• English
  • Nederlands
HOME
SEARCH
CONTACT
NEWSLETTER
 
 
 
CONTENT
About us
About NAF
Contributions
Call for contribution
The CIO speaks
The Architect answers
The Business decides
Proceedings
Blogs
Master thesis
Events calendar
Links
Login/Register
THEMES
Effect of architecture
SOA
BPM
Methods
Principles
Financial services
Public sector
Health sector
advertisements
Zoek je een baan?
Zoek je hulp?
Zoek je een opleiding?
Zoek je een tool?


Logica
logo_5fsap.jpg 

 
 
CONTRIBUTIONS
TOGAF: het universele wondermiddel?
Daan Rijsenbrij   
Monday, 30 March 2009

In 1982 schreef Jaap van Rees het roemruchte artikel ‘de methode doet het niet’. Sinds die tijd is er een ware vloedgolf aan methodenboeken op de markt verschenen. Veel methoden zijn trouwens activiteitgeoriënteerd, dus uitermate geschikt om op basis van uurtje-factuurtje op mechanische wijze body shopping uit te voeren. Het is dan ook niet voor niets dat veel methodes door softwarehuizen zijn bedacht dan wel worden gepropageerd.
‘De methode doet het niet’ geldt des te sterker voor projecten die een hoge mate van creativiteit en situatieafhankelijkheid vergen. Trouwens wie haalt het in zijn hoofd als hij een fysieke architect uitnodigt een ontwerp te maken voor zijn droomhuis hem de vraag te stellen: welke methode gebruik je? Behalve een doorgeschoten theoreet of een nieuwsgierige concurrent is daar toch geen enkele zakelijke opdrachtgever of nuchtere businessmanager in geïnteresseerd. De dikte van een methodenboek is meestal recht evenredig met de mate van betutteling van de toepasser. Het boekwerk TOGAF 9.0 telt ruim 700 pagina’s2 en is zo zwaar dat je het fysiek kunt gebruiken om er tegenstanders mee knock out te slaan. Handig bij de eeuwigdurende methodenstrijd.

Op 2 februari 2009 werd versie 9.0 van TOGAF ten doop gehouden in San Diego als opvolger van versie 8.1.1, resulterend in een grote hoeveelheid extra details. Het formuleren zal een forse inspanning hebben gevergd. Probeer maar eens wereldwijd consensus te krijgen over zoiets principieels als een methodologie, zeker als er honderden partijen bij betrokken zijn. Uit de wandelgangen heb ik vernomen dat door de forse bijdragen van Capgemini en SAP het proces toch redelijk snel verlopen is.
Ik geloof heilig in ‘open source’, maar bij ‘open methodologie’ zet ik toch grote vraagtekens: democratie3 leidt meestal tot niets. Trouwens, bij de analyse van ADM kwam bij mij spontaan de afgezaagde grap naar boven: een kameel is een paard ontworpen door een democratische groep.
Bij het doorworstelen van die 728 pagina’s TOGAF wordt de lezer getrakteerd op een tamelijk onevenwichtige, weinig samenhangende en nogal gedateerde verzameling teksten met te weinig diepgang. Het informatieverkeer - de bloedsomloop van elke onderneming – ontbreekt geheel. Digitale werkruimten - de persoonlijke digitale werkruimte in het bijzonder - worden niet eens genoemd omdat de gebruiker volledig buiten beeld blijft. Architectuurprincipes lijken gezien het aantal pagina’s dat daar werkelijk aan is gewijd een ondergeschoven kindje, terwijl serieuze architectuurvisualisaties en waardevolle architectuurconcepten niet eens aan bod komen. ADM, het hart van TOGAF, is een onduidelijk mengseltje van architectuur, engineering, IT-governance en projectmanagement. Ik ben trouwens nog geen weldenkende architect tegengekomen die mij de logica achter dit schema heeft kunnen uitleggen noch de plausibiliteit van de verschillende pijltjes. Trouwens, het hele TOGAF-document overziend valt mij op dat 38,9% handelt over IT-Governance en projectmanagement, 39,4% over engineering en slechts 21,7% over architectuur.
Gelukkig biedt TOGAF een redelijk triviaal, rigide stappenplan voor alle architectuurfasen, zalig voor het uurtje-factuurtje in elkaar zetten van een architectuur.
Als je de rol en taken van een architect in TOGAF beschouwt, dan krijgt de architect naast zijn eigen werkzaamheden ook een groot deel van de werkzaamheden van de CIO, de businessconsultant, -strateeg, de programmamanager, de engineer en zelfs de innovator op zijn bord. Kortom, hij wordt de belangrijkste man na de CEO. Dat lijkt mij toch wel een beetje opgeklopt?
Toegegeven, er zitten ook nuttige ideeën in TOGAF 9.0, maar ja die kans loop je snel bij 728 pagina’s met een dergelijke heterogene groep.

