Overheidsorganisaties gebaat bij referentiearchitecturen
Ria van Rijn
dinsdag, 10 november 2009
Op dit moment zijn van de referentie architecturen voor Nederlandse overheidsorganisaties zowel de NORA als de GEMMA volop in ontwikkeling. Bovendien wordt er gewerkt aan de PETRA, voor provincies en wordt de informatie architectuur voor waterschappen WIA verder uitgewerkt in de WILMA. Samen met de MARIJ voor de rijksoverheid vormen deze referentie architecturen de kaders waarbinnen overheidsorganisaties hun architectuur zouden moeten vormgeven. De vraag is wat een specifieke organisatie, laten we zeggen een doorsnee grote gemeente, hieraan heeft. Wat voegen deze referentie architecturen toe, en vooral ook: wat niet?
Doel van architectuur
Simpel gesteld heeft informatie architectuur tot doel ontwikkelingen in een organisatie vanuit een samenhangende visie tot stand te brengen. Het effect van werken onder architectuur zou moeten zijn, dat ontwikkelingen op verschillende domeinen allemaal hun bijdrage leveren aan de doelen, die de organisatie zich heeft gesteld. Dit zijn vaak ontwikkelingen zich beperken tot de informatievoorziening. Maar in het geval van de programma’s voor de overheid hebben de ontwikkelingen ook impact op de inrichting van de processen, en op de inrichting van de organisatie of de inrichting van ketens. In het geval van de overheid is er namelijk sprake van een verschuiving van de activiteit naar het integrale proces als inrichtingsprincipe voor de organisatie. Deze verschuiving heeft een zware impact op de inrichting van de informatie voorziening. Deze kan niet meer met taakgerichte applicaties worden ingevuld, maar moet worden ingevuld met generieke componenten, die in specifieke processen worden hergebruikt en ingeregeld.
Daarom is architectuur ook een stuurinstrument voor het management. Bestuur en opdrachtgevers willen weten, of de goede dingen worden gedaan. In het geval van de vernieuwende overheid betekent dit vaststellen of een project bijdraagt aan het verkrijgen van generieke, voor andere processen herbruikbare componenten. Om dit vast te kunnen stellen is een architectuurtoets op de projecten nodig en moeten beslissers bereid zijn zich door hun architecten te laten adviseren.
Federatieve architectuur
De Nederlandse overheidsinstellingen werken met zogenaamde federatieve architecturen. In [Berkelaar, 2008] wordt de federatiearchitectuur als volgt geschetst: “Daarom focust een federatiearchitectuur zich op dat wat noodzakelijk gemeenschappelijk moet worden afgesproken en legt zich in die zin beperkingen op voor wat betreft de scope van de architectuur. Daarnaast is de consensusvorming over de inhoud van de architectuur cruciaal. Daarom legt een federatiearchitectuur veel nadruk op de ontwikkeling van een actieve community van architecten uit de organisaties waaruit de federatie bestaat. Een consequentie van deze benadering is overigens dat het proces moeilijk stuurbaar en weinig planbaar is.”
De auteurs schrijven dit vanuit de context van de NORA. Dit citaat maakt direct de moeilijke positie van veel overheidsorganisaties duidelijk: ze hebben niet altijd architecten en architecturen, bepaalde wijzigingen hebben impact op meerdere federatiearchitecturen tegelijkertijd (bijvoorbeeld bij de implementatie van de omgevingsvergunning zijn VROM, de provincies, de waterschappen, de gemeenten en de veiligheidsregio’s betrokken). Bovendien: een ‘moeilijk stuurbaar en weinig planbaar proces’ is voor veel overheidsorganisaties geen aantrekkelijke optie meer.
Moet een architect de referentie architecturen volgen om zijn bestuur en opdrachtgevers goed te kunnen adviseren en te zorgen, dat de goede dingen gedaan worden?
Ja, en wel om verschillende redenen:
Een overheidsorganisatie moet niet zelf het wiel willen uitvinden. Dat kost tijd en belastinggeld, dat beter aan nuttiger zaken besteed had kunnen worden.
