CONTENT
Terug naar community
Magazine
Proceedings
Blogs
Master thesis
Zoeken
THEMES
The CIO speaks
The architect answers
The business decides
Effect of architecture
SOA
BPM
Methods
Principles
Financial services
Public sector
Health sector
Most popular items
 
 
MAGAZINE
Report a comment

Thank you for taking the time to report the following comment to the administrator of this site.
Please complete this short form and click the submit button to process your report.

Name:
 
E-mail
 
Reason for reporting comment
 
 
 

Comment in question
Written by H.J. van Til on 28-04-2009 13:18
 
 
In zijn bijdrage van 23-04-2009 00:34 vraagt Steven van ’t Veld om eens na te denken over wat de architectuur is van iets dat (nog niet) bestaat. Als (onderling afhankelijke) kenmerken noemt hij functie, structuur, schoonheid en harmonie (hoe het geheel past in zijn omgeving). 
 
Zo’n geheel kan uit onderscheiden delen bestaan die samen dat geheel vormen. In de andere richting kan zo’n geheel natuurlijk ook opgevat zijn als deel dat op zijn beurt deel uitmaakt van grotere gehelen. Een dergelijk ordening proberen we ook wel te vangen in ‘schalen’. En zowel binnen de schalen als door de schalen heen (en weer) dient er harmonie te zijn. Harmonie die op elk schaalniveau zijn uitwerking heeft op de schoonheid enzovoort van zowel de kleinere als de grotere gehelen (schalen). 
 
Hoe kiezen we nu – in netwerksamenleving, dynamische informatiemaatschappij enzovoort – verstandig een robuust geheel zodat we binnen dat geheel veilig aan de slag kunnen met ‘een’ voor dat geheel integrale informatievoorziening zonder om de haverklap door het omringende geheel ingehaald of in de wielen gereden te worden (als gevolg van voortdurende wisselwerking, onderlinge afhankelijkheid enzovoort)?  
 
Inderdaad, dat vergt op de ruimst denkbare schaal een juiste organisatie van informatie. Lees voor ruimst denkbare schaal ook het grootst denkbare geheel (GDG). Vanaf dat ‘punt’ schaal je vervolgens naar binnen toe – naar het voor jou relevante geheel (G). Dat is een geheel (G) dat zich gesitueerd weet in grotere gehelen tot en met GDG. Een geheel (G) waarbinnen veranderingen vastgesteld (bestek) en uitgevoerd (ontworpen, gebouwd) kunnen worden. Die veranderingen moeten uiteraard binnen het geheel (G) passen (harmonie). Die veranderingen moeten ook in de grotere gehelen passen (harmonie) tot en met GDG toe. Dat lukt alleen als dat GDG met betrekking tot organisatie van informatie grondig is doordacht zo goed en volledig mogelijk ingevuld is. 
 
Als ik Steven goed begrijp (23-04-2009 18:36), kiest hij zich een werkelijkheid; een geheel (G). Voor dat geheel maakt hij een informatie-architectuur: “het beeld dat een organisatie heeft van haar bedrijfsmiddel informatie in haar organisatie”. Voor veranderingen binnen dat geheel (G) maakt hij bestekken en ontwerpen, waarna bouw volgt. 
Als ik Steven opnieuw goed begrijp zit dáár (bij dat ontwerpen) niet het (kern)probleem. Waar dat (kern)probleem wel zit, duidt hij met de term ‘planologie’. Het gaat dan om veranderingen buiten dat geheel (G). Welnu, daarover zijn Van ’t Veld en Wisse (23-04-2009 21:05) het wel eens. Zowel Van ’t Veld als Wisse hebben het over het buitengebied, het gebied tussen G en GDG, zij het dat zij zich van verschillende termen bedienen. Dat is het gebied waar volgens Steven “de kern van de problemen in de praktijk” zich bevinden. 
 
Met Wisse heb ik de indruk dat Van ’t Veld zich – bewust of onbewust – beperkt tot de organisatie als grootste G, ruimste schaal waarmee je als informatie-architect te maken hebt en waarvoor je een informatie-architectuur maakt (aan de hand waarvan daarbinnen verandering, ontwerp en bouw hun beslag krijgen).  
 
Graag hoor ik hoe Steven daar zelf in staat. Klopt mijn indruk? Indien ja, wat is voor jou de waarde van die beperking (vandaag)? Hoe zie je ‘planologie’ (23-04-2009 18:36) en wat moeten we daar binnen en buiten de organisatie wel/niet mee?

 
Related Items