Rond TOGAF ontstaat een ware IT-sekte: je bent in TOGAF of je begrijpt niets van het vakgebied. Sommige TOGAF-bekeerden stellen zelfs dat iedere professionele architect eigenlijk in TOGAF zou moeten zijn gecertificeerd4. Ik heb op dit moment überhaupt nog moeite met het certificeren van architecten, laat staan het certificeren op basis van een boek.
Ik hoopte dat na het uiteenspatten van de internetbubbel we weer met de benen op de grond waren gekomen. Helaas, al heel snel kregen we het luchtkasteel ‘second life’, gevolgd door een SOA-besmetting en nu dan een kind met een waterhoofd ‘TOGAF’. Waar heeft de business - die IT toch broodnodig heeft - dit aan te danken? Ik neem aan dat de opdrachtgever van architectuur nuchterder zal reageren op deze TOGAF-gekte met een houding ‘architecten, dat jullie onderling met TOGAF bezig zijn boeit mij weinig, maar val mij er niet mee lastig!’5. Ik voorzie trouwens een goudmijn voor opleidingsinstituten6 en consultants, want iedere onderneming die haar IT een beetje op orde wil hebben, kan volgens de TOGAF-indoctrinatiemachine niet zonder TOGAF7. Wellicht zullen sluwe consultants instrumenten propageren waarmee TOGAF-compliancy of zelfs de TOGAF-maturity kan worden gemeten?8
Een roemruchte vakbroeder bij Capgemini schreef mij dat er nu een echte wereldstandaard is op het gebied van architectuur. Hij bedoelde natuurlijk een wereldstandaard opgesteld/opgelegd door de bouwers9 van deze wereld. En dat terwijl architectuur toch eigenlijk thuishoort aan de vraagkant. NORA 2.0 had als waarschuwende ondertitel: ‘vóór en dóór architecten’. Ik vind dat in de bijsluiter van TOGAF 9.0 dient te worden opgenomen: ‘vóór en dóór bouwers, uitermate schadelijk voor de creativiteit van architecten’.

Concluderend: TOGAF is een architectuurframework dat zijn wortels heeft in een technisch architectuurframework ontwikkeld door DoD, dat eigenlijk slechts bedoeld was als hulpmiddel voor het informatiemanagement. Het lijkt mij twijfelachtig dat TOGAF ooit deze valse start zal kunnen overstijgen. Als ik de losse eindjes in dit document overzie, vrees ik voorts dat TOGAF 10.0 minstens 1000 pagina’s gaat tellen.
Mijn advies is te stoppen met dit initiatief en een (wereld)standaard te ontwikkelen vanuit de vraagkant, dus een standaard ontwikkeld door onafhankelijke architecten10 en gedragen door de businessmanagers van grote ondernemingen/instellingen.

1 Gepubliceerd in verkorte vorm in de Automatisering Gids, 27 maart 2009, nummer 13, pagina 16.
2 Naast die 700 pagina’s is er trouwens nog ruimte voor duizenden pagina’s nadere uitleg.
3 Plato constateerde al 2500 jaar geleden dat democratie de één na slechtste regeringsvorm is en dat geldt zeker voor IT-projecten/IT-beslissingen.
4 Jammer genoeg moeten alle TOGAF 8.1.1 gecertificeerden opnieuw examen doen in TOGAF 9.0. En dat terwijl ‘TOGAF 8.1.1 gecertificeerd’ veel gründlicher klinkt dan ‘TOGAF 9.0 gecertificeerd’.
5 Er zijn drie categorieën architectuurdocumenten: voor de opdrachtgever/businessmanagers, voor de architecten onderling, voor de bouwer. TOGAF is alleen voor de architecten onderling!
6 Ik vrees opleidingen door docenten die nauwelijks voldoende praktijkervaring hebben met architectuur. Je weet wel, van die beroepspraters: ‘geef mij de transparanten en ik doe wel even de cursus, maakt niet uit waarover’.
7 En, er wordt nog steeds makkelijker verdiend met praten dan met werken.
8 Was dat ook al niet met SOX?
9 Die bouwinvloed zit trouwens ook overduidelijk in DYA, de architectuurmethode met de grootste mindshare in Nederland. Onderwerpen als ‘strategische dialoog’, ‘ontwikkelen zonder architectuur’, ‘projectstartarchitectuur’ en de te grote nadruk op het applicatielandschap tonen dat wij hier te maken hebben met een architectuuraanpak opgesteld door een bouwer uitsluitend ten behoeve van het bouwen.
10 Onafhankelijke architecten zijn architecten die volledig zelfstandig opereren of die op de loonlijst staan van een onafhankelijk, onpartijdig architectenbureau dan wel architecten die in dienst zijn van een consultancybureau dat geen bouwactiviteiten uitvoert (direct noch indirect).





