CONTENT
Terug naar community
Magazine
Proceedings
Blogs
Master thesis
Zoeken
THEMES
The CIO speaks
The architect answers
The business decides
Effect of architecture
SOA
BPM
Methods
Principles
Financial services
Public sector
Health sector
Most popular items
 
 
BLOGS
Report a comment

Thank you for taking the time to report the following comment to the administrator of this site.
Please complete this short form and click the submit button to process your report.

Name:
 
E-mail
 
Reason for reporting comment
 
 
 

Comment in question
Written by Pieter Wisse on 07-07-2008 18:26
 
 
In zijn reactie van 7 juli jl. deelt Steven van ’t Veld mee dat hij afhaakt. Zijn timing verdient bewondering. Hieronder verklaar ik mijn diepe waardering voor zijn bijdragen nader, ook al is de kans dus groot dat hijzèlf er geen kennis meer van neemt. Omdat hij niet langer meedoet, vooruit, dan richt ik me ‘maar’ tot andere lezers. 
 
Dankzij Van ’t Velds doorwrochte serie reacties besef ik pas, eerder lukte het mij dus niet, dat is uiteraard helemaal mijn fout, dat persoonlijk informatieeigendom géén wezenlijk maar zelfs een schijnprobleem voor de informatiemaatschappij is. We maken ons druk om … niets. Feitelijk bestaat er géén probleem! Wat ongelofelijk stom dat ik dat niet snapte. 
Het kostte Van ’t Veld de moeite van vele herhalingen, maar eindelijk verwierf ik enig inzicht in zijn wijsheid. Ik kan slechts voor mijzelf schrijven, dat ik graag uitdrukking geef aan mijn nederige dankbaarheid. Ook vind ik mijn verontschuldiging op z’n plaats voor de ergernis die ik hem ongetwijfeld bezorgde over mijn aanhoudende kortzichtigheid. 
Want wat bleef Van ’t Veld ons allemaal geduldig voorhouden? Hij moet iets onmiddellijk begrijpen. Zo niet, dan verliest hij bijna netzo subiet zijn interesse. Met dergelijk gedrag spiegelt hij zich aan leden van Raden van Bestuur, zoals hij ze althans beweert te kennen. Dat geldt als doorsnee-gedrag, waarmee we dus terdege moeten rekenen. Iedereen wil toch lid van een heuse Raad van Bestuur zijn, nietwaar?! 
Het is blijkbaar zo, dat niemand, herhaal niemand, ergens interesse voor opbrengt zodra nadere oriëntatie zelfs maar de geringste inspanning vergt. Van ’t Veld heeft ons die les voorbeeldig geleerd, nogmaals dank. Daarom moet ieder mens er gewoon voor zorgen dat informatie één muisklik, dat vindt hij al obstakel genoeg, verwijderd is. 
Vergelijk het eens met een bankbiljet van, zeg, vijftig euro. Wanneer Van ’t Veld door een lege straat loopt en hij ziet zo’n biljet op de grond liggen … loopt hij dóór. Niemand haalt het immers in z’n hoofd om te bukken. Kom nou, dat zou wat meer moeite kosten. Daar moet je inderdaad niet aan beginnen. Kortom, wie dat biljet daar ooit verloor, kan het op een willekeurig tijdstip altijd zèlf weer oppakken. Van ’t Veld, zeg ook maar ieder normaal mens, gaat het pas interessant vinden nadat het geld overgemaakt is en op haar/zijn bankrekening staat. En dat heb je dan kennelijk zèlf gedaan. Je zou je bijna afvragen, waarom mensen zo’n punt maken van bescherming van hun geldmiddelen. 
 
