueren. Deze fase is niet beschreven in dit document.
This report is a result of research conducted for the Radboud University of Nijmegen and Sogeti Nederland B.V. Our main research question was to determine how an architect can create a usable description of an enterprise. This research question was defined because architects require insight into the enterprise which enables them to develop a usable architecture. At the time this research initiated it was yet unknown how usable descriptions could be created.
Henk Jonkers, Marc Lankhorst, René van Buuren, Stijn Hoppenbrouwers, Marcello Bonsangue, ...
woensdag, 26 november 2003
A coherent description of an enterprise architecture provides insight, enables communication among stakeholders and guides complicated change processes. Unfortunately, so far no enterprise architecture description language exists that fully enables integrated enterprise modelling, because for each architectural domain, architects use their own modelling techniques and concepts, tool support, visualisation techniques, etc. In this paper we outline such an integrated language and we identify and study concepts that relate architectural domains. ...
Vítor Estêvão Silva Souza, Ricardo de Almeida Falbo, Giancarlo Guizzardi
vrijdag, 22 juni 2007
The rapid evolution of the area of Web Engineering has motivated the proposal of several methods and frameworks for the development of Web Information Systems (WISs). In particular, it is becoming more and more common to use containerbased architectures and frameworks when it comes to their development. Following this idea, we have proposed a method for designing frameworkbased WISs, called FrameWeb. and, in this paper, we present FrameWeb's UML profile for modeling framework components in design models.
This paper presents experiences and reflections from using the EKD Enterprise Modeling method since the beginning of the 1990’ies. A large number of application cases have been carried out. The paper focuses on the EKD modeling language, the EKD modeling process and supporting tools.
A large number of strategies, approaches, meta models, techniques and procedures have been suggested to support method engineering (ME). Most of these artifacts, here called the ME artifacts, have been constructed, in an inductive manner, synthesizing ME practice and existing ISD methods without any theory-driven conceptual foundation. Also those ME artifacts which have some conceptual groundwork have been anchored on foundations that only partly cover ME. This paper presents an ontological framework, called OntoFrame, which can be used as a coherent conceptual foundation for the construction, analysis and comparison of ME artifacts. Due to its largeness, we describe here its modular structure composed of multiple ontologies. For each ontology, we highlight its purpose, sub-domains and theoretical foundations. We also mention the approaches and process by which OntoFrame has been constructed.
The discipline of situational method engineering (SME) promotes the idea of retrieving, adapting, and tailoring fragments, rather than complete methodologies, to specific situations. In order to succeed in creating good methodologies that best suit given situations, fragment representation and cataloguing are very important activities. We introduce a visual SME approach,whose roots are in domain engineering. This approach relies on the Application-based DOmain Modeling (ADOM) approach, which provides a framework for representing both applications and domains and validating them each against the other. Furthermore, the proposed ADOM-based approach aims at supporting all the SME-related activities, while in this paper we focus only on its fragment representation and cataloguing parts. The main advantages of the approach are its expressiveness, its support for specifying, constraining, and...
We propose a three stage method development life cycle. The requirements engineering phase consists of elicitation and representation of method intentions, the design phase produces the architechture of the method and the construction phase consists of organizing method features in a coherent whole. We concentrate in this paper on the Design and Construction phases of the life cycle. We explaion our notion of method architecture and organization and illustrate them. Finally we show the relevance of method architecture and organization in SME. The design and consturction engineering phases of our life cycle are illustrated for a small SME example.
Little scientific research has as yet been done on projects conforming to Enterprise Architecture. To lay foundations for such research, this paper presents a theoretical framework for defining the Project Architecture (PA) in the context of working with Enterprise Architecture. One part of the PA is the Project Start Architecture (PSA), which bounds the project to the Enterprise Architecture (EA) and/or Domain Architecture (DA). We start with explicating the context of a PSA in terms of its relation to the EA and DA. Subsequently, we define the PA in terms of three dimensions. The first dimension con-tains four aspect areas. The second dimension features four abstraction levels. The third dimension contains two project content categories: the PSA (containing prescriptions inherited from the EA and/or DA) and the PED (the Project Exclusive Design, containing the fundamental analysis and design artifacts that have been created specifically for the project). A real-life case is used to help illu-strate and validate the theoretical framework. Additionally, a mapping with RUP artifacts is made to further clarify the framework of the PA with examples of well-known analysis and design artifact types.
The aim of this research is to develop an information agent framework for knowledge discovery in enterprise architecture (EA). This framework is based on specific purpose ontology and knowledge discovery techniques. Such framework would facilitate strategic decision making for EA stakeholders by enabling them to analyze and monitor the portfolio of processes, data, applications, and organizational units in terms of their correlation and impact in the overall organization. This framework is very useful for affording key stakeholders with the appropriate view that is reliant on an accurate and concise picture of systems, applications, technologies and other infrastructure elements in the business and how these integrate to serve the enterprise. The paper discusses the concepts and components of this framework. Potential benefits of this framework over existing approaches are also discussed.
In this article, we explore the possibilities of combining ArchiMate, a modelling language for enterprise architecture (EA), with TOGAF, The Open Group Architecture Framework, a design method for EA.
In een serie van artikelen wordt een generiek uitbreidbaar (IT-) Architectuurraamwerk beschreven. In dit eerste artikel wordt gedetailleerd ingegaan op de essentie van het ontwerpproces.
In een serie van artikelen wordt een generiek uitbreidbaar (IT-)Architectuurraamwerk beschreven. In dit tweede artikel wordt het Metamodel xAF beschreven en zal nader worden ingegaan op de Architectuur-principes.