De referentie architecturen, vooral de NORA, zijn sterk gericht op interoperabiliteit en moeten gevolgd worden om te kunnen samenwerken in ketens met andere overheden, zoals bij de keten werk en inkomen, de omgevingsvergunning, zorg, jeugd, veiligheid, schoolverzuim, ……..
Leveranciers in toenemende mate aan de architecturen voldoen. Eigen oplossingen betekent dat generieke oplossingen van leveranciers misschien niet goed passen en dus niet goed herbruikbaar zijn.
Voldoen aan de referentie architecturen betekent steeds vaker dat daarmee voldaan wordt aan de eisen van Nederland Open in Verbinding. Zo is bijvoorbeeld het StUF formaat al aangewezen als standaard voor berichten.
Betekent dat, dat een architect van een overheidsinstelling kan volstaan met het volgen van de referentie architecturen?
Nee, was het maar zo simpel. Maar uit de aard van het deel uitmaken van een federatieve architectuur volgen noodzakelijk ook een aantal knelpunten:
De scope van een federatieve architectuur is beperkt tot wat noodzakelijk gemeenschappelijk moet worden afgesproken. Maar niet alle onderdelen van de architectuur van een overheidsorganisatie behoren tot die categorie. Bovendien is het een zacht criterium. Onderdelen, die nu nog in de eigen organisatie geregeld worden, kunnen over enige tijd behoren tot ‘wat noodzakelijk gemeenschappelijk geregeld moet worden’. Een voorbeeld daarvan zijn heffen, innen en incasso. Dat leek tot voor kort een lokale aangelegenheid maar zal bij het in werking treden van de omgevingsvergunning over de hele keten heen geregeld moeten zijn. Een ander voorbeeld is de medewerkers registratie. Nu nog een lokale aangelegenheid maar wanneer over ketens heen of zelfs landelijk identificatie en autorisatie voor medewerkers in een bepaalde rol geregeld moet kunnen worden, is ook dat ‘noodzakelijk gemeenschappelijk’.
De scope is gericht op landelijke programma’s. Momenteel is dat vooral dienstverlening. Daarin moet nog veel voortgang geboekt worden. Tegelijkertijd staat een thema als veiligheid helaas al 7 jaar hoog op de agenda in de gemeente Rotterdam. De GEMMA heeft nu oog voor de noodzaak de architectuur niet te beperken tot aspecten van dienstverlening. Maar daar had Rotterdam 7 jaar geleden niets aan, en veel andere gemeenten nu nog niet …….
Een referentie architectuur is generiek en nooit specifiek genoeg om uit te maken wat ú precies moet doen om gegevens die al bekend zijn bij de overheid niet meer te vragen aan burgers of bedrijven, maar elektronisch beschikbaar te stellen aan relevante processen. Laat staan dat zij ooit concreet en volledig genoeg zal zijn om specifieke (vervangings)vragen van uw organisatie volledig mee te beantwoorden.
De verschillende referentie architecturen
De Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) is momenteel vastgesteld in versie 2.0 van april 2007. Er wordt gewerkt aan versie 3.0. Daarvan is het strategiekatern al gepubliceerd.
Meer informatie www.e-overheid.nl
De Model Architectuur Rijksdienst (MARIJ) is vastgesteld in versie 1.0 van juli 2008.
Meer informatie: www.e-overheid.nl
De Gemeentelijke Model Architectuur (GEMMA) bestaat uit verschillende onderdelen. De handreiking strategie is beschikbaar in versie 2.0 van februari 2009, de procesarchitectuur in versie 1.0 van april 2009. Een nieuwe versie van de informatie architectuur (ook bekend als midoffice) is in ontwikkeling. Verder wordt er gewerkt aan referentiemodellen voor basisgegevens (RSGB) en zaken (RGBZ) met bijbehorende StUF (Standaard Uitwisselings Formaat) berichten.
Meer informatie: www.egem-iteams.nl
Het IPO is samen met enkele provincies bezig met het ontwikkelen van de Provinciale Enterprise Referentie Architectuur (PETRA).
Meer informatie: www.ipo.nl
De waterschappen hebben de WIA. Het schijnt dat er aan een nieuwe versie wordt gewerkt, die WILMA gaat heten. Daarover is nog weinig informatie publiek beschikbaar.