Over het raffinement van Van ’t Velds interventies wil ik nog iets extra’s kwijt. Zijn reacties bevatten allerlei persoonlijke details. Daar trapte ik inderdaad met open ogen in, knap hoor! Schreef ikzelf als reactie niet, bijna letterlijk, dat zijn persoonlijke informatie mij niet interesseerde? Nou dan! Van ’t Veld had het schijnkarakter van persoonlijk informatieeigendom als reëel maatschappelijk vraagstuk moeilijk nòg duidelijker kunnen demonstreren. Meesterlijk gedaan! 
In dit verband wijs ik ook op de noemer die Van ’t Veld koos om zijn interventie zolang te kunnen voortzetten als nodig zou blijken, dus totdat het mij eindelijk daagde dat ik eens moest ophouden met zo’n schijnprobleem. Hij wil mij verspilde moeite besparen. Daarom deed Van ’t Veld alsof hij niet begreep wat verdwijnpunt betekent. Dat was een sterke vondst. De subtiele ironie van nu nèt dàt … schijnaanknopingspunt, verdwijnpunt, haha, drong natuurlijk pas tot mij door, toen ik mijn wezenlijke dwaling omtrent persoonlijk informatieeigendom kon inzien. 
 
Ter illustratie van hardnekkigheid van referentiekader heb ik juist naar aanleiding van verdwijnpunt echter nog enkele opmerkingen. Dat woord kwam bij mij op, omdat ik kortweg wilde aangeven dat variëteitbeheersing een kwestie is van verhoudingen. Ik probeerde een voorbeeld te bedenken. Waar komen onderlinge verhoudingen zoal tot uitdrukking? Wat biedt een herkenbaar voorbeeld? Dat bracht me op het beeld van een tekening. 
Begin met een leeg vel papier. Trek een horizontale lijn, precies, de horizon. Veronderstel dat twee parallelle wegen ‘naar de horizon’ lopen. Hoe teken je ze in zgn perspectief? Daarvoor maak je voor het platte papiervlak de aanname dat beide wegen ‘ergens achter de horizon’ samenkomen, nota bene, hoewel ze in werkelijkheid dus parallel zijn. De elfde druk van Van Dale stelt als betekenis van verdwijnpunt voor: “ punt in een perspectieftekening waarin evenwijdige perspectieflijnen, indien voldoende verlengd, elkaar (zouden) snijden.” Precies, zo bedoel ik het ook. Dat legt de tekenlerares of –leraar ook begrijpelijk uit aan ieder (school)kind. Van ’t Veld heeft uiteraard opnieuw volkomen gelijk, dat je dan niet mag verwachten dat leden van Raden van Bestuur dat óók snappen. Van ’t Veld zèlf, zoals gezegd, hield razend knap verborgen dat hij wèl prima snapt wat verdwijnpunt betekent. Hoewel ik had kunnen weten, dat hij het allang prima begreep, want zo simpel is de vergelijking op basis van de perspectieftekening weer wel. Wat telt, nogmaals, is dat ik dankzij zijn werkzame interventie eindelijk wat bijleerde. 
Maar dan toch nog even over de tekening in perspectief. Veronderstel verder dat langs de ene weg bomen van allemaal gelijke hoogte staan. Datzelfde verdwijnpunt biedt houvast om een boom verhoudingsgewijs steeds kleiner te tekenen naarmate hij dichter bij de horizon respectievelijk verder verwijderd van de waarnemer staat. Op dezelfde manier lukt het om àlles te tekenen, zodat de afbeeldingsverhoudingen de reële verhoudingen inderdaad redelijk realistisch vertegenwoordigen. 
Zo dacht ik dat persoonlijk informatieeigendom geen werkelijkheidsgehalte behoeft te hebben, zeker niet op korte termijn waarop het geheid een illusie is, om tòch als referentiepunt te kunnen dienen. En omdat ik veronderstelde dat juist de vergelijking met een perspectieftekening kan rekenen op gemakkelijker herkenning — wie heeft er nooit zo’n tekening geprobeerd — vond ik de term verdwijnpunt bruikbaar voor popularisering. Dat ging ook goed op die GIA-bijeenkomst. Volgens Van ’t Veld vergis ik me daarin echter schromelijk. Wat een perspectieftekening is, wat een verdwijnpunt is, weet geen enkel lid van welke Raad van Bestuur ook. Dáár gaat het om, punt. 
 
