Thank you for taking the time to report the following comment to the administrator of this site.
Please complete this short form and click the submit button to process your report.
Dank voor je antwoord. Ik kom er echter niet zoveel verder mee, en ik zal proberen dat uit te leggen.
Je benoemd mijn uitleg van het begrip schaal, wat dus niet mijn begrip is maar een begrip dat ik tracht te interpreteren, als tweedimensionaal. Daarna stel je dat 2 dimensies niet voldoende is, maar je geeft daar verder geen invulling aan wat dan de 3 dimensies zouden zijn. Het is voor mij niet duidelijk wat jij onder een n-dimensionale schaal verstaat. Daarnaast verwijs ik naar het veel rijkere begrip Universe of Discourse (UoD) uit ISO TR9007 en het nogal verkeerd uitgelegde begrip Viewpoint uit het werk van ISO/ODP. Zoals het nu is kan ik er niet verder mee. Misschien dat een uitleg van je nieuwe paradigma daarvoor nodig is.
Dan je vingerwijzingen.
Je stelt als eerste dat infrastructuur ook en met name (ontwerp) principes bevat. Dat zou ik anders verwoorden. Bijvoorbeeld: bij het inrichten van “deze” infrastructuur zijn de volgende (ontwerp)principes gehanteerd. Zoals ik eerder heb aangegeven zie ik zowiezo punten rond het principiële van ontwerpprincipes. Als het om ontwerp gaat is e.e.a. vaak te zeer afhankelijk van gebruikte technologie, en in hoeverre je dan over principiële zaken kunt spreken is voor mij de vraag. Als het om meer basale afspraken gaat als “rechts rijden” zou ik het geen ontwerp principe meer willen noemen, maar een afgesproken regel die ik ook algemeen in de organisatie zou willen laten beheren omdat die ook voor niet-IT technologieën geldig is. Je kunt dan zo’n regel bij de IT-infrastructuur opnemen, maar dan heb je grote kans dat die regel op diverse plaatsen herhaald wordt, met alle consequenties van afwijkingen van dien. Nog een punt is dat er een probleem ontstaat als zo’n regel wijzigt. Dus, in het voorbeeld, van rechts rijden naar links rijden. Met het aanpassen van de regel verandert geen enkele infrastructuur. Want er moet immers werk komen om die aan te passen, en tot dat moment is de infrastructuur (of delen daarvan) echt nog op rechts rijden gebaseerd. Terwijl de algemene afspraak toch echt links rijden is. Daarom dus een vraagkant met wat de organisatie uitspreekt en een aanbodkant van bijvoorbeeld de infrastructuren van een organisatie die volgens regels opgebouwd is die misschien niet meer hoeven te gelden. Dus daarom is een eenduidige vraagkant voor een organisatie echt belangrijker dan alle aanbodkanten samen, zoals wens tegenover realiteit staat.
In je 2e punt heb je het over een maatschappelijke schaal. Mogelijk dat je daarmee wat ik hierboven even snel vraagkant heb genoemd bedoel. Het zou ook kunnen zijn dat ik je het beste kan verwijzen naar bijvoorbeeld de systeemniveaus in de systeemtheorie van de bioloog Boulding uit 1956. Zo zie je waarom ik een hekel heb aan het huidige gebruik, ik vind misbruik, van het woord principe omdat iets dat je een principe noemt bij een bepaald systeemniveau hoort, en daarmee hoogstens vertaalbaar is naar iets wat op een ander systeemniveau geldt. Eenzelfde principe geldt in het sociale systeem (misschien is dat jouw maatschappelijke) is immers anders dan een gelijk principe het open systeem of het cybernetische systeem.
Je probleem rond het managen van regel en uitzonderingen wordt heel simpel als je in iets als vraagkant en aanbodkant denkt, en werkt. Eigenlijk heb ik dat al gezegd, maar nu met een voorbeeld: de laatste jaren wordt de regel steeds meer dat we zuinig met energie moeten omgaan. Groen, dus. Dat kunnen we in de organisatie afspreken, en daarmee wordt het een regel. Die regel is echter nieuw, en dus in eerste instantie nergens gehanteerd. De gehanteerde regels dienen bij wat we hebben opgenomen te worden. Auto’s zijn immers gebouwd en hebben een bepaald energiegebruik. Die regels zullen snel ouder zijn dan de afspraken die we voor nieuwe auto maken. Als je nu bij de bestaande auto’s aangeeft aan welke regels die voldoen kan je zien of zo’n auto aan de huidige regel zou voldoen, waarbij het nog iets ander kan zijn wat het energieverbruik van een exemplaar is. Als je de afwijking niet accepteert zal je iets moeten gaan doen, anders kan het zo blijven. Als je over uitzonderingen praat wordt het nog iets anders. Want dan zou je een auto gaan neerzetten die niet aan de afgesproken regel voldoet. Dus als die auto opgeleverd wordt weet je dat die regel niet gehanteerd is, om welke reden dan ook. Dat is natuurlijk mogelijk, maar dan alleen als een beslisser daartoe besloten heeft. Het tast geen enkele regel aan, niet die aan de vraagkant, noch de gehanteerde regels aan de aanbodkant. En daarmee is het dus gewoon te managen, en geen probleem meer.