Meer informatie: www.hetwaterschapshuis.nl
Zelf werken onder architectuur implementeren
Een en ander betekent, dat iedere overheidsorganisatie een eigen architectuur zal moeten ontwikkelen op basis van de eigen prioriteiten (niet alleen dienstverlening) en de eigen uitgangssituatie. Deze eigen architectuur wordt bij voorkeur opgesteld binnen de kaders van de geldende referentie architecturen. Architectuur is een middel en geen doel op zich. Bestuur en opdrachtgevers moeten architectuur gaan zien als een extra stuurmiddel, waarmee ze kunnen zekerstellen, dat hun projecten de goede dingen doen in de verandering van een taakgerichte organisatie naar een klantgerichte en op het integrale proces gerichte organisatie. Daartoe zal het werken onder architectuur geïmplementeerd moeten worden. En ook daarvoor is natuurlijk draagvlak en commitment van het bestuur nodig.
Gunstig neveneffect van deze ontwikkeling zal zijn, dat de community van architecten, die gezamenlijk, vanuit de eigen praktijk aan de federatieve architecturen werkt, steeds groter en steeds actiever wordt. En dat zal de waarde van de federatieve architecturen aanzienlijk vergroten.
Nationale Architectuur Toets (NAT)
Er wordt de laatste tijd regelmatig gepleit voor een zogenaamde Rijksbouwmeester, die – in analogie met de wereld van de bouw – adviseert over de inpasbaarheid, kwaliteit en schoonheid van de digitale bouwsels in Nederland.
We moeten echter verder gaan. Het werken onder federatieve architecturen voegt pas waarde toe, als iedereen zich eraan houdt. De naleving ervan kan op dit moment echter alleen lokaal, binnen een specifieke overheidsorganisatie getoetst worden. Maar dat volstaat natuurlijk niet voor ontwikkelingen, die meer dan één type overheidsorganisatie raken, zoals de omgevingsvergunning.
Een nationale architectuur toets, die uitgevoerd wordt namens alle overheidsorganisaties, kan voorkomen dat een oplossing niet voldoet aan de referentie architecturen en dus niet of moeilijk inpasbaar is bij de specifieke overheidsorganisaties, die met de componenten moeten gaan werken. Het NAT advies moet bindend zijn: als het een ontwerp afkeurt, of aanpassingen vraagt, dan moet de opdrachtgever hieraan voldoen.
Eerder gepubliceerd in de Automatisering Gids nummer 38 van 18 september 2009.
Geschreven door
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
op 21-11-2009 12:06
"Het werken onder federatieve architecturen voegt pas waarde toe, als iedereen zich eraan houdt." Hoewel er de laatste jaren veel meer landelijke sturing is dan voorheen mag die wat mij betreft nog veel dwingender worden. Draagvlak kweken is nuttig, maar om een goede keten te kunnen smeden mag het al dan niet meedoen geen keuze meer zijn van de individuele schakels.
Zaakgericht werken is een principe dat een belangrijke rol speelt bij lokale overheden, maar zeker ook breder toepasbaar is. Het heeft veel overeenkomsten met service-oriëntatie. Het basisidee is dat je de diensten die je aanbiedt goed definieert en dat je de bijbehorende service levels bewaakt. Er zijn allerlei architectuurbouwblokken die een rol spelen bij zaakgericht werken zoals zaaksystemen, zaakmagazijnen en Persoonlijke Internet Pagina's. De vraag is echter wanneer de verschillende bouwblokken relevant zijn en hoe ze met elkaar samenhangen. Is bijvoorbeeld een zaakmagazijn noodzakelijk voor het publiceren van de status van vergunningen op Internet? In dit item zet ik alle belangrijke architectuurbouwblokken op een rij en laat hun samenhang zien.
Uitvoerende overheidsorganisaties scoren onder de maat in de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling. Dat knelt vooral nu ons kabinet anno 2008 meer dan zijn voorgangers inzet op interventiebeleid. Zonder een goed beheerd stelsel van uitvoeringsafspraken over informatie-uitwisseling komt de haalbaarheid van dit beleid in gevaar.