Comments (99)
RSS comments
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 01-04-2009 22:03
 
 
Marc, 
 
Ik vind het jammer dat jij je niet verder in deze discussie wilt mengen. Ik stel dat Archimate verder het voortraject in zou moeten worden omwikkeld. Ik wil graag horen of dat volgens jou klopt of niet. 
Ik ken een aantal ondernemingen die van plan zijn om Archimate te gaan gebruiken. Die hebben toch recht om de plussen en minnen van deze taal te horen, of niet soms? 
 
Vriendelijke groet, 
Daan.

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 02-04-2009 08:10
 
 
Een laatste reactie dan nog: mijn hoop en verwachting is dat de eerstvolgende uitbreiding van ArchiMate richting requirementsmodellering gaat. Het voortraject dus. Sterker nog, daar hebben we ook concrete ideeen over, maar het is nu aan het ArchiMate Forum van The Open Group om dit proces verder in gang te zetten. 
 
Ik meng me verder niet in de discussie omdat vanaf het begin (soms zeker gerechtvaardigde) inhoudelijke opmerkingen vermengd zijn met rancune, moddergooien en stokpaardjesrijderij. Daar pas ik voor. Overigens heb ik verder geen bezwaar tegen herpublicatie van ons ArchiMate-stuk, maar daarover zijn geen afspraken met de AG gemaakt en ik zie niks in nogmaals zo\\\\\\\'n discussie, maar dan onder ons artikel. 
 
Marc

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 02-04-2009 09:43
 
 
Laat ik die laatste tekst nog iets nuanceren. Mijn bezwaar tegen de toon betreft niet Daans opmerkingen over ArchiMate, maar die van een aantal andere reacties. Deze discussie gaat wat mij betreft te vaak over persoonlijke belangen, stokpaardjes en frustraties, bijv. over de rol van de IT-dienstverleners (en Capgemini in het bijzonder) vs. de zelfstandige architect.