Als ik nogmaals verwijs naar Boulding, dan is de kans dat het geheel alleen de optelsom van de delen is alleen goed mogelijk op het laagste systeemniveau. Hoe hoger je komt, zoveel minder dat het geval is. Met als consequentie dat een afbakening op laag systeemniveau ook veel beter mogelijk is dan op hoger systeemniveau. Hogere niveaus zijn er steeds meer factoren die meespelen, en ik heb een beetje het idee dat jij dat dimensie noemt. Ik denk dan dat je toch eens goed de term Universe of Discourse moet bekijken. Alleen is daar het strikte indelen in dimensies zelden mogelijk omdat je daarmee een soort orthogonaal suggereert die er gewoon niet is. Daarom was het originele idee van viewpoint ook zo aardig, alleen is dat binnen ISO/ODP feitelijk om zeep geholpen.
Internet is voor mij een redelijk laag systeemniveau. Ook een virtuele wereld kan daar weinig aan doen. Daarom zie ik ook dat internet, feitelijk een combinatie van extranetten, vooral gevuld is met gegevens. Daar moet je de gegevens nog uit zoeken die voor jouw (of je organisatie) informatie is. Juist de beweging naar een volgende versie van internet laat zien dat die ontwerpstappen van informatie juist wel nodig zijn. Dat is nu precies hét probleem, zoals je volgens mij ook zegt.
Wie ik ben? Tja, die vraag kan ik op vele manieren beantwoorden. Als ik het filosofische en het reële even naast me neerleg hou ik het in het kader van informatiekunde hier bij een referentie: lees het boek Data and Reality van Bill Kent maar eens. Of kijk eens naar de lexicaal/non-lexicaal theorie. Wie ik ben is immers iets anders dan hoe ik me bijvoorbeeld noem, of genoemd wordt. Zeer verhelderend. Ik griezel van je “Results 1 - 10 of about 126,000,000 for Van ‘t Veld. (0.38 seconds)”: ben ik dus 126 miljoen results? Of ben ik gewoon ik, en wordt 126 miljoen keer iets over of rond mijn achternaam gezegd zijn op het IT-systeem internet? Aan dat laatste hebben we niet alleen niets, het zegt ook te weinig over mij. Want zo mijn achternaam, ik heb bijvoorbeeld 2 zonen die ook Van ’t Veld heten, al iets over mij zegt is het alleen maar wat over of rond mij gezegd wordt. Maar dat ben ik niet….. Om nog maar te zwijgen over wat mensen al niet over mij kunnen zeggen, waar of niet waar. De kwaliteit dus, inderdaad.
Internet is een vrije bron van informatie waar steeds meer organisaties problemen mee hebben. Daarom kan het alleen een bron zijn, tenzij we, organisaties, zeker kunnen zijn van de kwaliteit van wat gezegd wordt. Daarom zal de toekomst steeds meer zijn dat we zaken als organisatie waarderen en dan volgens die waarde gebruiken. Wikipedia is wat dat betreft een schrijnend voorbeeld. Elke idioot kan daar zijn ideeën inzetten. Misschien filtert zich dat ooit weer uit, maar wanneer is dat het geval? En weten we ook wanneer dat het geval is? Daarom is dat gewoon een slechte bron, die alleen intelligent te gebruiken is. Als organisatie zal ik de eigen waarheid daar tegenover moeten zetten, waarbij internet als te filteren basis kan dienen. Maar meer ook niet. Je kunt dan proberen elementen van het internet achteraf te gaan waarderen, maar daarmee loop in de oude kuil van het aanpassen van iets versus het nieuw ontwikkelen: wat levert voldoende kwaliteit tegen de juiste prijs. En dan zal internet nog zeer driftig moeten wijzigen.
