• English
  • Nederlands
HOME
ZOEK
CONTACT
NIEUWSBRIEF
 
 
 
INHOUD
Over ons
Bijdragen
Artikeloproep
De CIO spreekt
De Architect antwoordt
De Business bepaalt
Proceedings
Blogs
Scripties
Kalender
Links
Login/Registreer
THEMAS
Effect van architectuur
Advertenties
Zoek je een baan?
Zoek je hulp?
Zoek je een opleiding?
Zoek je een tool?


Logica
logo_5fsap.jpg 

 
 
Aankondigingen
Report a comment

Thank you for taking the time to report the following comment to the administrator of this site.
Please complete this short form and click the submit button to process your report.

Naam:
 
Email
 
Reason for reporting comment
 
 
 

Comment in question
Geschreven door Pieter Wisse op 02-04-2009 10:35
 
 
Wat is architectuur? Naar mijn indruk voeren ook de meeste deelnemers aan deze discussie weer een strijd voor eigen gelijk. Dat is natuurlijk onzin. Nou ja, dat geldt pas als onzin voor wie beseft dat één en dezelfde term diverse, soms zelfs tegenstrijdige betekenissen kan hebben. Maar hier heeft het er dus nog alles van weg, dat voorstanders van àfwijkende betekenissen elkaar naar hartenlust weigeren te begrijpen. 
Dat is inderdaad niet zoals ikzèlf graag opvat wat een architect doet. Want karakteristiek voor een architect is volgens mij haar/zijn open houding in wat z/hij altijd weer primair als unieke opgave ervaart. Daar horen relevante verschillen ònlosmakelijk bij. Sterker nog, zonder erkenning ervan blijft een probleem onoplosbaar. Hoe een raamwerk zoals Togaf — ik nam ooit een vorige versie eens door — die noodzakelijke divergentieslag voor ontwerp bevordert, herken ik niet. Ligt dat aan mij? Of bedoelen de opstellers gewoon (heel) iets anders met architectuur? 
Mijn antwoord op dergelijke vragen luidt, nee, dat ligt niet aan mij, ja, hun betekenis verschilt wezenlijk. 
Is dat verschil erg? Zo’n vraag moet natuurlijk preciezer luiden of ìk dat erg vind. Maar dat is praktisch dan ook weer meteen onzin, want ik kan er toch niets tegen beginnen. 
Daarom probeer ik praktisch de verwarring te verhelpen op een manier waarop ik (nog ;-) wèl enige invloed heb. Voor mijn werkstatus heb ik zelfs nooit de aanduiding architect gebruikt. Waarom niet? Ik besef allang maar al te sterk dat andere mensen er een ànder architectuur-, respectievelijk architectbeeld op na houden èn, zoals deze discussie voor de zoveelste keer bevestigt, als absolute standaard gevestigd willen krijgen. Ik herhaal, onzin. Maar goed, daartegen begin ik niets, zo realistisch ben ik wel zodra uit gevestigde commerciële belangen een slogan gepropageerd raakt. 
Eigenlijk komt mij dat prima uit, want zelfs liever benut ik de term ontwerper. Daar zet ik nog een woord vóór, zodat ik mijzelf afficheer als informatiekundig ontwerper. Informatiekundige als een enkel woord vind ik te veel weghebben van informatie-analist. Dat hoort er weliswaar nadrukkelijk bij, maar daaraan ontbreekt nota bene letterlijk het primaat van synthese, ofwel ontwerp. 
Over nuancering, verschillen e.d. gesproken, er is overigens zelfs nòg een woord bijgekomen. Dat geeft aan dat ik met voorrang het informatieverkeer op maatschappelijke schaal beschouw als ontwerpobject. Dat leidt inderdaad tot infrastructuur. Via de associatie met civiele techniek positioneer ik mij dus als civiel-informatiekundig ontwerper. 
Beweer ik hiermee dat iedereen dat dan maar moet zijn? Alsjeblieft niet! Wie haar/zijn bemoeienis elders richt, moet vooral een naam kiezen die dáárvoor past, dat spreekt. Ik weiger te strijden over reële verschillen, maar bèstrijd juist hun ontkenning.  
Hoe dan ook, voor beoefening van civiele informatiekunde als ontwerper heb ik uiteraard al helemaal weinig tot niets aan zoiets als Togaf. Dat raamwerk stelt slechts een aparte organisatie centraal. Dat kent, zo moeilijk is dat niet te herkennen en vervolgens toe te geven, een krachtige financiële logica. Vooralsnog zijn betalende opdrachtgevers bijna uitsluitend pèr organisatie(deel) te vinden. Het vraagstuk op maatschappelijke schaal verdwijnt door ontkenning ervan echter niet, … terwijl dat met de nieuwe kans juist wel gebeurt, wèg! Merkwaardig vind ik het natuurlijk wel, dat aan onloochenbare vernetwerking onder impuls van digitale technologie nog zo weinig consequenties verbonden zijn voor wetenschappelijke annex professionele vakontwikkeling. Infrastructuur voor informatieverkeer in de ruimste zin van het maatschappelijke woord faciliteert eveneens interacties met private deelnemers …, internationaal … 
