Thank you for taking the time to report the following comment to the administrator of this site.
Please complete this short form and click the submit button to process your report.
De 'waardenketen van gedrag' (Principes -> Inzichten -> Regels -> Gedrag) is een handvat om ook discussies als bovenstaande te duiden en te richten. Onuitgesproken verschillende betekenissen (principes) van begrippen als architectuur, infrastructuur, informatieverkeer etc. veroorzaken 'ruis'. Simpel: TOGAF is een 'set van regels' en gaat dus over een 1-slag leertraject. Het is impliciet beperkt door een principiele invulling van het begrip 'architectuur' als 'technologie', en altijd (!) beperkt tot een deelgebied (afdeling, filiaal, bedrijf...). En met ‘infrastructuur’ wordt meestal (alleen) de ‘harde’ component (routers, kabels, servers, software) bedoeld. Zie TOGAF! In die context heeft TOGAF dus zijn volle waarde. Al jarenlang propageert Daan, naar mijn mening terecht, dat de leidende kracht in architectuur niet (impliciet) de bouwer/techniek moet zijn, maar de 'business', en dat is een zeer waardevol inzicht (2-slag leerpunt) dat echter wel weer van exact dezelfde beperking tot een deelgebied uitgaat als TOGAF. Het begrip 'informatieverkeer' heeft dan ook (voor Daan c.s.) de betekenis in die beperking, mogelijk uitgebreid met het verkeer tussen verschillende, eveneens beperkte 'architecturen' (koppelvlakken). Een architect die niet de gebruikelijke beperking tot afdeling, filiaal, bedrijf of zelfs keten als uitgangspunt(!) neemt, maar principieel (3-slag) informatieverkeer op maatschappelijke schaal als uitgangspunt(!) hanteert houdt zich, zo begrijp ik van Pieter, bezig met wat hij onderscheidend Civiele Informatiekunde noemt, waarbij hij vanuit die ‘holostische’ context zich als ontwerper op de specifieke beperkingen van de vraagstelling richt. Dan ook is het evidente misverstand tussen Daan en Pieter te duiden over het begrip ‘informatieverkeer’ aangezien Daan dat, zodra hij als architect aan het werk gaat, ‘principieel’ opvat vanuit de beperking van het gebied van de opdrachtgever, terwijl Pieter het principieel opvat op het niveau van de maatschappelijke schaal, feitelijk onbeperkt dus, als uitgangspunt voor de ‘beperkte context’ waarin (vervolgens) ontworpen wordt. Ik waardeer Daan’s voortdurende strijd tegen de dominantie van bouwers en techniek, in het werkterrein van de virtuele wereld. Ik waardeer Pieter’s voortdurende strijd tegen de dominantie van de beperking, in het werkterrein van de vernetwerkte maatschappij. In mijn uitleg over wat Architectuur is (http://www.pauljansen.eu/definingarchitect.htm) probeerde ik aan verbredingen t.o.v. de gangbare beperkte definitie uiting te geven. Wat voor mij als een paal boven water staat is dat voor informatievoorziening in heden en toekomst de maatschappij als principieel uitgangspunt moet en zal gaan gelden. Er moet en zal een einde komen aan de dominantie van techneuten en bouwers, en aan de beperking van de tunnelvisie van opdrachtgevers. Dit alles betekent m.i. dat het onderwerp hier “TOGAF: het universele wondermiddel?” alleen zinnig kan worden besproken vanuit en binnen de context van TOGAF, namelijk bedoeld als ‘framework’ voor bouwers met de beperkte definitie van architectuur en gericht op de beperkte toepassing daarvan. Ofwel: het antwoord op de onderwerp-vraag van Daan is dat TOGAF geen ‘Haarlemmer Olie’ is voor alle mogelijke definities van architectuur, infrastructuur, informatieverkeer etc., maar (slechts) voor die gebieden waar de beperkter betekenis zoals TOGAF die zelf ook aangeeft van toepassing zijn.