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 02-04-2009 10:35
 
 
Wat is architectuur? Naar mijn indruk voeren ook de meeste deelnemers aan deze discussie weer een strijd voor eigen gelijk. Dat is natuurlijk onzin. Nou ja, dat geldt pas als onzin voor wie beseft dat één en dezelfde term diverse, soms zelfs tegenstrijdige betekenissen kan hebben. Maar hier heeft het er dus nog alles van weg, dat voorstanders van àfwijkende betekenissen elkaar naar hartenlust weigeren te begrijpen. 
Dat is inderdaad niet zoals ikzèlf graag opvat wat een architect doet. Want karakteristiek voor een architect is volgens mij haar/zijn open houding in wat z/hij altijd weer primair als unieke opgave ervaart. Daar horen relevante verschillen ònlosmakelijk bij. Sterker nog, zonder erkenning ervan blijft een probleem onoplosbaar. Hoe een raamwerk zoals Togaf — ik nam ooit een vorige versie eens door — die noodzakelijke divergentieslag voor ontwerp bevordert, herken ik niet. Ligt dat aan mij? Of bedoelen de opstellers gewoon (heel) iets anders met architectuur? 
Mijn antwoord op dergelijke vragen luidt, nee, dat ligt niet aan mij, ja, hun betekenis verschilt wezenlijk. 
Is dat verschil erg? Zo’n vraag moet natuurlijk preciezer luiden of ìk dat erg vind. Maar dat is praktisch dan ook weer meteen onzin, want ik kan er toch niets tegen beginnen. 
Daarom probeer ik praktisch de verwarring te verhelpen op een manier waarop ik (nog ;-) wèl enige invloed heb. Voor mijn werkstatus heb ik zelfs nooit de aanduiding architect gebruikt. Waarom niet? Ik besef allang maar al te sterk dat andere mensen er een ànder architectuur-, respectievelijk architectbeeld op na houden èn, zoals deze discussie voor de zoveelste keer bevestigt, als absolute standaard gevestigd willen krijgen. Ik herhaal, onzin. Maar goed, daartegen begin ik niets, zo realistisch ben ik wel zodra uit gevestigde commerciële belangen een slogan gepropageerd raakt. 
Eigenlijk komt mij dat prima uit, want zelfs liever benut ik de term ontwerper. Daar zet ik nog een woord vóór, zodat ik mijzelf afficheer als informatiekundig ontwerper. Informatiekundige als een enkel woord vind ik te veel weghebben van informatie-analist. Dat hoort er weliswaar nadrukkelijk bij, maar daaraan ontbreekt nota bene letterlijk het primaat van synthese, ofwel ontwerp. 
Over nuancering, verschillen e.d. gesproken, er is overigens zelfs nòg een woord bijgekomen. Dat geeft aan dat ik met voorrang het informatieverkeer op maatschappelijke schaal beschouw als ontwerpobject. Dat leidt inderdaad tot infrastructuur. Via de associatie met civiele techniek positioneer ik mij dus als civiel-informatiekundig ontwerper. 
Beweer ik hiermee dat iedereen dat dan maar moet zijn? Alsjeblieft niet! Wie haar/zijn bemoeienis elders richt, moet vooral een naam kiezen die dáárvoor past, dat spreekt. Ik weiger te strijden over reële verschillen, maar bèstrijd juist hun ontkenning.  
Hoe dan ook, voor beoefening van civiele informatiekunde als ontwerper heb ik uiteraard al helemaal weinig tot niets aan zoiets als Togaf. Dat raamwerk stelt slechts een aparte organisatie centraal. Dat kent, zo moeilijk is dat niet te herkennen en vervolgens toe te geven, een krachtige financiële logica. Vooralsnog zijn betalende opdrachtgevers bijna uitsluitend pèr organisatie(deel) te vinden. Het vraagstuk op maatschappelijke schaal verdwijnt door ontkenning ervan echter niet, … terwijl dat met de nieuwe kans juist wel gebeurt, wèg! Merkwaardig vind ik het natuurlijk wel, dat aan onloochenbare vernetwerking onder impuls van digitale technologie nog zo weinig consequenties verbonden zijn voor wetenschappelijke annex professionele vakontwikkeling. Infrastructuur voor informatieverkeer in de ruimste zin van het maatschappelijke woord faciliteert eveneens interacties met private deelnemers …, internationaal … 
Convergentieraamwerken, feitelijk gericht op onderhoud en beheer, zeg ook op méér van hetzelfde en dan ook nogeens traditioneel beperkt tot een aparte organisatie, zijn vergaand irrelevant voor mijn favoriete ontwèrpwerk inclusief nieuwe integrale dimensies. Noem het in dit stadium gerust een missie. Daarmee spreek ik echter geen absoluut waardeoordeel erover uit. Wie weet is Togaf prima geschikt voor beheer van organisatorische informatiemiddelen en dat werk verdwijnt zeker niet (maar wijzigt nota bene wel als gevolg van infrastructuralisering van informatieverkeer op maatschappelijke schaal). Ik ben inderdaad eerder geneigd Togaf met Itil te vergelijken. Nou ja, ik houd het op een suggestie, want voor wat ik versta onder architectuur is dat allemaal niet zo interessant. Zo’n specifieke vergelijking laat ik daarom graag over aan een ander. 
Voorts wijs ik erop dat de overheersend geraakte betekenis van architectuur in het vlak van informatievoorziening m.i. de ontwerpassociatie nagenoeg compleet verloor die de term voor zgn gebouwde omgeving van oudsher draagt. Daarom slaan vergelijkingen meestal nèrgens meer op. Dat verlies kan ik betreuren, maar we moeten dóór. Daar ligt wel een groeiend probleem. Wie domweg niet weet, en daar lijkt het met de Togaffen, Archimates enzovoort ernstig op, dat via erkenning van principiële onzekerheid ontwerp pas leidt tot structuur, neemt daardoor gauw (onbewust) vooropgezette structuur als impliciet ontwerp. Zo staat het ontwerp echter van te voren al vergaand vàst. Dat is blind behoudend. Onder veranderlijke omstandigheden vormt dat, zachtjes gezegd, een risico. Psychoanalytisch bekeken zou Togaf weleens uitdrukking van angst voor het onbekende kunnen zijn. Een ontwerper verwelkomt daarentegen het onbekende. Z/hij herkent daarin een nieuwe opgave. Paradoxaal uitgedrukt heeft de professionele ontwerper voor de divergentieslag slechts behoefte aan een leidraad die haar/hem ervan weerhoudt houvast te zoeken langs een … leidraad. Ontwerpen is primair lòslaten. Tja, tegenovergestelder kunnen bijbehorende betekenissen van architectuur niet gelden. Zij zijn allebei geldig, maar èlk beperkt tot zijn relevante context. 
Togaf e.d. zijn vermoedelijk opgesteld door mensen die zo’n paradox niet verdragen. Hoe krijgen ontwerpers ruimte voor noodzakelijke vernieuwing tegen die ontkennende overmacht? Dat lukt steeds minder omdat opdrachtgevers valse geruststelling ontlenen aan verwijzing naar raamwerken, certificaten enzovoort. Onderdeel van dat gedragspakket is uitsluiting van die eigenwijze, lastige ontwerpers. Dat maakt mislukking doorgaans een abc-tje. Opdrachtgevers ondervinden daarvan echter nauwelijks nadelige gevolgen. De (top)managers incasseren daar vertrekpremie en/of bonus. En de (vermeende) dienstverlener heeft zijn omzet binnen. Wie heeft er eigenlijk een probleem? Onmondige betrokkenen zoals werknemers, klanten enzovoort blijven met schade achter. 
Kortom, de discussie zou niet over één ènkel onderwerp moeten gaan. Dè architectuur bestaat niet en (bijvoorbeeld) Togaf biedt niet hèt raamwerk ervoor. Het is daarentegen altijd een kwestie van reële verhoudingen. 
Waarop mikt Togaf dan wèl en dienovereenkomstig dus ook niet? Wie er reuze blij mee is, moet dat vooral zijn … mits z/hij erkent dat informatievoorziening méér vergt dan het specifieke architectuurbegrip volgens Togaf dekt. Maar juist voor die mensen bestaat dus bijna principieel een obstakel om verscheidenheid te erkennen, … anders waren ze niet zo enthousiast over hun raamwerk. 
Tenslotte heb ik nog enkele opmerkingen direct aan het adres van Daan Rijsenbrij. Hij riep mij, blijkbaar tegelijk met een bericht aan talloze andere mensen, op tot een bijdrage aan deze discussie. Ik waardeer zo’n stimulans zeer. Op gerichte reacties door Rijsenbrij op mijn werk, omgekeerd dus, wacht ik echter nog steeds. Daar blijkt steeds maar weer niets van te komen. Zo lees ik in zijn teksten steeds vaker de term informatieverkeer. Eerlijk gezegd zit ik te wachten op zijn expliciete claim dat hij die als eerste poneerde. Voor de goede zaak kan mij dat niets eens zoveel schelen, mits hij zich er eerst eens grondig in verdiept. Voorlopig lijkt hij iets over te slaan, dat m.i. op z’n minst wetenschappelijk onzorgvuldig is. Of bedoelt Rijsenbrij informatieverkeer in een andere betekenis dan welke ik ervoor ontwikkelde in diverse publicaties? Zo nee, dus als hij er hetzelfde mee bedoelt als ik uitwerkte, dan stel ik zijn nadruk op samenhang op prijs voor draagvlak voor civiele informatiekunde als aanvullende discipline. Zo nee, meent hij daarom dat hij zich niets van mijn werk hoeft aan te trekken? Maar geeft hij dan voor dàt thema niet de aanzet voor een netzo vruchteloze discussie als hier tot dusver over architectuur gebeurt?