De noodzaak van digitale architectuur binnen de overheid wordt steeds nadrukkelijker onderkend. ICT Uitvoeringsorganisatie (ICTU) is druk bezig met de derde versie van NORA, een referentiearchitectuur voor de gehele publieke sector. Daarnaast wordt op specifiekere niveaus binnen de overheid druk gewerkt aan afgeleide referentiearchitecturen zoals MARIJ (voor de Rijksoverheid), PETRA (voor de provincies), GEMMA (voor de gemeentes) en de WILMA (voor de waterschappen). Dit zijn allemaal referentiearchitecturen, oftewel een soort sjablonen waaruit de individuele architecturen voor de verschillende overheidsorganisaties kunnen worden afgeleid.
Daan Rijsenbrij, Marlies van Steenbergen en Paul Laagland
donderdag, 31 december 2009
Hoe zou jij architectuur willen omschrijven?
Fred: “Ik vind het wel handig om de vergelijking te maken met de bouw van een huis. IT-architectuur in een bedrijf is voor mij een conceptuele plaat van een samenhangend stelsel van zaken die in zijn geheel een werkend construct moet zijn. Net als een architectuurplaat een heel huis beschrijft en dan op een manier dat de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het huis zichtbaar is. Je probeert op een zo strak mogelijke manier de gebruikswensen voor het huis te vertalen in een helder conceptueel beeld. Je moet er in kunnen wonen, kunnen slapen, je wilt ook kunnen douchen. Als je dat allemaal een beetje netjes, overzichtelijk ingeregeld wilt hebben, dan ziet dat er zo uit.
Voor u ligt het verslag van het onderzoek naar de vraag “in hoeverre het ontwerp van een ICToplossing kan bijdragen aan een ICT-oplossing die recht doet aan de ambitie en de eisen van de business”. Dit afstudeeronderzoek is verricht in het kader van de Masteropleiding “Business Process Management & IT” van de Open Universiteit Nederland, faculteit Informatica.
Gemeenten worden geconfronteerd met allerlei ontwikkelingen die van invloed zijn op hun informatievoorziening. Belangrijke ontwikkeling in dat kader is de verplichting om bepaalde gegevens nog maar eenmalig uit te vragen en meervoudig te gebruiken. Dit roept allerlei vragen op rondom de noodzakelijke gegevensuitwisseling tussen applicaties en de wijze waarop deze wordt ondersteund door generieke voorzieningen. Kan zoiets als een Gemeentelijke Service Bus hierin ondersteunen en hoe zou een dergelijke voorziening er uit zien? Dit artikel beschrijft het resultaat van een onderzoek in de gemeente Gouda naar een dergelijke voorziening.
Gemeenten, ministeries, provincies, waterschappen en uitvoeringsinstellingen hebben enthousiast gereageerd op het verschijnen van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Inmiddels is een nieuw document verschenen: het Strategiekatern. Hierin wordt een drastische koerswijziging aangekondigd, waarover dan ook een heftige discussie is ontstaan. Velen maken zich daardoor zorgen over het draagvlak onder de NORA. Een analyse.
NORA, de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur, is vooral bedoeld om de samenhang tussen de relatief onafhankelijke overheidsorganisaties te optimaliseren en de organisatieoverschrijdende ketens te borgen. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke architectuur dient te worden gecoördineerd en beheerd. Meestal benoemen we voor deze functie een Chief Architect, maar in dit geval geef ik de voorkeur aan de titel ‘Digitale Rijksbouwmeester’.
Met al die ANDEZ aanbestedingen ligt de term midoffice bij velen op de lippen. Maar wat is dat eigenlijk,
zo'n midoffice? Sommigen denken (terecht) dat het een technische voorziening is om berichten uit te
wisselen tussen front- en backoffice. Anderen beweren (terecht) dat het primair om het multi-channel
frontoffice gaat (met de kanalen web, telefoon, balie en post). Weer anderen denken (ook terecht) dat een
midoffice iets is om een klantcontactcentrum (KCC) te ondersteunen bij de afhandeling van lichte
bouwvergunningen etc. Wat is het nou?