Voor je punt rond analyse-ontwerp-analyse verwijs ik hier naar de genoemde systeemtheorie. Ik krijg het gevoel dat je paradigmawissel en je generieke schaal heel dicht bij het anders benaderen dat bij de resp. systeemniveaus hoort.
Ik weet niet precies wat je met fractal benadering bedoeld, maar mogelijk dat het past binnen de brede kennis die vraag naar informatie onderbouwd en het infrastructurele (ontwikkelen en beheren) die het aanbod van informatie regelt. Start je met een project, dan pak je maar een stukje van het geheel, en dat stukje is wel onderdeel van het (gekozen) geheel. Je eerste analyses in een project zijn daarom in te passen in dat geheel, waar de te analyseren elementen natuurlijk inzetten. Noem het verticaal benaderen (project) naast horizontaal (“generieke schaal” breed) kennis hebben. Daarmee pak je dus ook het “persoonlijke informatie is persoonlijk eigendom” op, want informatie is iets in het geheel, en per project wordt een deel daarvan verder uitgewerkt. Zowel het feit dat bepaalde gegevens voor de omgeving informatie is, alsook het eigendom van die informatie. Juridisch gezegd dus eigendom, houderschap naast gebruik. Met opnieuw de opmerking dat iets dat je weet niet hetzelfde is als het ding zelf waar je die kennis dan van hebt. Met als voorbeeld het EPD. Daar is het gevecht dat informatie over patiënten eigendom van de patiënt is, maar dat het organisaties/mensen zijn die houder en gebruiker van die informatie zijn. Omdat ik dat niet goed geregeld vind, en vele andere dingen ook niet, heb ik bezwaar gemaakt tegen mijn informatie in het EPD. Daarom is je regel, je noemt het waarschijnlijk een principe, “persoonlijke informatie is persoonlijk eigendom” veel te beperkt.
Je zegt dat ik informatiekunde definieer als de “brug tussen organisaties en de inzet van hulpmiddelen als bijvoorbeeld IT”. Ik weet niet hoe dit komt, maar zo zie ik dit niet. Informatie is voor mij, in lijn met de ISO definitie, het gegeven dat voor mij betekenis heeft. Of: Informatie is voor mijn organisatie het gegeven dat voor mijn organisatie betekenis heeft. Informatiekunde is voor mij het vak waar het rond informatie draait. Informatie technologie is voor mij een techniek die zijdelings met informatiekunde te maken heeft, een technologie om informatie beter ter beschikking te krijgen. De “brug tussen organisaties en de inzet van hulpmiddelen als bijvoorbeeld IT” wordt vaak aangeduid met IT-business alignment. Daar vinden we de informatie oplossingen die we de organisatie bieden die gerealiseerd zijn met IT. Aanbodkant, dus. Informatiekunde is vraagkant. Ik weet niet hoe jij aan de door jou gegeven definitie komt, maar dat is niet de mijne.
Ik weet niet of je de referentie naar Jan van Til goed uitlegt. Zoals ik het werk van Jan, Jaap en Pieter cs. lees is ontwerp daar iets dat centraal staat, en daar kan ik het niet mee eens zijn. Dat zie ik ook in mijn praktijk, want daar is ontwerp één van de vele zaken die men heeft en nodig heeft, waarbij ontwerp ook vooral nog eens een extra grote mate van detail geeft. Met de vraag of je daar altijd behoefte aan hebt. Daarom heb ik het steeds over kennis van informatie, en niet over ontwerp en principes.
Ik blijf het niet met je eens over TOGAF. Zo lang we over IT en over IT-leveranciers spreken zie ik dat het goed werk kan doen. Met de aantekening dat het het zoveelste probeersel is van iets dat zoiets beoogt. Aan de organisatiekant zelf zie ik geen nut. De gerichtheid op IT is daarvoor te zwaar beperkend. Het geeft voor mij de beperking aan van hoe ver IT-ers een organisatie in kunnen kijken. IT-ers die denken als informatiekundige te gaan werken hebben zowiezo een probleem omdat ze dan een ander vak moeten aanleren. En TOGAF heeft daar geen mogelijkheden voor. En daarom ook mijn mening dat business analyse feitelijk buiten TOGAF hoort. Een mening die sterk gestaafd wordt door de discussies en ruzies die rond business analysis in de TOGAF gelederen gevoerd worden. Nog een simpele vergelijking: monteurs en auto ontwerpers moet je geen land laten inrichten omdat hun uitgangspunten anders zijn dan die van een landschaps architect.