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 02-04-2009 11:15
 
 
Pieter, 
 
De term 'informatieverkeer' wordt door mij al heel lang gebruikt en lijkt mij ook een tamelijk vanzelfsprekende term. Een dergelijke term kan toch door niemand worden geclaimd dat doen we toch ook niet voor ‘gegevensverzameling’. Of jij en ik hetzelfde bedoelen onder informatieverkeer is een interessante vraag, maar hoort niet thuis in deze discussie. 
Waarom zou ik trouwens een dergelijke term willen claimen? Er bestaat niet eens een goede vertaling in het engels, dus we kunnen het ook niet ‘verkopen’ aan de togaffers. 
Het feit dat ik (nog) niet heb gereageerd op jouw vele publicaties impliceert niet dat ik ze niet op waarde taxeer. 
 
Vriendelijke groet, 
Daan. 
 
PS Informatieverkeer is een heel belangrijk concept en ik vind het jammer dat dit niet in TOGAF of DYA expliciet is terug te vinden.

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 02-04-2009 12:55
 
 
Steven,  
 
Over de toevoeging ‘civiel’ het volgende (maar zie ook Wisse’s commentaar in deze thread): 
 
Jaap van Rees introduceerde (al) in 1980 de term informatiekunde omdat hij toen al in de gaten had dat we toe waren aan ‘iets’ heel anders naast (dus niet: tegenover) de informatica. Naast de oriëntatie op technische hulpmiddelen (informatica) ontstaat er dringend behoefte aan oriëntatie op de informatie zelf: informatiekunde dus. 
 
In “Banaan als Boemerang” (http://www.emovere.nl/?doc=80) schreef ik daarover het volgende: 
 
 
 
(1) Zie bijvoorbeeld: “Civiele informatiekunde: op weg naar infrastructuur voor informatieverkeer” van de hand van Pieter Wisse (http://www.informationdynamics.nl/pwisse/htm/civiele_informatiekunde.htm). Ook recentere publicaties met betrekking tot Civiele Informatiekunde zijn via Wisse’s website (www.wisse.cc) beschikbaar. 
(2) Zie “Modern Informatieverkeer” (http://www.emovere.nl/?doc=76) voor nadere beeldvorming. Een verkorte weergave van dat artikel is onder de titel Ontsnapping uit digitaal gekkenhuis opgenomen in de bundel Eerlijk zullen we alles delen, verkenningen naar interoperabiliteit (samenstellers S. Zwienink en P.E. Wisse, GBO.Overheid/Bureau Forum Standaardisatie, 2008). Zie ook: http://www.forumstandaardisatie.nl/fileadmin/OVOS/FS1-JanvanTil.pdf. 
(3) Informatiekunde en Civiele Informatiekunde zijn – dat mag duidelijk zijn – nauw aan elkaar verwant en vertonen sterke wisselwerking. Met ‘náást’ bedoel ik de twee vakgebieden dan ook vooral te onderscheiden – zeker niet te scheiden!