Er dreigt een groot misverstand rondom de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Van een brede benadering van de architectuur van de Nederlandse overheid, lijken we terecht te komen in een enkel op interoperabiliteit gerichte ontwikkeling. In het “NORA katern Strategie” wordt een enorme versmalling van de intentie en werking van de NORA voorgesteld. De opstellers van dit katern hebben een oproep gedaan om dit document te reviewen. In dit artikel wordt in dat kader gezocht naar de oorzaak van het dreigende misverstand. Ook worden voorstellen gedaan om een drastische inperking van de werking van NORA te voorkomen.
Op 12 januari is op het NORA-Forum de openbare review van het NORA-katern Strategie van start gegaan. In versie 3.0 van NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur) is dit het centrale, verbindende katern. Je kunt nu participeren in de review van dit strategisch katern.
Toen de meeste mensen nog gewoon in een
fabriek werkten, waren er twee soorten medewerkers –
fabrieksarbeiders en kantoorpersoneel. Je droeg al naar gelang je
positie of een ranzige overall, of een schoon overhemd – bij
voorkeur met een hagelwit boordje. Dat was duidelijk.
Toen de dienstensector opkwam, kwam er
behoefte aan een nieuwe tweedeling. De mensen die in de vuurlinie
stonden – de medewerkers met klantcontacten, bijvoorbeeld achter
het loket van een bankfiliaal – werden ingedeeld bij de
frontoffice, en de mensen die op de achtergrond hun werk deden –
medewerkers van de administratieve organisatie en de stafdiensten –
hoorden even vanzelfsprekend bij de backoffice. In de wandelgangen
werd het vaak zo samengevat: de frontoffice verdient het geld, en de
backoffice maakt het op.
Wat zou de midoffice hieraan nog kunnen
toevoegen?
In de discussie over de modernisering van gemeentelijke dienstverlening speelt het
woord ‘Midoffice’ een dominante rol. De term wordt gebruikt als onderdeel van de
gemeentelijke bedrijfsarchitectuur waarbij klantcontacten op een slimme manier gekoppeld
worden aan de verschillende gemeentelijke organisatie-onderdelen, de
‘backoffice’. De ervaring leert dat er niettemin ook nog veel vragen zijn over de midoffice.
Onderstaande analyse van het fenomeen midoffice kan helderheid verschaffen.
Op woensdag 27 februari heeft Jan Kees de Jager - staatssecretaris van Financiën, verantwoordelijk voor de Belastingdienst - de Tweede Kamer ingelicht over het meest recente probleem bij de Belastingdienst: 730.000 digitale belastingaangiftes inmiddels ingediend, zijn door een fout in het computersysteem onbruikbaar geworden. Als IT-deskundige vraag ik mij dan af hoe dat kan.
David Campbell, Robin van 't Wout, Paul van Vlaanderen
dinsdag, 10 april 2007
Dit rapport beschrijft de belangrijkste bevindingen van de evaluatie met de voorbereidende scan van de ADEM op onderzoeksobject de NORA versie 1.0. De algemene indruk bij het document is positief. De NORA bevat die onderdelen welke nodig zijn voor haar doel. Hieronder volgt een beschrijving van de voornaamste bevindingen. De ingevulde evaluatietabellen zijn gesorteerd naar vereiste, gewenste en aanbevolen elementen, bijgevoegd.
Daan Rijsenbrij draagt drie oplossingen aan voor de problemen bij de Belastingdienst: Een moderne toekomstvaste geïntegreerde architectuur, een rationalisatie van de bedrijfsprocessen en een realistisch transformatiepad. Maar eerst moet er een volwassen IT-Governance komen en dienen de bestaande architectuurschetsen te worden afgestoft.
De rijksoverheid heeft ambitieuze herstructurerings-plannen. Er circuleren ‘managementagenda’s’ waarin topambtenaren zich uitspreken voor verdere samen-werking tussen overheidsinstellingen waarbij het verbeteren van de dienstverlening aan burgers, bedrijfsleven en andere organisaties meer centraal komt te staan. Voor deze doelgroepen moet de interne structuur van de rijksoverheid meer een black box zijn, reden voor een pleidooi om de diverse departementen niet langer eigen logo’s e.d. te laten voeren. Dus op weg naar één overheid? ...
This article offers an overview of steps that have been taken in order to develop e-government in The Netherlands under architectural guiding principles.