Thank you for taking the time to report the following comment to the administrator of this site.
Please complete this short form and click the submit button to process your report.
In de voorlaatste post stelt Van ‘t Veld “… over schaal: een afbakening van zicht, en dus van werk.” Dat is wat ik een ‘tweedimensionale afbakening’ van ... het begrip ‘schaal’ noem. Alles wat daarna volgt is helder en begrijpelijk, en voor velen wellicht herkenbaar. Het is echter (juist) niet een verheldering van wat ‘schaal’ in driedimensionale (hier gebruikt als analogie) duiding beoogt. Daarom ook vereist het overstijgen van de huidige beperkingen een paradigmawissel, al was het maar omdat het huidige paradigma (dat Van ‘t Veld uitstekend verwoord) niet verder komt dan steeds opnieuw zichzelf bevestigen. Het is deze paradox: “ ... schaal, nu als onafgebakend gezichtspunt, en dus van ontwerp”. Onvoorstelbaar, zelfs onmogelijk, vanuit het tweedimensionale.
Twee vingerwijzingen: #1 infrastructuur omvat ook en met name (ontwerp)principes; #2 maatschappelijke schaal omvat alle andere schalen en uitzonderingen worden op de juiste (lagere) schaal geregeld. Ik geef ook twee voorbeelden: #1 ‘rechts rijden’ is op verkeerschaal een (ontwerp)principe voor de totale infrastructuur. #2 bij plaatselijke, meestal tijdelijk, afwijking van ‘rechts rijden’ regelen we dat ... ter plaatse, en alleen daar. Zo bezien bevat de bijdrage van Van ‘t Veld een uitstekende uitleg over die uitzonderlijke schalen, als deelgebieden, en over de benadering van de uitzondering. Het probleem waartegen ik zelf steeds aanloop kan ik daarmee als volgt verwoorden: het denken dat het organiseren van uitzonderingen hetzelfde is als, of kan zonder, het ontwerpen van het geheel. Ook wat Van ‘t Veld heel duidelijk en leerzaam over SOA zegt is een impliciete bevestiging van het maximale niveau van waaruit wordt geredeneerd, en dat is de ‘schaal’ zoals Van ‘t Veld die definieert (het afgebakende deelterrein) en de beperking van de specifieke behoefte als leidraad: tweedimensionaal. Natuurlijk begrijp ik de lastigheid en persistente misvatting, dat het geheel de optelsom is van alle delen, goed: het Internet is daar immers een voorbeeld van. Alleen is datzelfde Internet juist een resultaat van de optelsom waartegen Van ‘t Veld (terecht) strijdt: een verzameling van technische deeloplossingkjes die op een technische wijze aan elkaar zijn verbonden. Internet heeft geen ‘last’ van de ontwerpstappen van ‘informatie’ en dat is ook precies waar we nu keihard tegenaan lopen. Immers: beste Steven, wie ben jij? Volgens Internet: “Results 1 - 10 of about 126,000,000 for Van ‘t Veld. (0.38 seconds)”. Daar hebben we dus helemaal niets aan! En wie nu denkt dat ik mijn vraag ‘aan het Internet’ dan nader had moeten verbijzonderen (en daarmee de noodzaak van informatie-ontwerp raakt) die wil ik graag uit die droom helpen. Niet alleen omdat het aangeven van steeds meer specifieke informatie aan een ‘zoekbewerking’ om uiteindelijk op een enkel ‘antwoord’ uit te komen de verkeerde/omgekeerde weg is (en beter moet en beter kan, lees Metapattern), maar ook omdat we dan nog geen enkele garantie hebben over de kwaliteit van dat enkele antwoord dat uit onze uitvoerige zoekopdracht voortkomt: en dat komt omdat exact dŕt onderdeel ... niet is ontworpen. Ofwel: er is een absolute noodzaak om het principe van contextuele verbijzondering als ontwerpprincipe voor de totale informatiemaatschappij te hanteren.
Over de volgordelijkheid van ontwerp en analyse, of van analyse en ontwerp, geeft Van ‘t Veld m.i. een prima uitleg, en maakt een goede case voor het analyse-ontwerp-analyse ‘traject’, met mijn toevoeging dat Van ‘t Veld dit consequent doet vanuit, en gericht op, de deelgebieden naar zijn eigen uitleg van ‘schaal’. Prima! Binnen die beperking volg ik hem en neem het graag van hem aan en over. De generieke ‘schaal’ vergt echter, alweer, een paradigmawissel in (ook) die benadering. Terug naar mijn eerdere voorbeeld van de verkeersregel ‘iedereen rijdt rechts’: enige discussie over de volgordelijkheid van analyse en ontwerp of vice versa zal, naar ik mag hopen, voor de goede verstaander op die ‘maatschappelijke schaal’ zinloos over komen. Dergelijk ontwerp (op dergelijke schaal) is immers meer wiskundig van aard dan zoals Van ’t Veld het gebruikt (ontwerp = vormgeving) en heeft veel meer overeenkomst met een fractal-benadering dan met het vormgeven van enige specifieke oplossing. Mag ik de lezer in dat verband eens uitdagen om na te denken over bijvoorbeeld het ‘ontwerp-principe’ van dotindividual (persoonlijke informatie is persoonlijk eigendom)? Enorme consequenties op allerlei vlak en niveau, maar de vraag naar analyse-ontwerp volgorde is, zoals de kip/ei-vraag, hier irrelevant.
Met Van ’t Veld’s definitie van informatiekunde kan ik het niet eens zijn: ‘brug tussen organisaties en de inzet van hulpmiddelen als bijvoorbeeld IT’. Toch zie ik in zijn verdere uitleg hoopvolle signalen richting contextuele verbijzondering (‘... waarbij informatie dat gegeven is dat betekenis heeft in de omgeving waar je mee bezig bent’) maar mis toch, ook hier weer, het toepassen van deze ‘relativering’ op de eigen begriphantering en –inhoud, hier dus over ... (het begrip) informatiekunde. Interessant is het dat juist Van ’t Veld de duiding van informatiekunde (zoals Van Til m.i. doet:) op maatschappelijke schaal, en omvattende de principes voor contextuele verbijzondering, als ‘te beperkt’ want ‘informatiekunde [alleen] rond ontwerp uitgelegd’ typeert. Het beeld van een in zichzelf verdeelde Roomse Kerk die strijdt tegen de verkeerde idee dat de aarde rond de zon draait doemt op: Copernicus’ heliocentrische kosmologie vertoont grote overeenkomst met ‘maatschappijcentrische informatiekunde’, en ook in de reacties op Copernicus zie ik, inderdaad, overeenkomsten met discussies als in deze thread. Niets nieuws onder de zon dus, zoals Plato’s Grot en Magritte’s pijp ook al aangaven.
Hamvraag en terug on topic: kan TOGAF iets bijdragen aan de ontwikkeling waarbij we af groeien van het IT-centrisch denken? Ik denk zeker wel! TOGAF9 biedt daar, binnen de beperkingen van de (beperkte) schalen, zeker aanleidingen toe. Kan TOGAF ook bijdragen aan het toepassen vanuit dat andere paradigma, die ‘maatschappijcentrische informatiekunde’? Ook daarin denk ik, juist voor degenen die in het huidige paradigma blind hun weg kunnen vinden, dat TOGAF behulpzaam kan en zal zijn. Het is zeker geen 'universeel wondermiddel' maar kan zeker, in specifieke contexten, een bijdrage leveren aan verbetering van de aansluiting van (kleinere) schalen op de maatschappelijke schaal.