 
Written by H.J. van Til on 02-04-2009 12:58
 
 
Steven,  
 
[let op: hertransmissie] 
 
Over de toevoeging ‘civiel’ het volgende (maar zie ook Wisse’s commentaar in deze thread): 
 
Jaap van Rees introduceerde (al) in 1980 de term informatiekunde omdat hij toen al in de gaten had dat we toe waren aan ‘iets’ heel anders naast (dus niet: tegenover) de informatica. Naast de oriëntatie op technische hulpmiddelen (informatica) ontstaat er dringend behoefte aan oriëntatie op de informatie zelf: informatiekunde dus. 
 
In “Banaan als Boemerang” (http://www.emovere.nl/?doc=80) schreef ik daarover het volgende: 
 
Van Rees en Wisse wijzen in De informatie-architect (1995, p96) op samenhang en verschillen tussen Informatica en Informatiekunde: “Natuurlijk hebben informatica en informatiekunde van alles met elkaar te maken. Het laatste, informatiekunde dus, ontstond als apart vak vooral uit het eerste. Pas toen informatietechnologie op een bepaalde schaal toegepast werd, brak de behoefte aan en besef van een ruimere zienswijze door. Vergelijk dat met verkeerskunde. Met weinig auto’s is er geen behoefte verkeer expliciet te regelen. Zodra het er meer zijn, blijkt de kunde van hun samenhangende toepassing onontbeerlijk.” 
Zij begrepen toen al dat de nieuwe wereld, die ontstaan was als gevolg van het enorme succes van/met IT, een geheel nieuwe kijk op ‘de dingen’ vereiste (en nog steeds vereist). Naast het vak Informatica was het – toen al – de hoogste tijd om ruimte te maken voor het vak Informatiekunde; náást het vak Informatica.  
Nu, in 2008, zo’n 15 jaar later, is die vergelijking met verkeerskunde nog altijd en ook opnieuw actueel, zij het dat het hoofdtoneel al wel drastisch aan het veranderen is. Naast, zeg maar even, ‘traditionele’ Informatiekunde dat primair gericht is op de enkele organisatie en haar informatievoorziening, is nu ook serieuze aandacht nodig voor informatie-infrastructuur en alles wat daarbij, zowel materieel als immaterieel, komt kijken. Dat is het nieuwe vakgebied van de Civiele Informatiekunde (1). Civiele Informatiekunde roept als aparte informatiekunde al sinds 2006 om Modern Informatieverkeer (2). En ook hier geldt: niet in plaats van, maar náást (3) de ‘traditionele’ Informatiekunde. 
 
Civiele Informatiekunde breekt als het ware dóór de informatievoorzienings-barrière van de enkele organisatie heen. En dat is ook wel logisch. Want als gevolg van de hoge doordringingsgraad van digitale netwerktechnologie (Internet) raken veel van onze traditionele leef- en werkverbanden door en door vernetwerkt en veranderen daarmee in kwalitatieve zin. De relatief statische communicatieketens van ‘weleer’ verliezen hun primaire rol in toenemende mate aan vluchtige communicatieketens over sterk wisselende configuraties van netwerkknooppunten. Een heuse informatiemaatschappij diende en dient zich aan.  
Hierdoor staat de organisatie als een apart bolwerk niet langer in het brandpunt van de informatiekundige belangstelling. Dat brandpunt wordt meer en meer gevormd door de individuele deelnemer aan informatieverkeer. Dat deelname aan informatieverkeer in veel gevallen plaatsvindt in relatie tot de één of andere organisatie verbaast niet, maar dat gegeven is voor de civiel informatiekundige niet (langer) van primair, van doorslaggevend belang. 
 
Civiele Informatiekunde erkent Informatiekunde voluit, maar verlegt haar focus resoluut van organisatie georiënteerde informatievoorziening naar infrastructureel georiënteerde informatievoorziening. Een wezenlijk, want kwalitatief, onderscheid! 
 
(1) Zie bijvoorbeeld: “Civiele informatiekunde: op weg naar infrastructuur voor informatieverkeer” van de hand van Pieter Wisse (http://www.informationdynamics.nl/pwisse/htm/civiele_informatiekunde.htm). Ook recentere publicaties met betrekking tot Civiele Informatiekunde zijn via Wisse’s website (www.wisse.cc) beschikbaar. 
(2) Zie “Modern Informatieverkeer” (http://www.emovere.nl/?doc=76) voor nadere beeldvorming. Een verkorte weergave van dat artikel is onder de titel Ontsnapping uit digitaal gekkenhuis opgenomen in de bundel Eerlijk zullen we alles delen, verkenningen naar interoperabiliteit (samenstellers S. Zwienink en P.E. Wisse, GBO.Overheid/Bureau Forum Standaardisatie, 2008). Zie ook: http://www.forumstandaardisatie.nl/fileadmin/OVOS/FS1-JanvanTil.pdf. 
(3) Informatiekunde en Civiele Informatiekunde zijn – dat mag duidelijk zijn – nauw aan elkaar verwant en vertonen sterke wisselwerking. Met ‘náást’ bedoel ik de twee vakgebieden dan ook vooral te onderscheiden – zeker niet te scheiden!

