NORA, de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur1, is vooral bedoeld om de samenhang tussen de relatief onafhankelijke overheidsorganisaties te optimaliseren en de organisatieoverschrijdende ketens te borgen. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke architectuur dient te worden gecoördineerd en beheerd. Meestal benoemen we voor deze functie een Chief Architect, maar in dit geval geef ik de voorkeur aan de titel ‘Digitale Rijksbouwmeester’. Reeds in 2004 poneerde ik middels stelling tien van mijn tweede inaugurele rede dat het tijd werd voor een functionaris die voor de digitale Nederlandse samenleving een soortgelijke taak krijgt als de Rijksbouwmeester voor de fysieke wereld2. Sinds mijn introductie van deze functieaanduiding is er veel discussie gevoerd of dit wel de juiste benaming zou zijn, maar ‘Digitale Rijksbouwmeester’ is een titel die door de man in de straat begrepen kan worden. Onze samenleving wordt immers steeds digitaler en daar is een Rijksbouwmeester voor nodig!
Inmiddels is het al bijna vijf jaar later en de IT- en IT-gerelateerde problemen bij verschillende (semi-) overheidsinstellingen lijken groter en groter te worden. De digitale verkrotting is op een aantal plaatsen al zo ver gevorderd dat de gevolgen zelfs in de Tweede Kamer worden opgemerkt en zeer regelmatig voorpaginanieuws zijn in de landelijke dagbladen.
Al in de vorige versie van NORA staat het belangrijke architectuurprincipe 'de overheid vraagt niet naar de bekende weg'. Een uiterst burgervriendelijk voornemen dat echter zeer moeilijk integraal zal zijn te realiseren gezien de verwevenheid van de relatief onafhankelijke overheidsorganisaties. Dit vereist daarom een centrale regisseur - de Digitale Rijksbouwmeester - , hetgeen tegenstrijdig lijkt te zijn met de grote mate van vrijblijvendheid die bij de implementatie van de NORA is toegestaan.
Mede door adviezen van de Algemene Rekenkamer wordt het langzamerhand volledig geaccepteerd dat elke overheidsorganisatie een CIO krijgt. Gelukkig zien we ook dat de meeste CIO’s zich laten assisteren door een Chief Architect. Een CIO is immers een manager, en zonder een vakbekwame architect als rechterhand kan hij moeilijk richting bepalen in deze dynamische tijd.
Gezien de huidige structuur van de overheid3 lijkt een overkoepelende CIO voor alsnog niet haalbaar. Maar om te borgen dat de CIO’s in de verschillende overheidsorganisaties redelijk zelfstandig en met hun eigen dynamiek hun beleid kunnen uitvoeren, is een overall architectuur absoluut noodzakelijk. Voor het implementeren daarvan is slagvaardigheid nodig, alleen het laten opstellen van een NORA is niet voldoende. Niets gaat vanzelf en veranderingen kosten veel tijd en geld4. Er dient daarom een overall Chief Architect te worden benoemd bij de digitalisering van de overheid, ofwel in bovenstaande terminologie een Digitale Rijksbouwmeester met grotere bevoegdheden dan de Fysieke Rijksbouwmeester. Mijn voorkeur zou zijn een staatssecretaris of PSG bij het ministerie van Algemene Zaken. Daardoor kan de minister-president ook daadwerkelijk tonen dat het menens is met de digitalisering van de Nederlandse samenleving. Deze Digitale Rijksbouwmeester5, een mix van architect en dirigent, zal een duidelijke inspirerende visie moeten hebben op een goed functionerende, rechtvaardige digitale samenleving met gelijke ontplooiingskansen voor alle inwoners.
Interessante vraag: aan wie dient die Digitale Rijksbouwmeester allemaal verantwoording af te leggen? Per slot van rekening is een leefbare digitale samenleving de verantwoordelijkheid van de gehele overheid, waarbij de burgers en het bedrijfsleven de belangrijkste stakeholders zijn. Het gevaar ligt op de loer dat de Digitale Rijksbouwmeester vooral zal redeneren vanuit de overheid, dus zal suboptimaliseren op wat voor de overheid de beste oplossing zal zijn. Wat voor de overheid het beste is, hoeft nog niet voor de samenleving het beste te zijn.