Convergentieraamwerken, feitelijk gericht op onderhoud en beheer, zeg ook op méér van hetzelfde en dan ook nogeens traditioneel beperkt tot een aparte organisatie, zijn vergaand irrelevant voor mijn favoriete ontwèrpwerk inclusief nieuwe integrale dimensies. Noem het in dit stadium gerust een missie. Daarmee spreek ik echter geen absoluut waardeoordeel erover uit. Wie weet is Togaf prima geschikt voor beheer van organisatorische informatiemiddelen en dat werk verdwijnt zeker niet (maar wijzigt nota bene wel als gevolg van infrastructuralisering van informatieverkeer op maatschappelijke schaal). Ik ben inderdaad eerder geneigd Togaf met Itil te vergelijken. Nou ja, ik houd het op een suggestie, want voor wat ik versta onder architectuur is dat allemaal niet zo interessant. Zo’n specifieke vergelijking laat ik daarom graag over aan een ander. 
Voorts wijs ik erop dat de overheersend geraakte betekenis van architectuur in het vlak van informatievoorziening m.i. de ontwerpassociatie nagenoeg compleet verloor die de term voor zgn gebouwde omgeving van oudsher draagt. Daarom slaan vergelijkingen meestal nèrgens meer op. Dat verlies kan ik betreuren, maar we moeten dóór. Daar ligt wel een groeiend probleem. Wie domweg niet weet, en daar lijkt het met de Togaffen, Archimates enzovoort ernstig op, dat via erkenning van principiële onzekerheid ontwerp pas leidt tot structuur, neemt daardoor gauw (onbewust) vooropgezette structuur als impliciet ontwerp. Zo staat het ontwerp echter van te voren al vergaand vàst. Dat is blind behoudend. Onder veranderlijke omstandigheden vormt dat, zachtjes gezegd, een risico. Psychoanalytisch bekeken zou Togaf weleens uitdrukking van angst voor het onbekende kunnen zijn. Een ontwerper verwelkomt daarentegen het onbekende. Z/hij herkent daarin een nieuwe opgave. Paradoxaal uitgedrukt heeft de professionele ontwerper voor de divergentieslag slechts behoefte aan een leidraad die haar/hem ervan weerhoudt houvast te zoeken langs een … leidraad. Ontwerpen is primair lòslaten. Tja, tegenovergestelder kunnen bijbehorende betekenissen van architectuur niet gelden. Zij zijn allebei geldig, maar èlk beperkt tot zijn relevante context. 
Togaf e.d. zijn vermoedelijk opgesteld door mensen die zo’n paradox niet verdragen. Hoe krijgen ontwerpers ruimte voor noodzakelijke vernieuwing tegen die ontkennende overmacht? Dat lukt steeds minder omdat opdrachtgevers valse geruststelling ontlenen aan verwijzing naar raamwerken, certificaten enzovoort. Onderdeel van dat gedragspakket is uitsluiting van die eigenwijze, lastige ontwerpers. Dat maakt mislukking doorgaans een abc-tje. Opdrachtgevers ondervinden daarvan echter nauwelijks nadelige gevolgen. De (top)managers incasseren daar vertrekpremie en/of bonus. En de (vermeende) dienstverlener heeft zijn omzet binnen. Wie heeft er eigenlijk een probleem? Onmondige betrokkenen zoals werknemers, klanten enzovoort blijven met schade achter. 
Kortom, de discussie zou niet over één ènkel onderwerp moeten gaan. Dè architectuur bestaat niet en (bijvoorbeeld) Togaf biedt niet hèt raamwerk ervoor. Het is daarentegen altijd een kwestie van reële verhoudingen. 
Waarop mikt Togaf dan wèl en dienovereenkomstig dus ook niet? Wie er reuze blij mee is, moet dat vooral zijn … mits z/hij erkent dat informatievoorziening méér vergt dan het specifieke architectuurbegrip volgens Togaf dekt. Maar juist voor die mensen bestaat dus bijna principieel een obstakel om verscheidenheid te erkennen, … anders waren ze niet zo enthousiast over hun raamwerk. 
Tenslotte heb ik nog enkele opmerkingen direct aan het adres van Daan Rijsenbrij. Hij riep mij, blijkbaar tegelijk met een bericht aan talloze andere mensen, op tot een bijdrage aan deze discussie. Ik waardeer zo’n stimulans zeer. Op gerichte reacties door Rijsenbrij op mijn werk, omgekeerd dus, wacht ik echter nog steeds. Daar blijkt steeds maar weer niets van te komen. Zo lees ik in zijn teksten steeds vaker de term informatieverkeer. Eerlijk gezegd zit ik te wachten op zijn expliciete claim dat hij die als eerste poneerde. Voor de goede zaak kan mij dat niets eens zoveel schelen, mits hij zich er eerst eens grondig in verdiept. Voorlopig lijkt hij iets over te slaan, dat m.i. op z’n minst wetenschappelijk onzorgvuldig is. Of bedoelt Rijsenbrij informatieverkeer in een andere betekenis dan welke ik ervoor ontwikkelde in diverse publicaties? Zo nee, dus als hij er hetzelfde mee bedoelt als ik uitwerkte, dan stel ik zijn nadruk op samenhang op prijs voor draagvlak voor civiele informatiekunde als aanvullende discipline. Zo nee, meent hij daarom dat hij zich niets van mijn werk hoeft aan te trekken? Maar geeft hij dan voor dàt thema niet de aanzet voor een netzo vruchteloze discussie als hier tot dusver over architectuur gebeurt?

 
Related Items