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 02-04-2009 13:27
 
 
De 'waardenketen van gedrag' (Principes -> Inzichten -> Regels -> Gedrag) is een handvat om ook discussies als bovenstaande te duiden en te richten. Onuitgesproken verschillende betekenissen (principes) van begrippen als architectuur, infrastructuur, informatieverkeer etc. veroorzaken 'ruis'. 
Simpel: TOGAF is een 'set van regels' en gaat dus over een 1-slag leertraject. Het is impliciet beperkt door een principiele invulling van het begrip 'architectuur' als 'technologie', en altijd (!) beperkt tot een deelgebied (afdeling, filiaal, bedrijf...). En met ‘infrastructuur’ wordt meestal (alleen) de ‘harde’ component (routers, kabels, servers, software) bedoeld. Zie TOGAF! In die context heeft TOGAF dus zijn volle waarde.  
Al jarenlang propageert Daan, naar mijn mening terecht, dat de leidende kracht in architectuur niet (impliciet) de bouwer/techniek moet zijn, maar de 'business', en dat is een zeer waardevol inzicht (2-slag leerpunt) dat echter wel weer van exact dezelfde beperking tot een deelgebied uitgaat als TOGAF. Het begrip 'informatieverkeer' heeft dan ook (voor Daan c.s.) de betekenis in die beperking, mogelijk uitgebreid met het verkeer tussen verschillende, eveneens beperkte 'architecturen' (koppelvlakken).  
Een architect die niet de gebruikelijke beperking tot afdeling, filiaal, bedrijf of zelfs keten als uitgangspunt(!) neemt, maar principieel (3-slag) informatieverkeer op maatschappelijke schaal als uitgangspunt(!) hanteert houdt zich, zo begrijp ik van Pieter, bezig met wat hij onderscheidend Civiele Informatiekunde noemt, waarbij hij vanuit die ‘holostische’ context zich als ontwerper op de specifieke beperkingen van de vraagstelling richt.  
Dan ook is het evidente misverstand tussen Daan en Pieter te duiden over het begrip ‘informatieverkeer’ aangezien Daan dat, zodra hij als architect aan het werk gaat, ‘principieel’ opvat vanuit de beperking van het gebied van de opdrachtgever, terwijl Pieter het principieel opvat op het niveau van de maatschappelijke schaal, feitelijk onbeperkt dus, als uitgangspunt voor de ‘beperkte context’ waarin (vervolgens) ontworpen wordt. 
Ik waardeer Daan’s voortdurende strijd tegen de dominantie van bouwers en techniek, in het werkterrein van de virtuele wereld. Ik waardeer Pieter’s voortdurende strijd tegen de dominantie van de beperking, in het werkterrein van de vernetwerkte maatschappij. In mijn uitleg over wat Architectuur is (http://www.pauljansen.eu/definingarchitect.htm) probeerde ik aan verbredingen t.o.v. de gangbare beperkte definitie uiting te geven. 
Wat voor mij als een paal boven water staat is dat voor informatievoorziening in heden en toekomst de maatschappij als principieel uitgangspunt moet en zal gaan gelden. Er moet en zal een einde komen aan de dominantie van techneuten en bouwers, en aan de beperking van de tunnelvisie van opdrachtgevers. 
Dit alles betekent m.i. dat het onderwerp hier “TOGAF: het universele wondermiddel?” alleen zinnig kan worden besproken vanuit en binnen de context van TOGAF, namelijk bedoeld als ‘framework’ voor bouwers met de beperkte definitie van architectuur en gericht op de beperkte toepassing daarvan. Ofwel: het antwoord op de onderwerp-vraag van Daan is dat TOGAF geen ‘Haarlemmer Olie’ is voor alle mogelijke definities van architectuur, infrastructuur, informatieverkeer etc., maar (slechts) voor die gebieden waar de beperkter betekenis zoals TOGAF die zelf ook aangeeft van toepassing zijn.

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 02-04-2009 15:24
 
 
Hallo Daan, 
 
Je vroeg me om als onafhankelijke architect (ik ben in dienst van het bedrijf waarin en waarvoor ik als informatiearchitect werk) op je artikel te reageren. Normaal zou ik niet zo gauw reageren op een artikel over een architectuurstandaard die ik nog niet eens heb gedownload. Ik zal mij dan in mijn reactie ook beperken tot die zaken waar ik wel wat over denk te mogen zeggen. 
Vorige week nog was ik op een presentatie van een tool voor enterprise architecten. De eerste driekwart van de presentatie ging over wat de architect eigenlijk doet, waarna er gelukkig ook nog wat tijd overbleef voor het bespreken van het tool. Dat is wat ik ook in je beschrijving van TOGAF bespeur: wat doet de architect eigenlijk en wat zou die moeten doen? Bij gebrek aan een duidelijk kader, wordt alles beschreven wat iemand met de functietitel architect zou kunnen moeten (niet moeten kunnen!) doen. Een architectuurstudent of consultant van een softwarehuis zou het idee en de ambitie kunnen krijgen dat hij al die zaken ook moet kunnen en willen doen. Met als gevolg dat hij met die instelling in de praktijk waarschijnlijk niets voor elkaar zou krijgen. Een ervaren architect pikt uit een dergelijk boekwerk hopelijk wat hij ervan denkt nodig te hebben. Ik denk er overigens zelf, op dit moment, niets uit nodig te hebben. 
 