Een Digitale Rijksbouwmeester wordt trouwens pas serieus genomen als hij actief participeert bij de strategische discussies over bestuurlijke vereenvoudiging van de overheid. De relatie tussen strategie en architectuur ligt immers in het spanningsveld van ‘willen’ en ‘kunnen’, waarover de architect de noodzakelijke kennis kan inbrengen.
Persoonlijk droom ik nog steeds6 over een slanke, flexibele, burgervriendelijke, voorwaardenscheppende overheid, voor mijn kleinkinderen7. Dit kan alleen worden gerealiseerd door een verregaande IT-enabling van de overheid en de gehele samenleving. Een integrale, uitgebalanceerde overheidsarchitectuur is een absolute noodzaak om een dergelijke overheid ordentelijk te laten ontstaan.
Met een paar praktische architecten onder leiding van een Digitale Rijksbouwmeester is daar een bruikbare schets voor te maken. Het transformatiepad zal moeilijk zijn en vraagt veel ruggengraat van de opdrachtgever(s).
Mijn pleidooi voor een Digitale Rijksbouwmeester dringt na vijf jaar nog steeds niet door bij de politieke/ambtelijke top. Wellicht zou ik met Cato8 als lichtend voorbeeld elke toespraak en lezing voor de overheid moeten afsluiten met de dringende oproep: ‘Overigens ben ik van mening dat een Digitale Rijksbouwmeester dient te worden aangesteld’.
Gepubliceerd in licht verkorte vorm in de Automatisering Gids, 19 juni 2009, nummer 25/26, pagina 26.
1 NORA is deels een overkoepelende architectuur en deels een referentiearchitectuur voor de verschillende overheidsinstellingen. 2 Zie mijn tweede inaugurele rede (2004): http://www.digital-architecture.net. 3 De Nederlandse overheid is een verzameling van relatief onafhankelijke organisaties. Een te stringente interpretatie van het subsidiariteitsbeginsel blokkeert in feite een effectieve IT-ondersteuning van de overheid. 4 De vaak gehoorde opmerking dat het bedrijfsleven maar mee moet financieren klinkt niet erg realistisch. Het belang van een hoogstaande digitale samenlevingmag niet overgelaten worden aan commerciële motieven. 5 Overigens zou de Digitale Rijksbouwmeester niet alleen voor het Rijk maar ook voor de andere bestuurslagen (provincies, gemeenten, waterschappen) actief moeten zijn. De overall architectuurgovernance voor de gehele overheid zal in zijn portefeuille behoren. 6 Zie de kanttekeningen (2005) op mijn tweede inaugurele rede: http://www.digital-architecture.net. 7 Die laatste bijzin heb ik toegevoegd omdat ik mij ten volle realiseer dat er een zeer tijdrovende, moeizame businesstransformatie nodig zal zijn voordat dit einddoel zal zijn bereikt. 8 De Romein Cato sloot ruim 2000 jaar geleden elke toespraak af met het dringende advies: ‘Overigens, ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden’. Hij heeft uiteindelijk zijn zin gekregen!
Be the first to write a comment
Only registered users can write comments. Please login or register.
Zaakgericht werken is een principe dat een belangrijke rol speelt bij lokale overheden, maar zeker ook breder toepasbaar is. Het heeft veel overeenkomsten met service-oriëntatie. Het basisidee is dat je de diensten die je aanbiedt goed definieert en dat je de bijbehorende service levels bewaakt. Er zijn allerlei architectuurbouwblokken die een rol spelen bij zaakgericht werken zoals zaaksystemen, zaakmagazijnen en Persoonlijke Internet Pagina's. De vraag is echter wanneer de verschillende bouwblokken relevant zijn en hoe ze met elkaar samenhangen. Is bijvoorbeeld een zaakmagazijn noodzakelijk voor het publiceren van de status van vergunningen op Internet? In dit item zet ik alle belangrijke architectuurbouwblokken op een rij en laat hun samenhang zien.
Uitvoerende overheidsorganisaties scoren onder de maat in de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling. Dat knelt vooral nu ons kabinet anno 2008 meer dan zijn voorgangers inzet op interventiebeleid. Zonder een goed beheerd stelsel van uitvoeringsafspraken over informatie-uitwisseling komt de haalbaarheid van dit beleid in gevaar.