Het is eigenlijk reuze jammer dat Van ’t Veld afhaakte. Ik zou graag zijn stellingen over het taal- annex begripsvermogen van leden van Raden van Bestuur toetsen. Met wie precies heeft hij zoal professioneel contact gehad tijdens zijn langdurige loopbaan? 
Als Van ’t Veld namen en adressen opgeeft, tja, voor wetenschappelijk onderzoek moet privacy weleens wijken, kan ik nagaan of a. dat contact daadwerkelijk bestond/bestaat en b. welke waardering de taalbeheersing Van ’t Veld daar werkelijk krijgt voor zijn taalbeheersing. Overigens sluit ik niet uit dat de uitkomst ad a. summier uitvalt, zodat het zelfs maar de vraag is of ad b. enige respons komt. Ik wil maar zeggen, wanneer ik zo regelmatig een Raad van Bestuur adviseer als Van ’t Veld beweert te doen, ga ik me niet meer druk maken met reacties op Via Nova Architectura. Maar goed, dat is allemaal speculatie, want van Van ’t Veld zien we hier niets meer. Hoezeer dat valt te betreuren, zijn keuze verdient alle respect, al helemaal na zijn belangeloze inzet voor aanwijzing van het schijnprobleem. 
 
Voor wie zekerheid ontleent aan het lemma in een woordenboek, inderdaad, dat kost wel de moeite van het opzoeken …, behandel ik voor andere lezers toch even Van ’t Velds met name aan mij gerichte reactie van 7 juli jl. in het licht van Van Dale’s omschrijving van verdwijnpunt (want van mijn eigen voorstel voor die term ging voor Van ’t Veld blijkbaar geen gezag uit). 
Nee, daarvan begrijp ik op mijn beurt niets. Het maakt mij uiteraard extra nieuwsgierig ernaar, hoe Van ’t Veld aan Raad van Bestuurleden wil gaan uitleggen wat “een external entity, een source of een sink” is. Of doe ik nu te flauw? Wat mijzelf betreft, vermoedelijk heb ik met de nadrukkelijke associatie van verdwijnpunt en verkeer zijn verwarring aangewakkerd. Daaraan geeft Van ’t Veld een wending die ik nogal technisch beschouw. Ik merk voorts op dat op stelselschaal zoiets als een external entity een … schijnobject vormt. Want met maatschappelijk bereik van informatieverkeer is nu eenmaal niets meer extern. In civiele informatiekunde zal Van ’t Veld echter evenmin interesse tonen. 
Nee, ik gebruikte de term “figuurlijk” niet, laat staan “oneigenlijk.” Ik schreef: overdrachtelijk. Hopelijk heb ik hierboven (verder) verduidelijkt dàt ik een vergelijking zocht, welke dat werd enzovoort. Wie dat (nog) niet begrijpt, heeft netzo hopelijk genoeg interesse bewaard om het woordenboek te raadplegen voor betekenis(sen) van overdrachtelijk. 
Nee, “eigendom” acht ik geen “status.” Dat is, voor wie in dit verband (context!) prijsstelt op de aanduiding “status,” eigenaar wèl. Eventueel kan eigendom gelden als status van informatie. Per saldo gaat het om de relatie, lees ook verhouding. 
Nee, inderdaad, Van ’t Veld “begrijp[t] het gewoon niet.” Hij heeft volgens mij overigens de crux wèl bijna te pakken. Dat leidt ik af uit zijn vermelding van “vertaling” en “verschillende stukjes van de complexiteit.” Jammer, hoor, dat hij niet even doorzet. Het zijn precies dergelijke stukjes, nota bene, die zonodig formeel naar verschillen vertaald moeten zijn. Dat borgt de verbijzondering volgens context en tijd volgens metapatroon. Of iemand metapatroon in één oogopslag kan vatten? Dat lijkt mij sterk. Vormt het bevattingsvermogen van Raad van Bestuurleden het criterium voor serieuze ontwikkeling van informatiekundige methoden & theorieën? Als Van ’t Veld daaraan vasthoudt, ontkent hij vernieuwing. Dat klinkt praktisch, open, maar het tegendeel is waar zodra de omstandigheden zodanig veranderden dat wat ooit werkte inmiddels achterhaald is. Prima, daarover kunnen meningen sterk verschillen. Maar kom ajb met een serieuze mening. Haal nachtrust in voor een evenwichtig oordeel. 