Ik ben het met je eens dat een dik boek en een certificaat perfect past bij consultancy. Een opdrachtgever in de ICT wereld weet namelijk, bij iemand die zich architect noemt, niet wat hij in huis haalt. Met een certificaat krijgt deze in elk geval de garantie dat grote delen van een dik boek zijn gelezen. Dat het boek met hagel schiet is voor hem ook alleen maar meegenomen, want je weet nooit voor welk probleem deze een architect in huis haalt. Ook in de fysieke wereld weet je overigens niet wat het specialisme en de deskundigheid van een bouwkundig architect is. Maar je weet dan doorgaans wèl met wat voor vragen je naar hem toe moet komen. 
 
In dat laatste zit hem wat mij betreft de crux: rollen en rolverwachtingen. Natuurlijk zou het fijn zijn als in een boek in de informatievoorzieningswereld de 'architectuur' de analoge betekenis en de 'architect' de analoge rol, taken en middelen zou krijgen die in de fysieke bouwwereld aan architectuur en de architect worden toebedeeld. Het is maar goed dat er veel tijd nodig is om een organisatie goed te leren kennen, voordat je aan de constructies moet gaan sleutelen. Waar anders moet een architect namelijk een heel traject in om aan de opdrachtgever, de planner en de metselaar uit te gaan leggen wat hij komt doen? Welke betonvlechter of bouwkundig voorman zou een architect voor een installatiekundige houden of omgekeerd? Als dit soort vakmensen in onze informatiewereld hun sporen verdiend hebben, gaan we ze allemaal architect noemen. Dan vind ik het ook niet gek dat een boek, dat de ervaring van al die vakmensen meent te moeten bundelen, over architectuur meent te gaan.  
 
Ik houd me liever bezig met het vervullen van de, ook door jou zo bedoelde, rol van architect en neem het op de koop toe dat ik wekelijks een paar uurtjes (ja, echt!) kwijt ben met het uitleggen wat ik doe. Het woord architectuur neem ik zelf liever niet in mijn mond, omdat ik daarna steeds een kwartier moet uitleggen wat ik wel en wat ik niet bedoel. Wat ik voor het uitvoeren van die rol nodig heb, is vooral een goede taakverdeling met de mensen om me heen, in de strategische en tactische veranderprocessen in onze organisatie. Dat kan alleen als ik zelf een heel duidelijk beeld heb van wat ik in het veranderproces wil bijdragen en waar mijn talenten liggen. Zaken waar ik me voorheen, als externe consultant, op deze manier eigenlijk niet zo mee bezighield. Voorheen had ik wel behoefte aan een boek met zaken op basis waarvan ik me een positie als architect kon verwerven (en zelfs dan nog niet zo breed of diep als TOGAF). Nu heb ik veel eerder behoefte aan een ander soort standaardwerk. En wel één, waarin ik kan vinden hoe ik mijn rol als architect in strategische en tactische veranderprocessen het meest effectief kan invullen en hoe ik mijn rol, in verhouding met andere rollen in de organisatie, kan neerzetten. Onduidelijkheden daarin blijven echt steeds weer de kop opsteken, omdat er geen consensus over de betekenis en het belang van architectuur is. Met een standaard definitie van rol en rolverwachtingen, zouden we (architect, informatiemanagement en business management, onder andere) samen (ondersteund door technieken en methoden) het veranderproces als geheel op een kwalitatief hoog niveau moeten kunnen inrichten. Dit zou ik verstaan onder een standaard vanuit de vraagkant. En ja, zo'n standaardwerk zou ik heel graag zien verschijnen. 
 
Met vriendelijke groet, 
 
Richard Uijen

 
Written by This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it on 02-04-2009 17:09
 
 
Beste Jan, 
 
Ik heb het waarschijnlijk zelf veroorzaakt met mijn opmerking rond civiel, maar dit is een discussie rond TOGAF en niet over informatiekunde. Daarnaast heb ik mezelf beloofd dat ik me niet weer zou mengen in een volgende koppensnellende discussie over informatiekunde. Dat zijn voor mij 2 redenen om die discussie ook hier niet aan te gaan. Laten we het hier bij TOGAF houden, zoals Daan hem gestart heeft. 
 
M.vr.gr. 
 
Steven van 't Veld 
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it