De noodzaak van digitale architectuur binnen de overheid wordt steeds nadrukkelijker onderkend. ICT Uitvoeringsorganisatie (ICTU) is druk bezig met de derde versie van NORA, een referentiearchitectuur voor de gehele publieke sector. Daarnaast wordt op specifiekere niveaus binnen de overheid druk gewerkt aan afgeleide referentiearchitecturen zoals MARIJ (voor de Rijksoverheid), PETRA (voor de provincies), GEMMA (voor de gemeentes) en de WILMA (voor de waterschappen). Dit zijn allemaal referentiearchitecturen, oftewel een soort sjablonen waaruit de individuele architecturen voor de verschillende overheidsorganisaties kunnen worden afgeleid.
Daan Rijsenbrij, Marlies van Steenbergen en Paul Laagland
Thursday, 31 December 2009
Hoe zou jij architectuur willen omschrijven?
Fred: “Ik vind het wel handig om de vergelijking te maken met de bouw van een huis. IT-architectuur in een bedrijf is voor mij een conceptuele plaat van een samenhangend stelsel van zaken die in zijn geheel een werkend construct moet zijn. Net als een architectuurplaat een heel huis beschrijft en dan op een manier dat de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het huis zichtbaar is. Je probeert op een zo strak mogelijke manier de gebruikswensen voor het huis te vertalen in een helder conceptueel beeld. Je moet er in kunnen wonen, kunnen slapen, je wilt ook kunnen douchen. Als je dat allemaal een beetje netjes, overzichtelijk ingeregeld wilt hebben, dan ziet dat er zo uit.
Op dit moment zijn van de referentie architecturen voor Nederlandse overheidsorganisaties zowel de NORA als de GEMMA volop in ontwikkeling. Bovendien wordt er gewerkt aan de PETRA, voor provincies en wordt de informatie architectuur voor waterschappen WIA verder uitgewerkt in de WILMA. Samen met de MARIJ voor de rijksoverheid vormen deze referentie architecturen de kaders waarbinnen overheidsorganisaties hun architectuur zouden moeten vormgeven. De vraag is wat een specifieke organisatie, laten we zeggen een doorsnee grote gemeente, hieraan heeft. Wat voegen deze referentie architecturen toe, en vooral ook: wat niet?
Voor u ligt het verslag van het onderzoek naar de vraag “in hoeverre het ontwerp van een ICToplossing kan bijdragen aan een ICT-oplossing die recht doet aan de ambitie en de eisen van de business”. Dit afstudeeronderzoek is verricht in het kader van de Masteropleiding “Business Process Management & IT” van de Open Universiteit Nederland, faculteit Informatica.
Gemeenten worden geconfronteerd met allerlei ontwikkelingen die van invloed zijn op hun informatievoorziening. Belangrijke ontwikkeling in dat kader is de verplichting om bepaalde gegevens nog maar eenmalig uit te vragen en meervoudig te gebruiken. Dit roept allerlei vragen op rondom de noodzakelijke gegevensuitwisseling tussen applicaties en de wijze waarop deze wordt ondersteund door generieke voorzieningen. Kan zoiets als een Gemeentelijke Service Bus hierin ondersteunen en hoe zou een dergelijke voorziening er uit zien? Dit artikel beschrijft het resultaat van een onderzoek in de gemeente Gouda naar een dergelijke voorziening.
Gemeenten, ministeries, provincies, waterschappen en uitvoeringsinstellingen hebben enthousiast gereageerd op het verschijnen van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Inmiddels is een nieuw document verschenen: het Strategiekatern. Hierin wordt een drastische koerswijziging aangekondigd, waarover dan ook een heftige discussie is ontstaan. Velen maken zich daardoor zorgen over het draagvlak onder de NORA. Een analyse.
Met al die ANDEZ aanbestedingen ligt de term midoffice bij velen op de lippen. Maar wat is dat eigenlijk,
zo'n midoffice? Sommigen denken (terecht) dat het een technische voorziening is om berichten uit te
wisselen tussen front- en backoffice. Anderen beweren (terecht) dat het primair om het multi-channel
frontoffice gaat (met de kanalen web, telefoon, balie en post). Weer anderen denken (ook terecht) dat een
midoffice iets is om een klantcontactcentrum (KCC) te ondersteunen bij de afhandeling van lichte
bouwvergunningen etc. Wat is het nou?