Nee, Van ’t Velds idee over informatieverkeer is niet passend voor het netwerkkarakter van de informatiemaatschappij. Zoals ik hem begrijp, blijven informatiesystemen qua opzet de valse pretentie van autarkie houden. Het zgn geïdealiseerde ontwerp is zelfs radicaal òmgekeerd. Nog lòs van instrumentatie bestaat informatie over/voor een gedifferentieerd “stukje van de complexiteit” principieel ènkelvoudig. Niks kopie. Voor Van ’t Veld is een dergelijke opzet echter nog ònvoorstelbaar. Daar komt hij vanzelfsprekend ook nooit achter door met leden van Raden van Bestuur te blijven praten. Opmerkelijk vind ik het — mag het even tussendoor? — dat Van ’t Veld duurzame opleiding opzet, maar zich àfzet zodra hijzelf wat zou kunnen opsteken. Daarvoor ontbreekt prompt zijn interesse, frappant.  
Nee, verstandhouding is géén “ander woord […] voor macht.” Daar gaat Van ’t Veld véél te kort door de bocht. Macht is natuurlijk wèl een onlosmakelijk aspect van verstandhouding. Dus, ja, “een informatiekundige [die tevens] specialist in machtsverhoudingen” is, is stellig een betere informatiekundige. Wie regelmatig in bestuurskringen verkeert, zoals Van ’t Veld niet ophoudt over zichzelf te beweren, heeft dat allang geleerd. 
Nee, ik herken ook na her- en herlezing van mijn vorige reactie niet dat ik stelde dat ik “geen derden wil toestaan in [onze] discussie.” Dat maakt Van ’t Veld er wellicht graag van. Opmerkelijk vind ik het dat hij herhaaldelijk vermeldt geen interesse te kunnen opbrengen. Wanneer ik dat op mijn beurt één enkele keer over zijn reacties opmerk, … haakt hij gretig af. Wat hij niet wenst te lezen, is mijn oproep ons op het thema van persoonlijk informatieeigendom te concentreren. 
Ik gun Van ‘t Veld graag zijn aanleiding om af haken. Mijzelf gun ik echter nadrukkelijk het weerwoord. Ik profiteer hier ook graag dat Van ’t Veld zichzelf buitenspel zette. Maar wie weet toont hij zich sportief en gaat meedoen. Want dàt bedoel ik wèl, het moet méédoen zijn. 
Nee, ik geloof niet dat persoonlijk informatieeigendom een schijnprobleem is, integendeel. 
 
Mijn verzoek aan Ruud van Vliet voor hersporing van het thema handhaaf ik daarom nadrukkelijk. Eerlijk gezegd vind ik het een schande dat wij ook hier weer zoveel tijd besteden aan … schijncommunicatie. We hebben een vak, dat is informatiekunde. Dat moeten we helpen ontwikkelen. Daarvoor moeten we inhoudelijke sporen uitzetten. Dat gelijkhebberige geleuter over verdwijnpunt houdt nodeloos op.

 

Via Nova Architectura is not responsible for the content of blogs, but authors and readers are asked to adhere the following guidelines. Authors are strongly encouraged to check facts, cite sources, present balanced views, acknowledge and correct errors. Respect copyright, fair use and financial disclosure laws. Please do not disparage organizations, or individuals. Being critical of someone's practice is acceptable, when it is done in a professional manner. Prevent usage of marketing statements. Comments should be relevant to the specific post they are attached to. Spam, flaming, personal attacks, and off-topic comments are not permitted. Readers are requested to notify This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it of any violations. The editor holds the right to remove any statements that, in the editors opinion, infringe the above guideline(s). The author receives a notification of this action.