Er dreigt een groot misverstand rondom de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur. Van een brede benadering van de architectuur van de Nederlandse overheid, lijken we terecht te komen in een enkel op interoperabiliteit gerichte ontwikkeling. In het “NORA katern Strategie” wordt een enorme versmalling van de intentie en werking van de NORA voorgesteld. De opstellers van dit katern hebben een oproep gedaan om dit document te reviewen. In dit artikel wordt in dat kader gezocht naar de oorzaak van het dreigende misverstand. Ook worden voorstellen gedaan om een drastische inperking van de werking van NORA te voorkomen.
Op 12 januari is op het NORA-Forum de openbare review van het NORA-katern Strategie van start gegaan. In versie 3.0 van NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur) is dit het centrale, verbindende katern. Je kunt nu participeren in de review van dit strategisch katern.
Toen de meeste mensen nog gewoon in een
fabriek werkten, waren er twee soorten medewerkers –
fabrieksarbeiders en kantoorpersoneel. Je droeg al naar gelang je
positie of een ranzige overall, of een schoon overhemd – bij
voorkeur met een hagelwit boordje. Dat was duidelijk.
Toen de dienstensector opkwam, kwam er
behoefte aan een nieuwe tweedeling. De mensen die in de vuurlinie
stonden – de medewerkers met klantcontacten, bijvoorbeeld achter
het loket van een bankfiliaal – werden ingedeeld bij de
frontoffice, en de mensen die op de achtergrond hun werk deden –
medewerkers van de administratieve organisatie en de stafdiensten –
hoorden even vanzelfsprekend bij de backoffice. In de wandelgangen
werd het vaak zo samengevat: de frontoffice verdient het geld, en de
backoffice maakt het op.
Wat zou de midoffice hieraan nog kunnen
toevoegen?
In de discussie over de modernisering van gemeentelijke dienstverlening speelt het
woord ‘Midoffice’ een dominante rol. De term wordt gebruikt als onderdeel van de
gemeentelijke bedrijfsarchitectuur waarbij klantcontacten op een slimme manier gekoppeld
worden aan de verschillende gemeentelijke organisatie-onderdelen, de
‘backoffice’. De ervaring leert dat er niettemin ook nog veel vragen zijn over de midoffice.
Onderstaande analyse van het fenomeen midoffice kan helderheid verschaffen.
Op woensdag 27 februari heeft Jan Kees de Jager - staatssecretaris van Financiën, verantwoordelijk voor de Belastingdienst - de Tweede Kamer ingelicht over het meest recente probleem bij de Belastingdienst: 730.000 digitale belastingaangiftes inmiddels ingediend, zijn door een fout in het computersysteem onbruikbaar geworden. Als IT-deskundige vraag ik mij dan af hoe dat kan.
David Campbell, Robin van 't Wout, Paul van Vlaanderen
Tuesday, 10 April 2007
Dit rapport beschrijft de belangrijkste bevindingen van de evaluatie met de voorbereidende scan van de ADEM op onderzoeksobject de NORA versie 1.0. De algemene indruk bij het document is positief. De NORA bevat die onderdelen welke nodig zijn voor haar doel. Hieronder volgt een beschrijving van de voornaamste bevindingen. De ingevulde evaluatietabellen zijn gesorteerd naar vereiste, gewenste en aanbevolen elementen, bijgevoegd.
Daan Rijsenbrij draagt drie oplossingen aan voor de problemen bij de Belastingdienst: Een moderne toekomstvaste geïntegreerde architectuur, een rationalisatie van de bedrijfsprocessen en een realistisch transformatiepad. Maar eerst moet er een volwassen IT-Governance komen en dienen de bestaande architectuurschetsen te worden afgestoft.
De rijksoverheid heeft ambitieuze herstructurerings-plannen. Er circuleren ‘managementagenda’s’ waarin topambtenaren zich uitspreken voor verdere samen-werking tussen overheidsinstellingen waarbij het verbeteren van de dienstverlening aan burgers, bedrijfsleven en andere organisaties meer centraal komt te staan. Voor deze doelgroepen moet de interne structuur van de rijksoverheid meer een black box zijn, reden voor een pleidooi om de diverse departementen niet langer eigen logo’s e.d. te laten voeren. Dus op weg naar één overheid? ...
This article offers an overview of steps that have been taken in order to develop e-government in The Netherlands under architectural guiding principles.